Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan theo hoex voorzitter atletiekunie

5 vragen aan Theo Hoex, voorzitter Atletiekunie

22 maart 2016

Nieuws

Theo Hoex begon vorig jaar aan zijn laatste driejarige termijn als voorzitter van de Atletiekunie, waar hij in 2009 van start ging. Na een CIOS-opleiding begon Hoex zijn loopbaan als gymdocent in het basisonderwijs. Later rondde hij post-HBO en postacademische opleidingen af in sportmanagement, en in 1999 haalde hij een Master Management & Organisation. Hoex was onder meer zes jaar directeur van de volleybalbond, drie jaar plaatsvervangend Directeur Sport van VWS en drie jaar directeur van de wielrenunie, waar hij eind 2007 vertrok. In 2015 ging hij met pensioen als directeur/secretaris van de gemeente Overbetuwe in Gelderland. Als voorzitter van de Atletiekunie hoopt hij komende zomer met de EK in Amsterdam zijn finest hour te beleven.

door: Leo Aquina | 22 maart 2016

1. Op zaterdag 19 maart werd op de Dag van de Atletiek het Brancherapport Atletiek gepresenteerd. Daarin staat dat de Atletiekunie ‘klinkende cijfers’ kan overleggen als het gaat over ledentallen. Toch schrijven de onderzoekers van het Mulier Instituut ook dat verbreding wenselijk is, omdat bijvoorbeeld hogere opleidingsgroepen getalsmatig oververtegenwoordigd zijn in de sport. Wat doet de Atletiekunie daaraan?
“Hardlopen is misschien wel de meest laagdrempelige sport die er is en daarin is natuurlijk ook sprake van ongelijkheid in deelname. Dat geldt zowel voor de 75.000 recreatieve lopers die bij de Atletiekunie zijn aangesloten, als voor de 1,3 miljoen beoefenaren waarover in het Brancherapport wordt gesproken. Wij zijn er natuurlijk voor onze  leden, maar we willen er ook zijn voor al die andere hardlopers. Over het algemeen is het hardlooppubliek redelijk gemêleerd, maar mensen met een hoge opleiding kunnen hun agenda kennelijk makkelijker aanpassen aan hardlopen. Natuurlijk willen wij verbreden, maar we mikken niet speciaal op mensen uit bepaalde opleidingsgroepen. Daar kunnen wij toch weinig aan doen. Met meer leden genereren we meer inkomsten, maar dat is niet de hoofdzaak. Ook onze maatschappelijke rol is belangrijk.”

"Sportbonden oude stijl werkten aanbodgericht, wij willen steeds meer naar vraaggericht werken"

“In het rapport staat dat wij ernaar moeten streven als autoriteit te worden gezien. Een autoriteit ben je omdat anderen vinden dat je het bent. Wij streven daarnaar door kennis te ontwikkelen en samen te werken met andere organisaties. We willen meer zijn dan een administratieve organisatie die de competitie regelt, de sportbond oude stijl. We willen een sportieve onderneming zijn. Wij zijn eigenlijk een marktpartij die zijn klanten tevreden moet stellen. Sportbonden oude stijl werkten aanbodgericht, wij willen steeds meer naar vraaggericht werken.”

“Natuurlijk heb je als ledenorganisatie altijd te maken met de vraag: wat heb ik eraan om lid te zijn? Die voordelen zitten in een aantal traditionele dingen: we organiseren competities; we beheren de wedstrijdkalender; we hebben kaderopleidingen, ontwikkelen, ontsluiten en delen kennis en daarnaast heeft het verzekeringstechnisch voordelen. Maar we kijken buiten onze eigen gebaande paden ook verder dan dit aanbod. Dus ook naar flexibelere verbindingen en voordelen zonder het woord 'lidmaatschap'.

“Neem bijvoorbeeld al die prachtige loopevenementen door het hele land. Dat brengt enorm veel mensen op de been. Die mensen beleven er veel plezier aan en het heeft ook prachtige gezondheidseffecten. Wij organiseren die evenementen meestal niet zelf, daar zitten vaak professioneel geleide organisaties achter. Wij faciliteren wel veel. We maken een wedstrijdkalender, faciliteren juryleden als er sprake is van een wedstrijdcomponent, voeren officiële parcoursmetingen uit om records te kunnen erkennen en we organiseren bijvoorbeeld studiedagen en themadagen zoals de jaarlijkse looptrainersdag, waar ook dit jaar weer elfhonderd mensen waren. Daar nodigen we die lokale organisaties ook uit en we laten de grotere partijen vertellen hoe zij hun evenement organiseren. Je ziet dat al die organisaties bij elkaar welkom zijn, rondkijken en van elkaar leren.”

"Atletiekclubs kunnen op vele fronten samenwerken met andere partijen. Een looptrainer die conditietraining geeft bij de hockeyclub bijvoorbeeld"

“Wij willen voorop lopen in die open cultuur van samenwerking. Daarin stimuleren we de verenigingen ook. Atletiekclubs kunnen op vele fronten samenwerken met andere partijen. Dat gebeurt bijvoorbeeld al veel met scholen, maar ook met gemeenten als het gaat om evenementen, of met andere sportclubs en recreantengroepen. Een looptrainer die conditietraining geeft bij de hockeyclub bijvoorbeeld. Als bond gaan we ook allianties aan, bijvoorbeeld met de Koninklijke Wandel Bond Nederland. Door een gecombineerd lidmaatschap kunnen mensen daardoor aan evenementen van beide bonden meedoen.”

2. Het Mulier Instituut besteedt in haar brancherapport ook aandacht aan de topatletiek. Wat zijn de topsportambities van de Atletiekunie? Zijn de huidige successen - met bijvoorbeeld Dafne Schippers en Sifan Hassan - incidenten of is het een gevolg van structureel beleid?
“Wij hebben de ambitie om op meerdere atletiekonderdelen vertegenwoordigd te zijn in de mondiale top alsook een mondiaal trainingsomgeving te bieden. Daarnaast hebben we de ambitie om eens in de paar jaar een groot internationaal evenement te organiseren, zoals nu de EK Atletiek in Amsterdam. Om de topsport op niveau te houden hebben we de afgelopen jaren keuzes moeten maken. Bij de nieuwe verdeling van de topsportgelden door NOC*NSF een kleine vier jaar geleden, moesten wij ook wel even slikken. Wij hebben toen moeten besluiten om specifiek in te zetten op de sprint en de meerkamp. Dat ging onder meer ten koste van de middenafstand en de werpnummers. Daarom is het des te opvallender dat er nu een talent als Sifan Hassan boven komt drijven op de middenafstand.”

“Sifan is natuurlijk een apart verhaal. Zij is hier helemaal alleen op jonge leeftijd als vluchteling gekomen. Genetisch heeft ze enorm veel talent uit Ethiopië meegekregen, maar aan de andere kant is ze ook het product van het Nederlandse trainingsprogramma. Dat illustreert hoe succes zowel het gevolg is van incidenten als van structureel beleid. Daarin verdient Peter Verlooy (de in 2013 vertrokken technisch directeur, red.) een enorm compliment. Hij heeft met zijn visie een langdurig topsportprogramma neergezet. Natuurlijk heb je talent nodig, maar consistent beleid en deskundig topkader, goede omstandigheden en goede programma’s, financiële mogelijkheden, dat zijn allemaal voorwaarden om er iets van te kunnen maken.”

"Hoewel wij dankzij de sportieve successen over aandacht niet te klagen hebben, is het niet vanzelfsprekend dat daardoor zomaar extern geld binnenstroomt"

3. Geld is een constante zorg in de sport. Hoe zorgen jullie ervoor dat je de topatletiek kan blijven financieren en merken jullie bij de zoektocht naar geldschieters iets van het Dafne Schippers-effect?
 “Hoewel wij dankzij de sportieve successen over aandacht niet te klagen hebben, is het niet vanzelfsprekend dat daardoor zomaar extern geld binnenstroomt. Maar meer aandacht betekent wel dat allerlei partijen gaan nadenken of zij atletiek kunnen gebruiken in hun marketingstrategie. Voor Dafne zelf heeft dat gelukkig al wel effect gehad. Voor ons als bond is dat succes minder makkelijk te kapitaliseren. Wij hebben maar een paar momenten per jaar dat de atleten namens de bond in de schijnwerpers staan. Dat is alleen bij internationale kampioenschappen. Dat maakt het voor een hoofdsponsor lastig. Aan de andere kant gaat die foto van Dafne Schippers in Peking de wereld rond en daar draagt zij het nationale Oranjeshirt. Dat vond Nike waarschijnlijk minder leuk dan onze kledingsponsor Asics, die het met een glimlach heeft aangekeken.”

“Het sportieve succes helpt dus, maar dat gaat niet vanzelf. Je komt iets makkelijker binnen, maar wij zullen als bond echt moeten kijken welke toegevoegde waarde we kunnen hebben. Een recent voorbeeld daarvan is Yakult, dat zich heeft verbonden aan Start to Run. Yakult is een product dat zich wil associëren met een gezonde levensstijl. Je moet als sportorganisatie wel dicht bij jezelf blijven. Toen ik bij de wielerunie werkte, stelde  iemand eens voor dat hij de renners met alle plezier rechtsom zou laten rijden als de sponsors daarom vroegen. Het moet natuurlijk geen circus worden. Usain Bolt die tegen een raceauto loopt, dat is een keer leuk maar je daar kun je de sport niet structureel mee financieren.”

“Ethisch hebben we ook een verantwoordelijkheid. Als atletiekbond worden we geassocieerd met gezondheid. Het is niet voor niets dat bedrijven als Coca Cola en McDonalds zoveel geld in sport steken. Wij kunnen het ons als sportbond niet permitteren om onze sociale en maatschappelijke verantwoordelijkheid, ook ten aanzien van jeugd en gezondheid, te grabbel te gooien voor een paar centen. Wat dealbreakers zijn? Reclame voor roken en drank is inmiddels al verboden, en verder zullen wij moeten sturen en vertrouwen op ons moreel kompas. Voor je het weet beland je in een discussie die je niet wil, of niet kunt winnen.”

"Financieel is de EK Atletiek natuurlijk spannend. Als Atletiekunie lopen we op dat gebied weliswaar geen risico, maar niemand zit te wachten op een financiële strop"

4. Een van jullie ambities is het regelmatig organiseren van grote internationale evenementen. Met de EK Atletiek in het Amsterdamse Olympisch Stadion hebben jullie deze zomer een topevenement naar Nederland gehaald. Hoe staat de organisatie ervoor?
“Ik denk dat we er dankzij een gezamenlijke inspanning goed voor staan. Er zijn natuurlijk altijd kleine dingen die moeten worden opgelost, maar zeker niets dat de essentie van het evenement aantast. Als Atletiekunie zijn we met de gemeente Amsterdam contractpartners. Samen hebben we een LOC (Local Organising Committee, red.) opgericht. Daar speelt de operationele kant zich af. Namens de Atletiekunie zitten bestuursleden John Bos en Ellen van Langen in het LOC. Zij houden ons op de hoogte, maar als Atletiekunie staan we iets verder af van de operationele gang van zaken. Wij hebben natuurlijk wel bepaalde doelstellingen, die wij met nevenactiviteiten willen realiseren. We zijn onder meer actief betrokken bij scholenprojecten rond de EK om kinderen kennis te laten maken met de sport.”

“Financieel is het natuurlijk altijd spannend. Als Atletiekunie lopen we op dat gebied weliswaar geen risico, maar niemand zit te wachten op een financiële strop. Dat straalt toch op iedereen af, al is het grote publiek het misschien weer snel vergeten. De gemeente Amsterdam heeft zich garant gesteld en ik zou het wel heel zuur vinden als zij met een financiële strop blijven zitten. Dat heeft de gemeente niet verdiend, want zij werken heel goed met ons samen. Bovendien zou het slecht zijn voor het imago van de sport. Als je volgende keer weer eens iets wil organiseren en de gemeente om garanties vraagt, zullen ze zich terecht wel twee keer achter de oren krabben. Als ik naar deze organisatie kijk, geef ik de gemeente een dikke pluim. Ze denken en werken volwaardige mee in het hele proces.”

"Je ziet nu al dat de ledentallen bij sommige clubs aantrekken. Al die kinderen willen de nieuwe Dafne Schippers worden”

“De kaartverkoop loopt goed. Onlangs is bekend gemaakt dat al de helft van de kaarten is verkocht. Volle tribunes zijn belangrijk voor een succesvol toernooi, maar veel staat en valt ook bij Nederlandse successen. We hebben vorig jaar een WK roeien in Amsterdam gehad. Het toernooi was perfect georganiseerd, topsport van de bovenste plank, maar geen Oranjesucces. Dan zie je het niet terug op televisie, en dan is de sfeer toch heel anders. Het WK Beachvolleybal vorig jaar liet zien hoe het ook kan. Enthousiasme, televisieaandacht, iedereen wilde erbij zijn. Dat heeft voor een groot deel te maken met de prestaties van de Nederlanders. Voor de verenigingen is zoiets ook belangrijk. Je ziet nu al dat de ledentallen bij sommige clubs aantrekken. Al die kinderen willen de nieuwe Dafne Schippers worden.”

5. Tot slot doping. Na de wielersport lijkt nu de Atletiek aan de beurt. De IAAF ligt onder vuur, vorige week is de Nederlandse sprinter Brian Mariano betrapt. Hoe gaan jullie als Atletiekunie om met de dopingproblematiek?
“Voor de geloofwaardigheid van de sport is het natuurlijk waardeloos. Ik hoorde vorige week van de positieve test van Mariano en de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik best even gevloekt heb. Als Atletiekunie zitten we er naar ons gevoel zo zuiver in. We doen mee aan de campagne van VWS, we intensiveren onze inspanningen om onze atleten zo goed mogelijk voor te lichten. Wij leggen de lat heel hoog. Eigenlijk is mijn komst bij de Atletiekunie daar een indirect gevolg van. Mijn voorganger is vertrokken na de dopingzaak rond Simon Vroemen. Het is zo’n ongelooflijk gevoelig punt. Het huidige bestuur en de directeuren maken in alle opzichten duidelijk wat onze opvattingen zijn en daarover valt niet te discussiëren.”

"Als de Russen hun zaken niet op orde hebben, gaan ze wat mij betreft niet naar Rio"

“Helaas moet het soms misgaan om tot echte maatregelen te komen. Op dat punt zijn we als atletieksport nu beland. Je ziet dingen gebeuren naarmate de belangen groter worden, naarmate er meer geld mee is gemoeid en als er ook nog eens landen zijn waar het organisatorisch allemaal wat minder is. Dat moet nu dan allemaal maar uitkomen. Als de Russen hun zaken niet op orde hebben, gaan ze wat mij betreft niet naar Rio. De spelregels zijn duidelijk en de sancties ook. De beslissing daarover ligt bij de IAAF. Die heeft er een heel zware commissie opgezet. Afgelopen weekend was die bijeen. Er is geconstateerd dat er vorderingen zijn gemaakt, maar dat er nog altijd niet genoeg is gedaan.”

“Ik vind het wel stoer om hierin een helder standpunt in te nemen en ik vertrouw het Sebastian Coe ook wel toe. Die zet zijn reputatie als olympisch kampioen en succesvol organisator van de Olympische Spelen in Londen echt niet op het spel. Natuurlijk wordt hem het verwijt gemaakt dat hij als vicevoorzitter ook al overal bij was. Maar daar vergissen mensen zich in. Hij zal er zelfs als vicevoorzitter ook heel vaak niet bij zijn geweest. Maar in de rol van voorzitter waarin hij nu zit, kan hij zich echt niets permitteren. Seb Coe en de atletieksport hebben  gezien de huidige situatie alles te verliezen en ik vertrouw hem toe dat hij zich, in zijn eigenbelang en dat van de mondiale atletieksport, realiseert dat er geen tweede gelegenheid zal zijn om een eerste indruk te maken.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.