28 september 2010
Nieuws
door: Mirjam Streefkerk | 28 september 2010
1. U schreef onlangs een column voor voetbalwebsite Elf waarin u aangaf het eens te zijn met AZ-trainer Gert-Jan Verbeek die zich nogal kritisch had uitgelaten over het scheidsrechterskorps. Wat waren de reacties?
"Er was veel positieve herkenning. Ook vanuit het scheidsrechterskorps kreeg ik veel reacties. 'Je hebt gelijk', zeggen ze dan, 'maar wij mogen dat niet zeggen'. Ik ben het gewend. Het is een wereldje van angst. Scheidsrechters zitten met het zweet in de handen bij de bond. Nu ze een CAO hebben getekend zijn ze in dienst en de gedachte never bite the hand that feeds you overheerst. Ik heb hier kerstkaarten liggen waarmee ons een gelukkig nieuwjaar wordt gewenst, maar waarop ook wordt gevraagd of ik Zeist niet wil laten merken dat ik die kaart heb gekregen. De bond kan niet omgaan met een kritische benadering. Als reactie op Verbeeks opmerkingen kreeg ik ook te horen: waar bemoeit hij zich mee, laat hem eerst maar eens een stropdas leren knopen en naar de kapper gaan. Maar volgens mij kun je je beter afvragen hoe je verbetering kunt nastreven. Mijn moeder leerde mij vroeger al: kritiek is juist gratis advies.”
2. Er was geen enkele Nederlandse scheidsrechter actief op het wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika. Is dat een signaal dat we inderdaad achterblijven?
"Op het WK werden 21 van de 64 wedstrijden beïnvloed daar arbitrale dwalingen, dus op het niveau daar valt sowieso ook nogal wat af te dingen. Eigenlijk is het belachelijk dat we naar de maan kunnen, maar dat een scheidsrechter tijdens een voetbalwedstrijd niet kan zien of er een bal bij Engeland-Duitsland achter de doellijn is. De FIFA leeft nog in de tijd van Stonehenge. Fairplay vinden ze daar zo belangrijk, maar elektronische hulpmiddelen die kunnen helpen bij een zo eerlijk mogelijk eindresultaat mogen niet worden ingezet. Ook is het van de zotte dat scheidsrechters op een van de grootste evenementen ter wereld worden gekozen omdat ze uit een bepaald werelddeel komen. Ik kan zo vijf Nederlandse scheidsrechters noemen die beter waren dan de Malinees die daar floot. Maar ‘wij’ stonden daar niet omdat we in Europa niet aan de top staan. Onze scheidsrechters zijn niet goed genoeg omdat het ambitie-, kwaliteits- en belevingsniveau van het huidige korps niet past bij dat van de wereldtop. Te veel scheidsrechters in de eredivisie zijn tevreden met zichzelf. Er is niet zoveel concurrentie meer als vroeger waardoor je dus in sneltreinvaart de top kunt halen. Ook is in de top is het degradatiesysteem afgeschaft, wat verslapping in de hand werkt. En toen ik eind jaren zeventig begon met fluiten waren er nog 25.000 geregistreerde voetbalscheidsrechters. Nu zijn dat er 5.000 waarvan het grootste deel al ruim boven de veertig is. Als je op een fluit kunt blazen en rechtuit kunt lopen, kun je al een heel eind komen in dit vak."
3. Zelf hebt u ook bij de KNVB gewerkt. Voelt u zich verantwoordelijk?
"Gedeeltelijk. Mijn visie was een totaal andere dan de geldende KNVB-normen. Ik had het gevoel dat zij genoegen namen met de middelmaat, terwijl ik de lat zo hoog mogelijk legde. Zij wilden volgzame eenheidsworsten creëren en leidden op in groepsverband. Topscheidsrechters uit de laatste decennia zoals Charles Corver, Bep Thomas, Jan Keizer, Dick Jol, John Blankenstein en Mario van der Ende zijn allemaal in botsing gekomen met de bond. Dat zegt genoeg: wij waren onafhankelijke persoonlijkheden. De scheidsrechters van nu zijn van die knijpkonten. Ze geven geforceerd leiding waardoor ze heel gespannen op situaties reageren. Flexibiliteit lijkt een besmet persoonskenmerk te zijn.”
“Ik heb in mijn opleidingswerk bij de KNVB altijd geprobeerd om scheidsrechters zo individueel mogelijk te begeleiden. Iedereen is anders en op het veld sta je er immers ook alleen voor. Dan moet er een kerel staan die met allerlei invloeden recht overeind blijft staan in een kolkend stadion. Ik wilde daarom ook frequente hulp van buitenaf inschakelen: inspanningsfysiologen, voetbalcoaches, performance coaches en sportpsychologen kunnen de scheidsrechter beter maken. Dat wilde de KNVB maar mondjesmaat."
4. U stapte uiteindelijk op in 2007 vanwege een conflict. Wat was er precies gebeurd?
“Bert van Oostveen en Martin Sturkenboom waren toen verantwoordelijk voor de arbitrage, maar kenden het verschil tussen een fluit en een didgeridoo niet eens. Zij misten elke vorm van affectie met en kennis van de arbitrage en begonnen elke vergadering met: 'dit is ons hoofdpijndossier'. Vervolgens klaagden ze over het amateurisme binnen de arbitrage. Ik zei daarop: ‘En wie is daarvoor verantwoordelijk’?”
“Alles bij de bond is gebaseerd op intimidatie. Beslissingen in een sportieve omgeving moeten niet worden genomen vanachter de vergadertafel, maar op het veld. Sportieve prestaties moeten leidend zijn. Hoe beter de arbitrage, hoe beter ook het speelpeil zich kan ontwikkelingen! Een goede scheidsrechter moet onzichtbaar zijn? Ja daaaag. Een goede scheidsrechter geeft aan op welke manier er gevoetbald moet worden. Spelers moeten het idee hebben dat de leiding in vertrouwde handen is en weten wat wel en niet wordt toegestaan.
En dan de beoordelingen van scheidsrechters: degenen die beoordelen, worden verdeeld in strenge en milde rapporteurs. Hoe verzin je het? De bond kan zo voor zichzelf nog legitiem een correctie op de beoordelingen toepassen, maar dat is natuurlijk heel manipuleerbaar.”
“Tegen dit soort dingen heb ik me steeds verzet en de conflicten hoopten zich op. Uiteindelijk is er een onwerkbare situatie ontstaan en scheidden de wegen.”
5. Wat moet er volgens u veranderen om de Nederlandse arbitrage naar een hoger niveau te tillen?
“De selectie, de opleiding en het aanwijzen van scheidsrechters moet je bij de bonden weghalen. Deze zaken horen niet onder de paraplu van een bond. Net als rechters in de trias politica moeten scheidsrechters onafhankelijk zijn. De voorzitter van de scheidsrechterscommissie van de FIFA en UEFA is nota bene ook voorzitter van de Spaanse voetbalbond, dat kan toch niet? Het is een en al politiek. Dat wij drie scheidsrechters in de Europese ‘top’ hebben, komt niet alleen door kwaliteit maar ook doordat Jaap Uilenberg in de Europese scheidsrechterscommissie zit. Het is dan makkelijker om jongens door te laten stromen.”
“Daarnaast moet bij de KNVB kwaliteit weer het belangrijkste criterium voor scheidsrechters worden. Als Dick Jol twee jaar terug de beste scheidsrechter is moet dat prevaleren boven het gegeven dat hij misschien een moeilijke jongen zou zijn. Net als dat de leeftijd of het uitbundige gedrag van Luinge geen criteria zouden moeten zijn als hij nog een van de beste scheidsrechters van het land is. Kwaliteit lijkt bij de KNVB van ondergeschikt belang.”
“Maar scheidsrechters moeten ook bij zichzelf te rade gaan. Je bent pas een prof als je je zo gedraagt. Scheidsrechter ben je 24/7, je bent continu bezig je te verbeteren, je moet de wereld kennen waarin je je beweegt. Daarbij hoort ook het lezen van Voetbal International, het kijken naar samenvattingen en wedstrijden op Eredivisie Live . Het is een goede ontwikkeling dat scheidsrechters nu beter betaald krijgen dan voorheen, maar dan moeten ze zich daar ook naar gedragen. In landen als Duitsland en Italië wordt arbitrage als een vak gezien en niet als een hobby. Daar moeten wij ook naar toe.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.