Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan paul coppes directeur van vereniging sport en gemeenten

5 vragen aan Paul Coppes, directeur van Vereniging Sport en Gemeenten

29 maart 2011

Nieuws

door: Leo Aquina | 29 maart 2011

1. Wat is primair de functie van VSG? Ofwel: wat zouden de Nederlandse gemeenten missen als VSG niet zou bestaan?
“Wij zijn belangenbehartiger namens de Nederlandse gemeenten. Die rol voeren we samen uit met de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de VNG. Wim Kuiper - de vorige directeur van de VNG - zei eens tegen mij: ‘Paul, doordat VSG zo groot is, zijn wij op het gebied van de sport zo klein.’ We treden gezamenlijk op in bestuurlijke overleggen, waarbij VSG het primaat heeft op het gebied van het sportbeleid. Als VSG niet zou bestaan, missen de gemeenten een interactief kennisplatform waar op collegiaal niveau veel informatie wordt uitgewisseld. De gemeenten zouden een scholingsaanbod missen, congressen, expertmeetings, buitenlandse reizen. Er zijn heel veel momenten in het jaar waarop gemeenten met elkaar aan de slag gaan.”

“Het grootste gedeelte van de financiering van de sport gebeurt in Nederland door de gemeenten. Die gemeenten zijn daar volstrekt vrij in; ze zijn niet gebonden aan wet- en regelgeving. Het gaat om autonome middelen van de lokale overheid. VSG is daarbij dienstbaar aan de gemeenten en dat is wat wij ook willen zijn. Sport draagt niet alleen bij aan een vitale samenleving en gezonde samenleving, maar ook aan een sociaal evenwichtige samenleving. Dat is natuurlijk een van de kernactiviteiten van de Nederlandse gemeenten.”

2. In 2009 verspreidden NISB en VSG een persbericht waarin zij aankondigden te willen fuseren. Dat is mislukt en Jos Som is naar aanleiding daarvan als VSG-voorzitter opgestapt. Twee jaar eerder was een fusiepoging ook al mislukt. Is daar niet van geleerd?
“Je kunt als je aan elkaar hebt gesnuffeld zeggen dat je dat nooit meer zult doen, maar je kan ook zeggen: ‘we gaan toch weer proberen die stap te zetten’. Gemeenten zijn gebaat bij één loket. Clémence Ross van NISB en ik zijn samen om de tafel gaan zitten om te kijken hoe je de synergie die een fusie in principe in zich heeft verder kunt uitbreiden dan alleen op operationeel niveau. We wilden proberen ‘maatschappelijk’ te gaan ondernemen. Ik denk dat we er vrij ver overeenstemming over hadden totdat NISB met een werkmodel kwam dat de essentie van het ‘maatschappelijk ondernemen’ in onze ogen op gebied van transparantie, democratische besluitvorming, toezicht en fiscaaljuridisch echt geweld aandeed. Op puur zakelijke gronden hebben we toen gezegd dat het niet langer haalbaar was.”

“VSG en NISB zijn heel verschillende organisaties. NISB is voor 95 procent afhankelijk van rijksoverheidsmiddelen. Wij hebben drie geldstromen: contributie, betaalde dienstverlening en subsidies. Je zit met twee verschillende culturen. VSG is een vereniging waarbij de leden een plaats hebben in de besluitvorming. NISB is anders georganiseerd met een Raad van Toezicht en een bestuurlijke directiestructuur. Bij de fusie streefden wij naar een model dat op een maatschappelijke onderneming leek maar NISB zat uiteindelijk veel meer in de sfeer van een coöperatief model. In de ogen van Clémence Ross was dat een samenvoeging van beide organisaties met een overkoepelend orgaan dat de inkomsten beheert en verdeelt naar de werkmaatschappijen. Dat model voldeed niet aan de fiscaaljuridische afspraken en niet aan onze eisen van risicospreiding. Als één onderdeel financieel in de problemen komt, moet je ervoor zorgen dat niet de hele organisatie onderuit gaat.”

“Dat het uiteindelijk mislukt is, is zowel voor mij als voor Clémence Ross een enorme teleurstelling. Er is even tijd nodig om de wrange smaak weg te slikken, maar verder gaan we zakelijk en collegiaal met elkaar om. Ik ben in het gebouw van NISB geen persona non grata en Clémence is dat hier ook niet. Dat Jos Som als voorzitter van VSG is opgestapt, is zijn privékeuze. Clémence Ross heeft in het blad Sport & Strategie wel gesuggereerd dat er sprake was van onenigheid in het VSG-bestuur, maar ik kan verzekeren dat er unanimiteit was over het besluit om niet verder te gaan. Jos Som heeft deelgenomen aan de besluitvorming. Daarna heeft hij in het openbaar gezegd dat hij daarover teleurgesteld was. Dat noem ik een persoonlijk besluit. VSG en NISB blijven op operationeel niveau wel met elkaar samenwerken en het kan heel goed zijn dat over een aantal jaren de dan zittende leiding een derde fusiepoging onderneemt. Dat weet ik niet en als directeur moet je natuurlijk niet over je graf heen regeren.”

3. Wat zijn de grootste uitdagingen voor VSG in de toekomst?
“In het verleden voorzag sportbeleid in eerste instantie voornamelijk in accommodatiebouw. Dat gebeurt nu nog, maar het gemeentebestuur heeft tegenwoordig veel meer een regiefunctie. Dat betekent veel meer stimulerende en initiërende elementen in het beleid. Onze rol in de lokale sportontwikkeling is dus ook complexer. Hoewel onze relatie met de gemeenten goed is, moeten we meer tijd vrijmaken om in de haarvaten van het lokaal bestuur te kruipen. Bij sommige gemeenten is er een discussie of ze wel lid willen blijven van VSG of niet. Het gaat om een relatief klein aantal en het zijn kleinere gemeenten. Maar wij moeten juist daarom de komende tijd meer aandacht besteden aan de verenigingscommunicatie. Dat tij moeten we met zijn allen keren. Juist in tijden van recessie en bezuinigingen moet je zorgen dat sport op lokaal niveau zo sterk mogelijk blijft. We moeten sterker dan we nu al doen kijken naar dienstverlening. Zo zijn we op dit moment betrokken bij de beleidsbrief van minister Schippers. Wij maken ons sterk voor de voortzetting van de uitrol van de combinatiefunctionarissen. Het leggen van die verbinding tussen sport, onderwijs en gemeente is een succesformule.”

4. U heeft uw afscheid als directeur al twee jaar van tevoren aangekondigd. Dat is uitzonderlijk. Waarom kwam die aankondiging nu al?
“Mijn dienstverband loopt op 1 december 2012 af. Na 25 jaar is het mooi geweest. Die vroege aankondiging heeft drie redenen. Je loopt altijd het risico dat je te strak wordt in je eigen geloof. Dat is bij mij nog niet aan de orde want ik heb nog steeds enorm veel plezier in alle nieuwe uitdagingen, maar je moet de organisatie waar je zo lang de scepter hebt gezwaaid wel de kans bieden op een adequate wijze de toekomst tegemoet te treden. Maak tijdig de weg vrij voor je opvolgers. Ten tweede kwam er naar aanleiding van de mislukte fusie en het aftreden van Jos Som een geruchtenstroom op gang dat ik naar aanleiding van het mislukken van de fusie zou stoppen. Toen hebben het bestuur en ik er samen voor gekozen duidelijk te maken dat we met elkaar hebben afgesproken dat ik op 1 december 2012 aftreed. Als laatste is er een privécomponent. Niet zo lang geleden ben ik geconfronteerd geweest met kanker. Dan ga je toch anders tegen de wereld aankijken. Je gaat ervaren dat er meer is in de wereld dan alleen maar werk. Maar meteen opstappen is te vroeg. Daarvoor heb ik er nog veel te veel plezier in. Er zijn misschien mensen die zeggen dat je een afscheid niet zo vroeg moet aankondigen omdat je daarmee tandeloos wordt. Daar kan ik maar één ding op zeggen: als je het karakter van Paul Coppes een beetje kent, weet je dat dat niet aan de orde is.

5. U bent onlangs mee geweest met een studiereis naar Brazilië om na te gaan hoe Rio de Janeiro erin is geslaagd de Olympische Spelen van 2016 binnen te halen. Hoe heeft u zo’n dure reis bij het bestuur van VSG kunnen rechtvaardigen?“Dat soort studiereizen heeft twee ontzettend belangrijke componenten: netwerken en leren. Het niveau van de deelnemers aan deze reis was dermate hoog dat je bij wijze van spreken een tien dagen durende bijscholing kreeg. Je leert op dergelijke reizen ontzettend veel van elkaar. In dit geval heeft het zelfs geleid tot het expliciete advies van de deelnemers om het proces van het Olympisch Plan te versnellen. In Brazilië is men ruim twintig jaar van tevoren al aan de gang gegaan met de voorbereidingen op het bid. Dat bid stond centraal. In Nederland doen we het tot nu toe in een tweetrapsraket: tot 2016 werken we aan Nederland sportland en dan pas nemen we een beslissing over het bid voor 2028. Die beslissing moet vervroegd worden. Het binnenhalen van de Spelen in 2028 is niet alleen afhankelijk van de sportparticipatiegraad, maar vooral ook van de manier waarop de individuele leden van het IOC tegen Nederland aankijken.”

Naschrift
Op 4 november 2013 is Paul Coppes overleden aan de gevolgen van een ernstige ziekte. Klik hier voor een bericht dat de Vereniging Sport en Gemeenten naar aanleiding daarvan verspreidde.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.