Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan philip hennemann oprichter en directeur van infostrada sports

5 vragen aan Philip Hennemann, oprichter en directeur van Infostrada Sports

1 juli 2008

Nieuws

door: Peter Hopstaken | 1 juli 2008

1. Zou je in het kort de geschiedenis van Infostrada Sports kunnen schetsen?
“Ik ben in 1995 begonnen met Infostrada, naast mijn werk voor IBM. In mijn eentje dus! Maar ik had bij de start wel een aantal partners zoals Peter Bonthuis. In 1996 nam ik de eerste medewerkers aan en vanaf 1997 ging het hard. Het toenmalige Philips Media besloot te investeren in Infostrada, waardoor we konden groeien naar acht fte’s. Kort daarna kreeg Philips het moeilijk en stapte het uit mijn bedrijf. Gelukkig kwam even later Willem van Kooten erbij als investeerder. We groeiden naar twintig en kort erna zelfs naar 90 fte’s. Na de dotcom-crisis in 2001 daalden we naar zeventig fte’s en inmiddels hebben we er zo’n honderd. De eerste vijf à zes jaar hebben we gepionierd. We hadden een lage omzet en maakten veel kosten. Inmiddels zijn onze kosten constant en hebben we een sterk stijgende omzet. Aanvankelijk richtten we ons vooral op de consumentenmarkt. We verkochten bijvoorbeeld veel CD-roms en diskettes met allerlei data. Nu staat de zakelijke markt centraal: we verkopen onze informatie aan journalisten, websites, evenementen, sportorganisaties, enzovoorts. Die informatie bestaat vooral uit data, maar we hebben ook redacteuren in dienst die nieuwsberichten schrijven en teksten maken bij onze producten, bijvoorbeeld bij biografieën die we van sporters maken. We werken voor veel grote evenementen – denk aan de Olympische Spelen, de Pan American en Asian Games, talloze wereldkampioenschappen – in opdracht van onder meer het IOC, vele nationale Olympische comités, internationale sportbonden als de FIFA en IRB, grote persagentschappen als Reuters en voor grote televisiestations. Feitelijk zijn we een ‘contentfabriek’. We verzamelen op grote schaal data, voeren die in en proberen die data in zoveel mogelijk variaties te verkopen.”

2. Waarom hebben jullie ook buitenlandse vestigingen? Data kan je toch heel makkelijk en snel via internet leveren?
“Dat is waar, maar vooral in het begin bleek het toch niet makkelijk om vanuit Nieuwegein de buitenlandse markt te overtuigen van onze kwaliteiten. Het cultuuraspect speelt daarbij een grote rol. Een Duitser weet het beste hoe hij een Duitser ergens van kan overtuigen, en een Fransman communiceert het beste met een Fransman. Tijdens de groei hebben we daarom veel buitenlandse vestigingen geopend, op het hoogtepunt zaten we in negen landen. Achteraf waren we daar toch wat te snel mee en inderdaad was het operationeel ook niet altijd even hard nodig. Bovendien hebben we in de loop der tijd onze naam gevestigd, wereldwijd. Daarom hebben we nu nog maar in een enkele landen vestigingen; in Denemarken, Australië en Engeland. In Engeland hebben we een sportpersbureau overgenomen, daar werken twintig journalisten die voornamelijk nieuwsberichten produceren.”

3. Hebben jullie veel concurrenten of zijn jullie monopolist?
“Wereldwijd zijn er zo’n tachtig bedrijven die data leveren voor de zakelijke sportmarkt. De meeste bedienen een lokale markt, soms gestart als persagentschap. Maar er zijn in totaal slechts vier hele grote spelers. Naast Infostrada is dat ten eerste Stats uit de Verenigde Staten, dat is een joint venture van mediatycoon Rupert Murdoch en de Associated Press. Daarnaast zijn ook PA Sport  en Opta – allebei uit Engeland – net als wij wereldwijd actief. Van deze bedrijven zijn wij het meest internationaal georiënteerd, zeventig procent van onze omzet halen we buiten Nederland. We onderscheiden ons ook van de drie andere grote spelers omdat de content die we verzamelen vaak in historisch perspectief wordt gepubliceerd. Op internet, op televisie of in kranten bijvoorbeeld. Bedenk wel dat we ons in een ‘nichemarkt’ bevinden. Op die kleine markt zijn we een vooraanstaand wereldbedrijf en we hebben de ambitie om dat op lange termijn te blijven. De basis daarvoor is in ieder geval gelegd. Nu begint eigenlijk pas de echt leuke tijd. De grootste kunst is momenteel om het bedrijf goed uit te bouwen.”

4. De data die jullie genereren zijn rechttoe, rechtaan. Ze worden niet statistisch bewerkt, zodat je bijvoorbeeld voorspellingen kan gaan doen op grond van waarnemingen in het verleden. Zo blijft een schat van informatie deels nog onbenut, bijvoorbeeld voor wetenschappelijk onderzoek. Hoe kan dat?
“Het diepgaand statistisch analytisch bewerken van data heeft niet onze prioriteit, simpelweg omdat het commercieel niet interessant is. Universiteiten zouden in principe geïnteresseerd moeten zijn in onze data, maar zij hebben vaak budgettaire beperkingen. Terwijl ze inderdaad zoveel interessante analyses zouden kunnen doen, bijvoorbeeld op basis van simulatiemodellen die zij met onze data kunnen bouwen. Universiteiten denken beter af te zijn door studenten data te laten invoeren. Waarbij ze zich wellicht niet realiseren hoeveel data wij op de plank hebben liggen en dus ook niet eerst verzameld hoeft te worden. Wat veel tijd en dus geld kan schelen. Maar goed, wij gaan zelf de universitaire wereld niet benaderen. Ik zie overigens wel steeds meer zie gebeuren dat afnemers de data gebruiken voor een benchmark. Organisaties worden steeds professioneler en hebben de behoefte aan managementinformatie. Ze willen weten hoe goed ze ervoor staan vergeleken met andere landen bijvoorbeeld, of ten opzichte van de rest van de wereld. En sommige afnemers verrijken onze data met allerlei eigen variabelen, wat hen bijvoorbeeld financiële inzichten kan geven. Denk bijvoorbeeld aan nationale Olympische comités.”

5. Wat zijn denk je de komende vijf jaar de belangrijkste ontwikkelingen waar jullie mee te maken krijgen en jullie afnemers dus ook?
“De meeste media waren tot nu toe tamelijk eendimensionaal. Denk aan de krant, televisie, radio. Ze produceerden vooral tekst, beeld of geluid. Met de opkomst van digitale televisie en mobiele telefonie wordt informatie multimediaal. Allerlei vormen van content gaan op allerlei manieren steeds meer en vaker geïntegreerd worden. Door de digitalisering was de opslag van informatie al gemakkelijker geworden. De volgende stap is om de data ook goed te gaan ontsluiten en vervolgens te exploiteren. De gewone televisie is een ouderwets medium. Je ziet het bijvoorbeeld aan voetbalwedstrijden. Hoewel er enorm veel achtergrondinformatie voorhanden is, worden er voornamelijk beelden doorgegeven en via het commentaar summier wat achtergrondgegevens. Dit is trouwens deels het gevolg van een stammenstrijd. Veel televisieproducenten vinden dat er zo min mogelijk afleidende informatie moet worden verstrekt, de nadruk moet volgens hen op de beelden blijven liggen. Maar de technologische ontwikkelingen zijn niet te stuiten. Televisie zal in de loop der tijd steeds meer op internet gaan lijken. Het zal bijvoorbeeld mogelijk worden om tijdens het kijken tekstblokken te openen. Desgewenst over elkaar heen, met steeds gedetailleerder informatie. De gebruiker zal in toenemende mate zelf gaan bepalen waar hij wanneer op welke manier naar kijkt. Een logische recente ontwikkeling is de start van het Eredivisiekanaal, ofwel live eredivisievoetbal kijken via een abonnement. Veel andere initiatieven op dat gebied zijn zoals je weet gestrand. Deze keer kiezen de initiatiefnemers een veel langere horizon. Cruciaal is denk ik de vraag in welke mate het voetbal binnen bestaande digitale abonnementen zal worden doorgegeven. Als dat het voetbal te weinig geld oplevert, is niet uitgesloten dat de consument een apart pakket zal moeten afnemen om de wedstrijden te kunnen zien. De grote vraag is dan hoeveel hij daarvoor moet betalen en of hij dat er voor over heeft. Maar ik ben ervan overtuigd dat het project gaat slagen als de leveranciers in staat zijn om over een langere periode een consistent aanbod te doen. Consumenten houden niet van veranderingen, zeker niet van prijsveranderingen. Sommige dingen veranderen nu eenmaal nooit!”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.