11 november 2008
Nieuws
2. Hoeveel geld besteedt de Rabobank jaarlijks aan
sportsponsoring en op welke manier?
“We besteden jaarlijks een
kleine 28 miljoen euro aan sportsponsoring. Ongeveer de helft daarvan is
afkomstig van Rabobank Nederland en de andere helft van lokale Rabobanken. Dat
deze banken ongeveer vijftig procent voor hun rekening nemen is toeval; dat ligt
niet ten grondslag aan het beleid. Rabobank Nederland heeft er voor gekozen om
drie grote sporten te sponsoren: hockey, paardensport en wielrennen. Lokale
banken zijn echter niet gehouden aan deze keuze. Zo zie je ook menig sponsorbord
van de Rabobank langs het voetbalveld, maar Rabobank Nederland zelf zal - neem
ik aan - niet snel in het voetbal stappen. We hebben wel eens over sponsoring
van de KNVB nagedacht maar toen bleek dat de voetbalbond had al een contract had
met de ING Bank. Momenteel zijn we wel supplier van NOC*NSF en in
gesprek over continuering van dat contract.”
3. Jullie zijn in 1996 begonnen met het Rabo Wielerplan. Zijn
jullie tevreden over de ontwikkelingen sindsdien? Echte wielercracks hebben we
sinds Joop Zoetemelk toch niet meer gehad.
“Ik denk dat de
Rabo-wielerploeg het door de jaren heen uitstekend heeft gedaan. We hoeven ons
echt niet te schamen voor het niveau dat onze renners hebben bereikt. Bedenk dat
de concurrentie in de wielerwereld de afgelopen jaren wereldwijd sterk is
toegenomen. Bovendien hebben we een aantal jonge talenten die heel wat mooie
jaren tegemoet gaan. Of ze inderdaad allemaal echt doorbreken en ze grote
overwinningen gaan behalen, is natuurlijk onduidelijk. Dat is juist een van de
dingen die de sport zo mooi maakt. Ik weet natuurlijk niet zeker of alle
talenten voor de Raboploeg blijven rijden; het streven van de ploeg is om de
beste renners te behouden, maar Rabobank Nederland is geen ministerie van
wielrennen. Het Rabo Wielerplan is ook goed geweest voor de ontwikkeling van
andere wielerploegen en voor de Nederlandse wielersport in het algemeen.
Feitelijk hebben we met ons wielerplan een nieuwe vorm van wielersponsoring
geïntroduceerd met aandacht voor opleiding en nieuwe trainingsvormen. We zijn
daarmee een stuk verder gegaan dan de conservatieve wielerwereld doorgaans
gewend was. Ik denk dat we het maximale hebben gedaan om de Nederlandse
wielersport, en de Raboploeg in het bijzonder, te helpen ontwikkelen.”
4. Als woordvoerder van de Rabobank zal je de laatste jaren
alles uit de kast hebben gehaald om het publiek informatie te verschaffen over
lastige kwesties zoals dopinggebruik in het algemeen, het bedrog van Rasmussen
en het arbeidsconflict met Thomas Dekker. Waar ligt voor de Rabobank als sponsor
de grens van het toelaatbare?
“Het is belangrijk dat we ons bewust
zijn en blijven van wat we ons twaalf jaar geleden – toen we begonnen met het
wielerplan – hebben gerealiseerd. Sport staat vol in de schijnwerpers en brengt
daardoor ook publicitaire risico’s met zich mee, maar onze eigen normen en
waarden moeten in alle tijden overeind blijven. Zo voeren we een
zerotolerancebeleid ten aanzien van dopinggebruik. Als op de een of andere
manier de integriteit van de sponsor in het geding komt, stoppen we er acuut
mee. Daar is echter nooit sprake van geweest. Bovendien heeft de ploegleiding
goed gehandeld bij de problemen die er zijn geweest. Met Thomas Dekker is het
huwelijk helaas op een scheiding uitgelopen. De ploegleiding heeft echter het
maximale gedaan om Thomas tijdens de scheidingsprocedure zorgvuldig en met
respect te blijven behandelen. Ook de affaire Rasmussen heeft ons geen schade
berokkend. Als je bedenkt dat het ‘Financieele Dagblad’ vlak na de Tour de
France kopte met ‘Integriteit en een rechte rug smaken beter dan een gele
trui’.”
“De grens ligt bij ons bij de mening van de consument over wielrennen en onze eigen betrokkenheid. Deze meningen meten we doorlopend met enquêtes. Het blijkt dat een meerderheid denkt dat doping nog steeds een rol speelt in het wielrennen, maar desondanks de wielersport nog steeds aantrekkelijk vindt. Bovendien zou de meerderheid van de klanten het laf vinden als de Rabobank zich zou terugtrekken, omdat andere ploegen doping gebruiken. Toch denk ik dat het wielrennen een imagoprobleem heeft en dat de sport er veel aan moet doen om dat beeld op te poetsen. Tegelijkertijd geloof ik nog steeds in de intrinsieke waarde van wielrennen. De kijkcijfers nemen nog steeds toe, evenals het bezoek aan wedstrijden. De Rabobank helpt dan ook graag mee om het imago van de wielersport te verbeteren. Daarbij helpt uiteraard een betere aanpak van het dopingvraagstuk . Henri van der Aat, de voormalige directeur van de Raboploeg, gelooft heilig in trajectcontrole in plaats van flitspalen. Het instellen van een biologisch paspoort is daarbij een belangrijk hulpmiddel. Het bestrijden van dopinggebruik is echter een complexe materie.”
5. Welke invloed heeft de kredietcrisis op de sponsorbudgetten
voor 2009?
“Geen. De defensieve verklaring daarvan is dat onze
contracten tot en met 2012 lopen. De offensieve uitleg is dat een duurzame
relatie niet afhankelijk moet zijn van tegenwind. In algemene zin zal de
kredietcrisis wel gevolg hebben voor sportsponsoring. We zullen het merken aan
de prijzen en er zal steviger worden onderhandeld. Kortom, de normale
marktwerking is ook in dit geval van toepassing. Maar kredietcrisis of niet;
sport blijft in mijn ogen altijd waardevol voor merkcommunicatie, want sport is
leuk. Er wordt veel plezier aan beleefd, in de meest elementaire vorm. Sport
boeit, raakt mensen en dat maakt investering in sport de moeite waard. Ik geef
vaak als voorbeeld iets dat ik in 2004 tijdens de Tour de France meemaakte. De
Rabobank had een paar financieel-economische journalisten als gast. Ik had mij
op het gastheerschap goed voorbereid door allerlei relevante informatie te
verzamelen, over sponsorinvesteringen en de resultaten daarvan. Ik had alles op
sheets gezet en uitgedeeld. De journalist van het Financieele Dagblad schreef
vervolgens een jongensboekachtig verhaal over zijn belevenissen in de Tour de
France. Hij had Hennie Kuiper ontmoet, werd rondgeleid over het parcours en had
een polsbandje gehad om in het zogenaamde Village Départ tussen de wielerhelden
van vroeger en nu te kunnen lopen. Dat bandje zou hij wel een week lang
omhouden. In het hele artikel kwam geen cijfer voor. En dat is toch iets wat je
wel verwacht van het Financieele Dagblad. Het ging over de beleving van een
dagje Tour de France. En dat is nu een mooi voorbeeld waarom sport zo leuk is.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.