15 november 2016
Nieuws
Rita van Driel is een van de hoogste internationale sportbestuurders van Nederland. Zij trad in 2009 toe tot het bestuur van het Internationaal Paralympisch Comité. In die hoedanigheid maakte zij deel uit van de IOC evaluatie- en coördinatiecommissies voor de olympische en paralympische gaststeden van 2010 en 2022. Van Driel is daarnaast ook 'programmamanager gehandicaptensport' bij NOC*NSF. Een interview over hoe zij zelf min of meer toevallig met gehandicaptensport in aanraking kwam, over de verhouding tussen paralympische en olympische sport en over haar rol als lid van de olympische evaluatiecommissie voor 2022.
door: Leo Aquina | 15 november 2016
1. Op je LinkedIn-profiel lezen we dat je in 1984 bent begonnen als schooljuf. Hoe ben je van het onderwijs de sport ingerold?
“Ik kom uit een echte sportfamilie. Mijn broer deed de ALO en dat wilde ik ook. Er was een toelatingsexamen, waarin je moest voldoen aan strenge sportieve eisen en daar had ik mij, mede dankzij een speciaal trainingsprogramma op mijn middelbare school, goed op voorbereid. Mijn toelatingstest ging goed, maar ik kreeg heel slechte cijfers terug. Daar klopte iets niet. Ik had dikke onvoldoendes voor sporten waar ik goed in was. Op mijn middelbare school waren ze ook verbaasd en we gingen navraag doen. Uiteindelijk bleek dat ze mijn cijfers waarschijnlijk hadden verwisseld met die van iemand anders. In plaats van mij de kans te geven een inhaaltoets te doen om te kunnen laten zien wat ik echt kon, vertelden ze me dat ik volgend jaar kon terugkomen. Dat was een enorme teleurstelling en bovendien was ik enorm gekrenkt door die arrogante houding. Ik was echt op mijn ziel getrapt, een sleutelmoment in mijn leven. Ik had er zo enorm naartoe geleefd en nu stond ik met lege handen.”
“De pedagogische academie was een van de weinige opleidingen waarvoor je je niet van tevoren hoefde aan te melden, dus daar ben ik toen naartoe gegaan en ik vond het eigenlijk best leuk. Die opleiding heb ik afgemaakt en ik ben daarna gaan werken. Aansluitend heb ik nog wel een aanvullende opleiding voor lichamelijke opvoeding gedaan, maar ik was gewoon juffrouw op een basisschool in Rotterdam."
"Ik vond het heel leuk. Ik werkte in een echte achterstandswijk, daar woonde kinderen van allerlei pluimage en met elk zo hun ‘eigen uitdagingen’, soms ook wel een crimineeltje in de dop, voor zover je daar op die leeftijd van kan spreken. Dat maakte het juist mooi omdat je als juf zoveel voor die kinderen kunt betekenen. Ik heb tegenwoordig op Facebook nog wel contact met oud-leerlingen. Ze zeggen altijd dat het bij mij in de klas zo leuk was, maar ik was een heel strenge juf. Er waren duidelijke grenzen en daar moest je niet over heen gaan. Dat zorgde ervoor dat er binnen die grenzen veel ruimte was voor plezier.”
“Naast mijn studie en werk was ik actief in het langlaufen. Daar ben ik toevallig mee in aanraking gekomen toen er eens heel veel sneeuw lag in Nederland. Een vriend vroeg of ik mee wilde gaan langlaufen. Hij was de vader van een echte langlauffamilie. Ik volleybalde, maar daar kon ik niet echt mijn ei in kwijt. Langlaufen ging mij goed af en zo rolde ik die sport in. Nederland stelde internationaal niet zoveel voor, maar er was een goede structuur en daar vond ik mijn plek. In 1989 heb ik meegedaan aan het WK in Lahti, Finland. Voor ons was het vooral een strijd met de zogenaamde ‘Lowlanders’, landen als Griekenland en Denemarken, om niet als laatste te eindigen, maar het was een geweldige ervaring. Ik stond toen al voor de klas en ik had een schooldirecteur die mij de ruimte gaf voor mijn sport. Hij zei: ‘Welke kinderen op een basisschool kunnen nu zeggen dat hun juf meedoet aan een wereldkampioenschap.’ Dat ik die ruimte kreeg, was in die tijd echt heel bijzonder en ik ben hem er nog steeds dankbaar voor.”
2. Hoe ben je met gehandicaptensport in aanraking gekomen? En wat is trouwens de juiste benaming?
“De naam blijft ingewikkeld. Tegenwoordig zeg ik altijd ‘sport voor mensen met een handicap’, de mens gaat voor de beperking, dus niet: ‘gehandicapten’. Ik was inmiddels bondscoach langlaufen bij de jeugdploeg. Toen ik een keer op het bondsbureau was, stonden er opeens twee blinde langlaufers letterlijk op de stoep. Zij wilden meedoen aan de Paralympische Spelen. Het was natuurlijk een briljant idee om je onaangekondigd te melden, maar daar dacht ik op dat moment heel anders over. Wij wisten niet goed wat we ermee moesten. Je kunt ze ook niet zomaar wegsturen… De directeur vond het wel iets voor mij. Ik was een beetje verontwaardigd dat ik het zomaar op mijn bordje geschoven kreeg, maar ik ben er toch over na gaan denken.”
“Na een paar dagen vond ik het toch interessant worden. Hier kon ik laten zien dat ik echt een goede coach was. Als je het ideaalplaatje niet kunt zien en je wilt toch de techniek verbeteren, hoe ga je het dan aanpakken? Ik ben toen naar ze toegegaan en heb ze gevraagd hoe ik ze kon helpen. Wat willen jullie? Ik wist immers helemaal niets van gehandicaptensport. Dat is een les die ik coaches nog altijd meegeef. Stel vragen, heb een open mind en wees nieuwsgierig en creatief. Toen ik eenmaal met hen aan de slag was, ging het snel. We gingen voor het eerst naar de Paralympische Spelen in 1992 in Tignes, vlakbij Albertville in Frankrijk. Er ging echt een wereld voor me open. Ik had tot op dat moment alleen nog maar wedstrijden met visueel gehandicapten gedaan, maar er bleken ook mensen zonder armen en benen mee te kunnen doen.”
“Wat ik op de Paralympische Spelen zag, heeft me enorm gemotiveerd. Bij het Nederlands langlaufteam zat op dat moment een meisje - Marjorie van de Bunt - dat een lichte handicap had aan haar arm, waardoor ze haar hand niet optimaal kon bewegen. Zij deed gewoon mee met de valide sporters en ze was best goed, beter dan ik, maar als valide sporter zou ze nooit medailles halen en op de Paralympische Spelen had ze die kans wel. Ik vond het een geweldig plan, maar toen ik het aan haar voorlegde, was reageerde ze boos. Of ik haar gehandicapt vond. Dat was heel pijnlijk en emotioneel.”
“Toch liet het idee mij niet los en ik ben er nog een keer over begonnen. Deze keer had ik beter nagedacht over mijn woorden, bovendien was er een nieuwe Tsjechische trainer bij het team die bekend was met paralympische sport. Hij vroeg meteen: ‘Wat doe jij in dit team? Jij kunt medailles winnen op de Paralympische Spelen.’ Het was opnieuw een emotioneel gesprek, maar Marjorie besloot mee te gaan. Marjories ouders waren altijd heel betrokken bij de sport, maar bij de paralympische wedstrijden kwamen ze in eerste instantie niet kijken. Totdat Marjorie op het EK in 1993 haar eerste medaille won. Ze stond op het podium en klapte voor een andere medaillewinnaar. Haar moeder schoot vol. Ze realiseerde zich opeens dat ze Marjorie nog nooit in het openbaar had zien klappen. Op zo’n moment zie je de kracht van de paralympische sport. Marjorie is uiteindelijk drie keer naar de Paralympische Spelen geweest en heeft tien medailles gehaald, waarvan twee goud.”
3. Mensen klagen vaak dat er te weinig media-aandacht is voor paralympische sport. Afgelopen zomer lazen we een controversiële column van Marijn de Vries, die stelde dat paralympische sport geen topsport is. Hoe kijk jij hier tegenaan?
“Ik vind niet dat het te weinig op televisie is. Die discussie keert iedere vier jaar terug. Toen ik voor het eerst naar de Paralympische Spelen ging, was er één cameraploeg en die was van het televisieprogramma 'Vinger aan de Pols', met Ria Breemer. Dat ging niet over sport, maar over: ‘oh, oh, wat erg, jij bent een been kwijt’. Later kwam er iets meer aandacht toen we in 1994 en 1998 medailles wonnen, maar het is niet te vergelijken met de aandacht die er nu voor is."
"In Duitsland en Engeland wordt bijna alles live uitgezonden, maar daar vind ik de paralympische sport helemaal niet geschikt voor. De kijker vraagt zich dan af waarom hij vijf keer naar een finale van de honderd meter in de atletiek moet kijken. Je moet selecteren en goed uitleg geven. De NOS doet dat beter. Nieuws wordt meegenomen in het reguliere Sportjournaal en in bijvoorbeeld Langs de Lijn. Daarnaast waren er vanuit Rio dagelijks twee uitzendingen met wat er die dag was gebeurd. Herman (van der Zandt, red.) is oprecht geïnteresseerd, goed geïnformeerd en hij kan het ook goed uitleggen. In Londen was het vanwege de kleinere tijdverschillen makkelijker om ook live uit te zenden dan in Rio, maar ik weet dat de NOS nu al nadenkt over de mogelijkheden rond Tokio 2020. Ik vind dat ze het heel goed doen.”
“Die discussie over topsport keert ook altijd weer terug. Ik heb de column van Marijn de Vries gelezen en ik vind het appels met peren vergelijken. Het argument dat topsport gaat over de allerbeste sporters en dat je als je een arm mist nu eenmaal niet de allerbeste zwemmer kunt zijn… Tja, ik kan er niet zoveel mee. De essentie van paralympische sport is dat je een niet-compleet of deels niet functioneel lichaam hebt en dan kun je binnen je eigen categorie nog altijd de allerbeste van de wereld zijn. Natuurlijk zal er altijd discussie zijn over de categorieën, daarom is het ook zo belangrijk om het goed uit te leggen. Iedere sport heeft een categorie met een minimale beperking, maar bij iedere sport is dat anders. Een zwemmer die een hand mist, gaat daardoor echt veel minder hard, maar bij een marathonloper maakt dat eigenlijk niet uit. Topsport of niet? Het blijft een ingewikkelde discussie, daarom ben ik ook blij dat de NOS daarbij weggebleven is in Rio. Daar gaan we het gewoon niet meer over hebben. Overigens komt Marijn aan het eind van haar verhaal wel tot een belangrijke conclusie: dat de Paralympische Spelen verder gaan dan topsport.”
4. Hoe verhouden gehandicaptensport en valide sport zich in bestuurlijke zin? Internationaal zijn het IOC en het IPC twee verschillende entiteiten, maar in Nederland valt alles onder NOC*NSF. Kun je uitleggen hoe dat zit?
“In 2000 is op initiatief van de overheid met elkaar besloten dat we de gehandicaptensport volledig gaan integreren met de valide sport. Dat proces werd ook ondersteund met middelen vanuit het ministerie. Vóór 2000 werd alle gehandicaptensport georganiseerd door Nebas-NSG, maar nu kwam bijvoorbeeld gehandicaptenatletiek bij de Atletiekunie en zitvolleybal bij de NeVoBo. Ik was bij dat proces betrokken als adviseur, vanwege mijn kennis en ervaring in de gehandicaptensport."
"In 2008 werd ik programmamanager bij NOC*NSF. In datzelfde jaar was de subsidieregeling voor Organisatorische Integratie afgelopen. Het technische proces van verantwoordelijkheid overdragen was afgerond, maar ik heb toen bij VWS gepleit voor extra subsidie om de verschillende sporten ook door te kunnen ontwikkelen. Dat geld kwam er tot 2013. Omdat er daarna geen subsidiegeld meer voor gehandicaptensport was, konden we minder ontwikkelen voor deze doelgroep. Ik ben vervolgens bij NOC*NSF twee jaar als programmamanager Sport en Bewegen in de Buurt aan de slag gegaan. In die hoedanigheid heb ik mij vooral beziggehouden met het stroomlijnen van de SportImpuls-regeling.”
“In 2015 kwam er weer geld vrij voor gehandicaptensport. VWS heeft aanvullend op het programma Sport en Bewegen in de Buurt 6,6 miljoen subsidie voor 3,5 jaar vrijgemaakt voor het programma ‘Grenzeloos actief’. Daarvan is overigens 2 miljoen bedoeld voor een bestaande vervoersregeling. De overgebleven 4,6 miljoen euro is bedoeld om sporten en bewegen voor iedereen met een beperking mogelijk te maken, liefst zo dicht mogelijk bij huis."
"We doen dit door het bouwen van een netwerkstructuur van regionale samenwerkingsverbanden. Dat is nodig om de mismatch tussen vraag en aanbod op te lossen. Omdat niet alle verenigingen gehandicaptensport aanbieden, is de zoektocht voor mensen met een beperking die willen sporten vaak lastig. Andersom zijn er verenigingen die wel mogelijkheden bieden en die zijn op hun beurt op zoek naar sporters. In Rotterdam en Arnhem hebben we daarvoor een netwerk ingericht met een centraal punt waar mensen met dat soort vragen terecht kunnen. Dat willen we de komende vier jaar landelijk opbouwen.“
“Vind ik dat er genoeg geld gaat naar gehandicaptensport? Dat is moeilijk. De verhouding tussen gehandicaptensport en valide sport is wel in orde, maar als gehandicaptensport maken we het onszelf soms moeilijk vanwege ons eigen succes. Paralympische sporters maken gebruik van dezelfde regelingen als olympische sporters, bijvoorbeeld de stipendiumregeling. Doordat veel van onze paralympische sporters zo succesvol zijn, maken zij meer en meer gebruik van de stipendiumregeling, en er is natuurlijk maar één pot geld. Daar moeten we dus met z’n allen kritisch naar blijven kijken.”
“Die integrale aanpak van gehandicaptensport binnen de bestaande sportstructuren is enorm succesvol. Er wordt vanuit het buitenland met argusogen naar Nederland gekeken. Samen met Noorwegen zijn wij het enige land waar paralympische en olympische sport onder dezelfde sportkoepel vallen. Dat zorgt voor de nadruk op sport en niet op de beperking.”
“Internationaal zijn het IOC en het IPC echt twee gescheiden organisaties. Dat zag je bijvoorbeeld ook toen we als IPC-bestuur het besluit namen om de Russische sporters volledig te weren van de Spelen in Rio, waar het IOC dat niet aandurfde. We hebben veel krediet gekregen voor die beslissing. We hebben dat gedaan op basis van de feiten die boven tafel kwamen, ook over paralympische sporters, naar aanleiding van vragen die wij stelden over het McLaren-rapport. Wellicht was het voor ons ook makkelijker om dat besluit te nemen. Wij zijn een vereniging met een vijftienkoppig bestuur. De landen zijn onze leden en die kunnen we houden aan hun rechten en plichten en dus ook schorsen. Het IOC heeft een andere organisatiestructuur en daar is die besluitvorming lastiger.”
5. Als bestuurslid van het IPC ben je twee maal lid geweest van de evaluatiecommissie voor kandidaat-gaststeden voor de Olympische en Paralympische Spelen, voor de Spelen van 2010 in Vancouver en de Spelen van 2022 in Beijing. In 2008 was vanwege de mensenrechten er veel kritiek op de Spelen in Beijing. Is het wel verstandig om nu opnieuw naar Beijing te gaan?
“De keus voor een gaststad is een zorgvuldig proces en de evaluatiecommissie bekijkt het hele plaatje, ook de mensenrechtenkwesties. Daar moet je ook heel kritisch in zijn, maar volgens mij los je er niets mee op als je er helemaal niet meer heengaat. Los daarvan, als je dergelijke voorwaarden stelt, hou je alleen nog westerse landen over om de Spelen te houden en die staan niet te trappelen. Voor 2022 hadden we in eerste instantie vijf kandidaten, maar Lviv (UKR), Krakow (POL) en Oslo haakten af gedurende het proces, onder meer omdat de bevolking niet wilde. Uiteindelijk bleven er maar twee steden over.”
“Tijdens het bezoek van de Evaluatiecommissie aan de steden is er een dialoog tussen de bidcommittees en vertegenwoordigers van de regering Uiteindelijk zijn de afspraken over mensenrechtenkwesties en andere zaken - zoals bijvoorbeeld duurzaamheid - vastgelegd. De nu geïnstalleerde coördinatiecommissie komt de komende vijf jaar twee keer per jaar op bezoek en dan wordt er iedere keer over gesproken. Maar wij hebben als evaluatiecommissie maar heel beperkt invloed op de uiteindelijke keuze, want die wordt gemaakt door de IOC-leden zelf. Er is nu onder de nieuwe IOC-voorzitter Thomas Bach een agenda 2020, waarin veel ideeën zijn uitgewerkt over de legacy van de Spelen. Als de IOC-leden het rapport van de evaluatiecommissie goed hadden gelezen en ze hadden een statement willen maken voor die Agenda 2020, dan hadden zij Kazakstan gekozen boven Beijing.”
“Daarmee wil ik overigens niet zeggen dat er in Beijing geen sprake zal zijn van een sustainable legacy. Als je nu in Beijing kijkt naar de erfenis van de Spelen van acht jaar geleden, die is enorm en dan met name de erfenis van de Paralympische Spelen. Ik was er een paar weken geleden en wandelde op een vrij moment op het Plein van de Hemelse Vrede. Daar zag ik veel mensen in rolstoelen op straat omdat er tegenwoordig allerlei faciliteiten zijn voor mensen met een handicap, zoals rolstoelopritjes, blindengeleidelijnen en liften. Mensen met een handicap hebben echt een andere positie in de Chinese maatschappij gekregen. Die legacy moet je niet onderschatten.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.