Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan rolf thung de nieuwe voorzitter van de tennisbond

5 vragen aan Rolf Thung, de nieuwe voorzitter van de tennisbond

14 december 2010

Nieuws

door: Babette Dessing | 14 december 2010

1. Was je meteen enthousiast toen de KNLTB contact met je opnam om voorzitter te worden?
“Ik werd in het voorjaar door de tennisbond benaderd of ik Karin van Bijsterveld wilde opvolgen. Eigenlijk was ik meteen enthousiast; tennis is altijd een belangrijk deel van mijn leven geweest en het blijft mijn grootste hobby. Maar toch moest ik er even over nadenken. Waarschijnlijk neemt het voorzitterschap ongeveer twintig uur in de week in beslag. Dat is naast mijn werk best veel. Maar ik was al gewend aan aardig wat nevenfuncties. Aangezien ik een eigen bedrijf (People Intouch, red) heb en mijn tijd zelf kan inplannen, valt het voorzitterschap gelukkig wel te combineren. Wel leg ik mijn andere nevenfuncties dan neer. ”

2. Je treedt aan middenin de periode die het huidige beleidsplan 2009-2013 beslaat. Betekent dit dat je in het begin vooral het bestaande beleid moet verstevigen? Of kijk je ook meteen al verder naar de jaren 2014-2018?
“Ik kan daar nog niet zoveel over zeggen, omdat ik pas net een week aan de slag ben.
Op dit moment gaat een heleboel goed bij de KNLTB, maar het kan altijd nog beter. De eerste periode ga ik dan ook vooral veel luisteren, maar ik ben niet iemand die alleen maar op de winkel wil passen. Als ex-proftennisser, bestuurder en voorzitter van een tennisvereniging kom ik niet helemaal blanco binnen, maar ik pretendeer zeker niet de wijsheid in pacht te hebben.”

3. In het beleidsplan staat vermeld dat jaarlijks 90.000 tennissers hun lidmaatschap bij de KNLTB opzeggen. Is dat zorgwekkend?
“Er zeggen inderdaad jaarlijks ongeveer 90.000 mensen hun lidmaatschap op, maar tegelijkertijd komen er ook zo’n 90.000 nieuwe leden bij. Om die aantallen maak ik me niet echt zorgen. De tennisbond is immers een van de stabielere bonden en Nederland heeft ook een hoge tennisdichtheid. In Nederland tennissen ongeveer 1,1 miljoen mensen, waarvan een kleine 700.000 als lid van een van de 1.750 KNLTB-verenigingen. Ik ben wel benieuwd of de economische situatie invloed zal hebben op het ledenaantal. Dat zullen we kunnen zien in het jaarverslag van 2010.”

4. De laatste jaren zijn de commerciële aanbieders in opmars. Hebben tennisverenigingen last van de concurrentie van commerciële tenniscentra?
“Ik zie commerciële tenniscentra niet als een bedreiging, maar eerder als een samenwerkingspartner. Het is juist goed dat ze er zijn, want zo krijgen meer mensen – vooral in de winter – de mogelijkheid om met tennis in aanraking te komen. En veel tennissers, waaronder ik zelf, huren in de wintermaanden een binnenbaan en gaan in de zomermaanden aan de slag bij de vereniging. Je ziet ook veel combinaties van commerciële aanbieders en tennisverenigingen. Dan huren tennisverenigingen de buitenbanen bij de commerciële centra, zodat hun leden daar aan de slag kunnen. Dat was zo bij de Amsterdamse tennisclub Popeye Goldstar en het commerciële park Goldstar waar ik jaren speelde en is ook zo bij het Frans Otten Stadion en de tennisclub DDV waar ik nu ook speel.”

5. De KNLTB ligt met NOC*NSF overhoop over de normen en limieten voor toelating tot de Olympische Spelen. De tennisbond wil dat NOC*NSF de normen van de internationale tennisbond (ITF) volgt, maar NOC*NSF hanteert zwaardere normen. Wat is jouw standpunt hierover?
“Tennis is een van de sporten die wereldwijd het meest beoefend wordt, de competitie is groot, sterk en zeer breed. Dat maakt dat de eisen en limieten van de ITF al erg streng zijn. Ik vind het dan ook onterecht dat NOC*NSF extra normen wil hanteren voor een sport die zo ontzettend groot is. Ik begrijp ook niet waarom NOC*NSF het extra moeilijk maakt. NOC*NSF hoeft onze Olympische kandidaten Thiemo de Bakker of Robin Haase echt niet vier jaar lang financieel bij te staan of een autootje te sponsoren. In het geval van de KNLTB gaat het ook maar over een paar individuele sporters, niet over een heel hockeyelftal plus een zelfde aantal reservespelers. Maar die paar tennissers vertegenwoordigen wel een bond en een enthousiaste achterban van 700.00 leden.”

“Bovendien vind ik het standpunt van NOC*NSF ook erg onhandig. De nationale sportkoepel wil toewerken naar een Olympisch sportklimaat in 2016 (waar ik overigens voor tweehonderd procent achtersta) en een kandidatuur voor 2028. Als je ook tennissers naar de Olympische Spelen stuurt, zorg je ervoor dat die 1,1 miljoen tennissers nog intensiever de Spelen gaan volgen. Bovendien moet je de Olympische Spelen bij tennissers juist zo veel mogelijk promoten, want voor tennissers zijn de Spelen toch minder belangrijk dan voor andere sporters. Grand Slams winnen zijn immers het hoofddoel in de tenniswereld. Wimbledon winnen, daar ga je voor als proftennisser. Natuurlijk zou het mooi zijn als de Olympische Spelen voor tennissers net zo belangrijk of nog belangrijker worden dan Wimbledon, maar daar werkt NOC*NSF op deze manier niet echt aan mee. Of het inderdaad een zaak is die eventueel voor de rechter komt, zoals mijn voorganger Karin van Bijsterveld voorstelde? We moeten met goede argumenten komen en proberen NOC*NSF te overtuigen. Maar ik sluit niets uit.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.