27 maart 2012
Nieuws
door: Leo Aquina | 27 maart 2012
1. Kom je vanuit je huidige functie bij Boer & Croon nog in aanraking met de sportwereld?
“Vanuit mijn rol als partner bij Boer & Croon heb ik geen directe betrokkenheid bij de sport in professionele zin. Toen ik hier in 2005 begon, speelde er een aantal zaken op het gebied van de sport waar ik wel bij betrokken was omdat ik vanuit mijn verleden een groot netwerk had in die wereld. Uiteindelijk is daar echter niets uit voortgekomen omdat men het toch zelf wilde oplossen, zoals dat heel veel gebeurt in het voetbal. We zijn destijds in gesprek geraakt over de fusie van de drie profclubs in Zuid-Limburg. Dat is er overigens nog steeds niet van gekomen, hoewel ik denk dat het wel een goed idee is. Die clubs hebben een grotere overlevingskans als ze de krachten zouden bundelen, ondanks alle gevoeligheden uit het verleden. Je kunt er sentimenteel over doen, maar veel van de huidige clubs komen ook voort uit fusies in het verleden. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor Fortuna Sittard en Roda JC.”
“Hoewel ik momenteel vanuit Boer & Croon niet direct betrokken ben bij de sport, kom ik er vanwege twee partnerships wel nog altijd mee in aanraking en meestal word ik vanuit mijn sportachtergrond gevraagd als contactpersoon. Een van die partnerships hebben we met Sport & Zaken, dat zich onder meer bezighoudt met de verbinding tussen topsporters en bedrijven. Boer & Croon zit in het bestuur van Sport & Zaken, maar meer vanuit een adviserende rol dan vanuit een dagelijkse betrokkenheid. Ons tweede partnership in de sport is met League of Experience. De League is ervan overtuigd dat de (top)sport veel kan leren van de ervaringen in het bedrijfsleven. Tegelijkertijd is het goed te laten zien dat het bedrijfsleven er veel baat bij kan hebben als er grote sportevenementen naar Nederland komen. We kijken ook hoe je het traject om zulke evenementen naar Nederland te halen moet inrichten. Als Boer & Croon hebben we buiten de sport om ook te maken met grote aanbestedingstrajecten. In de sport denken we in Nederland altijd dat je zo’n bid wel binnen kunt halen als je de regeltjes goed volgt en mooie stukken indient, maar er komt veel meer bij kijken. Je moet vooral goed lobbyen en weten wie er invloed kan uitoefenen in het beslissingstraject. Daarmee bedoel ik niet dat je allerlei cadeaus moet uitdelen, maar je moet veel mensen die formeel en informeel bij de besluitvorming betrokken zijn enthousiasmeren. Dan helpt het natuurlijk enorm als je kunt laten zien wat voor voordelen zo’n evenement voor het bedrijfsleven kan hebben.”
2. Om het grootste sportevenement ter wereld naar Nederland te halen is er een Olympisch Plan 2028. Een van de doelstellingen is Nederland in 2016 in sportbestuurlijk opzicht op olympisch niveau krijgen. Wat moet er volgens jou gebeuren om dat te bereiken?
“Als relatieve buitenstaander denk ik dat er meer overleg zou moeten zijn tussen de organisaties onderling. Dat geldt voor de overheid, het bedrijfsleven, de sportbonden, NOC*NSF en Olympisch Vuur. Het binnenhalen van de Olympische Spelen is een ingewikkeld traject. Je moet bij de verschillende sportbonden zoeken naar mensen met ervaring op bepaald gebied. Iedereen blijft hangen in zijn eigen specialisme, in zijn eigen sport. Er zijn al veel grote evenementen georganiseerd. De organisaties kunnen enorm veel van elkaar leren. Misschien moet je een tijdelijk nieuw gremium oprichten met mensen die eerder grote evenementen hebben begeleid. Zoiets zou kunnen aansluiten bij Olympisch Vuur. Op dit moment lijkt de regie te ontbreken, die zou kunnen komen van de overheid en NOC*NSF. Misschien klopt mijn beeld niet, maar als die regie er wel is, is het in ieder geval niet zichtbaar.”
3. Zelf heb je de nodige ervaring in de voetbalwereld. Hoe komt het toch dat uitgerekend de sport waarin het meeste geld omgaat in sportbestuurlijk opzicht vaak geen voorbeeldfunctie vervult?
“Voor een deel is dat een beeld dat ontstaat doordat de voetbalwereld nu eenmaal onder een vergrootglas ligt. Iedereen is geïnteresseerd in voetbal en dan wordt al snel van een mug een olifant gemaakt. Soms lijkt het er wel op alsof we met zijn allen meer geïnteresseerd zijn in de bestuursperikelen bij Ajax, dan in de economische crisis en dan denk ik echt: waar zijn we met zijn allen mee bezig? Toch denk ik ook dat er bij betaald voetbalclubs inderdaad nog enorm veel te winnen is met een verdergaande professionalisering. Dat heeft voor een deel met geld te maken. Het relatief weinige geld dat er bij Nederlandse profclubs is, wordt nu eenmaal sneller uitgegeven aan een snelle rechtsbuiten dan aan een deskundige bestuurder. Dat is ook logisch want het draait om het voetbal. Maar het kan geen kwaad om die vicieuze cirkel eens te doorbreken. Als je op bestuurlijk gebied investeert in mensen en dus professionaliseert, kan dat ook weer veel geld opleveren.”
“Er komt tegenwoordig veel kijken bij het runnen van een professionele voetbalclub, meer dan het feit dat je zelf in het verleden toevallig ook leuk gevoetbald hebt. Het is een eindverantwoordelijke positie, waarbij je kennis moet hebben van financiën, marketing, strategie en techniek. Iemand moet in staat zijn goed te communiceren, zowel intern als met de pers. Wat je in de voetbalwereld ziet, is dat men veel minder gewend is te werken volgens professionele standaarden en regels die in het bedrijfsleven gemeengoed zijn. Ze kennen bijvoorbeeld de regels van een beursgenoteerde organisatie niet. Je zult in het bedrijfsleven niet snel zien dat de conflicten zo openlijk naar buiten worden gebracht, omdat alle betrokken partijen zich beter zullen realiseren dat de negatieve publiciteit dit daaruit voortvloeit, terugslaat op de hele organisatie.”
“De selectie van mensen in bestuurlijke functies gebeurt in het voetbal ook vaak vanuit het eigen netwerk, hoewel er ook wel professionele bureaus worden ingehuurd. Maar het blijft lastig. Een club moet toch ook een profielschets maken voor zo’n bureau en dat bureau moet ook rekening houden met de clubcultuur, of het past. Marco van Basten bij Heerenveen. Dat past volgens mij wel. Een technische voetballer en een intelligente man, dat sluit aan bij het verleden van de club. Foppe de Haan had ook altijd aandacht voor verzorgd voetbal, techniek, details. Ruud Gullit bij Feyenoord, dat paste bijvoorbeeld helemaal niet. Hij heeft er weliswaar gevoetbald, maar Gullit is te Amsterdams voor Feyenoord. Hij zou bijvoorbeeld wel weer bij Vitesse passen.”
4. Je pleit voor een verdergaande professionalisering van de organisaties bij betaald voetbalclubs. Hoe voorkom je dat de supporters het gevoel krijgen dat de organisatie zichzelf vervreemdt van de clubcultuur?
“Dat is niet zo heel moeilijk. De thuiswedstrijden zijn enorm belangrijk. Je moet zorgen dat je een mooi feest kunt bouwen in het stadion, goed georganiseerd, veilig en het helpt natuurlijk ook als er een beetje leuk voetbal wordt gespeeld. Als het goed gaat bij een club zijn er weinig mensen die zich afvragen of de club nu georganiseerd is als BV, NV of op een andere manier. Je moet op alle vlakken in je organisatie het gevoel van de club uitstralen. Mensen moeten betrokkenheid voelen en dat is ook het geval bij de clubs die ik ken. De mensen die daar werken hebben er meer gevoel bij dan bij een gemiddeld bedrijf, gewoon omdat ze er graag bij willen zijn. De kritiek op de verzakelijking steekt altijd de kop op als het slecht gaat met een club. Dan gaan supporters hun frustratie botvieren op allerlei andere zaken die in hun ogen misgaan binnen de club. Bij Ajax bijvoorbeeld de overgang van de Watergraafsmeer naar de Arena en de beursgang. Maar uiteindelijk zijn dat zaken waar Ajax niet slechter van is geworden. Wie heeft er nou zo’n mooi stadion? En zonder die beursgang waren een heleboel zaken bij Ajax niet mogelijk geweest want het heeft veel geld opgebracht.”
“In het voetbal wint de passie het uiteindelijk altijd van de ratio. Dat is een belangrijk verschil met het bedrijfsleven. Ook daar is sprake van emotie, maar in bedrijven heb je toch te maken met een sterkere governance-structuur. Bestuurders kunnen niet meer zomaar even een voetbalclub gaan sponsoren omdat zij het leuk vinden. Zo’n sponsorverzoek moet aan allerlei eisen voldoen en het zal ook intern nog goedgekeurd moeten worden. Bij voetbalclubs zie je dat beslissingen toch nog altijd veel meer rechtstreeks vanuit het hart worden genomen. De emotie heeft vaak de overhand ten opzichte van de ratio en dat zou best iets meer in balans mogen zijn.”
5. Je bent als jeugdscheidsrechter actief op de amateurvelden. Ook daar overheerst vaak de emotie. Er is veel discussie over geschreeuw van ouders langs de lijn en andere onverkwikkelijkheden. Hoe groot is dat probleem volgens jou?
“Dat probleem is best groot. Ik ben met fluiten begonnen omdat mijn man en mijn zoons voetballen, mijn dochter hockeyt. Ik ben een tijdlang leider geweest bij jeugdteams en dat ben ik dit jaar voor het eerst niet meer. Als scheidsrechter blijf ik toch nog betrokken. Bovendien is fluiten natuurlijk niet heel erg populair, dus op deze manier draag ik ook maatschappelijk nog mijn steentje bij. Ik fluit jeugd tot en met de B-junioren, maar het liefst fluit ik de C-jeugd en dan liever niet de al te hoge teams. Met die jongens zelf heb ik niet zoveel problemen, die roepen natuurlijk altijd wel wat. Maar het wordt pas echt lastig als ze merken dat ze daarin gesteund worden door hun ouders langs de lijn. Die roepen vaak de gekste dingen. Mijn zoons van 14 en 12 fluiten ook bij de E-tjes en de F-jes. Laatst botsten er in zo’n wedstrijd twee jochies op elkaar, geheel per ongeluk. Mijn zoon gaf terecht een scheidsrechtersbal, begint een van die moeders te roepen om een rode kaart… Dan denk ik bij mezelf: ‘ga jij even lekker in de kantine zitten met een kop koffie’. Dat is toch de oplossing, die ouders op afstand van het veld houden. Tegelijkertijd is het belangrijk dat ze hun kinderen blijven steunen in het sporten. Als het echt uit de hand loopt grijp ik in, maar het is gelukkig nog nooit zover gekomen dat ik echt maatregelen heb hoeven nemen. Meestal los ik het op met een kort praatje of een gebaar. Op de cursus leer je om direct in te grijpen of weg te lopen, maar tot nu toe werkt het voor mij op die manier ook.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.