26 januari 2016
Nieuws
Remco Boer volgde eind 2012 Clémence Ross op als directeur van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen NISB. Destijds vertelde hij aan Sport Knowhow XL dat NISB aan de vooravond stond van een grote reorganisatie. Inmiddels heeft Boer een tweede reorganisatie en een fusie achter de rug. NISB gaat vanaf januari 2016 samen met Onbeperkt Sportief verder als Kenniscentrum Sport. De organisatie moet het loket voor burgers en professionals worden als het gaat over kennis over sport in Nederland. Boer vertelt over de transitie, de opdracht van de minister en de uitdagingen waar Kenniscentrum Sport voor staat.
door: Leo Aquina | 26 januari 2016
1. Onbeperkt Sportief is opgegaan in NISB en jullie gaan verder onder de naam Kenniscentrum Sport. Waarom een nieuwe naam? In hoeverre hebben jullie je moeten schikken naar de wensen en eisen van de minister?
“Een sterk argument voor de nieuwe naam is dat we daarmee de inbreng van Onbeperkt Sportief op waarde schatten. Het is geen overname van NISB, maar een fusie richting een nieuwe organisatie. Die organisatie verandert in haar kernactiviteit, aandachtsgebieden en ambities. Ook dat legitimeert een nieuwe naam. Bovendien wilde de minister graag een eind maken aan alle afkortingen om duidelijkheid te scheppen. Daar staan Willemijn Baken en ik als directie wel achter.”
“Wij bundelen nu de krachten en nemen het voortouw in de gedachte richting één loket voor sportkennis in Nederland. Het is een verzoek van de minister, maar dat wordt gestuurd door de geldstroom. Als wij hadden geweigerd was er een andere figuur ontstaan. Ik ken deze minister als iemand die doorpakt op de dingen die ze belangrijk vindt. Kijk bijvoorbeeld naar het stopzetten van de subsidies voor de levensbeschouwelijke sportkoepels. Dat hing al jaren boven de markt, maar zij doet het gewoon. Als NOC*NSF de European Games wil organiseren en vraagt of de minister even wil betalen, zegt ze gewoon keihard 'nee'. Als wij deze handschoen niet hadden opgepakt, had de minister daar vanuit gehandeld. Dan was er iets via de geldstroom afgedwongen. Ik vind dit harmoniemodel prettiger en ik vind het inhoudelijk zelf ook een logische ontwikkeling.”
“Ik heb vanaf het eerst moment aan Bart Zijlstra (directeur sport op het ministerie van VWS, red.) laten weten dat hij mij aan zijn zijde had als hij hierop wilde doorpakken. Natuurlijk zijn er zaken waar ik minder blij mee ben, bijvoorbeeld het feit dat wij al langere tijd geen campagnes meer mogen voeren. Daar was de minister al eerder heel stellig in. Zij heeft de leefstijlcampagnes stopgezet. Ik ben het daar niet mee eens. Overal ter wereld worden op alle terreinen campagnes gevoerd om gedrag te veranderen. Bedrijven voeren reclamecampagnes, politici verkiezingscampagnes. Waarom zou een leefstijlcampagne dan niet werken? Dat is wetenschappelijk ook wel aangetoond. De overheid voert ook op andere terreinen campagne, denk bijvoorbeeld aan de BOB-campagne. Dus waarom dan geen leefstijlcampagnes? Maar goed, dat is een politieke keuze en daar moeten we ons naar voegen.”
2. Je zegt: 'De organisatie verandert in haar kernactiviteit, aandachtsgebieden en ambities'. Wat blijft NISB doen wat ze al eerder deed? Wat gaat ze afstoten en wat worden de nieuwe taken?
“We hebben vier kerntaken, de vier v’s: verzamelen, verrijken, valideren en verspreiden van kennis. Dat is nogal wat. Organisaties als universiteiten, sportbonden en bijvoorbeeld NOC*NSF zullen zeggen: ‘Dat doen wij ook’. Wat Kenniscentrum Sport onderscheidend maakt, is dat wij als enige een gedelegeerde verantwoordelijkheid hebben gekregen om in opdracht van de minister te valideren. Er is maar één organisatie in het land waar je kennis over sport op objectiviteit kunt toetsen. Hoe betrouwbaar is de kennis en hoe maak je de kennis toepasbaar voor de praktijk? In tegenstelling tot universiteiten en hogescholen, die vaak regionaal opereren, hebben wij een landelijke functie. Het verschil met sportbonden en NOC*NSF is dat wij een objectieve kennisfunctie hebben.”
“De vier v’s zijn voor een groot deel dingen die we al deden en die we blijven doen, maar we zullen meer focus leggen op de valideringsopdracht. Ik ben ervan overtuigd dat daar onze toegevoegde waarde zit. We moeten veranderen van een organisatie van believers, mensen die anderen wilden overtuigen van het positieve effect van sport en bewegen, naar een organisatie van kenniswerkers. Dat vereist meer distantie. Natuurlijk is er veel goed aan sport en bewegen, maar je hoeft de krant maar te lezen of je weet dat er ook veel negatieve aspecten aan zitten. De incidenten rijgen zich aaneen, met bijvoorbeeld de FIFA en de IAAF. Wij moeten het objectieve beeld geven, dat is wat anders dan campagne voeren om mensen dertig minuten per dag te laten bewegen. Maar het een sluit het ander niet uit: ook vanuit een objectieve optiek kun je leefstijlcampagnes inzetten.”
“We hebben ook daadwerkelijk nieuwe taken gekregen. Waar we ons vroeger vooral bezighielden met sportparticipatie, leggen we ons in de toekomst toe op het hele spectrum, ook de topsport. We zetten een kennisportal op, waarin we overal aandacht aan besteden. Natuurlijk is ook beweegstimulering, waar we ons in het verleden vooral op richtten, nog een onderdeel, maar vanuit de objectieve benadering. Er komen allerlei onderwerpen bij zoals veiligheid, blessurepreventie, doping, enzovoort. In principe moeten wij een loket worden waar iedereen elke vraag kan stellen over sport en bewegen. Die vragen kunnen komen van professionals, maar ook van gewone burgers. Die laatsten bedienen we via allesoversport.nl.
“Als Kenniscentrum Sport zullen we ook nog meer dan in het verleden proberen samenwerking tussen kennisinstellingen te stimuleren. We werken bijvoorbeeld aan de vorming van een platform voor lectoren op het gebied van sport en bewegen bij HBO’s. Dat doen we met een internetplatform, maar ook door fysieke bijeenkomsten te organiseren. Het kennislandschap is behoorlijk gefragmenteerd. Daar is nog veel te winnen. Onderzoek doen is vaak een eenzame bezigheid, dus er is veel behoefte aan manieren om kennis te delen. We willen op termijn ook een dergelijk landelijk netwerk opzetten voor aio’s en mogelijk voor sportbedrijven.”
3. Jullie zijn sinds januari ook het kennisloket over sport en bewegen voor álle Nederlanders, de burgers dus. Hoe geven jullie daar invulling aan?
“Dat doen we in eerste instantie doormiddel van ons platform allesoversport.nl. Of we ook nog andere methodes gaan gebruiken om de burger te informeren, weet ik nog niet. Dat hangt ook van de aard en het volume van de vragen af. Nee, we hebben nog geen callcenter ingericht. We willen vooral veel traffic naar onze portal genereren en daar gaan we op inzetten in onze marketingstrategie. Ik gebruik daarbij steeds het Voedingscentrum als voorbeeld. De bekendheid van het Voedingscentrum zullen wij waarschijnlijk niet snel evenaren, omdat voeding zoiets elementairs is. Wij werken er echter wel naartoe dat mensen als zij een sportgerelateerde vraag hebben via hun zoekgedrag bij ons terecht komen. We hebben ook onderzocht wat de topics zijn die burgers vooral bezighouden. We zien daarbij dat mensen veel vragen hebben over sport en gezondheid, op het gebied van leefstijl of bijvoorbeeld bij blessures. Maar ouders hebben ook vragen over hun kinderen: 'wat zijn de sportmogelijkheden als mijn zoontje ADHD heeft?' Of: 'mijn dochter van zeven heeft talent voor turnen, wat is een gezonde trainingsbelasting gezien haar leeftijd?'"
“We hebben op dit moment in het geheel geen idee over het volume van de vraag, maar we weten uit de tijd dat we nog campagnes voerden wel dat de vraag niet vanzelf ontstaat. We moeten er dus voor zorgen dat we zichtbaar zijn op Google, maar ook op andere plekken. We oriënteren ons op de mogelijkheden van televisie en we werken samen met partners die dezelfde ambities hebben. We zijn op dat gebied bijvoorbeeld intensief in gesprek met de wandelbond, die vier miljoen wandelaars vertegenwoordigt. Wij kunnen zichtbaar zijn op hun site en zij op de onze.”
“We krijgen van de overheid een instellingssubsidie. Dat is een lumpsum voor het functioneren van de hele organisatie. Daarover hebben we afspraken gemaakt met VWS en daar leggen we ook verantwoording over af. Die subsidie is dus onafhankelijk van de vraag die wij krijgen. VWS heeft duidelijk gesteld dat dit het geld is waar we het mee moeten doen. Als die vraag onze ambities of ideeën overstijgt, moeten we daarover opnieuw om de tafel met de minister, maar daar heb ik nog niet over nagedacht. Laten we dat probleem eerst maar eens zien verschijnen.”
4. Het Kenniscentrum Sport is een kleinere organisatie dan NISB was. Hoe heb je de organisatie door die krimp heen geloodst en wat was daarbij de rol van de Raad van Toezicht?
“Toen ik het stokje eind 2012 overnam van mijn voorgangster moest ik meteen al fors reorganiseren. We zijn nu drie jaar verder en we hebben alweer een tweede reorganisatie achter de rug. Ik heb mensen moeten ontslaan en dat is heel belastend, op ieder niveau. Het is vervelend voor de mensen die ontslagen worden en het werkt door in de organisatie bij de mensen die achterblijven. Het is niet fijn om te moeten ‘snijden’, het is fijner om te bouwen en te creëren. Bij de transitie van NISB naar Kenniscentrum Sport moesten we dat allebei tegelijk doen. Aan de ene kant moesten er mensen weg, maar aan de andere kant moesten er ook mensen met specifieke nieuwe kennis bijkomen. Dat is moeilijk uit te leggen, maar als je transparant bent en helder communiceert, kun je wel uitleggen dat er logica achter zit.”
“De Raad van Toezicht is actief betrokken geweest bij de hele transitie en bij het overleg met VWS. Ze zijn zeer betrokken en hebben het proces ook kritisch gevolgd. Ze hebben mij er ook continu op gewezen dat we ervoor moesten zorgen dat we bij het uitvoeren van de opdracht die we meekregen ook voldoende steun en geld kregen van VWS. Aan de andere kant zagen zij ook dat het in de onderhandelingen niet verstandig zou zijn om de opdracht te weigeren, want van dat scenario zou niemand beter worden. De Raad van Toezicht ondersteunt het model zoals dat er nu is volledig.”
“Als organisatie zijn we nu klaar voor de toekomst. De rouw is grotendeels achter de rug. De reorganisatie is ook niet rigoureus van de ene dag op de andere doorgevoerd. Er is de nodige tijd overheen gegaan. Ik vind het belangrijk als organisatie wendbaar te zijn. Je moet dus niet alleen op zoek naar mensen in vaste dienst.”
5. Waarin ligt voor Kenniscentrum Sport het komende jaar de grootste uitdaging?
“In de relatie tot andere kenniscentra moeten we ons bewijzen en dat is extra complex omdat niet iedereen even blij zal zijn met onze positie. Het ombuigen van geldstromen, waar VWS op heeft gestuurd, is niet altijd een stimulans geweest voor de samenwerking. Op organisaties als Sportgeneeskunde Nederland en Veiligheid.nl is flink bezuinigd. Als hen vervolgens wordt gevraagd met anderen samen te werken die op hun gebied zaken oppakken, dan word je dat niet altijd in dank afgenomen. Je krijgt wel vragen als: 'kunnen we dan de rekening ook bij hen neerleggen?' We moeten bij die samenwerking toch iedere keer weer op zoek naar parallelle belangen.”
“In de samenwerking met NOC*NSF ligt ook een uitdaging. Zij doen toch veel zelf als het gaat over kennis en het verspreiden daarvan. Zij hebben bijvoorbeeld hun eigen KISS (Kennis en Informatiesysteem Sport, red.) en ze zijn ook bezig hun eigen labels TeamNL en sport.nl op te tuigen. Dat heeft natuurlijk ook te maken met marketingambities en sponsorproposities. NOC*NSF zegt dat tachtig procent van de kennis die wij ontsluiten ook bij hen aanwezig is. Ik denk dat die claim niet helemaal klopt en ik denk ook dat wij een andere functie hebben. Onze toegevoegde waarde is dat wij het objectieve verhaal vertellen en de sportkoepel staat primair in dienst van de belangen van de georganiseerde sport.”
“De uitdaging voor ons als organisatie is tweeledig. We moeten uitstralen dat we één organisatie zijn. De verhouding tussen voormalig NISB-medewerkers en medewerkers van Onbeperkt Sportief is ongeveer vijf staat tot één. Dat zijn vanaf 1 januari allemaal medewerkers van Kenniscentrum Sport. De nadruk ligt op die nieuwe organisatie en dat roept ook verwachtingen op. De tweede grote uitdaging hangt daarmee samen. We willen als organisatie een centrale positie innemen in een kennisnetwerk en dat kun je alleen maar doen als je eigen organisatie sterk is. Wij moeten die positie tussen alle kenniscentra maar ook in de richting van het vragende veld veroveren. Dat is een mooie en grote uitdaging en ook iets van de lange adem.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.