Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan robert eenhoorn technisch directeur honk en softbalbond

5 vragen aan Robert Eenhoorn, technisch directeur honk- en softbalbond

26 juni 2012

Nieuws


door: Leo Aquina | 26 juni 2012

1. De wereldtitel van vorig jaar was een ongekend succes voor het Nederlandse honkbal. Heeft dat succes de sport een nieuwe impuls gegeven?
“Het heeft de sport in Nederland meer bekendheid gegeven. De mensen die je op straat tegenkomt, weten het wel. Dat is natuurlijk wat waard, maar het is ook weer niet zo dat ik de volgende dag de potentiële sponsors van me af moest slaan. Dat begint nu allemaal langzaam op gang te komen. Als je kijkt naar de aanwas van jonge leden bij de bond heeft het ook wel effect gehad, maar om echt te groeien als sport moet je niet alleen jonge kinderen binnenhalen, je moet ook zorgen dat je ze behoudt. Dat heeft weer te maken met wat je als sport te bieden hebt. Is het leuk en gezellig bij de clubs? Is het goed georganiseerd? Met dat soort zaken zijn we wel bezig. We hebben bijvoorbeeld een straatspel ontwikkeld, BeeBall. Dat is makkelijk te leren, veilig en je hoeft niet meteen met zijn negenen te zijn want je kunt het al met zijn vijven spelen. Dat concept lag er al en we hebben daarmee natuurlijk meteen meegelift op de extra aandacht die we kregen. Maar ik vind het nog wat vroeg om te zeggen wat het effect van die titel is geweest. Net zoals er jaren werk zitten in het behalen van die titel, moet je ook de tijd nemen om te zien wat het echt oplevert.”

“Wat media-aandacht betreft, staan we als honkbal natuurlijk niet op de eerste plaats. Voetbal is de nationale sport, daar kun je niet omheen. Iedereen praat over voetbal, iedereen vindt er wat van en vervolgens vinden allerlei mensen het weer vervelend dat mensen er iets van vinden. Maar het feit dat iedereen over je praat, is ook de reden dat je een dikbelegde boterham verdient. Die aandacht voor het voetbal is – ook als het slecht gaat – vanzelfsprekend en dat is prima. Die vanzelfsprekendheid hebben we niet in het honkbal. De enige manier waarop wij aandacht kunnen krijgen, is door prestaties te leveren. Wij krijgen het niet voor niets. Er is voor de media in Nederland een aantal sporten erg belangrijk en een aantal helemaal niet. Wij zitten daar een beetje tussenin. Maar natuurlijk denk ik wel eens, we hebben in Nederland een top-10 ambitie en we willen heel veel… Als je dan een WK wint en het jaar daarop is het EK in Nederland, dan hoop je dat grote mediabedrijven er een beetje rekening mee houden. Dan is het jammer als dat niet gebeurt.”

2. Honkbal verloor na Beijing 2008 zijn olympische status. Wat betekent dat voor de sport, verwacht je dat honkbal die status terugkrijgt en hoe zou je het IOC ervan willen overtuigen dat honkbal op de Spelen thuishoort?
“Met het verliezen van die olympische status loopt de sport wereldwijd als ik me niet vergis zo’n dertien miljoen dollar per jaar mis. Er is internationaal gezien maar één organisatie die dat op kan vangen en dat is de Major League Baseball, daar gaan miljarden in om. De internationale ontwikkeling van de sport is op dit moment in hoge mate afhankelijk van de MLB. Er wordt hard gewerkt aan het terugkrijgen van die olympische status. Honkbal hoort in mijn optiek ook thuis op de Spelen. Het is de populairste sport in veel enorm grote sportlanden; Amerika, Japan, Korea, Cuba en een groot deel van het Latijns-Amerikaanse gebied. En het is een wereldwijde sport. De regerend wereldkampioen van de International Baseball Federation komt uit Europa.”

“Of Nederland daarmee structureel tot de wereldtop hoort? Met die wereldtitel hebben we in ieder geval de aansluiting gevonden. Maar die top is natuurlijk enorm breed. Italië is momenteel regerend Europees kampioen en op wereldniveau heb je de Verenigde Staten, Japan, Taiwan, Cuba, Korea, Venezuela, Puerto Rica, de Dominicaanse Republiek, Canada, Australië… Het is ons doel om ons daar definitief tussen te vestigen, die landen hebben allemaal spelers in de beste competities van de wereld en als je van ze wil winnen, moet je zorgen dat je zelf ook spelers in die competitie hebt. Om dat te bereiken moet het pad helder zijn en de voorwaarden worden gecreëerd. We zitten op de goede weg, op dit moment spelen er meer dan vijftig spelers in Amerika. We gaan uiteraard niet meer terug naar twee keer in de week trainen met een aluminium knuppel.”

3. Om dat doel te bereiken doet de honkbalbond veel aan talentontwikkeling. Kun je vergelijken wat er op dat gebied veranderd is ten opzichte van vroeger?
“Er is tegenwoordig veel meer aandacht voor talentontwikkeling en er is veel meer kennis op dat gebied. Tegenwoordig worden talenten ook op veel jongere leeftijd opgepikt. In het honkbal werken we met het longterm athletic development programma. Je houdt rekening met fases in de ontwikkeling. Kinderen moeten bijvoorbeeld eerst leren om te trainen en pas als laatste leren trainen om te winnen. Het belang van talentontwikkeling wordt tegenwoordig echt onderkend en dat betekent dat er meer geld voor beschikbaar is. Het is enorm geprofessionaliseerd. Er zijn structuren neergezet die per sport verschillen. In het honkbal halen we de talenten weg bij de clubs. We hebben zes regionale talentencentra waar we spelers tussen de twaalf en achttien jaar opleiden. Die talentencentra spelen in een onderlinge competitie, waardoor ze worden uitgedaagd op hoog niveau. Je hebt natuurlijk die fameuze tienduizend urenregel, maar het gaat er niet alleen om dat je die uren maakt, maar ook dat je die uren kwalitatief goed invult. Met die talentencentra kunnen we regionaal de beste mensen in de begeleidingsstaf zetten en kunnen we het allemaal goed organiseren. Rond hun achttiende gaan de spelers allemaal weer terug naar hun club, of naar Amerika als student of als prof.”

“Die regionale talentencentra zijn begonnen met een opleidingscentrum in Rotterdam. Toen ik terugkwam uit Amerika was alles nieuw voor me. Tot die tijd was ik alleen maar bezig geweest met mijn eigen honkbalcarrière. Ik begon als coach hij het eerste team van Neptunus en we werden een paar keer kampioen. Toen ben ik mijn aandacht gaan verdiepen en ook steeds meer aandacht gaan geven aan de opleiding. Dat heeft in de loop der jaren geleid tot die zes regionale talentencentra. We werken daarin tegenwoordig ook samen met de MLB. Je ziet dat steeds meer spelers aan de bak komen in de Verenigde Staten en dat wil de MLB natuurlijk wel in stand houden. Daar profiteren zij van. De MLB wil dus graag meedoen. Ze participeren financieel, met materiaal, maar ook met kennis. Ze sturen ook mensen hierheen die dan bijvoorbeeld een aantal maanden bezig zijn met onze catchers.”

4. Honkbal heeft de afgelopen decennia een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Dankzij het boek en de film Moneyball hebben we tegenwoordig ook in Europa een beeld van de statistiekenrevolutie in het Amerikaanse honkbal. Wat is de waarde van die statistieken voor het spel en is een dergelijke revolutie ook denkbaar in het voetbal?
“Wij zijn in het honkbal natuurlijk veel en veel verder dan in het voetbal. Ik hoorde laatst Gertjan Verbeek erover praten, want bij AZ zijn ze ook met statistieken bezig. Toen hem werd gevraagd hoe ze naar de cijfers van de tegenstander keken, was het antwoord: ‘Daar doen we minder mee.’ Tja... Bij tactiek gaat het over de optelsom van beide. Wat hebben die cijfers het honkbal gebracht? Door naar het spel te kijken krijg je informatie. Je ziet wat mensen doen en hoe ze het doen. Daar komt altijd je eigen interpretatie bij kijken. Je eigen voorkeuren geven niet altijd het werkelijke beeld. Daartegenover staan die cijfers, de pure ratio. Meten is weten.”

“Als je naar de statistieken kijkt, hoef je geen wedstrijd te zien om te weten wat er daadwerkelijk is gebeurd. Ik zie wat iemand in honderd wedstrijden heeft gedaan, dat is die speler gemiddeld gezien. Zoiets gaat heel ver. Er wordt bijvoorbeeld berekend dat een bal met een bepaalde snelheid in een bepaald gebied rechts in het midveld geslagen altijd een tweehonkslag is. Dat betekent dat iemand die heel vaak zo’n bal slaat, goed is voor een x-aantal tweehonkslagen per seizoen. Zo berekenen ze bijvoorbeeld ook de waarde van een catcher, die een bal op de rand van de plaat vangt en hem slag krijgt ten opzichte van iemand die hem door slecht vangen ‘wijd’ krijgt. Uiteindelijk worden alle statistieken bij elkaar opgeteld en kun je gewoon uitrekenen hoeveel overwinningen de opgetelde kwaliteiten van een team zullen opleveren. Spelers worden op dat soort dingen gescout. Maar het gaat niet alleen om scouting, ook om tactiek. We krijgen bijvoorbeeld cijfers binnen, waaruit wij kunnen opmaken wat de tendensen van een coach zijn of welke pitch iemand hoofdzakelijk gooit, als hij op twee slag staat. Dat is natuurlijk wel lekker om te weten.”

“Natuurlijk is een dergelijke werkwijze ook toepasbaar op het voetbal. Wat zijn bijvoorbeeld de vijf belangrijkste dingen die een linksback moet kunnen? Dat kan ik je niet vertellen, maar iemand uit het voetbal kan dat wel. Als je die vijf dingen gaat bijhouden, kun je in het voetbal cijfers op dezelfde manier gebruiken. Je moet wel goed weten wat belangrijk is. In het honkbal werden altijd al statistieken bijgehouden, maar de manier waarop ze nu worden gebruikt is totaal anders. Vroeger keken we hoofdzakelijk naar slaggemiddelde, als je boven de .300 sloeg werd je miljonair in Amerika. Maar de cijfers waarmee je wedstrijden wint, zijn On Base Percentage en hoe vaak je die bal over de hekken slaat. Er werden dus altijd al statistieken gebruikt, alleen maakten we al jarenlang de verkeerde statistieken belangrijk. Of het in het voetbal snel zal veranderen? Het is natuurlijk een conservatieve en traditionele sport, maar als er iemand komt die het ziet en er op een zinvolle manier mee aan de slag gaat… Billy Beane is er bij de Oakland Athletics mee begonnen. Dat was een kleine club met weinig geld, dus ze gingen op zoek naar andere mogelijkheden. Nederlandse voetbalclubs zitten in Europa in dezelfde positie, dus ze zouden er echt werk van moeten maken. Daar ligt winst.”

5. Hoe heb jij als coach naar het afgelopen EK voetbal gekeken en speelt het wel eens door je hoofd om in een andere sport dan honkbal aan de slag te gaan?
“Het is moeilijk oordelen want je moet er echt inzitten om zo’n ontwikkeling op het EK goed in te kunnen schatten. Maar ik denk dat de conflicten binnen het team uiteindelijk onhoudbaar zijn geworden. Een team maakt verschillende fases door van ratio naar emotie en terug. Wie wil de leider zijn, wie kan de leider zijn? Het kost tijd om daaruit te komen en pas als iedereen dat accepteert, ligt de focus weer op prestatie. Twee weken is een enorm korte termijn voor zo’n proces. Door alle belangen en de volle kalender, ligt er in het voetbal altijd een enorme tijdsdruk op en is er weinig tijd om dat proces al een keer te doorlopen, voordat je naar een belangrijk toernooi gaat.”

“Als je eenmaal in zo’n toernooi zit kun je als coach niet meer sturen op techniek of fysiek. Je kunt alleen nog sturen op tactiek en op het mentale vlak. Over tactiek wil ik als honkballer niet veel zeggen omdat ik ervan uitga dat de mensen die in de sport zelf zitten er gewoon meer verstand van hebben. Wat je op het mentale vlak nog kan doen is, proberen het team aan te spreken op trots en eergevoel. Daarnaast kan je met spelers individueel aan de slag op mentaal vlak, zodat zij puur bezig zijn met hun taak en acties. Natuurlijk heb ik zelf ook wel eens dergelijke processen in een team meegemaakt. Het is niet eenvoudig, als de wil van de spelers er echt niet meer is, kun je het niet meer omdraaien. Dan moet je de dynamiek van de staf veranderen of de dynamiek van de groep.”

“Of ik zelf wel eens denk aan een overstap naar een andere sport? Mijn naam is natuurlijk wel eens gevallen als het minder ging bij Feyenoord, maar ik ambieer het niet. Je moet kijken waar je toegevoegde waarde kan hebben en waar niet. In het honkbal kan ik schakelen, heb ik een netwerk. Als ik morgen de baas van de MLB wil spreken, bel ik en dan weet ik dat ik word teruggebeld. Bovendien heb ik ervaring, ken ik het spel door en door en ken ik de ongeschreven wetten in de sport. Dat maakt dat ik in het honkbal boven de middelmaat uitsteek. Die voordelen heb ik in het voetbal niet. Er zijn natuurlijk wel sportoverstijgende processen waar ik toegevoegde waarde zou kunnen hebben. Ik pleit ervoor dat mensen die zijn opgegroeid in de sport ook op de belangrijke plekken in de organisatie zitten. Mensen maken het verschil, niet de structuur. Aan de andere kant is het belangrijk dat je de ogen niet sluit voor je omgeving en je moet dus ook in andere sporten kijken of er inzichten zijn waar je profijt van kan hebben.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.