20 november 2007
Nieuws
2. Kan je uitleggen waarom vooral de vrijwilligers de problemen bij de bonden veroorzaken?
“Laat ik voorop stellen dat ik talloze fantastische vrijwilligers heb leren kennen in de afgelopen negentien jaar. Mensen met een enorme drive en passie voor hun sport die eindeloos veel uren investeren om op welk niveau dan ook mensen bij hun sport te betrekken. Voor al deze mensen kan je niets dan lof hebben en het is een feest om met deze gemotiveerde mensen te mogen werken. Echter, er is ook een keerzijde aan de medaille. In de bovenste bestuurslagen botst het in bijna alle bonden tussen vrijwilligers en professionals. En dat is niet vreemd als je ziet hoe het bij bonden werkt. De directies worden aangestuurd door vrijwilligers in een bestuur. Maar andersom moeten die vrijwillige bestuurders door de directie worden aangestuurd om überhaupt iets voor elkaar te krijgen. En dat valt niet mee, kan ik je vertellen. Vrijwillige bestuurders worden namelijk zeker niet altijd gekozen op basis van hun competenties. Je bent immers al blij wanneer mensen zich beschikbaar stellen. Er valt zelden iets te kiezen als nieuwe vrijwilligers gezocht worden voor bestuursfuncties. Bovendien zijn ze wat leeftijd betreft vaak geen goede afspiegeling van de maatschappij en de achterban van de bond. Daardoor is hun kijk op de hedendaagse sportomgeving vaak beperkt en is hun veranderingsbereidheid en –kracht niet optimaal. Bovendien ontbreekt het bij bestuurders onderling vaak aan eenheid en gelijkgestemdheid. Het eigenbelang van vrijwilligers gaat regelmatig voor het gezamenlijke belang van de organisatie als geheel. Overigens zeker niet altijd uit onwil. Onkunde om het grotere geheel te kunnen overzien speelt net zo vaak een rol."
"Al met al is het verschil in kennis en kunde tussen de vrijwillige bestuurders en de professionele directie in sommige bonden te groot. Tel daarbij op het gebrek aan eenheid in een bestuur en de kans op problemen is maximaal. Vervolgens zijn vaak de directeuren de dupe. Zij worden ontslagen, meestal op oneigenlijke gronden. Bijvoorbeeld nadat een nieuw bestuur is gekozen. Of na een koersverandering van het beleid. Het ontslag van een directeur heeft zelden te maken met gebrek aan kwaliteiten. De rest van het personeel kan daarentegen meestal blijven doorwerken als het niet goed functioneert, omdat bij veel bonden de bestuurders betrokken moeten worden bij ontslagprocedures. Hier hebben zij vaak geen kaas van gegeten en het is ook niet leuk om er in je vrije tijd mee te maken te krijgen. Het komt er dan ook vaak niet van om professionele krachten te ontslaan, zelfs als het hard nodig is. ‘Pappen en nathouden’ is bij veel bonden het motto. Zowel incapabele vrijwillige bestuurders als incapabele werknemers kunnen op deze manier kleine langdurige machtsimperiumpjes opbouwen en organisaties met hun disfunctioneren frustreren.”
3. Het huidige beleidsplan van de tafeltennisbond noemt de termen effectiviteit, efficiëntie, transparantie, veranderingsbereidheid en slagvaardigheid als sleutels voor een gezonde toekomst. Zie hier het grote verschil tussen theorie en weerbarstige praktijk?
“Ja die discrepantie is duidelijk. Het is natuurlijk wel heel positief dat het bestuur zich realiseert dat je dit wel moet blijven nastreven, hoe weerbarstig de praktijk ook is. Gelukkig wil men bij de tafeltennisbond ook graag veranderen en hun plannen daarvoor zijn ook zeker heel interessant. De wens om dit alles na te streven zie je ook bij bijna alle andere bonden terug. Dit komt natuurlijk ook door de code ‘Goed Sportbestuur’ die onder leiding van Jan Loorbach een paar jaar geleden is opgesteld. Maar in de meeste gevallen lukt het niet. Jij noemt het de weerbarstige praktijk. Ik ga een stap verder en ik denk dat het gewoon niet kan in de huidige structuur. Bonden moet je beschouwen als hele grote verenigingen en die zijn nu eenmaal niet zo makkelijk slagvaardig en efficiënt te leiden. Dat geldt in mindere mate ook voor sportverenigingen. Omdat die op een veel kleinere schaal werken zijn hun problemen vaak navenant kleiner, maar niet wezenlijk afwijkend van de problemen waar een bond tegenaan loopt. Zeker wanneer je naar grote verenigingen kijkt met betaalde medewerkers zie je veel parallellen tussen de problemen van de bonden en dit soort verenigingen. De roeibond heeft eens uitgerekend dat ze in de totale organisatie voor ongeveer 800 fte’s aan vrijwilligers hadden rondlopen. Bij veel bonden kennen ze een grote hoeveelheid vaste commissies en werkgroepen, allen geleid door vrijwilligers! Dat werkt niet meer."
"Ik ben een grote voorstander van professionalisering van het totale bondsapparaat. Het huidige bestuur en de huidige Bondsraad of ledenvergadering zouden helemaal afgeschaft moeten worden en daarvoor in de plaats zou een Raad van Bestuur moeten komen met beperkte, toezichthoudende bevoegdheden. De functies van het huidige Bondsbestuur zouden naar het bureau moeten worden overgeheveld. Dan houdt een bond natuurlijk op om vereniging te zijn maar je kunt je afvragen of dat erg is. Nergens worden ledenvergaderingen goed bezocht en de mensen die wel naar ledenvergaderingen komen zijn over het algemeen niet die mensen die ook daadwerkelijk met de voeten in de klei het echte werk doen in de georganiseerde sport. Bovendien, met maar één of twee vergaderingen per jaar kunnen broodnodige ingrijpende veranderingsvoorstellen slechts moeizaam worden doorgevoerd.”
4. Zijn we er dan of moet er nog meer veranderen?
“Het is mijn beleving dat je met een andere structuur in ieder geval veel slagvaardiger naar de toekomst kunt opereren. Onze omgeving vraagt nu eenmaal andere dingen van de sport dan in het verleden. Maar we zijn er niet met alleen een nieuwe structuur. We moeten ook naar een andere cultuur toe. Waarin men in staat is en bereid is om keuzes te maken. Ik zal een voorbeeld geven. We willen met zijn allen bij de toptien van de wereld horen. Dat is een nobel streven, maar het kost ongehoord veel geld. Alle bonden met topsportinspiraties investeren bakken met geld in de topsport. Echter, in deze wereld zijn met gemak tien landen te bedenken die vinden dat schoolopleiding ondergeschikt is aan sportprestatie. Wij in Nederland vinden dat niet en we zouden dat ook niet moeten willen. Zolang we dit laatste als uitgangspunt nemen kan Nederland bij een aantal sporten niet bij de beste tien horen, ongeacht hoeveel geld je in die sport investeert. Je moet dan óf eerlijk tegen elkaar zeggen dat een toptienklassering er niet in zit en je met minder ook genoegen neemt, óf je moet alleen nog in die takken van sport investeren die wel een toptien klassering kunnen halen. Geen van beide keuzes wordt gemaakt, althans in ieder geval niet hardop. Op deze manier blijf je heel veel geld over de balk gooien omdat je de vooraf gestelde doelen per definitie niet kunt halen. Dan mankeert het dus of aan de gestelde doelen, of aan de uitwerking ervan.
En geld is toch nog steeds een schaars goed. De subsidie van de overheid gaat sinds een aantal jaren niet meer zoals voorheen voor een groot deel rechtstreeks naar de bonden. Maar tegelijkertijd vinden we dat sport laagdrempelig en dus goedkoop moet blijven. Doordat we dit op alle fronten blijven uitdragen én door de veelal conservatieve achterban zijn contributieverhogingen vaak nekbrekers, zowel op verenigings- als op bondsniveau. Om meer financiële armslag te krijgen, moet de prijs van producten die de georganiseerde sport aanbiedt drastisch omhoog. Het is bizar dat bij veel bonden het lidmaatschap van een vereniging onder de tien euro per maand blijft terwijl je zoveel kan sporten als je wilt, vaak ook nog onder begeleiding! De afdracht van de vereniging aan de bond is nog erger. Deze komt vaak niet of nauwelijks boven de tien euro per lid per jaar voor een basislidmaatschap. Dit heeft te maken met het eerder genoemde motto dat sport vooral laagdrempelig moet blijven. Op die manier kan je eenvoudigweg niet de broodnodige professionalisering doorvoeren."
"Het wordt tijd dat er onderzoek gedaan wordt naar de mensen die anders georganiseerd sporten. Waar komen deze mensen vandaan? Hoeveel betalen zij voor hun product? Hoeveel invloed heeft de prijs van het product op de keuze die gemaakt wordt? Ik geloof namelijk niet dat de hoogte van de prijs werkelijk een argument is. Voorzover dit wel het geval is, zou de overheid er beter aan doen om in die gevallen gerichte subsidies te verstrekken.
Momenteel zijn er trouwens genoeg voorbeelden van ‘commerciële’ en toch georganiseerde sport. Wanneer je bijvoorbeeld tennis- of golfles wilt, of je wilt leren zeilen, dan betaal je je lidmaatschappen van bond en club en daarnaast ook voor de lessen. En we kunnen toch niet zeggen dat deze sporten aan het doodbloeden zijn omdat niemand dat kan betalen.”
5. De tafeltennisbond ziet zelf als haar grootste probleem dat het aantal leden de laatste jaren steeds maar blijft dalen. Reken je dat jezelf aan?
“Helaas heb ik te kort bij de tafeltennisbond gezeten om dat tij te kunnen teren. Slechts anderhalf jaar. De organisatie als geheel is niet in staat gebleken om het aantal leden te laten stijgen. Daarvoor moeten er eerst fundamentele wijzigingen worden doorgevoerd. Tafeltennis is een sport die in ontzettend veel huishoudens gedaan wordt. Mede doordat bijna iedereen er wel mee in aanraking is gekomen, op scholen en campings bijvoorbeeld. Het is ook een sport die door iedereen beoefend kan worden. Bij uitstek geschikt om laagdrempelig aangeboden te worden en het past perfect in het huidige overheidsbeleid van meer bewegen door middel van sport. Maar om dat te kunnen bereiken moet je wel je achterban, de verenigingen en de vrijwilligers in kunnen zetten. Die vrijwilligers zijn echter niet beschikbaar want die geven al hun tijd en energie aan de competitie. Net als bij veel andere sporten is voor veel mensen binnen de tafeltennisbond de competitie heilig. Alleen als je competitie speelt, tel je mee. Bij clubs spelen ook veel recreanten, maar die komen vaak in de statistieken niet voor. Ze worden door veel verenigingen simpelweg niet opgegeven aan de bond, omdat dat geld kost. Liefst 6,90 euro per lid per jaar! De Fitnessbranche lacht hier om. Daar betaal je echt meer voor dan contributie aan een vereniging, maar aan de deelnamecijfers is dat niet te merken."
"Kortom we moeten ook hier keuzes maken. Om meer mensen te laten bewegen moeten we investeren. Om te kunnen investeren moeten we geld hebben. Maar zoals ik al zei, sport mag niets kosten. Aan de andere kant eisen we wel kwaliteit. Willen we kwaliteit leveren, dan moet daar ook voor betaald worden. Echter, vóór dat dit soort zaken als vanzelfsprekend in de sport geaccepteerd worden, hebben we denk ik een revolutie nodig. Ik heb daar graag aan mee willen werken en wil dat nog steeds, maar zoals ik al zei niet vanuit een bond. Ik wil te graag en te snel veranderingen doorvoeren omdat ik er van overtuigd ben dat dit heel erg hard nodig is. Binnen de huidige structuur kan dat niet. Op die manier raak ik alleen maar vreselijk gefrustreerd omdat ik me zorgen maak over de toekomst van de georganiseerde sport. Ik maak me geen zorgen over mijn eigen toekomst. Ik merk wel wat er op mijn pad komt. Door alle publiciteit rondom mijn vertrek, hebben er al organisaties bij mij aangeklopt om te komen praten. Daar zal de komende tijd heus wel wat uitrollen.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.