3 juli 2018
Nieuws
Thorwald Veneberg en Margo de Vries vormen met ingang van 1 juli 2018 de nieuwe directie van de KNWU. Het duo volgt Vincent Luyendijk op, die eind mei bekendmaakte de wielerbond na twee jaar te verlaten. Veneberg (40) is al sinds 2008 achtereenvolgens als talentcoach, technisch directeur en bondscoach werkzaam bij de KNWU. De Vries (31) werkt sinds 2012 bij de KNWU, waar zij zich tot nu toe vooral bezig hield met strategie en organisatieontwikkeling. We spreken de nieuwe directie van de wielerbond tijdens het NK tijdrijden in Bergen op Zoom. Af en toe onderbreken we het interview, omdat bondscoach Veneberg een praatje maakt met langskomende wielrenners en natuurlijk ook als hij de kersverse Nederlands kampioen Ellen van Dijk uitgebreid feliciteert.
door: Leo Aquina | 3 juli 2018
1. Toen Vincent Luyendijk directeur werd van de KNWU, zei hij tegen Sport Knowhow XL: 'Een vierjarige olympische cyclus ligt in eerste instantie voor de hand.' Waren jullie verbaasd dat hij al na twee jaar vertrok?
Veneberg: "In eerste instantie was ik wel verrast door het tijdstip en de korte termijn waarbinnen hij daadwerkelijk weg was, maar ik begreep zijn uitleg wel. Vincent is ambitieus, vol energie en hij is constant bezig met nieuwe dingen. Bij de KNWU heeft hij veel dingen opgestart en hij heeft de KNWU daarmee op weg geholpen om echt een moderne bond te worden. We werken niet meer in afdelingen, maar in zelfsturende teams. We hebben een speciaal innovatieteam dat erover nadenkt hoe we producten kunnen ontwikkelen waarmee we het wielrennen in Nederland ook in de toekomst beter kunnen blijven faciliteren. Daarmee kijken we verder dan de waan van de dag. De volgende stap is dat je die dingen ook echt gaat implementeren in het land en daar is bij een bond tijd voor nodig. Dat realiseerde Vincent zich ook en hij zag dat niet als iets waar hij zelf op termijn graag mee aan de slag wilde gaan. Hij is vooral van het initiëren en opstarten."
De Vries: "Wij gaan uitvoeren waarmee Vincent is gestart. Wij hebben 40.000 leden. Als we alleen daarmee aan de slag gaan, maken we het onszelf voor de toekomst wel heel moeilijk. Een bond is een soort overheid van de sport, maar we moeten op zoek naar andere modellen. Daarbij werken we ook samen met andere bonden. Als bond moeten we meer gaan functioneren als onderneming. Misschien moet je in de toekomst wel denken aan een KNWU-bond en een losse KNWU-businessentiteit. We ontwikkelen nu al producten waarmee we ook niet-leden willen bedienen. Een voorbeeld is de Nederlandse wielerschool. Daarmee organiseren we fietsvaardigheidstrainingen op verschillende niveaus. We leren mensen beter in een groep fietsen. Voor sommigen is het al moeilijk om met zijn tweeën naast elkaar door een bocht te gaan, maar anderen zijn al bezig met koppelen en handaflossingen. We zijn continu op zoek naar producten waarmee we de sport maatschappelijke waarde kunnen geven."
2. Jullie gaan nu een tweekoppige directie vormen. Waarom heeft de KNWU daarvoor gekozen en hoe ziet jullie taakverdeling eruit?
De Vries: "Stabiliteit is belangrijk voor de organisatie. Na Huib Kloosterhuis en Vincent Luyendijk wilde de KNWU niet opnieuw iemand van buiten halen. Wij komen van binnenuit en door dit samen te doen kunnen we veel stabiliteit bieden. Mensen kennen de organisatie. De KNWU is niet over één nacht ijs gegaan. We hebben allebei een assessment gedaan en daaruit bleek ook dat we veel aanvullende kwaliteiten hebben."
Veneberg: "Margo is heel precies en ik ben wat flexibeler op basis van routine en ervaring. Margo heeft de afgelopen twee jaar al meegelopen met Vincent, terwijl er de afgelopen maand heel veel nieuwe informatie op mij is afgekomen. Ook in dat opzicht hebben we veel steun aan elkaar. Margo is heel goed in een nauwkeurige voorbereiding en ik kan als puntje bij paaltje komt een goede draai aan dingen geven."
De Vries: "Ik houd me veel bezig met zaken die uit het sportakkoord voortvloeien en met het innovatieteam. Vanuit zijn achtergrond is Thorwald in eerste instantie veel bezig met de technische kant van de sport. We hebben geen technisch directeur meer en zijn niet zo'n grote bond. Dan is drie directeuren wel weer wat veel van het goede.”
Veneberg: "Ik pak de topsport samen met Johan Lammerts op. Hij wordt sporttechnisch manager. Ik doe het baanwielrennen en BMX, Johan doet het veldrijden, mountainbike, wegwielrennen en freestyle BMX. Margo heeft het paralympisch programma in haar portefeuille."
3. De KNWU heeft 40.000 leden, maar de populariteit van de racefiets is ongekend. Is de KNWU er ook voor al die ongebonden fietsers en hoe zien jullie in dat verband de relatie met de Nederlandse Toer Fiets Unie?
Veneberg: "Er zijn een kleine miljoen ongebonden fietsers. We hebben niet de ambitie om die allemaal lid te maken van de bond. Dat lidmaatschapsmodel is sowieso verouderd. We willen wel van toegevoegde waarde zijn voor al die ongebonden fietsers. In dat opzicht zitten we in hetzelfde schuitje als bijvoorbeeld de Atletiekunie of het Watersportverbond. We proberen op dat gebied ook samen te werken en van elkaar te leren. In Arnhem hebben we bijvoorbeeld Urban Sports Coalition. Dat is een gezamenlijk project met de Koninklijke Nederlandse Gymnastiekunie KNGU en Sportbedrijf Arnhem. Daarmee richten we ons op jongeren tussen de 10 en 16 jaar, die kunnen via het project BMX-en, freerunnen, skaten of streetdancen. Er is een projectmanager die voor beide bonden werkt. De Urban Sports Coalition is niet alleen maatschappelijk heel relevant, maar ook een belangrijke stap in het organiseren van de sport op doelgroepen in plaats van op organisatie."
De Vries: "De NTFU heeft een iets andere focus dan de KNWU. Zij richten zich op de toerfietser en wij doen dat specifiek op mensen die zich op de fiets willen verbeteren, vaak ook met een competitie-element. Dat hoeft overigens niet altijd tot het daadwerkelijk deelnemen aan een wedstrijd te leiden, terwijl men dat wel vaak van onze activiteiten verwacht. Juist in het bereiken van de grote doelgroep en ontwikkeling van nieuwe producten zetten we onze jarenlange kennis en ervaring in en geven we vorm aan onze why: 'Wij maken iedere fietser continu beter'. Met iedere fietser bedoelen we iedereen die fietsen als zijn of haar sport ziet. We zien elkaar niet als concurrent en we proberen zoveel mogelijk samen te werken als wielersportbonden. Iets wat we ook steeds meer doen met andere belangenbehartigers van de fietsers zoals de Fietsersbond, ANWB en het fietsplatform."
Veneberg: "Als het om topsport gaat, is het wielrennen op allerlei manieren op zoek naar vernieuwing en daar willen we als bond ook een rol in spelen. Wij werken bijvoorbeeld veel meer en beter samen met de commerciële ploegen. Vroeger was de bond er voor het opleiden van talent en als ze naar de profs gingen, waren we ze kwijt. Dan mocht de bondscoach nog één week per jaar met de toppers op stap voor het WK en dat was het. Tegenwoordig kijken we op allerlei gebieden hoe we als bond en commerciële ploegen samen kunnen werken. Het project om Tom Dumoulin naar de wereldtitel tijdrijden te begeleiden, is daar een voorbeeld van. Daarin hebben we de expertise en de middelen van de bond en de ploeg gezamenlijk ingezet om tot een topprestatie te komen. Als het gaat om jonge renners faciliteren wij als bond ook. De jongens die net langskwamen, rijden voor de SEG Cycling Academy, waar ze de opleiding krijgen en het materiaal. Als bond nemen we ze mee naar internationale wedstrijden om ervaring op te doen."
De Vries: "In breder opzicht zijn we als bond bezig met innovaties om het wielrennen aantrekkelijker te maken voor het grote publiek. Wij juichen nieuwe wedstrijdvormen zoals de Hammer Series toe. Niet ieder experiment hoeft in dat opzicht te slagen, als je maar blijft zoeken naar vernieuwing. Zelf zijn we bijvoorbeeld nauw betrokken bij de organisatie van de beach races, die een groot succes zijn. Ook fixed gear wedstrijden zijn populair, met de NL Crit Series krijgt deze discipline ook steeds meer vorm. Wie weet wordt dat straks op de Olympische Spelen van Los Angeles olympisch en komt dit verder in een stroomversnelling. Zo ging dat ook met freestyle BMX."
4. Een specifieke vraag voor Thorwald: jij bent zelf renner geweest. In hoeverre was jouw ervaring als renner belangrijk in de functies die je daarna bij de KNWU hebt gehad? En hoe combineer je nu je baan als algemeen directeur met je rol als bondscoach. Je bent in zekere zin je eigen baas. Kun je jezelf ontslaan?
Veneberg: "Na mijn rennerscarrière ben ik in eerste instantie aan de slag gegaan als talentcoach bij de KNWU, daarna werd ik technisch directeur, bondscoach en nu dus algemeen directeur. Ik vind het leuk om steeds weer iets nieuws te leren. Dat is ook de motivatie achter deze stap. Ik denk niet dat je per se profwielrenner geweest moet zijn om een goede coach of sportbestuurder te worden. Vroeger werd daar nog wel echt naar gekeken. Dan had je als coach of ploegleider meer krediet als je een mooie erelijst achter je naam had, maar tegenwoordig weten ze het vaak niet eens meer. Ik kreeg laatst de vraag of ik zelf eigenlijk ook wel eens had gefietst, dat vond ik eigenlijk wel grappig."
"Ik heb bewegingswetenschappen gestudeerd met sport als afstudeerrichting. Daarmee heb ik een heel brede basis van kennis over sport. Voor de functie van algemeen directeur heb ik geen specifieke opleiding gedaan. Op dat gebied maak ik gebruik van de ervaring die ik in al mijn eerdere functies heb opgedaan. Wat ik uit mijn rennerscarrière heb meegenomen, is het belang van een veilige sfeer. De profwereld waarin ik renner was, was anders dan tegenwoordig. Destijds waren er echt nog kopmannen en knechten. Die laatsten moesten hun werk doen en hun mond houden.”
“Tegenwoordig is wielrennen veel meer een teamsport waarin iedereen belangrijk is en dat is ook van toepassing op het bondsbureau bij de KNWU. We werken in teams, iedere team is belangrijk en ieder teamlid is belangrijk. Het gaat niet meer alleen om de vedetten. Dat betekent aan de andere kant ook dat ik van iedereen verwacht dat ze verantwoordelijkheid nemen als ze zien dat er dingen fout gaan."
"De combinatie algemeen directeur en bondscoach is natuurlijk intensief. Ik ben als bondscoach nog actief bij een aantal wedstrijden tot en met het WK in Innsbruck. Dat is een project waar ik al langer mee bezig ben en dat kan ik niet zomaar laten vallen. Of ik mijn eigen baas ben? De baas van de bondscoach is het volk en het zijn de media. Als jullie schrijven dat je het allemaal niets vindt, is mijn houdbaarheid als bondscoach beperkt."
"Als bondcoach moet je een duizendpoot zijn. Je bent geen procescoach, zoals bijvoorbeeld in het BMX, waar je het hele jaar met de sporters werkt. Je coacht op de evenementen en tussendoor moet je goed communiceren met de sporters. Je moet zorgen dat de sporters zich op hun gemak voelen. Dat doe je vaak door jezelf ook kwetsbaar op te stellen. We zijn nu bezig met de zoektocht naar een opvolger. Ik heb al gesprekken gehad met een tiental kandidaten. Daarover rapporteer ik terug aan het bestuur en daar komt uiteindelijk één kandidaat voort."
5. Wat zijn de topsportambities van de KNWU op het komende WK in Innsbruck en in de toekomst? En wat vinden jullie ervan dat de Nederlandse kandidatuur voor het WK wielrennen van 2020 waarschijnlijk ten dode is opgeschreven nu de provincies geen steun willen toezeggen?
Veneberg: "Als bond moeten we denken in periodes van acht tot twaalf jaar. In 2008 begon ik als talentcoach met onder anderen Matthijs Büchli. De vruchten daarvan hebben we geplukt op de Olympische Spelen acht jaar later in Rio de Janeiro. Ik denk dat we er inmiddels in alle disciplines goed voorstaan. Ik ben er best trots op dat ik daar als talentcoach samen met Peter Zijerveld een aandeel in heb gehad. De wereldkampioen tijdrijden bij de dames wordt hier op het NK vierde. Dat zegt wel wat over het niveau. Mountainbike is een tijd lang minder geweest, maar ook daar komen nu langzamerhand successen met Anne Tauber, die toch al twee keer podium rijdt in wereldbekerwedstrijden."
"Natuurlijk moeten we niet alleen naar de langer termijn kijken, maar ook de korte termijn in de gaten houden. Innsbruck heeft een zwaar parcours, voor de betere klimmers. Bij de vrouwen zijn dat vooral Annemiek van Vleuten en Anna van der Breggen en bij de mannen hebben we ook verschillende renners die dat goed aankunnen. Wat dat betreft zitten we in een luxepositie. We gaan voor de race geen kopman of kopvrouw aanwijzen. We werken als collectief en we moeten niet tot het laatste colletje wachten."
De Vries: "Wat betreft het WK in Groningen en Drenthe, natuurlijk vinden wij dat jammer. De organisatie is bij ons te rade gegaan of het haalbaar was. Dat moet ook wel als je op de evenementenlijst van NOC*NSF wil komen. Met name op dit stuk zijn we gezamenlijk opgetrokken, waarbij we minder betrokken waren bij onderhandelingen met de provincies over financiering."
Veneberg: "Wij hadden graag gezien dat het was doorgegaan. Een WK in eigen land levert prachtige publiciteit op en met sprinters als Dylan Groenewegen en Danny van Poppel hebben we op een vlak parcours ook goede kanshebbers voor de titel. Bovendien is dit misschien wel een van de laatste kansen om het WK wegwielrennen in Nederland te organiseren. De UCI wil vanaf 2023 alle disciplines in een groot multi-WK organiseren. Dat zal in 2023 wel naar Parijs gaan als testevent voor de Olympische Spelen. Als we al niet in staat zijn om de financiering op te hoesten voor alleen het WK op de weg, denk ik niet dat Nederland de organisatie van zo'n evenement wel rond kan krijgen. Maar goed, de kans op 2020 is nog niet definitief verkeken."
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.