Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan rob oudkerk lector leefstijlverandering voor jongeren

5 vragen aan Rob Oudkerk, lector Leefstijlverandering voor Jongeren

6 april 2010

Nieuws

door: Babette Dessing | 6 april 2010

1. U bent als lector Leefstijlverandering bij Jongeren verbonden aan de Haagse Hogeschool. Wat betekent het lectoraat op onderwijskundig gebied voor studenten op dit moment?
“We zijn met een aantal dingen bezig. Zo hebben we een minor ‘Leefstijlcoach’ ontworpen die met veel succes draait. Deze tien weken durende cursus wordt een aantal keer per jaar aangeboden en zit elke keer weer compleet vol. Dat laat wel zien dat we een programma aanbieden wat jongeren interessant vinden. Tijdens de minor leren studenten twee dingen: het coaching-/consulentvak en het doen van onderzoek. Natuurlijk kan een programma dat maar tien weken duurt, niet heel diep op het vakgebied ingaan, maar studenten krijgen wel een basis mee. We hopen dat ze daardoor geprikkeld worden en meer met de opgedane kennis willen gaan doen.”

“Daarom zijn we ook bezig met het ontwikkelen van een tweejarige masteropleiding ‘Leefstijlconsulent Jongeren’. Volgens ons ligt in het begeleiden van jongeren een gat in de markt. Uiteraard coachen dokters, fysiotherapeuten en diëtisten ook, maar die handelen allemaal vanuit hun eigen vakgebied. Wij willen studenten opleiden tot een leefstijlconsulent die de zaak integraal benadert. Dit houdt bijvoorbeeld in dat ze niet alleen met het individu rekening moeten houden, maar met de hele omgeving van de persoon. Er zijn immers tal van factoren die bijdragen aan leefstijlverandering en dat kan niet alleen vanuit één oogpunt worden bekeken. Die consulent wordt door ons daarom in eerste instantie opgeleid hoe hij zelf moet handelen, maar leert daarnaast ook welke mensen benaderd moeten worden die vanuit hun eigen discipline iets kunnen bijdragen aan duurzame leefstijlverandering. Wanneer de master wordt aangeboden? We zullen moeten wachten op de accreditatie. Dat is een langdurige kwestie. Het was onze doelstelling om de master in september 2010 te laten starten, maar dat wordt sowieso een jaar later.”

2. Het lectoraat zelf onderzoekt welke interventiemethoden op het gebied van leefstijl bij jongeren in de praktijk succesvol (geweest) zijn of kunnen worden? Welke projecten op het gebied van leefstijl worden wel én welke niet onderzocht?
“In samenwerking met de GGD in de regio Den Haag bekijken we wat er allemaal gebeurt op het gebied van bewegen, voeding of gedragsverandering. Maar het gaat bij ons alleen om duurzame interventies, want leefstijlverandering is veel moeilijker om vast te stellen dan bijvoorbeeld iemands BMI. Door langdurig onderzoek te doen, proberen we het kaf van het koren te scheiden. We brengen in kaart welke projecten als succesvol kunnen worden beschouwd op grond van diverse criteria. Een nulmeting is natuurlijk een absolute voorwaarde. Verder vergelijken we projecten en verbinden ze op organisatorisch, bestuurlijk en operationeel niveau. Wat werkt het best? Hoe zou je iets kunnen veranderen? Het zijn enorme operaties die soms wel tien jaar duren, maar dan heb je daarna wel een duidelijk overzicht wat je wel en niet moet doen. Vervolgens proberen we om de gemeente zo ver te krijgen dat ze projecten steunen die succesvol blijken en geen belastingsgeld meer steken in initiatieven die niet succesvol zijn. Uiteindelijk gaat er dus een lange periode overheen voordat je weet of een project succesvol is. Maar dat besef is er in Nederland nog niet. Veel projecten lopen maar twee of drie jaar zonder effectevaluatie en dan wordt er wel een conclusie aan verbonden. We hebben gewoon geen geduld voor langdurig onderzoek. Maar je kunt een leefstijlverandering simpelweg niet in één à twee jaar bewerkstelligen.”
 
3. Het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) heeft de Beweegkuur ontwikkeld, een recept van de huisarts voor begeleiding van bijvoorbeeld fysiotherapeuten en diëtisten naar een actievere en gezondere leefstijl. Dit maakt kans om op 1 januari 2011 opgenomen te worden in het basispakket van verzekeringen. Is het lectoraat bij de Beweegkuur betrokken?
“Bij de totstandkoming van de Beweegkuur zijn we niet betrokken, maar we werken wel soms met NISB samen. Zo bespreek ik met NISB-directeur Clémence Ross op welke wijze we van de knowhow van NISB gebruik kunnen maken en vice versa. De Beweegkuur vind ik trouwens een buitengewoon goed idee. Het is eigenlijk heel raar dat begeleiding bij afvallen nog niet in het basispakket is opgenomen. De Beweegkuur past ook goed bij mijn mening dat de regering, opleidingsinstituten en zorgverzekeraars een meer pregnante rol moeten spelen in leefstijlverandering. Maar we moeten onze doelen niet te hoog stellen. Niet iedere Nederlander zal door de Beweegkuur nu gezonder worden en voldoende gaan bewegen. Wel is bewezen dat als mensen er niet zelf voor hoeven te betalen (hoewel dat indirect uiteraard wel gebeurt) en ze een recept krijgen voorgeschreven ze eerder geneigd zullen zijn om te gaan bewegen. Het zal daarom mensen ongetwijfeld aanzetten tot ander gedrag. Of het effectief zal zijn? Ik denk het wel, maar dat moet eerst bewezen worden en dat zal dus over enkele jaren blijken.”
 
4. Eveline Wouters promoveerde vorige week aan de Universiteit van Tilburg. In haar proefschrift concludeert zij dat pubers met overgewicht vaak niet aan lichaamsbeweging durven te doen uit vrees voor letsel. Hoe belangrijk is deze conclusie volgens u?
“Het is een reden die ik al eerder gehoord heb, maar mijn ervaring als huisdokter leert anders. Ik denk dat pubers niet aan lichaamsbeweging doen, omdat ze vaak lui zijn en andere dingen belangrijker vinden. Beweging en gezondheid vinden ze totaal niet interessant. Maar ze vinden het bijvoorbeeld wel verleidelijk om zich helemaal het leplazarus te voetballen zodat ze kunnen winnen van een meerdere. Ze bewegen dan omdat ze het leuk vinden om van de leraar te winnen en niet omdat ze denken: ‘Dat is waar ook, zo blijf ik gezond’. De conclusie van Wouters sluit daarom wat mij betreft goed aan bij het communicatieprobleem met de doelgroep. De communicatie met jongeren in Nederland is namelijk armzalig. We denken nog steeds in dat we de jeugd via Postbus 51-spotjes op televisie en foldertjes in de brievenbus kunnen aanspreken, maar de jeugd communiceert via Hyves, Facebook en Twitter. Ze zijn geïnteresseerd in uitgaan en drinken, en niet in bewegen. We moeten dus eerst anders gaan communiceren. Als we dat niet veranderen, hebben de meeste projecten, beweegkuren en opleidingen die zich richten op leefstijlverandering helemaal geen zin.”

5. Welke rol speelt sport en bewegen volgens u bij de ontwikkeling van succesvolle interventiemethoden om jongeren aan te zetten tot een andere (gezondere) leefstijl?
“Een enorm grote rol uiteraard, maar op het moment dat je tegen een puber zegt ‘je moet een half uur per week aan een apparaat hangen of een uur per week aan spinning doen, want dat is gezond’, gaan ze dat echt niet doen. Het gaat er uiteindelijk om of scholieren bewegen leuk vinden. Maar dat aspect wordt in Nederland enorm onderschat en zo kom je weer bij het communicatieprobleem terecht waar ik het eerder over had. Een goed recent voorbeeld hiervan zie je bijvoorbeeld bij het RIVM. Kijk naar de manier waarop ze de vaccinatiecampagne rondom baarmoederhalskanker voor meisjes van twaalf en dertien jaar hebben aangepakt. Dat is in eerste instantie op een manier gebeurd, waar ik me voor schaam. Effect: een bedroevend lage opkomst. Pas nu hebben ze eindelijk communicatiedeskundigen in dienst die vertellen hoe ze met de doelgroep moeten omgaan. Zo zie je maar weer dat er veel te gemakkelijk over communiceren wordt gedacht. In Nederland hebben we op dat gebied nog een lange weg te gaan. Daarom doet ons lectoraat onderzoek naar hoe je het best met de categorie vier tot twaalf jaar en twaalf tot achttien jaar communiceert. En daar verwacht ik veel van.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.