3 maart 2009
Nieuws
Ik denk dat het aandeel van de bonden dat lid is van de WOS in de toekomst zal afnemen, omdat veel bonden in de komende jaren samengevoegd gaan worden. Daarentegen verwacht ik dat er meer grotere sportverenigingen en meer organisaties die actief zijn op lokaal niveau lid van de WOS zullen worden. Een andere tendens is dat de WOS steeds meer betaalde opdrachten voor derden uitvoert. Zo zijn we momenteel in opdracht van het ministerie van VWS bezig met een onderzoek naar de arbeidsrechtelijke positie van topsporters. Daarnaast regelen we steeds vaker tewerkstellingsvergunningen voor buitenlandse sporters die in Nederland wonen en werken. Je moet bijvoorbeeld denken aan hockeyers, basketballers, rugbyers en cricketers. Dat is soms tamelijk ingewikkeld. Samen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en Justitie proberen we deze procedures te vereenvoudigen.”
2. Als het aantal leden van de WOS in de toekomst per saldo zal afnemen, moeten jullie dan hard aan de slag om nieuwe leden te vinden?
“Ons primaire doel is niet om meer leden te krijgen. Het is wel onze intentie om organisaties die de cao Sport toepassen te helpen met de verdere professionalisering van hun werkgeverschap. Dat doen we bijvoorbeeld door allerlei informatieve producten en hulpmiddelen te ontwikkelen en beschikbaar te stellen. Leden die problemen hebben met hun werknemers kunnen bij ons ook meestal gratis advies krijgen.”
3. Hoe heeft de WOS de afgelopen jaren bijgedragen aan de professionalisering van de sport?
“De afgelopen vijf jaar hebben we de hele cao Sport herschreven en vernieuwd. De oorspronkelijke cao was nogal ambtelijk en paste niet goed bij de specifieke omstandigheden waar de sport nu eenmaal mee te maken heeft. In de sport is het bijvoorbeeld heel normaal om ’s avonds en in het weekend te werken. In de traditionele cao kregen werknemers in die gevallen toeslagen, dat gebeurt niet in de cao Sport. Deze uren worden daar als normale werktijden beschouwd. Daarnaast werken we nu met genormeerde uren per jaar in plaats van per week. Daardoor zijn pieken en dalen veel beter op te vangen. Zoals bij de Skivereniging, waar ’s zomers veel minder te doen is dan in de winter. En bij de KNVB, waar het drukker is tijdens het voetbalseizoen dan daarbuiten. Veel NOC*NSF-medewerkers hebben het extra druk rond de Olympische Spelen. Momenteel leggen we de laatste hand aan een nieuwe cao; de huidige loopt 31 mei af. In de nieuwe cao zal er een sterkere relatie worden gelegd tussen prestaties en beloningen. Sport is inherent aan presteren. Dat zag je nog te weinig terug in de beloningssystemen van organisaties. Nu krijgen werknemers een keer per jaar een functioneringsgesprek. Daarna krijgen ze er automatisch een periodiek bij, totdat ze aan de top van hun schaal zitten. Conform de nieuwe cao zal veel scherper bekeken worden of de eisen die aan een bepaalde functie worden gesteld, passen bij de competentie van de betreffende medewerker. Bovendien zullen jaarlijks concrete afspraken worden gemaakt over de ontwikkeling van de werknemer en deze zullen vervolgens getoetst worden. Afhankelijk van de uitkomst daarvan krijgt de werknemer er wel of niet een periodiek bij. Of een halve. Hoewel de koppeling tussen presteren en belonen in het bedrijfsleven heel gewoon is, geldt dat voor sportorganisaties dus nog niet. Als die koppeling er wel komt, dan denk ik dat de performance van werknemers zal toenemen. Dat geldt ook voor topsporters. In de nieuwe cao zal overigens wel beter dan voorheen rekening worden gehouden met verschillen tussen kleine en grote bonden. Gezien de huidige financiële crisis is het ook niet uitgesloten dat we een zogenaamde nood-cao gaan afsluiten; eentje die slechts voor beperkte tijd van kracht zal zijn, zodat flexibeler op de actuele economische situatie geanticipeerd kan worden.”
4. Hoe kijk je als directeur van een werkgeversorganisatie aan tegen al die bondsdirecteuren die jaarlijks meestal onvrijwillig het veld ruimen na een conflict of meningsverschil met het bestuur?
“De WOS heeft voor de versterking van de positie van bondsdirecteuren samen met NOC*NSF en bonden een aantal acties ondernomen die onder meer betaald werden uit het arbeidsmarktfonds. Zo heeft de WOS meegewerkt aan korte cursussen van vier keer drie dagen; in totaal deden er dertig directeuren en adjunct-directeuren van vooral de minder grote en kleine bonden mee. De directeuren van de grootste bonden ontbraken. De WOS heeft verder een brochure uitgebracht met functiebeschrijvingen en concepten van directiestatuten
voor de directie en het bestuur van een bond. We willen helpen realiseren dat er een gezondere afstand gaat bestaan tussen beide gremia; het bestuur gaat nu nog te veel op de stoel van de directie zitten. Op zich is dat wel begrijpelijk. De bestuursleden beschouwen de sport als een hobby. Die hobby vinden ze leuk en daarom bemoeien ze zich graag met de uitvoering van het beleid. In het bedrijfsleven is zoiets echter heel vreemd. Daar wordt het bestuur vaak Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen genoemd en functioneren ze ook als zodanig; dus als louter toezichthoudend orgaan. Als WOS zijn we tot slot van plan om een masterclass te gaan organiseren. Hierin moet centraal staan hoe je in de praktische uitvoering de taken en bevoegdheden van directie en bestuur duidelijk uit elkaar kunt houden.”
5. Je bent vorig jaar gekozen tot vicevoorzitter van de Europese werkgeversorganisatie voor de sport. Is ‘Europa’ belangrijk voor Nederland?
“Sport internationaliseert steeds meer; het houdt immers niet op bij de Nederlandse grens. We krijgen steeds meer te maken met wet- en regelgeving op Europees niveau, zoals op het gebied van arbeidstijden en arbeidsomstandigheden. Nederland doet het vergeleken met andere Europese landen behoorlijk goed. Zo hebben we bijvoorbeeld een voorsprong met onze cao Sport. Slechts enkele ander landen hebben dat ook. Voor onze topsporters hebben we het in vergelijking met andere landen echter een stuk minder goed geregeld. In Spanje heb je bijvoorbeeld een speciale cao voor basketballers en in Frankrijk heb je wel zes soorten cao’s voor verschillende beroepssporten, zoals voor rugbyers. Met ons huidige onderzoek naar de arbeidsrechtelijke positie van topsporters doen we in ieder geval een flinke stap in de goede richting.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.