25 november 2008
Nieuws
door: Peter Hopstaken | 25 november 2008
1. Je werkt nu voor het eerst in de sportwereld. Wat is je achtergrond en hoe ben je – toch min of meer verrassend – op deze nieuwe positie terechtgekomen?
“Van huis uit ben ik fiscaal jurist. Nadat ik was afgestudeerd in Groningen ben ik gaan werken in de internationale belastingadviespraktijk voor Deloitte & Touche. Van daaruit zijn we later met een heel team overgestapt naar het advocatenkantoor Loeff Claeys Verbeke. Vervolgens ben ik vertrokken naar Milaan waar ik voor de Italiaanse oliemaatschappij Agip heb gewerkt. Daarna ben ik - wederom via Loeff - bij TNT beland. Daar werd ik in 2001 de opvolger van de groepsdirecteur fiscale zaken en vanaf 2004 werd ik directeur ‘fusies en overnames’. Na ruim tien jaar TNT hoofdkantoor werd het tijd voor andere dingen. En aangezien de spoeling dun is voor andere interessante functies bij TNT in Nederland en in Amsterdam in het bijzonder, ben ik me gaan oriënteren op een toekomst buiten TNT. Ik heb altijd met plezier gewerkt bij TNT, maar ik heb meer affiniteit met sport dan met express, logistiek en post. Sport heeft van jongs af aan een rol gespeeld in mijn leven. Als jongetje voetbalde en tenniste ik en had ik de ambitie om later de ALO te gaan doen. Pas halverwege de middelbare school realiseerde ik me overigens dat ik niet voor de klas wilde staan. Inmiddels was ik een fervent basketballer geworden. Later heb ik door rugproblemen het basketbal ingeruild voor tennis. Kortom, sport heeft altijd wel een rol in mijn leven gespeeld. Toevallig las ik begin van dit jaar de advertentie van Topsport Amsterdam en vervolgens besloot ik meteen om te solliciteren. Het heeft me altijd leuk geleken iets op het snijvlak van sport en management te doen.”
2. Gaat Topsport Amsterdam een andere koers voeren onder jouw bewind?
“Ik werk hier pas zes weken en we zijn nu nog volop bezig om onze ambitie en strategie te bepalen voor de toekomst . Zonder daar op vooruit te lopen kan ik er al wel iets over kwijt. Het is sowieso onze ambitie om dé toonaangevende autoriteit op het gebied van topsport te worden in Amsterdam. Momenteel zijn er te veel andere instanties en dat is verwarrend. Behalve Topsport Amsterdam hebben we hier de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling, de Amsterdamse Sportraad, de ‘Amsterdamse Sport Instellingen’ - waarin vijfentwintig topsportorganisaties en topsportaccommodaties verenigd zijn – en ‘Amsterdam Topstad’ [een gemeentelijk orgaan met als doel Amsterdam terug te brengen in de top vijf van Europese vestigingsteden waarbij ook sport een rol kan spelen - PH]. Al deze organisaties krijgen wel eens een vraag over topsport en dat kan beter worden gestructureerd. Ik vind dat er in de toekomst slechts één front office moet zijn dat de topsportzaken in behandeling neemt. In mijn ogen moet Topsport Amsterdam dat centrum worden. Binnenkort gaan we met de andere partijen om de tafel om de rolverdeling te bespreken en de primaire functies die we hebben beter af te bakenen.”
3. Waarom heeft het bestuur van Topsport Amsterdam gekozen voor een relatieve buitenstaander om die ambitie te realiseren?
“Dit is meer een vraag voor het bestuur. Ik denk dat ze mede voor mij hebben gekozen omdat het een van de doelstellingen van Topsport Amsterdam is om nog bedrijfsmatiger te gaan werken. Met een verder geprofessionaliseerde organisatie en met heldere doelstellingen zoals men dat in het bedrijfsleven gewend is. Zelf zie ik wel het voordeel van een model waarin mensen met verschillende achtergronden samenwerken. Daarnaast heb ik als taak - juist vanwege mijn achtergrond - om Topsport Amsterdam aantrekkelijker te maken voor bedrijven om zich mee te associëren. Momenteel heeft onze businessclub 95 leden en hebben we vier zogeheten briljantsponsors. Het aantal bedrijven dat zich aan ons verbonden heeft, is dan ook goed. We moeten daarom vooral de kwaliteit van de relaties met bedrijven verbeteren. Het moet voor hen aantrekkelijker worden om zich aan ons te blijven verbinden. Sommige sponsors willen bijvoorbeeld méér dan alleen netwerken tijdens businessclubbijeenkomsten. Een aantal bedrijven heeft bijvoorbeeld aangegeven dichter bij de sport en sporters te willen komen, door bijvoorbeeld clinics te volgen. Daarnaast denk ik dat we meer sponsors direct rond evenementen zouden kunnen aantrekken. Het doel is sowieso om een aantal spraakmakende sportevenementen naar Amsterdam te halen – om de citymarketing een impuls te geven én in het kader van het trackrecord Olympisch Plan 2028. Rond deze evenementen liggen kansen voor onze sponsors om business te genereren.”
4. Welke rol speelt Topsport Amsterdam precies in het Olympische Plan 2028?
“Topsport Amsterdam is lid van de Amsterdamse kernploeg Olympische ambitie en heeft daarbij het voortouw gekregen in de topsportinhoudelijke rol. Volgens het plan moet de Nederlandse sportinfrastructuur vanaf 2016 op Olympisch niveau zijn om in de toekomst een bid te kunnen uitbrengen voor de organisatie van de Olympische Spelen in 2028. In 2016 moeten we daarom al een fantastisch trackrecord van georganiseerde sportevenementen kunnen overleggen. Daarom moeten we als Topsport Amsterdam gezamenlijk met DMO en Topstad nu hard aan het werk; in nauwe samenwerking met partijen zoals NOC*NSF, de sportbonden etc. Voor de opbouw van het trackrecord moet Topsport Amsterdam een proactieve rol spelen en uitgaan van onze Amsterdamse wensenlijst van spraakmakende evenementen. Ik wil daarbij niet wachten op plannen van andere steden die misschien uiteindelijk helemaal niet doorgaan. Als je topevenementen wilt organiseren, heb je overigens topaccommodaties nodig. We zijn in Amsterdam daarom begonnen om de huidige staat van accommodaties te inventariseren. Daarnaast brengen we ook in kaart aan welke eisen de accommodaties moeten voldoen om de evenementen te kunnen organiseren die op ons wensenlijstje staan. Discrepanties tussen de benodigde kwaliteit en de huidige staat zullen we vervolgens moeten wegwerken. Daar kan Topsport Amsterdam een adviserende rol in spelen.”
5. Amsterdam en Rotterdam zijn beide nog kandidaat om de Olympische Spelen van 2028 te ‘hosten’. Jij zal er wel een uitgesproken mening over hebben?
“De Olympische Spelen zijn te groot voor een stad. We zullen heel Nederland nodig hebben om dit evenement goed te organiseren, ik kan me ook voorstellen dat in de toekomst de Spelen niet langer naar een stad gaan maar naar een land of combinatie van landen. Wel vind ik dat we het sterke merk Amsterdam maximaal moeten gebruiken om de Spelen binnen te halen. Voor mijn werk ben ik in alle uithoeken van de wereld geweest en overal worden Holland en Amsterdam in een adem met elkaar genoemd. Werkelijk iedereen kent Amsterdam. Als we met zijn allen de kans willen maximaliseren om de Olympische Spelen naar ons land te halen, moeten we - zolang de spelen aan een stad worden toegekend – volgens mij kiezen voor Amsterdam als uithangbord. Het is zonde om eerst onnodig veel energie aan een stedenstrijd te verspillen. Uiteindelijk ziet iedereen toch liever dat de Olympische Spelen van 2028 in Nederland gehouden worden dan in enig ander land.”
Naschrift: Kornelis Dijkman is eind 2013 na een kort ziekbed overleden.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.