Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan rob de vries directeur sport bij het ministerie van vws

5 vragen aan Rob de Vries, directeur Sport bij het ministerie van VWS

18 december 2007

Nieuws

door: Peter Hopstaken | 18 december 2007

1. Wat is volgens jou het meest opmerkelijke dat de begrotingsbehandeling de sport heeft opgeleverd?
“Het belangrijkste vond ik dat er in de Tweede Kamer veel steun was voor de keuzes die de staatsecretaris gemaakt heeft. Zij heeft zich bijvoorbeeld hard gemaakt voor de Combinatiefuncties. Dat zijn functies waarbij een werknemer in dienst is bij één werkgever maar voor meerdere sectoren werkt. Denk aan een leerkracht lichamelijke opvoeding die ook sporttrainer bij een vereniging is. Of omgekeerd een sporttechnisch kaderlid van een sportvereniging die ook op school assisteert bij sport en lichamelijke opvoeding. Van de Combinatiefuncties wordt veel verwacht. Het ís ook een mooie regeling. De ministeries van OCW en VWS maken er veel geld voor vrij, structureel zelfs. Een voorwaarde van VWS daarbij is dat het geld wordt besteed aan menskracht bij sportverenigingen. Het mag in onze ogen niet weglekken naar allerlei intermediaire functies. Op die manier gaan sportverenigingen er goed van profiteren. Zij zijn ook echt een belangrijke schakel in dit plan. Bedenk bovendien dat scholen - als ouders dat wensen – binnenkort verplicht zijn om leerlingen na schooltijd aanvullende activiteiten aan te bieden. Sporten kan daar een belangrijk onderdeel van zijn. Dat kan zowel op of rond de school als bij de sportvereniging zelf.”

“Een ander plan van de staatssecretaris dat goed viel in de Tweede Kamer is de impuls voor de gehandicaptensport. Het deelnamepercentage van gehandicapten blijft achter bij dat van valide mensen. Deels doordat er vaak geen sportvereniging om de hoek zit waar gehandicapten terecht kunnen. Ze moeten dus meestal verder reizen dan valide sporters, met alle problemen van dien. VWS financiert momenteel een experimentele vervoersregeling voor gehandicapten die willen sporten. Op basis van de ervaringen met deze regeling willen we komen tot een meer structurele oplossing. Verder heeft de staatssecretaris bepleit – mede in het kader van stimulering van gehandicaptensport - om in revalidatiecentra sport vaker in te zetten als instrument om te herstellen. Het idee daarbij is ook dat een flink aantal mensen na de revalidatie wellicht aan sport zal blijven doen.”

2. Is de staatssecretaris nog in de ‘problemen’ gekomen tijdens de debatten?
“De Tweede Kamer wilde iets dat de staatssecretaris niet kon nakomen, namelijk garanderen dat de levensbeschouwelijke koepelorganisaties een structurele financiële ondersteuning krijgen om hun voortbestaan te garanderen. Maar we kennen tegenwoordig geen subsidieregeling meer die bedoeld is om organisaties in stand te houden. De budgetsubsidies voor de sportbonden zijn een paar jaar geleden immers óók stopgezet. Bovendien, de staatssecretaris kón ook simpelweg niet aan het verzoek van de Tweede Kamer voldoen, omdat in dat geval de gelden dan onrechtmatig – dat wil zeggen niet op grond van de  bestaande subsidieregels – zouden worden toegewezen. Toch heeft de staatssecretaris haar best gedaan om aan de wens van de Tweede Kamer tegemoet te komen. Net als in 2007 is voor het jaar 2008 ten behoeve van de levensbeschouwelijke koepels een bedrag gereserveerd, ter hoogte van ongeveer één miljoen euro. Dit in de verwachting dat er op termijn een structurele oplossing komt voor de financiering van hun bestaan. Die structurele oplossing zou de nieuwe Wet op de Kansspelen moeten bieden. Volgens die nieuwe wet, die volgend jaar aan de Tweede Kamer zal worden voorgelegd, zal de vergunninghouder zelf – in dit geval dus De Lotto - een meerjarenplan moeten maken voor de verdeling van de gelden. Nu verdeelt NOC*NSF dat geld, en de koepel had twee jaar geleden haar algemene ledenvergadering met succes voorgesteld de gelden niet meer ten goede te laten komen aan de levensbeschouwelijke koepels, althans niet als structurele bijdrage. Zoals je weet hebben de koepels daar een rechtszaak over aangespannen, maar die verloren. NOC*NSF was volgens de rechter verenigingsrechtelijk bevoegd om de koepels uit de richtlijnen te schrijven die bepaalden hoe de gelden verdeeld moesten worden. Mogelijk dat de nieuwe Wet op de Kansspelen - die wellicht in 2009 in werking kan treden - weer perspectief kan bieden. Het bedrag dat door ons voor 2008 voor de koepels is gereserveerd heeft in die zin de functie van een overbrugging. Overigens moeten de koepels diensten verlenen voor dat geld, het is uitdrukkelijk geen instandhoudingsubsidie. Al met al is de Tweede Kamer akkoord gegaan met deze aanpak.”

3. Ben je terugkijkend tevreden over het effect van de Breedtesport Impuls en de BOS-regeling?
“Nee en Ja. Nee, omdat in meer dan incidentele gevallen de breedtesportactiviteiten zijn gestopt nadat de subsidie van de Breedtesport Impuls is gestopt. Dat was niet de bedoeling van de regeling, hoewel die tijdelijk was. De gemeenten hadden die activiteiten juist moeten continueren. Immers, de rijksbijdrage was in aanvang hoog en de gemeentelijke bijdrage naar verhouding wat lager. Aan het eind van de looptijd was die verhouding juist andersom in de verwachting dat de gemeenten in de volgende jaren geen probleem met de vervolgfinanciering van de activiteiten zouden hebben."

"Ja, omdat ik blij ben met het effect van de Breedtesport Impuls. Gemeenten voeren niet meer alleen een accommodatiebeleid - wat voorheen wel vaak het geval was - maar in sterkere mate daarnaast een stimuleringsbeleid. Dat is denk ik mede een gevolg van de Breedtesport Impuls. Over de BOS zou ik eigenlijk ongeveer hetzelfde moeten zeggen – dus dat de projecten na de regeling lijken te stoppen - maar met de positieve kanttekening dat we nog vóór de afloop van de BOS-regeling gaan starten met de combinatiefuncties.”

4. De laatste maanden zie je veel bestuurlijke problemen bij sportbonden, waar nogal wat directeuren de dupe van geworden zijn. Wordt het geen tijd voor een professioneler bestuurskader bij sportbonden, juist ook omdat van bonden maatschappelijk steeds meer wordt verwacht?
“Daar ben ik geen voorstander van. De charme van de sport blijft toch dat het bedreven wordt door vrijwilligers. Sport staat voor democratie en voor vrijwillige inbreng. Dat neemt niet weg dat sommige sporten zich zo professioneel ontwikkelen, dat dit vraagt om een zekere professionalisering van de landelijke organisatie. Het professionele voetbal is daar een voorbeeld van. Maar een zekere professionalisering is niet altijd een garantie voor succes. In het verleden hebben volleybal en basketbal ook pogingen ondernomen tot een verdergaande professionalisering, maar dat is minder goed gelukt. Overigens betreft die professionalisering vooral de organisatie en minder het bestuur. Dat is in alle gevallen toch nog steeds gebaseerd op vrijwilligheid. Dat dit soms spanningen oplevert tussen bestuur en professionals kan ik niet ontkennen. Maar een oplossing voor dit spanningsveld is volgens mij niet dat besturen dan ook maar moeten professionaliseren. Want juist het vrijwillig besturen is voor een deel de charme van de sport.”

5. Het jaar 2007 loopt ten einde. Wat vond jij op jouw werkterrein hét hoogtepunt in dit jaar?
“Poeh, dat is best moeilijk. Maar ik kom toch uit op de keuze van de staatssecretaris voor de combinatiefuncties. Ook omdat voor mij de cirkel daarmee rond is. Toen ik in de tachtiger jaren als beleidsmedewerker begon op het ministerie was mijn opdracht om de zogeheten STK’ers – de afkorting staat voor ‘Sport Technisch Kader’ - bij sportverenigingen onder te brengen. Eigenlijk was de STK’er de voorloper van de combinatiefunctionaris. Veel mensen in het veld hebben het ook altijd jammer gevonden dat de STK’ers op een zeker moment weer verdwenen waren. Dat had destijds te maken met een heroriëntatie van de taken van de rijksoverheid. De opvatting was toen dat de rijksoverheid geen steun meer rechtstreeks aan lokale activiteiten zou moeten bieden. Maar je weet hoe het gaat met beleid: ook daar zijn golfbewegingen. Want met de komst van de combinatiefunctionaris geven we nu opnieuw geld voor lokale activiteiten."

"Wel heb ik in de tussenliggende jaren regelmatig gewezen op de spanning die kan ontstaan tussen wat je van sportverenigingen vraag en wat zij kunnen bieden. Sportverenigingen zijn natuurlijk in de eerste plaats opgericht om mensen plezierig te laten sporten. In de afgelopen tien jaar met name is vervolgens steeds meer gevraagd aan sportverenigingen (en ook sportbonden) om verantwoordelijkheid te nemen voor maatschappelijke taken. Dat is natuurlijk een terecht verzoek (er gaat veel gemeenschapsgeld naar sport), maar tegelijkertijd werd verondersteld dat sportverenigingen die gevraagde diensten ook zonder mee zouden kunnen leveren. Met het vrijwillige kader waarover een sportvereniging beschikt, is dat veel gevraagd. In andere sectoren werden daar in het veleden professionele krachten voor aangesteld. In de sportsector werd de oplossing nog wel eens gezocht in allerlei ondersteuningsstructuren, waar de sportvereniging zelf niet veel wijzer van werd. Met de komst van de combinatiefunctie komt daar nu duidelijk verandering in. En met de omvang van het bedrag dat structureel beschikbaar is, kunnen de komende jaren 2500 volledige combifuncties worden gerealiseerd. Dat levert bovendien een echte sportarbeidsmarkt op, waar niet alleen sportverenigingen en brede scholen van profiteren maar ook de samenleving in meer algemene zin. Dat is voor mij beleidsmatig hét hoogtepunt van 2007.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.