Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan mary kok willemsen directeur holland football university

5 vragen aan Mary Kok-Willemsen, directeur Holland Football University

15 december 2015

Nieuws

Mary Kok-Willemsen loopt al bijna twintig jaar rond in het Nederlandse topvoetbal, maar tot voor kort was zij een onbekende voor het grote publiek. Toen zij op zondag 15 november jl. op uitnodiging van Tom Egbers als eerste vrouwelijke gast ooit aanschoof bij Studio Voetbal, maakte Nederland kennis met een gedreven vrouw die haar mannetje staat als het over voetbal gaat. Zelfs Johan Derksen complimenteerde haar de volgende dag in het concurrerende televisieprogramma Voetbal Inside. De hoogste tijd voor een nadere kennismaking.

door: Leo Aquina | 15 december 2015

1. Waar is jouw passie voor voetbal begonnen?
"Zo lang als ik met kan herinneren was ik op straat aan het voetballen. Waar dat vandaan komt weet ik eigenlijk niet, want het zat totaal niet in de familie. Ik zat niet op een club. Ik kom uit een gezin van Zevende-dags Adventisten. Dat betekende vanaf vrijdagavond tot zaterdagavond 'sabbat', dus geen voetbal. Op mijn elfde deed ik mee aan een schoolvoetbaltoernooi en toen stonden er mensen van een club uit de buurt langs de lijn. Ze zagen mij spelen en vroegen mijn vader of ik niet eens mee wilde trainen. Dat kon natuurlijk niet vanuit het geloof, maar mijn ouders besloten dat ik één keer in de maand mee mocht spelen. Mijn vader meldde me dan af in de kerk. Dat was voor mijn ouders een enorme stap. Er werd vanuit de kerk ook wel vreemd naar gekeken, maar mijn ouders merkten geleidelijk aan dat ik toch wel talent en vooral ook plezier scheen te hebben en ze hebben besloten me daarin te steunen.”

‘Als ik moet stoppen met voetballen, ga ik meteen wel naar de MAVO!’

“Die ene keer in de maand werd iedere week. Ik was eigenlijk alleen maar met voetbal bezig. Dat ging zover dat de conrector op de HAVO me een keer bij zich riep. Ik kwam zijn kamer in en daar zat mijn vader ook. We keken elkaar een beetje verbaasd aan. Ik vond dat zo’n rotstreek, die overvaltactiek. De conrector zei tegen mijn vader dat ik een goede leerling was, maar ik moest me meer op school concentreren en minder voetballen, anders zou ik op de MAVO belanden. Mijn vader zei even niets dus ik ging er meteen op in: ‘Als ik moet stoppen met voetballen, ga ik meteen wel naar de MAVO!’ De conrector keek mijn vader een beetje smekend aan en toen sprak mijn vader de legendarische woorden: ‘Als mijn dochter ergens voor kiest, sta ik honderd procent achter haar, maar als ze ergens in verzuimt vindt ze mijn voetafdruk op haar kont. Dat heeft enorme indruk op mij gemaakt. Mijn vader gaf me het vertrouwen, maar hij gaf me ook de verantwoordelijkheid om daar goed mee om te gaan.”

“Op mijn veertiende werd ik geselecteerd voor de JPN-teams van de KNVB (Jeugdplan
Nederland, red.). Ik las toen al alles over voetbal. Ik ging naar de bibliotheek en leende boeken over tactiek, het WM-systeem, de kerstboom. Op een gegeven moment was ik aanvoerder van een -16 team en we verloren bijna alles. Toen heb ik tegen de trainer gezegd, volgens mij moeten we 1-4-4-2 spelen met een ruit. Ik had het helemaal voor hem uitgetekend. Hij gaf me de ruimte om het te doen en grappig genoeg wonnen we de eerstvolgende wedstrijd. Dat kwam natuurlijk niet door dat systeem, maar het kwam wel door het vertrouwen dat de coach in ons stelde om het te mogen proberen. Dat is een rode draad in mijn carrière, daar geloof ik heel sterk in.”

"’s nachts werkte ik een in koekjesfabriek want er moest natuurlijk ook brood op de plank komen"

2. Uiteindelijk ben je niet als speler verder gegaan, maar heb je al op jonge leeftijd gekozen voor een carrière als trainer Waarom?
“Ik wilde topvoetballer worden, of trainer. Op mijn achttiende was het JPN-verhaal afgelopen en ik twijfelde of ik het niveau van Oranje aankon. Ik kon aan de slag als hoofdtrainer bij de vrouwen van OZC in Ommen en toen heb ik besloten om alle energie in het trainen te stoppen. Ik trainde al vanaf mijn zestiende, eerst jochies in de zomervakantie en later ook de meisjes bij Be Quick 29 in Zwolle. Toen ik klaar was met de MAVO ben ik een MBO-opleiding gaan doen, sport en recreatie. Die opleiding prikkelde mij niet en ik wist ook al dat ik de voetballerij in wilde. Ik deed de cursus jeugdvoetbaltrainer, ik deed een cursus fysiek trainer in Heerenveen en ’s nachts werkte ik een in koekjesfabriek want er moest natuurlijk ook brood op de plank komen.”

“Ik ging heel veel naar wedstrijden kijken, meisjes, jongens, belofteteams. Op een gegeven moment kon ik bij NEC aan de slag in de jeugd. Daar heb ik bijvoorbeeld jongens als Eloy Room en Nacer Barazite getraind. Bij de E-tjes zag je al dat het enorme talenten waren. In die tijd heb ik mijn diploma TC2 gehaald. Ik wilde natuurlijk verder met TC1, maar daar liep ik tegen een muur aan. Je moest daarvoor stage lopen bij de A1, bij een belofte-elftal of bij een eerste elftal. De clubs waar ik een stageverzoek indiende, wilden daar niet aan. Mijn docent wilde mij bij Bataven 2 onderbrengen, maar dat wilde ik niet. Ik wilde knallen op het hoogste niveau en ik had een beetje geluk.”

“Ik deed al enkele jaren voetbalzomerkampen in Amerika met Frans Hoek en Gerard van der Lem. Dat contact was toevallig ontstaan op een keepersdag, want ik was ondertussen ook bezig met het halen van mijn diploma’s als keeperstrainer. In Amerika leerde ik Afshin Ghotbi kennen, een Iraniër die daar een voetbalschool had. Hij kende Co Adriaanse en toen ik op een avond terugkwam in het hotel zaten zij samen aan tafel. Afshin stelde mij voor aan Co en we hebben heel lang over voetbal zitten praten. Aan het eind van de avond zei Co: als jij TC1 gaat doen, kom je bij mij stagelopen.”

"Co werkte inmiddels als hoofdtrainer bij Ajax en hij regelde dat ik terecht kon bij Jong Ajax"

“Toen het uiteindelijk zover was, had ik al een jaar geen contact meer met Co gehad. Ik wilde hem eigenlijk ook niet bellen, want ik wilde het op eigen kracht doen. Maar ik kwam dus niet verder en toen belde Co mij zomaar opeens op om te vragen hoe het ging. Ik vertelde hem over mijn moeilijkheden om een stageplek te krijgen. ‘Ik had je toch gezegd dat je mij moest bellen’, zei hij. Co werkte inmiddels als hoofdtrainer bij Ajax en hij regelde dat ik terecht kon bij Jong Ajax. Daar werd ik toch wel zenuwachtig van, ik was pas 21! De avond voordat ik me zou melden in de ArenA, ging ik naar een wedstrijd van Oranje onder 19. Ik twijfelde of ik de volgende dag wel naar Ajax moest gaan en wie kwamen daar in Emmen ook de tribune oplopen? Co Adriaanse, Jan Olde Riekerink en Peter Boeve. We hebben weer de hele avond over voetbal zitten praten en daar voelde ik me lekker bij. Bij het afscheid zei Boeve: ‘Joh, ik denk dat jij morgen helemaal niet op komt dagen. Dat durf je niet.’ Dat was dus precies het zetje dat ik even nodig had.“

3. Uiteindelijk kwam je bij FC Twente terecht waar je het vrouwenvoetbal hebt opgebouwd. Hoe is dat gegaan?
“Ik heb bij veel clubs gewerkt. Ik trainde het eerste vrouwenelftal van Be Quick ’28 en werkte tegelijk met bij twee andere clubs. Ik coachte op een gegeven moment drie wedstrijden in een weekend. Dat was heel goed voor de ervaring, meters maken. Samen met mijn man heb ik op een gegeven moment de stichting Fimi Prof Sports opgericht. Ik wilde ervoor zorgen dat meiden met ambitie op het voetbalveld dezelfde kansen kregen om zich te ontwikkelen als jongens.”

“In 2006 las ik een verhaal in de krant waarin Joop Munsterman zei dat hij met FC Twente ook aan vrouwenvoetbal wilde doen. Ik heb hem meteen gebeld en we maakten een afspraak, maar die werd wederzijds een keer afgezegd. Toen heb ik Joop een mail gestuurd dat ik snapte dat hij het druk had, dat ik het jammer vond want voor mij was het echt een passie, maar dat hij het verder maar moest vergeten. Twee minuten nadat ik op send had gedrukt, hing zijn secretaresse aan de lijn om een nieuwe afspraak te maken. Ik heb toen de mogelijkheid gekregen om een organisatie neer te zetten en echt iets op te bouwen.”

"Ik wilde bij FC Twente een opleiding waarin meiden dezelfde opleidingsmogelijkheden werden geboden als jongens"

“Vlak nadat ik bij FC Twente begon, kwam vanuit de KNVB het initiatief voor de Eredivisie vrouwen. Ik was het niet eens met de opzet om die vrouwen over de Eredivisieclubs te verdelen en ze een shirtje van die club aan te doen zonder dat het vrouwenvoetbal echt geworteld was binnen die clubs. Ik wilde bij FC Twente een opleiding waarin meiden dezelfde opleidingsmogelijkheden werden geboden als jongens. Doordat wij al verder waren en een andere visie hadden dan de andere clubs, kwam ik in conflict met Vera Pauw, die in de jeugd nog mijn trainster was geweest. Ik denk dat Vera en ik misschien wel een beetje teveel op elkaar leken en als je dan andere ideeën hebt, kan het botsen. Toch heb ik veel respect voor wat Vera als professional allemaal heeft gedaan voor het vrouwenvoetbal. Zij was in ieder geval iemand met een duidelijke visie en de bereidheid daar keihard voor te werken.”

“Uiteindelijk ben ik meegegaan in de manier waarop de Eredivisie werd neergezet. ‘Soms moet je een slag verliezen om uiteindelijk de oorlog te winnen’, zei Jan van Halst, die toen bij FC Twente werkte. Wij hadden het eerste jaar van de Eredivisie acht internationals, maar we hadden zeker niet het sterkste team en we werden uiteindelijk één-na-laatste. Toen heb ik bijna alle internationals laten gaan en we zijn met meisjes uit de eigen opleiding verder gegaan. Die meiden waren 15-16 jaar oud. Het volgende jaar werden we weer één-na-laatste en het jaar daarop weer. Ik heb toen met Joop Munsterman en onze hoofdsponsor Paul Roetgering onze valkuilen geanalyseerd en we zijn erin geslaagd twee Amerikaanse meiden met ervaring naar Twente te halen. Die konden in Amerika veel geld verdienen, maar ze kozen ervoor om bij ons iets neer te zetten. Dat vind ik eigenlijk nog altijd heel bijzonder. Met die Amerikaanse meiden erbij en met de meisjes uit onze eigen opleiding, die inmiddels allemaal drie jaar ouder en drie jaar verder waren, werden we kampioen.”

"Toen FC Twente vorig jaar financieel in zwaar weer kwam, ging dat ten koste van de vrouwenopleiding en dat was voor mij het einde"

“Inmiddels werk ik niet meer voor FC Twente. Toen de club vorig jaar financieel in zwaar weer kwam, ging dat ten koste van de vrouwenopleiding en dat was voor mij het einde. Als het slecht gaat, vind ik niet dat je zomaar je zwakste kind eruit moet gooien. Er is toen een stichting opgezet die los kwam te staan van de club. Er waren mensen die vonden dat die stichting zich vooral moest richten op het draaiend houden van het eerste elftal, maar ik vond dat je je moest blijven richten op de basis, de complete voetbalopleiding. Dus ik kon daar niet verder. Dat was wel een enorme frustratie. Het was een beetje het einde van mijn missie voor het meidenvoetbal.”

“Ik heb mijn eigen Holland Football University opgericht en daarmee organiseren we voetbalkampen, clinics en opleidingstrajecten voor trainers. Toen ik nog bij FC Twente werkte heb ik een project geschreven onder de noemer FC Twente University. Ik wilde uiteindelijk het vrouwenvoetbal loslaten en me bezighouden met de totale breedte van de club. Ik wilde dat FC Twente zijn achterland zou vergroten door ambitieuze kinderen bij clubs in de buurt te faciliteren in hun ambitie en ze de mogelijkheid te geven om veel te trainen en te leren."

"Dat is niet zozeer om de talenten er voor FC Twente uit te pikken, want dat zijn er maar heel weinig. Het gaat er meer om dat de club daarmee haar wortels kan versterken in de hele regio. Je bindt kinderen al op jonge leeftijd aan de club en die blijven bij je voor het leven. Aan dat programma geven we nu invulling met de Holland Football University. We hebben nu een partnership met FC Twente, zodat dat we daar FC Twente University voortzetten. Dit University-concept kunnen we de komende jaren ook bij andere clubs gaan uitrollen.”
 
4. Jij werkt al je hele leven als vrouw in een mannenwereld. Aan tafel bij Studio Voetbal proefden we enige weerstand. Hoe heb jij je plek bevochten en hoe reageren mannen over het algemeen daarop?
“Je moet je voorstellen hoe ik het veld op kwam lopen bij de beloften van Ajax, die ochtend nadat Peter Boeve me had verteld dat ik niet zou durven. Ik had een veel te groot trainingspak aan met stagiair op de rug. Mijn kledingmaat was er niet, want ze hadden nog nooit een vrouwelijke stagiair gehad. Jan Olde Riekerink introduceerde me bij de jongens en die stonden een beetje te ginnegappen. Een van die jongens had een string aan over zijn trainingspak en na het praatje van de trainer gaf hij die aan mij. Ik keek hem aan en zei: ‘Zoals met alles in het leven gaat het om de inhoud.’ Dat was een kruispunt. Er zijn momenten in het leven dat je bang bent om over te steken, maar je weet dat je moet. Op dat moment had ik er in ieder geval voor gezorgd dat die jongens mij een kans gaven.”

“Co Adriaanse heeft zijn nek voor mij uitgestoken op een moment dat hij het zelf heel moeilijk had. Ajax werd toen in de voorronde van de Champions League uitgeschakeld en Co werd ontslagen. Dat was voor mij ook weer een onzeker moment. Ik had regelmatig trainersoverleg met mijn stagebegeleider Jan Olde Riekerink. Ronald Koeman was de opvolger van Co en toen hij de trainerskamer binnen kwam lopen zat ik daar net met Jan Olde Riekerink te praten. Dus Jan zei: ‘Dit is Mary, ze loopt hier stage.’ Ronald reageerde enthousiast: ‘Leuk, wat doe je? Fysiotherapie?’ Maar Koeman en de anderen accepteerden mij meteen als voetbaltrainer. Men stond er heel erg open voor en was echt geïnteresseerd. Ze voelden zich ook totaal niet bedreigd, zoals je dat toch ook wel vaak meemaakt.”

"Je moet eerst als club je eigen identiteit bepalen en de cultuur van werken inrichten. Daar moet je dan vervolgens de juiste mensen bij zoeken"

“Op die uitzending van Studio Voetbal kijkt heb ik veel positieve reacties gekregen, maar er waren ook mensen die reageerden zoals Hans Kraaij: ‘Dat toontje van haar bezorgde rode vlekken in de nek’. Vooral mensen uit het bedrijfsleven waren wel enthousiast. Die waardeerden mijn pleidooi voor een meer gedegen aanpak tegenover de achterkant van het bierviltje, waarop Arno Vermeulen kon uittekenen welke trainer FC Twente moest redden. In het bedrijfsleven werken ze bij het selecteren van mensen voor managementfuncties met uitgebreide assessments. Ik vind iemand als Toon Gerbrands eerst bij AZ en nu ook bij PSV daar een heel mooi voorbeeld van. Je moet eerst als club je eigen identiteit bepalen en de cultuur van werken inrichten. Daar moet je dan vervolgens de juiste mensen bij zoeken. Dat hangt van zoveel meer factoren af dan enkel de persoonlijkheid van de desbetreffende trainer zelf. Je moet als clubleiding de kwaliteit hebben om steeds goed de processen te analyseren waarin de club zich bevindt, met welke mensen je werkt en waar je heen wilt. Als je die topsport-analytische kwaliteiten niet in je bestuur hebt, moet je eerst daar naar zoeken in plaats van naar een trainer.”

“Of ik nog vaker bij Studio Voetbal aanschuif? Ondertussen heb ik inderdaad weer een uitnodiging gehad voor 6 maart. Ik vond het heel leuk dat Tom Egbers mij vroeg. We kwamen elkaar toevallig tegen en hij zei dat hij me graag een keer aan tafel zou hebben om over voetbal te praten. Niet specifiek over vrouwenvoetbal, maar die wedstrijden van Twente tegen Barcelona waren natuurlijk wel een mooie manier voor hem om mij binnen te loodsen. Het is grappig om dan de volgende dag de complimenten te horen van Johan Derksen. Ze hebben nog niet gebeld of ik daar ook aan tafel ga zitten. Daar zou ik ook over na moeten denken. In sommige formats kun je elkaar versterken. Ik kan mij dat met analyses van wedstrijden wel voorstellen. Als het gesprek inhoudelijk over voetbal gaat, ben ik goed op mijn plek maar als ik verantwoordelijk ben voor het entertainment moet ik het niet doen. Daar zou je van tevoren met elkaar over moeten praten.”
 
5. Laten we dan inhoudelijk over voetbal praten. In Studio Voetbal gaf je een voorbeeld van de omschakeling in het Ajax van 1995 onder Louis van Gaal. Ligt daar op dit moment het probleem van het Nederlandse voetbal?
“Het is grappig dat iedereen meteen dacht dat ik een pleidooi hield voor countervoetbal, dat is niet het geval. Iedereen herinnert zich Ajax uit 1995 vanwege het mooie tikkie-takka voetbal, maar ik wilde laten zien dat Ajax ook vaak dat soort momenten had. Snel omschakelen en scoren uit de counter. Het is geen geheim dat je gebruik kunt maken van de ruimte achter de verdediging. Daarmee zeg ik niet meteen dat we Italiaans voetbal moeten gaan spelen. Maar je hoeft ook niet altijd meteen de tegenstander bij de strot te pakken en hem op zijn eigen helft vast te zetten. Als je iets meer inzakt creëer je ook ruimte. Het is daarbij vooral belangrijk om sneller diepte te zoeken.”

"We moeten onze centrale verdedigers weer completer opleiden. Zij moeten een inspeelpass kunnen en ook dúrven geven"

“We zijn in Nederland enorm doorgeslagen als het gaat om balbezit. We denken veel te veel breed of achteruit. Destijds had je centrale verdedigers als Wim Jonk of Jean-Paul van Gastel. Jongens die in staat waren vooruit te denken. Een nummer drie of 4 die zelf ook mee in kon schuiven. Tegenwoordig kiezen we er steeds meer voor om die twee centrale verdedigers alleen maar verdedigend werk te laten doen, maar dan verschuif je het probleem van de opbouw naar de verdedigende middenvelder. Als je daar dan ook nog eens een speler neerzet die vooral ballen af kan pakken, kom je nooit meer aan opbouwen toe. We moeten onze centrale verdedigers weer completer opleiden. Zij moeten wel die inspeelpass hebben en hem ook durven geven. Het succes van Ajax was niet alleen een centrale verdediger die met één pass twee linies oversloeg, maar ook de spits die afwisselde tussen diep spelen en in het middenveld zakken. Kluivert was heel vaak het eerste aanspeelpunt waaromheen alles doorbewoog.”

“We moeten ook niet te veel in die speelsystemen denken. Louis van Gaal speelde op het WK 1-5-3-2. Hij vond dat hij de ruimte achterin niet met vier man kon bespelen bij balbezit tegenstander. Dat was een verdedigende keuze, maar hij zal ook echt de voordelen hebben gezien van vleugelverdedigers als Daley Blind en Dirk Kuyt om erover heen te komen. Bovendien veranderde datzelfde systeem tegen Chili heel makkelijk in een 1-3-4-3 kommetje. Het systeem is niet heilig, het gaat erom dat je de zones goed bezet. In ons oude totaalvoetbal dachten we over het spel in balbezit, maar je moet ook totaalvoetbal spelen als je de bal niet hebt. In het Bayern München van Guardiola zie je Thomas Müller evengoed rechtsback opduiken als het zo uitkomt.”

"Als klein land moet je inventief zijn en je moet zorgen dat je in de basisdingen nooit de mindere bent"

“Barcelona en Bayern spelen natuurlijk prachtig tiki-taka voetbal, maar ook zij halen veel rendement uit de omschakeling. Ik wil wel eens zien uit welke situatie zij meer doelpunten maken: een zorgvuldig opgebouwde aanval vanuit balbezit, of een snelle omschakeling vanuit balbezit tegenstander. Ik denk dat het minstens fifty-fifty is als het zelfs niet vaker is vanuit de omschakeling. Als we het Nederlandse voetbal weer een stap verder willen helpen, moeten we daarnaar kijken. Zorg dat je bij balverlies die bal weer binnen vier seconden terug hebt, en zorg ervoor dat je in de omschakeling meteen diepte zoekt. Daar moeten we de competenties bij zoeken op daarop moeten we opleiden.”

“Daar komt nog bij dat spelers ook de inhoud moeten hebben om een hele wedstrijd explosief handelen vol te houden. Je ziet Robben tegenwoordig in de tachtigste minuut vanuit de zestien van de tegenstander terugrennen voor een sliding op de eigen achterlijn. Deed hij dat ook in zijn tijd bij Groningen? Je hoort ook van jongens als Sneijder en Van der Vaart dat ze pas in het buitenland fysiek echt man zijn geworden. Fysiek hoef je nooit de mindere te zijn. Als klein land moet je inventief zijn en je moet zorgen dat je in de basisdingen nooit de mindere bent.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.