12 mei 2009
Nieuws
1. Wat is je visie op globalisatie binnen de sport? Versterkt
globalisatie de tweedeling tussen ontwikkelingslanden en rijke westerse landen,
of zijn er ook positieve ontwikkelingen te bemerken?
“Globalisatie
heeft positieve en negatieve kanten. Sommige landen halen er hun voordeel uit,
terwijl andere landen er juist onder lijden. Ik heb er bewust voor gekozen
globalisatie binnen de sport vanuit een negatieve invalshoek te onderzoeken. De
reden hiervoor is dat in Noord-Amerika vaak positief over globalisatie wordt
gedacht: talent krijgt zo immers de kans in ieder gewenst sportteam te gaan
spelen, het aanzien en de populariteit van bepaalde sporten wordt vergroot en
bedrijven kunnen makkelijker nieuwe markten aanboren. Hoewel ik me kan vinden in
het idee dat globalisatie gunstig voor de sportsector kan zijn, wil ik ook
benadrukken dat we moeten inzien dat hoewel wíj profijt hebben van globalisatie
binnen de sport, dit lang niet voor alle individuen, landen, culturen en
organisaties geldt.
Om een voorbeeld te geven: er zijn veel argumenten te noemen waarom het oprichten van transnationale bedrijven (TNC’s) in ontwikkelingslanden een goede zet zou zijn. De betreffende landen worden immers voorzien van werkmogelijkheden, werknemers ontvangen een relatief hoog salaris, et cetera. Ik wil dergelijke argumenten zeker niet in twijfel trekken, maar we moeten niet vergeten dat de producten die wij voor een ‘betaalbare’ prijs kopen, gemaakt zijn onder werkomstandigheden die wij zelf onacceptabel vinden. De reden van TNC’s om goederen in ontwikkelingslanden te produceren zijn dan ook niet gebaseerd op het stimuleren van de economie in arme delen van de wereld, maar op het in dienst nemen van goedkope krachten en het opereren in een context waar de werkstandaard laag ligt. TNC’s kunnen dus wegkomen met omstreden praktijken, die volgens de Westerse standaard onacceptabel en ongeoorloofd zijn. Ze hebben echter wél de macht om iets te veranderen aan de economie, educatie, gezondheid, werk- en leefsituatie van mensen in ontwikkelingslanden. Als TNC’s profiteren van ontwikkelingslanden - en dat doen ze - zouden ze naar mijn idee eigenlijk iets terug moeten doen voor de mensen en landen die zo’n groot aandeel hebben in hun winst.”
2. Wat zijn de voor- en nadelen van migratie binnen de sport? Is hier
ook sprake van uitbuiting van ontwikkelingslanden, of kunnen deze landen ook hun
voordeel halen uit de situatie?
“Globalisatie heeft er in het
algemeen voor gezorgd dat talenten hun sport in elk willekeurig land kunnen
uitoefenen, en zo op zoek kunnen gaan naar het land waar ze de meeste kansen
krijgen. Voor goede sporters, of ze nou uit ontwikkelingslanden komen of niet,
biedt migratie dus veel voordelen: ze kunnen naar een ander land migreren om hun
trainingsmogelijkheden te vergroten, om meer salaris te ontvangen, om toegang te
hebben tot expertise of om zich bij het Olympisch team van een ander land te
voegen. Migratie binnen de sport heeft echter ook nadelen: locale sporters komen
soms niet in aanmerking voor een plek in het Olympisch team van hun land vanwege
migranten die voorrang krijgen, of worden niet geselecteerd door een locaal
sportteam waardoor ze naar een ander land vertrekken om hun sportcarrière alsnog
een vervolg te kunnen geven.
Hoewel professionele sportteams en -competities vaak talenten uit ontwikkelingslanden halen, wordt er soms ook iets teruggedaan in de vorm van een investering in locale sportprojecten. Daarnaast keren gemigreerde sporters regelmatig terug naar hun geboorteland om sportgerelateerde initiatieven te ondersteunen. Naar mijn mening laten zulke voorbeelden zien dat ontwikkelingslanden wel degelijk voordeel kunnen halen uit de successen van locale sporters die naar het buitenland vertrekken. In combinatie met het formuleren van strengere regels zou dit migratieproblemen en de uitputting van ontwikkelingslanden als zogenaamde ‘donorlanden’ dan ook kunnen oplossen. Wellicht zouden er regels opgesteld moeten worden om te voorkomen dat sporters vlak voor de Olympische Spelen weggekaapt worden door andere landen, en zou het werven van sporters in ontwikkelingslanden standaard samen moeten gaan met een investering in een sportproject van het betreffende land. Op zo’n manier kan naar mijn idee een win-win situatie ontstaan.”
3. Waaruit blijkt dat mediaconglomeraten steeds meer invloed op de
sport krijgen? Wat vind je van deze ontwikkeling?
“Het opkomen van
mediaconglomeraten heeft geleid tot een situatie waarin een klein aantal
mediabedrijven een erg machtige positie op de markt heeft gekregen. Dergelijke
mediaconglomeraten investeren graag in zaken die winstgevend voor hen zouden
kunnen zijn. Sport is voor hen daarom erg interessant: de attractiviteit ervan
zorgt immers voor veel reclamemogelijkheden tijdens sportuitzendingen. De
betrokkenheid van mediaconglomeraten bij de sport uit zich dan ook op
verschillende manieren: sommige conglomeraten zijn eigenaar van een sportteam,
anderen van een hele competitie en de volgende van een sportstadion. Het zou
goed kunnen dat deze betrokkenheid heeft geleid tot een vergroting van de
mogelijkheden om talent te werven of om het spel, het ‘product’ van een team of
competitie, te verbeteren. Hoewel de media en bijbehorende technologieën niet
voor iedereen beschikbaar zijn, brengen de media ons bovendien ook dichterbij
elkaar: nieuws is direct voorhanden en sportresultaten zijn beschikbaar op het
moment dat het gebeurt. Met andere woorden: we worden blootgesteld aan culturele
ervaringen die voor een groot gedeelte door de media mogelijk worden gemaakt.
Aan de andere kant, het fundamentele doel van de media is om winst te maken. Hierdoor is het de bedoeling dat reclames een zo groot mogelijk publiek bereiken. Vaak betekent dit echter dat alleen sporten die wereldwijde interesse kunnen genereren op televisie komen. Sporten met minder aantrekkingskracht hebben daarentegen slechts een hele kleine kans om media-aandacht te krijgen of de interesse van mediaconglomeraten te wekken. Hierdoor wordt er in de media niet van alle sporten en sporters op dezelfde wijze verslag gedaan. De reden hiervoor is puur economisch: de Olympische Spelen krijgen bijvoorbeeld ontzettend veel media-aandacht, terwijl de Paralympische Spelen dat niet krijgen. Hetzelfde geldt voor de resultaten van mannelijke versus vrouwelijke sportteams: van mannenteams wordt in de media veel meer verslag gedaan dan van vrouwenteams. Dit geeft aan de aantrekkingskracht op het massapubliek erg belangrijk is. Hoewel ik niet direct wil zeggen dat bepaalde sporten zullen gaan verdwijnen, geeft het wel aan dat op een slimme manier gebruik zal moeten worden gemaakt van de sponsormogelijkheden binnen de commerciële sector.”
4. Op welke manier belast de globalisatie van de sport het milieu? Is
hier iets aan te doen, of is er in feite geen weg meer terug?
“Technologische veranderingen ten behoeve van bijvoorbeeld
transportmogelijkheden en productiemethoden hebben grote gevolgen voor de sport
gehad. Deze veranderingen zijn immers op grote schaal toegepast om de beleving
van sport te versterken - zowel voor de sporters zelf als voor hun fans. Teams
reizen heen en weer voor competitiewedstrijden en er worden sportfaciliteiten
gebouwd om de weersomstandigheden te kunnen controleren - zelfs baseball wordt
tegenwoordig soms binnen gespeeld. Dergelijke ontwikkelingen mogen dan wel een
positieve uitwerking hebben op sporters en hun fans, ze hebben ook een grote
impact op het milieu. In mijn artikel heb ik wintersport en golf gebruikt als
voorbeelden om de zogeheten ‘ecologische voetstap’ van sport en
sportgerelateerde evenementen te illustreren.
Ik wil niet voorstellen om takken van sport die een grote impact op het milieu hebben te verbieden, maar ik denk wel dat sportbestuurders milieuvriendelijkere alternatieven moeten overwegen. Bovendien zullen consumenten hun verwachtingen wat betreft de faciliteiten moeten bijstellen wanneer ze sporten of naar sport kijken. Tijdens het bouwen van sportfaciliteiten wordt steeds vaker gebruik gemaakt van ‘groene’ technologieën om de impact op het milieu te beperken en professionele sportcompetities schaffen regelmatig ‘carbon credits’ aan ter compensatie van de uitlaatgassen die door het transport van hun sporters geproduceerd worden. Toch denk ik dat er meer voorschriften nodig zijn, bijvoorbeeld om te voorkomen dat water van beekjes en rivieren afgetapt wordt om golfgebieden te bewateren of om kunstsneeuw te maken. Ook denk ik dat de organisatoren van sportevenementen het belang van het gebruik van openbaar vervoer of carpoolsystemen meer zouden moeten benadrukken bij sportfans.”
5. Waar moeten we beginnen om alle verschillende consequenties van
globalisatie binnen de sport aan te pakken en op welke manier ga je er zelf
verder mee aan de slag?
“Het doel van mijn artikel was om de lezer
aan te sporen na te denken over de keerzijde van globalisatie. Hopelijk zet het
studenten van sportopleidingen aan om onderzoek te doen naar globalisatie en
stimuleert het docenten om hun studenten op de gevaren van globalisatie te
wijzen. In het opleiden van toekomstige sportbestuurders is het namelijk
belangrijk om hun bewustzijn met betrekking tot de issues rondom globalisatie
binnen de sport te vergroten. Vaak zijn sportmanagementstudenten grote fans van
alles wat maar met sport te maken heeft: ze zien graag hoe geweldig sport is,
omdat ze er positief door worden beïnvloed in hun leven. Ik wil deze studenten
graag laten begrijpen dat er ook mensen zijn die negatief beïnvloed worden door
sport: het biedt niet iedereen voordelen. Pas als toekomstige sportbestuurders
dát begrijpen en willen inzien, zijn ze voorbereid op hun carrière in de
sportwereld. Ik zal zelf verder gaan met mijn werk op het gebied van
globalisatie - voornamelijk vanuit een kritisch perspectief - door te blijven
lesgeven aan studenten en hen te vertellen over de waarde én gevaren van
globalisatie.”
Hierboven staat een beknopte versie van een uitgebreidere Engelstalige weergave van het interview met Lucie Thibault. Uiteraard zijn beide versies door haar geautoriseerd. Klik hier voor de uitgebreide versie.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.