Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan maurice leeser directeur van de roeibond

5 vragen aan Maurice Leeser, directeur van de roeibond

15 september 2009

Nieuws


door: Peter Hopstaken | 15 september 2009

1. Wat heb je zélf eigenlijk met de roeisport?
“Eerlijk gezegd ben ik van huis uit geen roeier. Sterker nog, ik heb in mijn leven maar één keer in een roeiboot gezeten. Ik moet zelfs bekennen dat ik sinds ik directeur van de roeibond ben niet meer aan sport heb gedaan. Het is gewoon een drukke baan. Tot een jaar geleden deed ik aan fitness en voetbalde ik echter vrij fanatiek en op relatief hoog niveau. Ooit heb ik het gebracht tot het tweede van NAC Breda, maar ik speelde voornamelijk in de eerste klasse amateurs bij clubs als Longa, RKTVV en RKSV Heer. Meestal als aanvallende middenvelder. Binnenkort ga ik trouwens mijn leven beteren. Als directeur van een sportbond heb ik tenslotte een voorbeeldfunctie. Ik ben dan ook van plan om twee keer per week weer te gaan fitnessen. Bovendien gaan we met het WK-bidteam binnenkort roeien. Dat wordt dus de tweede en hopelijk niet de laatste keer dat ik een roeiboot stap.”

2. Kun je vertellen hoe de bidprocedure is verlopen? Wat gaf de doorslag om het WK van 2014 aan Amsterdam toe te wijzen?
“Oorspronkelijk mikten we op het WK 2013, een jaar eerder dus. Begin 2009 besloten we daar ‘vol’ voor te gaan, ondanks dat een aantal eerdere pogingen om het WK naar Nederland te halen op een teleurstelling was uitgelopen. Met ‘we’ bedoel ik alle partijen die uiteindelijk een belangrijke rol in het bidproces hebben gespeeld. Dat zijn de gemeente Amsterdam, NOC*NSF, het ministerie van VWS, het Congresbureau Amsterdam, Stichting Topsport Amsterdam en natuurlijk de roeibond en het bidteam. De voorzitter van ons bidteam was voormalig toproeier Henk-Jan Zwolle. Ook Kirsten van der Kolk – net als Henk-Jan drievoudig deelnemer aan de Olympische Spelen – maakte deel uit van het bidteam. Belangrijk, want we wilden ons onderscheiden door ons bid te presenteren  bij de FISA met een ‘voor sporters, door sporters’–benadering. Dat is denk goed gelukt met twee gouden medaillewinnaars in ons bidteam. Zij presenteerden op fantastisch wijze ons WK-bid voor het bestuur van de internationale roeifederatie – de FISA. Naast deze presentatie was het gesprek dat begin 2009 tussen de voorzitter van de FISA en een delegatie die bestond uit Erica Terpstra, wethouder Carolien Gehrels en onze bondsvoorzitter Eric Niehe werd gehouden van cruciaal belang.”

“Tijdens dat gesprek gaf Gehrels aan de FISA-voorzitter ter overweging mee om de organisatie van het WK-roeien voor twee jaren tegelijkertijd vast te stellen, dus voor 2013 én 2014. Tactisch was dat een hele goede zet. Het vergrootte onze kansen én de FISA had minder werk en kosten. Er waren echter twee concurrentsteden: Brandenburg - Duitsland en Chungju – Zuid-Korea. Zuid-Korea wilde liever niet uitwijken naar 2014, wij vonden dat geen probleem. Vervolgens bleek dat wij het beste bid hadden en Brandenburg het minste waardoor er maar één uitkomst mogelijk was: het WK 2013 ging naar Chungju en het WK 2014 naar Amsterdam.”

3. Achter de schermen is er natuurlijk druk gelobbyd om stemmen te winnen. Hoe belangrijk is dat lobbyen geweest?
“Héél belangrijk. We hebben erg veel en zeer gericht gelobbyd en dat op verschillende manieren gedaan. Zo zochten we steeds contact met het bestuur van de FISA en hebben we invloed uitgeoefend op vertegenwoordigers van verschillende landen. Zij moesten immers beslissen. We zijn continu naar buiten getreden als één sterk blok met daarin al onze belangrijke partijen vertegenwoordigd. Wat ook erg hielp is dat onze voorzitter Eric Niehe een lobbyist pur sang is. Hij was jarenlang ambassadeur en kent de lijntjes die naar verschillende invloedrijke personen in verschillende landen leiden maar al te goed. Bij een dergelijke procedure is het van groot belang om steeds weer met mensen te spreken. En om zo veel mogelijk aanwezig te zijn bij meetings waar je deze mensen kunt treffen. Het is moeilijk om te zeggen wat nu precies de doorslag heeft gegeven. Een WK-toewijzing is van zo veel factoren afhankelijk en sommige daarvan zijn onbeïnvloedbaar. Cruciaal is denk ik wel dat je met zijn allen alles op alles zet. Iedereen moet zich volledig inzetten. Dat is dan weliswaar geen garantie voor succes, maar wel een minimale randvoorwaarde.”

4. Volgens het sterrensysteem van NOC*NSF hebben jullie als roeibond slechts één ster, omdat jullie minder dan 40.000 leden hebben. Zit er groei in het aantal leden?
“Om te beginnen kunnen we niet in de hele sportvijver vissen. Je mag namelijk pas vanaf je tiende jaar roeien. Veel jongeren hebben op dat moment al een keuze voor een sport gemaakt, de liefde voor een bepaalde tak van sport is dan meestal al ontwikkeld. Verder constateer ik dat onze sport overwegend een ‘witte’ sport is.  Roeien is vooral ook een studentensport; er zijn veel studentenroeiverenigingen. Desondanks durf ik te stellen dat het tegelijkertijd wel een toegankelijke sport is. Het is namelijk niet overdreven duur om te doen, behalve als je je eigen boot wilt kopen. De sport is verder ideaal voor gehandicapte sporters. Het aangepast roeien heeft in de loop der jaren dan ook een behoorlijke vlucht genomen. Meer dan veertig verenigingen hebben intussen een aanbod voor aangepast roeien. Al met al groeit het aantal georganiseerde roeiers jaarlijks met gemiddeld tweeënhalf tot vier procent.”

“In potentie zou dat veel hoger kunnen zijn. Sommige roeiverenigingen kunnen de toestroom van nieuwe aanmeldingen echter niet aan waardoor er wachtlijsten zijn. Het opzetten van nieuwe verenigingen is dan ook belangrijk. Sommige bonden vergroten hun ledenaantal door te fuseren. Maar in de periode dat ik directeur ben, is daar nooit over gesproken. Een fusie zou voor alle partijen een toegevoegde waarde moeten hebben, maar dat is volgens ons niet aan de orde. Wel werken we graag samen met andere bonden. Met het watersportverbond wisselen we expertise uit, met de hockeybond hebben we gesproken over hun sponsormodel en met de wielrenunie en de volleybalbond over het opleiden van kader.”

“Van bonden die van NOC*NSF één ster toegewezen hebben gekregen, zou de organisatiekracht niet op het gewenste niveau liggen. Dat wordt gezegd. Ach, op sommige punten voelen we ons een driesterrenbond. Ik denk dan bijvoorbeeld aan ons gecertificeerde talentontwikkelingsprogramma of ons gecentraliseerde topsportprogramma. Bovendien zijn wij gezien ons grote aantal olympische medailles door de jaren heen een van de betrouwbaarste partners van NOC*NSF in hun streven om bij de beste tien landen van de wereld te horen. Daarnaast is de politiek-bestuurlijke kracht van onze verenigingen en bond zό sterk, dat je er nauwelijks van kan spreken dat ons organisatiekracht niet op het gewenste niveau zou zijn.”

5. De komende maanden zal duidelijk worden wie Erica Terpstra als voorzitter van NOC*NSF zal opvolgen. Welke eigenschappen moet de nieuwe voorzitter hebben?
“De nieuwe voorzitter moet partijen kunnen binden, goed toegankelijk zijn en hét gezicht van de sport in Nederland zijn. Een waar boegbeeld dus. Erica heeft het natuurlijk wat dat betreft fantastisch gedaan. Ik ben van mening dat als we echt wat willen met ons Olympisch Plan de voorzitter zich volledig aan zijn of haar taak moeten wijden. Eigenlijk zou de nieuwe voorzitter daarom in mijn ogen fulltime aan de slag moeten. Wie het gaat worden? Ik weet het niet. Maar je mag wat mij betreft wel denken aan types als André Bolhuis, Hein Verbruggen, Els van Breda Vriesman en Erica Terpstra zelf. Het belangrijkste is dat de nieuwe voorzitter absoluut onbetwistbaar is, er mag geen discussie zijn of hij of zij wel de juiste persoon is.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.