9 april 2013
Nieuws
“Naar aanleiding van de zaak van de KNVB tegen Gertjan Verbeek heb ik in de Telegraaf geroepen dat ik vond dat die tuchtcommissie er moest komen. Zij hebben het voorgelegd aan Michael van Praag en die vond het wel een goed idee. Van Praag vindt echter dat de clubs het initiatief moeten nemen. Dat ga ik ook doen, maar eerst wacht ik de zaak Gertjan Verbeek af, anders gaan er zaken door elkaar lopen. Als ik dit initiatief neem, doe ik dat ook ethisch en als ik dat vóór de uitspraak in die beroepszaak zou doen, lijkt het alsof het een met het ander te maken heeft. Wie er in die commissie moeten komen? Dan moet je denken aan mensen die niet direct gelieerd zijn aan de voetbalsport, maar wel kennis van zaken hebben. Ethici, maar ook mensen met heel andere expertises. Ik werd laatst gebeld door een forensisch accountant die van mijn idee voor de commissie had gehoord. Zo iemand kan ook relevante kennis inbrengen. Je hebt ook mensen nodig met veel ervaring in de sport. Denk aan iemand als Charles van Commenée.”
“De uitspraak in de zaak Verbeek is heel belangrijk als precedent. En die uitspraak is definitief, want we kunnen niet door naar de burgerrechter. De vraag die op tafel ligt is: hoever gaat de jurisdictie van de bond? Welke uitspraken van een speler of een trainer – of ieder ander in de voetballerij voor wie de code geldt – vallen wel onder de code en welke niet? Ik geef nu een interview en ik autoriseer de tekst. Dat valt onder de code, logisch. Maar nu geef ik een persconferentie en daar schrijft de journalist van de AZ-site een stukje over, waarin hij zijn filter eroverheen legt. Valt dat dan ook onder die code? Als het zo wordt geïnterpreteerd, zouden clubs dus alles wat er op hun website staat moeten autoriseren. De gewraakte citaten van Gertjan Verbeek kwamen uit een persconferentie. Er zijn vier artikelen genoemd en in alle vier die artikelen werden de uitspraken anders opgeschreven. Het is het goed recht van een journalist om daar een filter overheen te leggen, maar als je voor die uitspraken bestraft kunt worden, vraag ik me af of we op vrijdagmiddag nog wel een persconferentie moeten houden. Je kunt het nog verder doortrekken. Als ik in het kader van de samenwerking tussen AZ en regionale amateurclubs op een bijeenkomst bij zo’n club iets roep en dat wordt op Twitter gezet. Valt dat dan ook onder die code? Hoe ver gaan die dingen? Het was ons met het beroep in de zaak Verbeek niet te doen om de straf, die was toch alleen maar voorwaardelijk. We willen antwoord op die vragen.”
2. Iets heel anders. Je bent in 2008 door NOC*NSF benaderd met de vraag of je technisch directeur/chef de mission wilde worden, als opvolger van Charles van Commenée. Je hebt daarvoor bedankt. Waarom? En heb je er ooit spijt van gehad?
“Er waren voor mij destijds drie redenen om er nee tegen te zeggen. Als eerste heb ik gekeken naar de invloed die ik zou kunnen hebben. Hier bij AZ praat ik elke dag met de trainer en met de spelers. Ik sta overal heel dicht op en ik ben volop bezig met de business. Bij NOC*NSF werk je meer in een structuur. Mijn inschatting was dat ik daardoor meer op een afstand zou staan. Je kunt wel bij trainingen en sporters gaan kijken en praten, maar het staat toch ver van de praktijk. Volgens mij is het een prachtige baan om een aantal jaar te doen, maar ik ben echt een ontwikkelaar. Ik heb een concrete uitdaging nodig met een overzichtelijk tijdspad en dat zag ik niet binnen de structuur van NOC*NSF. Dat was de tweede reden. Achteraf ben ik er wel een beetje anders tegenaan gaan kijken. Ik sprak Leo van Wijk (destijds bestuurslid van NOC*NSF, red.) er later nog eens over en hij zei dat ze juist op zoek waren naar iemand die op een frisse manier tegen die structuren aan wilde kijken. Dat ze mij de ruimte hadden willen geven om in die functie echt een verschil te maken. Maar spijt heb ik nooit gehad. Ook toen AZ niet veel later op omvallen stond, heb ik daar niet meer naar omgekeken. Mijn derde reden om destijds nee te zeggen tegen NOC*NSF was dat ik nog niet klaar was bij AZ. Dat heeft dus helemaal niets te maken met de manier waarop NOC*NSF mij toen heeft benaderd, want daar was helemaal niets mis mee. Maar ik was bij AZ bezig met een project waar ik nog middenin zat.”
3. Je was indertijd nog niet klaar bij AZ. Een jaar later kwam de club door het faillissement van DSB in zwaar weer. Hoe zijn jullie daar weer uitgekomen?
“Saneren kan iedereen, dat is heel simpel. Je moet het koppelen aan doelstellingen. Saneren zonder investeren is kansloos. We hebben destijds twee uitgangspunten geformuleerd. Ten eerste: dertig procent van het geld dat we verdienen, kunnen we investeren. Als we een speler voor zes miljoen verkopen, kunnen we voor twee miljoen een nieuwe speler halen. Ten tweede moest het salarisgebouw worden gehalveerd. Met die boodschap ging het scoutingsapparaat op pad. Het halveren van het salarisgebouw viel uiteindelijk nogal mee, want de clubs om ons heen - sc Heerenveen, FC Groningen, FC Utrecht en destijds ook nog Vitesse - betaalden allemaal ongeveer hetzelfde. Alleen AZ betaalde veel meer. Een spelerssalaris was indertijd gemiddeld vijf ton en nu is dat gemiddeld tweeënhalve ton. Overigens was het budget bij ons vóór die tijd ook niet ongelimiteerd. We hadden natuurlijk een goede sponsor in DSB en het voordeel was dat als we aan het eind van het jaar eens een miljoen tekort kwamen, het werd aangevuld door Dirk Scheringa, die eigenaar was. Maar we werden landskampioen met een begroting van 35 miljoen euro.”
“Toen je me vroeg of ik spijt heb gehad dat ik in 2008 bij AZ gebleven ben? Ook op dat moment niet. Beslissingen moet je beoordelen zonder de resultaten achteraf mee te nemen. Zeker in de sport is het resultaat altijd onzeker. AZ viel bijna om en de curator stond op de stoep. Als je nou praat over een uitdaging, dat was er wel een. Ik ben er vol in geknald en we hebben een plan gemaakt met het bestuur en met de coach. Het was een lange weg om AZ weer gezond te maken, we moesten een schuld van 25 miljoen wegpoetsen en eigen vermogen opbouwen. Dat was voor de coach ook niet makkelijk. Hij wist dat de betere spelers zouden worden verkocht en moest toch proberen de selectie op niveau te houden. Als je dan kijkt naar de resultaten: twee keer Europees voetbal, twee keer de halve finale in de beker en dit seizoen de finale van de beker.”
4. Je noemt een aantal zaken die hebben bijgedragen aan de wederopstanding van AZ na 2008. Een van de redenen is wellicht ook de continuïteit van de organisatie. Jullie werken met schaduwlijsten om belangrijke posities in de club in te vullen. Hoe gaat dat in zijn werk?
“Moet je wachten tot een calamiteit of tot het moment dat iemand weggaat voor je gaat nadenken over een opvolger? Wij werken met een heel simpele filosofie: de opvolger is al geboren. Als er bij ons iemand vertrekt, hebben wij een lijst met namen van mensen die we al jarenlang volgen. Dat weten die mensen zelf niet. We houden ze in de gaten, kijken bijvoorbeeld hoe ze handelen in bepaalde situaties. Hoe reageert een trainer op een persconferentie, je kijkt hoe mensen functioneren onder moeilijke omstandigheden, dat soort zaken. Dat doen we voor alle sleutelfuncties, ook voor mijn functie. Alleen doe ik dat natuurlijk niet zelf.”
“Op die lijstjes staat meer dan één naam. Mensen kunnen natuurlijk ook 'nee' zeggen, al gebeurt dat bij AZ gelukkig niet al te vaak. Ik vraag wel eens bij andere clubs hoe ze dat doen en tot mijn verbazing kijken ze me dan altijd een beetje glazig aan. ‘Als de trainer opstapt? Dat zien we dan wel.’ Het kan heel goed zijn dat we ons lijstje niet nodig hebben. Een trainer bij AZ zit gemiddeld vier tot vijf jaar. Stel dat Verbeek hier nog drie keer bijtekent voor de komende negen jaar, dan is het ook goed. Een mooi voorbeeld is Louis van Gaal. Co Adriaanse ging weg en dat zat er al een tijdje aan te komen. Toen was de simpele vraag: wie is de beste? Dat was Van Gaal, daar was iedereen het over eens. Iedereen echter dacht ook: waarom zou Van Gaal naar AZ komen? Maar als het de nummer één op je lijst is, moet ervoor gaan. We hebben Van Gaal gebeld en binnen twee dagen zaten we met elkaar om de tafel.”
“Ronald Koeman is inderdaad een uitzondering op de gemiddelde tijd dat een trainer bij AZ op de bank zit. Dat was heel vervelend en ik beschouw het ook als de verantwoordelijkheid van ons als directie dat het toen is misgegaan (Koeman werd in december 2009 enkele maanden na zijn aantreden plotseling ontslagen als coach van AZ - red.). We hadden na het behalen van de titel onder Louis van Gaal een coach nodig met internationale ervaring en Koeman voldeed aan ons profiel. Na een goede start ontstond er gaandeweg de eerste competitiehelft echter een mismatch met de groep. Onder Co Adriaanse en Van Gaal was er een bepaalde stijl ontstaan en Koeman was anders, veel losser. Toen de resultaten minder werden leidde dat tot onrust in de groep. Dat had niet zozeer iets met Koeman zelf te maken. Achteraf moet je constateren dat het een inschattingsfout was van ons als directie. Koeman stond indertijd wel op ons lijstje, maar de eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat hij niet bovenaan stond.”
“We hebben een aantal criteria voor de mensen op die lijstjes. Ze moeten aansluiten bij de kernwaarden van de club: we zijn professioneel en ambitieus. We kiezen voor jonge mensen met opbouwende carrières. Mensen die hier drie of vier jaar hun stinkende best doen en daarna meestal een volgende stap zetten naar een grotere club of een grotere competitie. Dan heb je dus ook een trainer nodig die jonge mensen beter maakt, een ontwikkelaar. De trainer is de belangrijkste man bij de club. Ik ben het niet eens met mensen die vinden dat de trainer een passant is. Als je lang genoeg wacht is iedereen een passant. De trainer werkt met de spelers op het veld en dat is je kapitaal. De trainer is dus de belangrijkste man van de club, maar soms heeft hij een andere naam. Daarom zijn wij altijd voorbereid, daarom houden wij mensen in de gaten.”
5. AZ is erin geslaagd een kloppend huishoudboekje te krijgen, maar bij veel clubs - vooral in ons omringende landen – is het nog steeds mogelijk om met torenhoge schulden door het leven te gaan. Wat vind je daarvan?
“Dat is inderdaad wel eens frustrerend. De UEFA en de FIFA roepen veel over financial fairplay, maar dat gaat niet werken. Dat is allemaal voor de bühne. Wij hebben bijvoorbeeld nog geld te goed van Valladolid (Haris Medunjanin, red.) en Parma (Graziano Pellè, red.). Je kunt ons verwijten dat we geen bankgarantie hebben gevraagd aan Parma, maar goed. Pellè moest toen weg want zijn salaris drukte te zwaar op de begroting en toen hebben we een risico genomen. Met Valladolid was het helemaal frustrerend. Wij hadden nog een kwart miljoen te goed op het moment dat Medunjanin voor negen ton werd doorverkocht naar Israël. Alle transfers gaan via de UEFA en de FIFA, die moeten er toestemming voor geven. De UEFA heeft bepaald dat clubs die nog schulden hebben bij andere clubs geen Europees voetbal mogen spelen. Maar daar raak je een club als Valladolid niet mee. Ik heb voorgesteld dat de UEFA geen toestemming geeft voor een nieuwe transfer als een club nog schulden heeft bij een andere club. Da vond iedereen een prachtig idee en vervolgens is het niet uitgevoerd. Dat heet politiek. Overigens hebben we dit probleem vooral met clubs uit de zuidelijke landen. Iedereen roept van alles over het Oostblok, maar daar verkijken mensen zich op. We hebben nu een paar keer zaken gedaan met Rusland. Ze komen afspraken na en de betalingsmoraal is geweldig.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.