17 juni 2008
Nieuws
door: Peter Hopstaken | 17 juni 2008
1. Je bent vice-voorzitter van de stadion- en veiligheidscommissie van de UEFA. Wat houdt dat in de praktijk in?
“Als vice-voorzitter van de stadion- en veiligheidscommissie houd ik mij samen met anderen bezig met een breed scala van veilgheidsissues en inspecteren we de kwaliteit van de stadions. Daardoor ben ik tevens één van de ‘match delegates’. Dat betekent dat ik ongeveer tien keer per seizoen namens de UEFA naar een Champions League- of UEFA cup-wedstrijd ga om de veiligheid en de wedstrijdorganisatie in de stadions in de gaten te houden. Als er problemen of vragen op dat gebied zijn, help of beslis ik. Dat kan over van alles en nog wat gaan. Soms komt er bijvoorbeeld op het laatste moment een verzoek binnen om de wedstrijd drie minuten later te laten beginnen zodat er op televisie een extra reclameblok kan worden uitgezonden. In 99 van de honderd gevallen begint de wedstrijd gewoon op tijd hoor, we honoreren zo’n verzoek hooguit bij een Intertoto-wedstrijd. Als match delegate ben ik namens de UEFA op de dag van de wedstrijd om tien uur ’s morgens voorzitter van een vergadering over de wedstrijdorganisatie. Dan nemen we alle belangrijke punten door. Is het calamiteitenplan aanwezig en is het voor iedereen duidelijk? Gaat er in het stadion écht geen alcohol verkocht worden? Hoe worden de supporters van de bezoekende partij opgevangen en begeleid? Allerlei onderwerpen komen in zo’n vergadering aan de orde, want er kan werkelijk van alles misgaan, is gebleken in de praktijk. Ik was bijvoorbeeld niet zo lang geleden als match delegate bij Fiorentina-Glasgow Rangers, halve finale UEFA-cup. ’s Morgens had ik gezien dat er bij een bepaalde tribune waar plaats was voor 6.000 toeschouwers er geen toiletpapier in de toiletten was. Dus dat meldde ik ’s morgens in de vergadering. Wat gebeurde er uiteindelijk? Hadden ze maar twee rollen papier neergelegd. Voor 6.000 personen! Dat ging helemaal mis. Mensen maakten op de tribune met eigen zakdoekjes de billen van hun kinderen schoon. Te gek voor woorden natuurlijk. Zo lang dit soort zaken niet goed geregeld is, heeft een match delegate een hele nuttige functie. Hoewel het wel de bedoeling is dat zijn signalen voorafgaand aan de wedstrijd serieus worden genomen.”
2. Vanuit de League of Experience geef je mediatraining aan scheidsrechters. Wat leer je hen precies?
“Om te beginnen wil ik even benadrukken dat we als League of Experience mee hebben gedaan met een pitch, samen met een ander bureau. Dat niet gedacht wordt dat de KNVB zomaar eventjes een opdracht aan mijn bureau verstrekt. Ik had een goed c.v. om vol overtuiging mee te dingen naar deze opdracht. Ik ben namelijk zelf zestien jaar lang amateur-scheidsrechter geweest en ik ben lid van de ‘klankbordgroep wedstrijdarbitrage’ van de KNVB. Enfin, beide bureaus hebben uiteindelijk een opdracht gekregen. Dat andere bureau begeleidt jonge, beginnende scheidsrechters. En wij de meer ervaren scheidsrechters en de scheidsrechters die Europese wedstrijden fluiten. Ik oefen met de scheidsrechters onder meer de interviews die zij na afloop van de wedstrijd geven. Heel belangrijk daarbij is lichaamstaal. Ik laat ze bijvoorbeeld zien wat het ‘Wiegel-effect’ is: als je iets belangrijk vindt om te vertellen, kijk dan in de lens in plaats van in de ogen van de interviewer. Je praat namelijk vooral tegen de kijker thuis, niet tegen de interviewer. Verder leer ik niet hoe iemand iets niet moet zeggen. Andersom juist, ik leer vooral hoe je iets wél moet zeggen. En ik adviseer de scheidsrechters vooral dat ze altijd zichzelf moeten blijven, dus ook voor de camera. Natuurlijk moeten ze fouten toegeven als dat overduidelijk is, dat is zelfs een vaste instructie van de KNVB. Als er iets discutabels gebeurt, wordt dat door vier verschillende camera’s geregistreerd en kan iedereen in ‘slow motion’ meekijken. Scheidsrechters moeten geen strijd aangaan die ze nooit kunnen winnen.”
3. We moeten het natuurlijk ook over Ajax hebben. Wat vind je van de bestuurlijke perikelen die in het voorjaar de kop op staken?
“Ik kom niet zo vaak meer bij Ajax, af en toe bezoek ik een wedstrijd. Precies zoals ik vlak na mijn aftreden als Ajax-voorzitter had aangekondigd. Ik zou mij nergens mee gaan bemoeien en geen enkele functie vervullen. Dat moest ook wel, want vrij snel na mijn vertrek bij Ajax werd ik voorzitter van de Eredivisie NV, tegenwoordig de ECV geheten. Als ik mij voortdurend als oud-voorzitter van Ajax zou hebben geprofileerd, zou ik niet het vertrouwen hebben genoten van alle eredivisieclubs die ik nu vertegenwoordig. Maar natuurlijk hebben de recente bestuursperikelen ook mij pijn gedaan, want ik blijf wel Ajax-supporter. Neem alleen al hoe er bij Ajax met mensen is omgegaan, om je kapot te generen. Dat begon trouwens al een paar jaar geleden, toen de club Louis van Gaal liet vallen. Louis had een beleidsplan geschreven waar nota bene alle beleidsmensen van Ajax hun handtekening onder hadden gezet. Toen kreeg Louis met de trainer een meningsverschil over het beleid en vervolgens koos de club radicaal de kant van de trainer, die zelf drie maanden later ook weer weg was. Onbegrijpelijk. En denk ook aan de manier waarop Danny Blind destijds werd afgeserveerd. Hij riep toen dat hij eventueel weer bij de club zou terugkeren als de clubleiding vertrokken zou zijn. En dat is gebeurd, vandaar dat Danny nu terug is gekomen. En dan pas geleden de manier waarop Maarten Fontein is ontslagen. Als je nagaat dat er op de burelen van Voetbal International vijf verschillende versies van zijn ontslagbrief lagen, nog vóór er met Maarten zelf was gesproken! In onze tijd lekte er helemaal niets, ook niet intern. En als je beursgenoteerd bent, mag dat natuurlijk ook helemaal niet gebeuren.”
“Volgens mij is de belangrijkste oorzaak van alle problemen dat de ledenraad en de Raad van Commissarissen van Ajax hebben goedgekeurd dat de voorzitter van Ajax zich met de dagelijkse leiding mocht bemoeien. In zo’n geval kan de algemeen directeur niet functioneren. Ik ben daarom tevreden over het rapport-Coronel. En ik vind het niet zo gek dat hij nu zelf voorzitter van de Raad van Commissarissen is geworden, terwijl onder zijn leiding de club even eerder onderzocht was. Hij is een persoonlijke vriend van mij, dus ik ken de ins en outs. Hij wilde eerst echt niet! Hij had al zoveel functies, hij had er gewoon geen tijd voor. De beoogde nieuwe voorzitter was oorspronkelijk Leo van Wijk. Toen Leo echter aangaf nog minimaal drie tot zes maanden niet beschikbaar te zijn, is Uri pas benaderd. Hij heeft nog ruzie met zijn vrouw gehad, die ook echt niet wilde dat Uri op het verzoek inging. Dat hij het toch gedaan heeft, vind ik dus hartstikke grote klasse. En dat zijn naam onder zijn eigen rapport staat, is alleen maar goed. Hij kan nu niet anders dan het beleid voeren zoals in het rapport omschreven staat. Ik denk trouwens dat het met Marco en Johan ook wel goed komt. Het is allemaal een beetje opgeblazen. Waar hun meningsverschil in essentie op neer kwam was dat Johan vond dat het ‘hoofd Jeugdopleidingen’ eerste assistent van de hoofdtrainer moest zijn. Maar Marco had zijn eigen assistenten al meegenomen, die hadden al een contract getekend. Overigens vóór het rapport-Coronel uitkwam, waarin staat dat een nieuwe trainer juist niet zijn eigen staf kan samenstellen. Maar goed, dat was dus al gebeurd. En als Johan’s mening uitgevoerd zou worden, zou dat hebben betekend dat één van de assistenten van Marco het hoofd van de Jeugdopleiding zou moeten worden. Maar dat was Jan Olde Riekerink net een jaar eerder geworden, en hij is daar heel goed bezig. Ik denk dat Johan wat te snel ging voor Marco. Hij was nog niet eens begonnen bij Ajax, hij wilde waarschijnlijk eerst zelf ondervonden hoe het er aan toe zou gaan.”
4. Ook PSV heeft intern grote problemen gehad. Is dat ‘eigen’ aan het betaald voetbal?
“Om te beginnen moet ik kwijt dat ik waanzinnig respect heb voor de prestaties van PSV in de laatste tien jaar. Ze werden in die periode zeven keer landskampioen, waarvan de laatste vier keer op rij. Ook in andere opzichten is PSV een voorbeeld voor Ajax. Als je nagaat welke grote spelers ze allemaal hebben verkocht de afgelopen jaren. Maar toch blijven ze presteren. Dat betekent dat ze een hele goede opleiding hebben en een hele goede neus voor scouting. En nu is het er intern nogal onrustig. Ik denk dat Jan Reker groot gelijk heeft om een en ander strak te reorganiseren. Niemand is groter dan de club. En je moet je als club nooit afhankelijk maken van buitenstaanders zoals in dit geval de Servische spelersmakelaar Lemic. Hoe dat heeft kunnen gebeuren? Voetbalclubs wijken op veel onderdelen af van ‘gewone’ bedrijven met een verlies- en winstrekening. Het doel van een normaal bedrijf is om zo veel mogelijk winst te maken, en het maakt daarbij a priori niet zoveel uit wat de concurrent precies doet. Even gechargeerd dan, want je hebt als bedrijf ook met marktaandelen te maken. Maar in het voetbal gaat het in eerste instantie niet om financiële winst maar moet je vooral op het veld beter zijn dan je concurrent, er is een grote drive om te winnen. Een voetbalbestuurder is en blijft in eerste instantie een clubman die daardoor ook in zekere zin emotioneel betrokken is. Dat merk je soms aan de manier waarop hij besluiten neemt. Dan zegt de trainer bijvoorbeeld: ‘Als we die speler nou kunnen kopen, spelen we volgend jaar zéker Champions League’. En zo’n opmerking spreekt onmiddellijk je gevoel als clubman aan. En dan ben je geneigd mee te gaan in zo’n golf van enthousiasme. Zo is het mij tenminste wel eens vergaan. Gelukkig worden de meeste clubs tegenwoordig behoorlijk professioneel geleid hoor. De bekende splitsing in een dagelijkse leiding en een Raad van Toezicht of Commissarissen ‘op afstand’ zie je nu bij veel clubs. En PSV heeft de organisatie nu weer op orde denk ik. Bij Ajax heeft er nooit een ‘type Lemic’ rondgelopen. Dit is totaal onvergelijkbaar hoor, maar we hadden een bepaalde periode wél een ‘preferred supplier’, in de persoon van Ger Lagendijk. Met hem deden we dan bij voorkeur zaken. Maar op een gegeven moment kwamen er achter dat je dat niet zo moet doen, en zijn we ervan afgestapt.”
5. Je bent kandidaat om bondsvoorzitter van de KNVB te worden. Maak je goede kansen? Hoe is de procedure precies?
“Er zijn twee kandidaten voor het bondsvoorzitterschap. Jan Willem Hoogendoorn is door het bestuur ‘amateurvoetbal’ kandidaat gesteld en ik door de sectie ‘betaald voetbal’. De bondsvoorzitter staat als het ware boven de twee secties, vandaar. Die tweedeling komt ook tot uiting in de verkiezingscommissie: twee leden zijn afkomstig uit het betaald voetbal en de andere twee uit het amateurvoetbal. Deze commissie bleek geen uitgesproken voorkeur te hebben, hun stemmen staakten. Daarom is er op 27 augustus een vergadering uitgeschreven waar in totaal zestig vertegenwoordigers van de twee secties in de zaal zitten en de twee kandidaten een presentatie mogen houden. Deze zestig vertegenwoordigers - dertig uit het amateurvoetbal en dertig uit het betaald voetbal, brengen vervolgens hun stem uit. Als de stemmen weer zouden staken, wordt er een tweede ronde gehouden. Als er dan wéér geen winnaar zou zijn, zou volgens de statuten het lot moeten beslissen. Maar dat vindt iedereen eigenlijk zo’n onbevredigende gang van zaken dat er een voorstel ligt om de statuten te wijzigen. Bij uiteindelijk stakende stemmen is nu het plan dat een vertrouwenscommissie een bindend voorstel gaat doen. Een goede zaak vind ik. Je zou je als land internationaal volslagen belachelijk maken als je voor de bekleding van zo’n belangrijke post bij de grootste sportbond van Nederland het lot zou laten beslissen.”
“De bondsvoorzitter heeft geen wezenlijke invloed op de besluitvorming van beide secties. Wel heeft het bondsbestuur - waarvan hij voorzitter is - de mogelijkheid om besluiten van beide secties, die bijvoorbeeld van groot algemeen belang voor de KNVB, zijn te ‘overrulen’. Het is in de praktijk nog nooit voorgekomen dat daar de stemmen staakten en de bondsvoorzitter de beslissende stem had. De bondsvoorzitter heeft vooral een bindende functie tussen amateur- en betaald voetbal én vertegenwoordigt het hele voetbal bij de overheid, de politiek en internationaal. Dit laatste is van groot belang om bijvoorbeeld het WK van 2018 binnen te krijgen. Ik denk dat ik daar goed geschikt voor ben. Ik ken als voormalig voorzitter van Ajax en vanuit mijn huidige werk als commissielid van de UEFA ontzettend veel andere bondsvoorzitters én alle belangrijke mensen binnen de UEFA.
Maar wat nog veel belangrijker is: ze kennen mij ook en ik heb een goede relatie met ze.
Bovendien heb ik een goede band met Michel Platini, de voorzitter van de UEFA.
De KNVB gaat international enorme steken laten vallen als de nieuwe voorzitter eerst nog een paar jaar nodig heeft om iedereen een beetje te leren kennen. En dat komt het binnenhalen van het WK 2018 dus niet ten goede. Maar ik ben niet alleen gefocust op het betaalde of internationale voetbal. Mijn ‘roots’ liggen namelijk bij het amateurvoetbal, waar ik zestien jaar scheidsrechter ben geweest. Ik vind dat onze twee secties veel meer met elkaar zouden moeten samenwerken. De breedtesport is de basis voor álles. Dat wordt bij het betaald voetbal nog wel eens vergeten. Daarom vond ik het ook niet zo’n handige opmerking van Maarten Fontein toen hij zei dat amateurclubs voortaan niet meer tot het KNVB-bekertoernooi toegelaten zouden moeten worden. Daar ben ik natuurlijk het niet mee eens. Het is voor de nodige samenwerking en wederzijds begrip juist prachtig dat clubs uit beide secties elkaar daar kunnen tegenkomen. Het amateurvoetbal en het betaald voetbal hebben op bestuurlijk en club niveau te weinig contact met elkaar waardoor ze elkaars noden en beweegredenen niet of nauwelijks kennen. Dat is funest voor onze bond. Die brug wil ik graag slaan.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.