door: Babette Dessing | 15 maart 2011
1. U bent de nieuwe woordvoerder voor Volkgezondheid, Welzijn en Sport voor D66. Hoe is sport bij u terechtgekomen en wat voor affiniteit heeft u hiermee?
“De fractie van D66 bestaat uit tien leden en daarom hebben we per ministerie de portefeuilles verdeeld. Uiteraard wordt bij die verdeling rekening gehouden wie met welk vlak affiniteit heeft en of diegene ook de juiste kennis daarvoor bezit. Toch had ik eigenlijk een bijzondere positie, omdat ik pas later dan de anderen in de Kamer ben gekomen. Ik ben gekozen met voorkeursstemmen en de officiële uitslag liet een week op zich wachten, maar dat betekent niet dat deze portefeuille als enige nog over was. Aangezien ik bij de AVRO tien jaar lang gezondheidsprogramma’s heb gemaakt, past de sector Volksgezondheid, Welzijn en Sport wel in mijn straatje."
"Van te voren wist ik dat het een moeilijk dossier zou worden. In de zorg staan veel belangen op het spel en er gaat veel geld in om, maar ik vind het buitengewoon interessant. Op het gebied van sport ben ik eigenlijk nog nieuw. Ik heb wel altijd wat aan sport gedaan, maar meer op amateurniveau. Zo zat ik als kind op gymnastiek, en als Friese heb ik het schaatsen met de paplepel ingegoten gekregen. Maar echt een sportfanaat ben ik niet. Wel heb ik ontzettend veel bewondering voor sporters. Die doorzettermentaliteit, de discipline en het vechten voor iets dat je dolgraag wilt, dat vind ik echt iets om trots op te zijn. Maar ook de breedtesport is iets om te koesteren. Zoveel mensen hebben er plezier aan. Het zorgt ervoor dat je nieuwe mensen ontmoet, je maakt vrienden en uiteraard is het zeer goed voor de gezondheid."
2. Wat is u bij het inlezen van het portefeuille Sport het meest opgevallen en waar gingen u handen meteen bij jeuken?
“Eén van de belangrijkste onderwerpen - en waar ik me zeker voor ga inzetten - is om sport als preventiemiddel in de zorg in te zetten. De kosten in de gezondheidszorg rijzen de pan uit. Dat komt bijvoorbeeld doordat steeds meer mensen kampen met overgewicht, wat weer tot gezondheidsklachten leidt als hart- en vaatproblemen en knie- en rugklachten. Sport is een middel dat je kunt inzetten om dit probleem tegen te gaan. Ik vind dat je dan bij de basis moet beginnen. Dan heb je immers de meeste kans dat een levenlang sporten een gewoonte wordt. Kinderen moeten dus genoeg bewegen. Daarbij is het belangrijk dat sport leuk wordt gevonden en eigenlijk moet het op die manier een gewoonte worden om te blijven sporten. Het is daarom belangrijk dat sport een integraal onderdeel van het leven wordt. Ik kan me dan ook erg goed vinden in het Olympisch Plan 2028 en de ambities die daarin zijn gesteld.”
“Daarnaast wil ik me inzetten om sporten voor ouderen vanzelfsprekender te maken en het aanbod te vergroten. Iedereen weet dat sporten gezond is, maar toch is de aandacht om ouderen aan te sporen om te sporten minimaal. Terwijl uit onderzoek is gebleken dat regelmatig sporten betekent dat ouderen tot drie keer gezonder zijn. Hier moet dus verandering in komen.”
“Hoewel ik verder erg blij ben dat sport bij VWS-minister Edith Schippers een belangrijke plaats inneemt, schiet ze op sommige plekken toch tekort. Aan de ene kant belooft dit kabinet veel geld voor sport uit te trekken. De VVD hamert echter op de eigen verantwoordelijkheid en daarom laten ze na om echt te investeren. En dat is natuurlijk jammer, want investeren in sport betaalt zich op den duur altijd uit. Als je kinderen wilt opvoeden met de gedachte dat bewegen belangrijk en leuk is, moeten we daar nu mee beginnen. Daarmee bespaar je later immers op de gezondheidszorg. En het komt ook overeen met het Olympisch Plan 2028, want de kinderen van nu zijn de (top)sporters van de toekomst.”
3. Op 29 november 2010 heeft u een motie ingediend om studenten pabo te verplichten om het vak bewegingsonderwijs te volgen. Waarom is deze motie niet in stemming gebracht?
“Ik heb besloten om daar even mee te wachten, omdat minister Schippers heeft laten weten de inhoud van de motie nader te willen analyseren. Of er echt iets mee gedaan wordt? Dat is lastig in te schatten. Maar de minister heeft aangegeven dat ze het belangrijk vindt dat bewegingsonderwijs op de basisschool een belangrijke rol krijgt. Het zou daarom erg vreemd zijn als zij zich tegen deze motie zou keren. Want het tekort aan (gekwalificeerde) gymleraren is én blijft een groot probleem. Er zijn op dit moment te veel mensen die niet gekwalificeerd zijn om bewegingsonderwijs te geven. Wie kent de verhalen niet van een lerares handvaardigheid die ook even een uurtje gymnastiekles geeft. Niet alleen hebben leerlingen recht op een goede sportles, ze krijgen op deze manier ook niet mee hoe leuk gymnastiek kan zijn, omdat de lerares geen idee heeft wat ze met de les aan moet. Het liefst zou ik uiteraard zien dat op elke basisschool een vakleraar lichamelijk onderwijs les geeft. Maar daar is simpelweg geen mogelijkheid voor. Daarom vind ik het belangrijk dat er in ieder geval leraren zijn met een aantekening voor gymnastiekbevoegdheid. Vandaar ook een motie dat studenten pabo het vak bewegingsonderwijs verplicht moeten volgen, zodat zij de basisvaardigheden van bewegingsonderwijs mee krijgen. Een puur strategische keuze dus.”
4. Hoe is het standpunt van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor leraren Lichamelijke Opvoeding (KVLO) over deze motie?
“De KVLO was niet heel blij met deze motie. Ze willen dat er alleen gekwalificeerde vakleraren bewegingsonderwijs gymnastiek geven. Daar hebben ze ook gelijk in, maar zoals ik al aangaf is dat op dit moment helaas niet realistisch. Uit het onderwijs heb ik wel erg goede reacties op de motie gehad. Zij waren heel tevreden met de mogelijkheid dat pabo-leerlingen de basisvaardigheden van gymnastiek wordt bijgebracht. Hopelijk kan dit plan snel tot uitvoering worden gebracht."
5. VWS-minister Edith Schippers presenteert dit voorjaar haar beleidsbrief Sport. Wat wordt, denkt u haar belangrijkste speerpunt?
“Ik denk dat het geweld langs de lijn een van de belangrijkste onderwerpen in de beleidsbrief is, en dat zou ik een zeer goede zaak vinden. Ongeregeldheden gericht tegen scheidsrechters, vechtpartijen tussen sporters en scheldende ouders die het veld oprennen: het zijn zaken die nog te vaak een grimmige sfeer bij sportwedstrijden veroorzaken. Daar moet harder tegen worden opgetreden, want het maakt de sport minder leuk en onaantrekkelijker. Daarom is het zeer belangrijk dat het kabinet een vuist maakt tegen dit soort onsportief gedrag en dat er aandacht aan wordt geschonken. Hierbij moet je bovendien ook denken aan het probleem van spreekkoren bij voetbalwedstrijden die zich keren tegen homoseksuelen. Er moet echt een einde komen aan de kwetsende liederen op het veld. Daarnaast hoop ik uiteraard dat er in de beleidsbrief sport ook als preventiemiddel wordt opgenomen en dat mijn motie om pabo-leerlingen te verplichten om het vak bewegingsonderwijs te volgen er ook in staat."