Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan trinko keen voorzitter van de atletencommissie en beroepstafeltennisser

5 vragen aan Trinko Keen, voorzitter van de atletencommissie en beroepstafeltennisser

10 februari 2009

Nieuws

door: Peter Hopstaken | 10 februari 2009

1. Hoe begon je profcarrière als tafeltennisser?
“De Hogeschool van Amsterdam waaraan ik studeerde was feitelijk een voorloper van het huidige Centrum voor Topsport en Onderwijs. De hogeschool bood mij faciliteiten om te kunnen sporten, te wonen en te studeren. Na die periode ging ik bij Avanti in Hazerswoude spelen en werd ik tafeltennisprof. Voor Avanti was de professionalisering vrij nieuw. De gedachte was: we trekken topspelers aan en dan komen de sponsors wel vanzelf. Helaas gebeurde dat laatste niet. Ik kreeg dus geen salaris. Dat gold ook voor drie andere Avanti-spelers. De minst verdienende speler spande toen – pro deo, aangezien hij een ontoereikend salaris had - een rechtszaak tegen Avanti aan. Wij dachten dat de uitspraak van de rechter vervolgens ook voor de drie anderen zou gelden. Dat proces hebben we uiteindelijk gewonnen, maar veel zijn we er niet mee opgeschoten. Na veel gesteggel, kregen we met zijn vieren precies tweeduizend gulden aangeboden. De rechter vond dat de voorzitter van de club – die persoonlijk aansprakelijk werd gesteld – al genoeg ‘eigen geld’ in de club had gestoken. In die tijd hadden rechters niet veel affiniteit met topsport. Deze rechter vroeg zich bijvoorbeeld af waarom wij ondertussen niet ‘gewoon’ bij een andere club waren gaan spelen in plaats van passief de rechtsgang af te wachten. Die rechter had zich niet gerealiseerd dat de competitie al begonnen was en we tijdens het seizoen reglementair niet meer van club konden veranderen.”

2. Hoe verliep je carrière na deze ‘valse’ start?
“Na Avanti ben ik bij een Belgische club gaan spelen. In het Franstalige gedeelte van België bleek dat contracten echter vooral intenties zijn. Eigenlijk mocht ik blij zijn met alles wat ik af en toe betaald kreeg. Mede daarom vertrok ik in 1993 naar Duitsland. De Duitse betalingsmoraal sprak mij na de vervelende ervaringen in Nederland en België enorm aan. Sinds de rechtszaak heb ik geleerd dat sporters hun zaken goed moeten regelen. Daarnaast moeten sporters ook het vertrouwen hebben dat het goed geregeld is. Een dergelijke rechtszaak kost veel energie en zakelijk levert het niet veel op. Uiteindelijk schiet je er dus niets mee op.”

3. Je besloot medio 2008 te stoppen met internationale wedstrijden. Hoe ziet je leven er sindsdien uit?
“Ik speel nog competitiewedstrijden voor mijn club Werder Bremen. Dat doe ik waarschijnlijk tot juni. Ik woon echter in Arnhem en train nog ongeveer twee keer per week op Papendal samen met de nationale jeugd die daar fulltime traint en verblijft. Tafeltennis is een sport waarmee je op techniek en ervaring een heel eind komt. Zo heb ik – met twee trainingen in de week - laatst nog van de nummer vijftien van de wereld gewonnen. Wat overigens niet wil zeggen dat ik bij de beste vijftien zou eindigen als ik aan het WK zou meedoen. Naast het tafeltennis werk ik als programmacoördinator ‘sport’ voor het VSBfonds. Dat doe ik twintig uur verdeeld over de week. Bij het VSBfonds komen aanvragen voor projecten binnen die ik al dan niet honoreer en vervolgens eventueel begeleid. Wij geven de voorkeur aan programma’s die uit het maatschappelijke krachtenveld ontstaan en door verbindingen tussen diverse partijen ‘organisch’ verder kunnen groeien. Onlangs hebben we bijvoorbeeld een traject opgezet om een impuls te geven aan de seniorensport. Dat leidde – eind januari – tot een studiereis naar Finland. Dit project ontstond toen iemand zich realiseerde dat veel sportaccommodaties overdag niet gebruikt werden en senioren veel vrije tijd hebben. Daarnaast hebben senioren vaak affiniteit met een verenigingsstructuur en sportverenigingen kunnen extra leden meestal goed gebruiken. Het was eigenlijk een simpele optelsom. Het VSBfonds doet graag mee om de samenwerking tussen in dit geval de partijen VWS, NISB, NOC*NSF en de Taskforce 50+ te faciliteren. Daardoor ontstaan nieuwe verbindingen en dat levert weer nieuwe ideeën op.”
(noot van de redactie: zie het NASCHRIFT helemaal onderaan)

4. Je bent nu drie jaar voorzitter van de atletencommissie. Wat is de belangrijkste taak van deze commissie?
“De commissie telt tien leden en is een adviescommissie van NOC*NSF. We proberen een brug te slaan tussen de atleten en de bestuurlijk politieke omgeving waar sporters mee te maken krijgen. Als er bijvoorbeeld Olympische contracten worden afgesloten, praten we hier als atletencommissie over mee. De commissie houdt zich echter ook bezig met onderwerpen als doping, normen en limieten, en de maatschappelijke carrière na de sport. Topatleten hebben veel met sportbonden te maken. Deze worden vaak bestuurd door vrijwilligers die hun wortels hebben in het verenigingsleven. Mede daardoor beleven de bestuurders ‘sport’ vaak op een andere manier dan de atleten die moeten ‘leven’ van hun sport. Bondsbestuurders en atleten staan zodoende vaak tegenover elkaar. Om hen elkaar tegemoet te laten treden, pleit de atletencommissie voor de introductie van de zogenoemde ‘Bonds Atleten Commissies’. Als atletencommissie zijn we op dit moment bij de bonden aan het inventariseren hoe zij het contact met hun topatleten hebben geregeld. Vervolgens willen we de resultaten van die inventarisatie bespreken tijdens het bondsdirecteurenoverleg. Overigens hebben sommige grotere bonden al een topsportcommissie. Als dat naar tevredenheid van de atleten functioneert, is een Bonds Atleten Commissie bij deze bonden niet per se noodzakelijk.”

5. Op welke gebieden hebben atleten momenteel vooral steun nodig?
“Aan van alles, dat is heel divers. Ik denk dat het belangrijk is dat atleten nauwer betrokken worden bij besluitvormingsprocessen. Dat kan verschillen van het aanstellen van een bondscoach, het samenstellen en de evaluatie van een topsportprogramma tot de keuzes die gemaakt worden voor de medische begeleiding, voeding, enzovoorts. Denk echter ook aan arbeidsrechtelijke zaken als: salaris, verzekeringen en pensioen. Atleten houden dat vaak ver van zich af. Het is daarom de taak van de atletencommissie om enige orde te scheppen in deze gebieden. Sporters moeten weten waar ze zich echt in moeten verdiepen, wat ze moeten gaan regelen en wat ze kunnen laten liggen.”

NASCHRIFT: enkele dagen na publicatie van dit interview werd bekend dat het VSBfonds stopt met het steunen van sportprojecten. Dit als direct gevolg van de ondergang van Fortis, waarin het VSBfonds veel aandelen had. Reeds lopende sportprojecten met steun van het VSBfonds zouden naar verluidt nog wel uitgevoerd kunnen blijven worden.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.