3 juni 2008
Nieuws
1. Zou dit een ander boek zijn geworden als je met geheel andere mensen zou hebben gesproken?
“Ja, dat denk ik wel. Toeval speelt altijd een rol. Waarom werk ik op dit moment bij AZ? Waarom was ik ooit volleybalbondscoach? En dus ook: waarom heb ik uitgerekend met deze mensen gesproken? Aan de andere kant heb ik dat ook wel zelf gestuurd. Want ik heb er zelf voor gekozen naar bepaalde seminars te gaan. Dat ik dan toevallig aan dat ene tafeltje terecht kwam en in gesprek kwam met die ene interessante persoon, tja, dat weet je niet van tevoren. Andere mensen heb ik gewoon opgezocht in het telefoonboek en vervolgens gebeld. Maar alles is betrekkelijk en dat geldt ook voor dit boek."
"Sommige gesprekken heb ik lang geleden gevoerd. En in mijn boek schrijf ik zelf: daden en uitspraken uit het verleden hebben maar een beperkte houdbaarheid. Dat noemde iemand de ‘halfwaardetijd van de waarheid’. Ofwel, als de halfwaardetijd twee jaar is, betekent het dat na twee jaar de helft van de uitspraken achterhaald is. De wereld staat niet stil. En zelf sta ik ook niet stil. Ik heb het nu geschreven, ik heb de gesprekken nu gefilterd op interessante elementen."
"Misschien heb ik dingen over het hoofd gezien. Volledigheid is ondenkbaar. Thuis heb ik kasten vol met mappen waarin ik van alles bewaar dat ik interessant vind. Daar ben ik doorheen gegaan toen ik het boek ging schrijven, om inspiratie te krijgen. Maar ook om mijn geest op te ruimen. Dat heb ik nodig. En je zult het misschien niet geloven, maar ook toen ik de drukproef van dit boek doorlas, kreeg ik nieuwe inspiratie. Bijvoorbeeld toen ik las over het gesprek met de Benedictijnse monnik, misschien wel het meest bijzondere gesprek dat ik gevoerd heb. Wat ik daarvan leerde: alles wat je doet, moet je goed doen. Neem de tijd voor dingen, tijd is synoniem voor kwaliteit. Je kunt een overvolle agenda hebben, zonder dat je het gevoel hebt het te druk te hebben. Dat hangt sterk af van je instelling en je gedrag, je gewoontes. En die kun je zelf beïnvloeden.”
2. Wanneer is dit boek voor jou geslaagd? Hangt dat van de reacties?
“Omdat ik altijd streef naar succes, zou het antwoord kunnen luiden: voor mij is het boek mislukt als het niet op de eerste plaats terechtkomt van de managementboeken top tien. Maar eigenlijk is het boek voor mij nu al geslaagd, omdat de weg er naar toe zo interessant was. En als ik enkele mensen aan het denken zet met het boek, is het ook al goed. Natuurlijk ben ik ijdel en hoop ik dat het boek een doorslaand succes wordt. Ik kijk uit naar de reacties. Wat ook spannend is: ik heb veertien prominente Nederlanders benaderd met de vraag of ze de drukproef wilden lezen en een cijfer aan het boek wilden geven. Mensen als Erica Terpstra, Sylvia Tóth, Aad Veenman, Hans Hillen en Hans Wijers. Alle namen en de cijfers die ze het boek geven worden gedrukt op een boekenlegger in alle boeken worden gestopt. Ik heb nog geen idee welke cijfers zij zullen geven. Ik hoop eigenlijk op enkele achten en enkele drieën. Dan is het boek kennelijk controversieel. Mijn uitgever vond dit sowieso een ludieke marketingactie.”
3. Kan je voorbeelden noemen van ‘lerende winnaars’ uit de sportwereld? En wie behoren niet tot dit ‘menstype’, om in de termen van het boek te blijven?
“Niet alle coaches zijn ‘lerende winnaars’, bijvoorbeeld de coaches die elke keer hetzelfde kunstje doen zonder zich te ontwikkelen. Een voorbeeld? Okay dan, Leo Beenhakker. Hij kiest heel duidelijk voor een bepaalde stijl, een patroon, en herhaalt dat steeds. Ik moet er eerlijk bij zeggen, ik ken hem niet persoonlijk hoor. Maar ik lees wel alles, bijvoorbeeld interviews met hem. En ik weet dat hij - in tegenstelling tot veel andere coaches - werkelijk nooit naar een congres gaat. Ook kenmerkend: toen hij nog bij Ajax werkte, wilde ik komen kijken naar een training en er een keer met hem over praten. Daar stond hij totaal niet voor open. Er zijn gelukkig genoeg Nederlandse coaches die zich wél willen blijven ontwikkelen. Denk aan Ton Boot, Robert Eenhoorn, Cor van der Geest, Henk Kraaijenhof, Louis van Gaal. Weinig uit het voetbal? Dat valt wel mee hoor. Ron Jans en Foppe de Haan passen ook in het rijtje. En Advocaat, volgens mij de meest onderschatte voetbaltrainer van Nederland. Hij heeft overal succes, overal haalt hij zijn doelstellingen. Met PSV, Glasgow Rangers, Zenit Sint Petersburg. Ja, ook met het Nederlands Elftal. Iedereen viel vier jaar geleden over hem heen vanwege de beruchte wissel van Robben, maar hij haalde wél keurig de halve finale, zoals het doel was.”
“Voetbal heeft behoorlijk veel goed ontwikkelde coaches, maar in het wielrennen valt volgens mij nog veel te verbeteren. Ik zat vorig jaar met een wielrenner van de Rabobank in een forum van een congres georganiseerd door NLcoach. Deze wielrenner vertelde hoe hij zich voorbereidde op het nieuwe wielerseizoen. Dat deed hij helemaal zelf! Er waren geen trainingsschema’s, geen aanwijzingen voor periodisering, niets over voeding. En dat was algemeen beleid, dat had dus niet specifiek met deze wielrenner te maken. Ik stond met mijn oren te klapperen. Zo’n grote sport, waar zoveel geld in om gaat, met zoveel zendtijd op televisie. En dan zo’n amateuristische aanpak. Daardoor snapte ik ook waarom niemand wist waar Rasmussen uithing vorig jaar. De Italiaanse wielrenners waren ooit de eersten die met hartslagmeters gingen rijden. Daarmee behaalden ze meteen een grote voorsprong op alle andere renners. Het gekke is, het baanwielrennen gaat wél professioneel te werk. Neem alleen al de aandacht die Theo Bos aan zijn fiets besteedt.”
4. Als je de inhoud van je boek projecteert op AZ, wat is dan de waarde geweest van het in sportief opzicht bijna rampzalig verlopen afgelopen seizoen?
“Dat ik een extra hoofdstuk aan het boek heb toegevoegd. Op verzoek van de uitgever. Die zei drie maanden voor de verschijning van het boek: ‘AZ staat op de twaalfde plek en jij schrijft een boek over hoe het allemaal beter moet?! Dan neemt niemand je toch serieus?’ Toen heb ik het hoofdstuk geschreven met de titel ‘Zonder contrast is er niets’. Ik schrijf daarin onder meer dat succes een reis is en geen bestemming. Elke beginsituatie op weg naar succes kan tot verschillende eindtoestanden leiden. De eindfase is niet te voorspellen. Zowel bij succes als tegenslag is dus enige bescheidenheid op zijn plaats. Niemand weet het zeker. Het gaat uiteindelijk allemaal om het proces: een duidelijke en consequente lijn die je een kans geeft."
"De lerende winnaar zal zelfs een moeilijke periode als leerzaam en zinvol ervaren. Zijn kracht ligt immers in de zoektocht naar verbetering. Ton Boot zei mij: ‘Afgelopen seizoen is misschien wel het beste dat AZ is overkomen. Tenminste, als jullie er de goede leerpunten eruit halen.’ De lerende winnaar zou dus feitelijk in het walhalla kunnen zitten als hij tegenslagen ervaart. Maar als je sec mijn werk beschouwt, is het afgelopen seizoen niet wezenlijk anders geweest dan het jaar ervoor toen we op een haar na alles wonnen wat je maar kon bedenken. Met dit verschil dat het afgelopen jaar allemaal zo ontzettend veel energie kostte. We zijn zo intensief bezig geweest om het tij te keren. Ik denk dat de trainersstaf en het management een grotere prestatie hebben geleverd dan het jaar ervoor, ook al is het resultaat omgekeerd evenredig. We hebben alle soorten reacties gekregen. Eerst veel kritiek. Vervolgens manoeuvreerde onze omgeving ons in een underdogpositie. En uiteindelijk kregen mensen medelijden met ons, gunden ze ons de overwinning, wilden ze ons helpen. Daar zit je natuurlijk echt niet op te wachten. Als alles goed gaat, zoals vorig jaar, dan geeft je werk je energie in plaats van dat het energie kost!”
5. Over Ton Boot gesproken. Wat hij doet, moet jou enorm aanspreken: om de vier jaar een sabbatical nemen om een jaar lang coaches en trainingen van allerlei takken van sport te bezoeken. Dat past precies in het profiel van de ‘lerende winnaar’. Waarom doe jij dat niet en wat zijn verder je toekomstplannen?
“Tot een jaar of vier geleden ben ik financieel niet in de positie geweest om er een jaar tussenuit te gaan. Ik werkte zo’n dertig uur per week en daarnaast twintig uur als coach, waar ik niet zo veel geld mee verdiende. Bovendien: ik heb gedurende mijn hele leven gedaan wat Ton Boot in zo’n jaar doet: ik ben mij blijven ontwikkelen, blijven leren, ik ben steeds open blijven staan voor andere invloeden. AZ is tot nu toe de plek waar ik het langste werk. Omdat de plek bij mij past. De omgeving van het voetbal is heel dynamisch. Bovendien is AZ een club met grote ambities, met veel ondernemerszin en pioniersgeest. We hebben de vierde begroting van Nederland, dus we kunnen niet alleen ons geld inzetten om onze doelen te halen. Dat moeten we dus op andere, creatieve manieren aanpakken. En dat is heel inspirerend."
"Zo lang de club in beweging is, heb ik het naar mijn zin. Ik ben geen beheerderstype, consolidatie vind ik niet interessant. Of ik ooit nog terugkeer in het volleybal? Pff. Nee. Maar ik durf het bijna niet hardop te zeggen, dan sterft er bij mij iets van binnen. Coachen zit namelijk in je genen. Het gekke is: ik ben sinds ik bij AZ werk nooit meer als volleybalcoach gevraagd! Ondanks de grote successen die ik heb behaald. Dan kan je misschien redeneren dat volleybal financieel niet tegen het voetbal kan opbieden. Maar als je zo redeneert, had Louis van Gaal hier ook niet gewerkt. Soms moet je gewoon durven en de telefoon pakken. Het eerste wat Louis zei toen we hem belden was: ‘ik wist gewoon dat jullie zouden bellen’. Waarom? Omdat hij wist dat AZ zekere ambities had en hij op dat moment beschikbaar was als coach. Goed dus dat we hem durfden te benaderen. In termen van mijn boek: ‘de organisatie moet in alles een winnende houding hebben’.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.