8 februari 2011
Nieuws
1. Na je carrière als volleybalbondscoach en je functie als technisch directeur Olympische Ploeg heb je twee bijzondere werkervaringen gehad. Je was de rechterhand van Guus Hiddink bij het Russische nationale team en general manager bij de Cervélo-wielerploeg. Als je op beide ervaringen terugkijkt, is het je dan mee of tegengevallen om buiten het volleybal actief te zijn?
“Het is me zeker meegevallen. In beginsel zijn de basisprincipes van sport natuurlijk ook hetzelfde, denk onder andere aan goede coaching, een goed programma, voeding, materialen en een plan van aanpak. Alleen worden die basisprincipes bij elke sport anders toegepast. En dat is juist het interessante aan de sport: waarom heeft een aanpak bij de één wel het gewenste effect en bij de ander niet? Daar ben ik uitermate geïnteresseerd in en daarom neem ik ook graag een kijkje in de keuken bij een andere tak van sport. Zo ben ik bij Louis van Gaal en zijn Bayern München op bezoek geweest en staan trips naar de New York Yankees en de Seatlle Seahawks op het progamma. Na mijn werkzaamheden bij de volleybalbond ben ik niet bewust op zoek gegaan naar een functie in een andere tak van sport. Het technisch coördineren van het Russische voetbalelftal is op mijn pad gekomen, net als de functie van manager bij Cervélo. Wel vond ik het belangrijk dat ik iets deed wat totaal anders was dan wat ik tot zoverre had gedaan. Ik heb een hekel aan kopiëren en doe niets twee keer hetzelfde. Dat zit niet in mijn genen.”
2. De wielerploeg Cervélo was geen lang leven beschoren. Als het daar financieel wél goed zou zijn verlopen, had je daar dan nu nog gewerkt denk je?
“Zeker weten, want het beviel me ontzettend goed. Sowieso heb ik iets met mission impossibles. Ik moet worden uitgedaagd anders heb ik ergens niets te zoeken. Het mooie van Cervélo was de inspirerende omgeving en het innovatieve concept van de ploeg. De wielerploeg werkte maar met één sponsor - uitzonderlijk in de wielerwereld – en wilde zoveel mogelijk nationaliteiten in het team hebben zodat er geen sprake kon zijn van een nationale ploeg. En Cervélo deed aan productinnovatie. Onze renners testen producten van sponsors en gaven hun feedback. Op die manier kregen de sponsors een beter product, hadden onze renners betere producten tot hun beschikking en kregen wij een fee van het bedrijf. Een win-win-winsituatie. Daarnaast had onze ploeg geen standaard sportmentaliteit. We hadden niet de intentie om alles te winnen. Ons motto was niet voor niets: winning isn’t the only thing. Natuurlijk is een podiumplaats prachtig, maar wij hadden een nieuwe benadering voor de wielersport. Die was gericht op persoonlijke groei, productvernieuwing, en innovatieve ontwikkelingen. We wilden jonge renners de mogelijkheid geven om het vak wielrennen te leren in een internaatachtige omgeving. Daarna zouden ze hun vleugels uitspreiden, het vak in de praktijk leren om vervolgens weer terug te keren en ons gedachtegoed te verspreiden.”
“Ik denk dat het uiteindelijk ons imago was dat ons heeft tegengewerkt, net als de regelgeving van de UCI overigens. We werden gepercipieerd als een Pro Tour-team, maar waren dat niet. Er werd een beeld geschapen van een ploeg waar alles kon. Maar in werkelijkheid hadden we een gelimiteerd budget. Uiteindelijk hebben we niet snel genoeg gehandeld om het beeld dat er van Cervélo is ontstaan, bij te schaven. Hadden we dat wel gedaan, dan had het weleens heel anders kunnen verlopen. De wielerwereld is bij uitstek geschikt als testsector op het gebied van voeding, materiaal en producten, daar ben ik van overtuigd. Cervélo had echt een goede visie en verdiende een kans om te slagen.”
3. Je bent een van de zeven initiatiefnemers van NL Coach en sinds de oprichting in 2005 voorzitter. Toen je daarmee begon, was het hard nodig om de positie van de coach te verbeteren. Hoe is het met die situatie nu?
“Samen met Cor van der Geest, Henk Kraaijenhof, Roelant Oltmans, Toon Gerbrands, Jan Reker en Jac Orie begon ik met NL Coach, omdat we vonden dat iedere sporter recht had op een gekwalificeerde coach, er een bredere erkenning moest komen voor het vak van de trainer-coach en de deskundigheid van succesvolle coaches beschikbaar moest zijn voor iedere coach. We hebben toen de handen ineen geslagen en zijn de belangen van coaches gaan behartigen. Met succes kan ik wel zeggen. We zijn in zes jaar tijd een zelfstandige organisatie geworden, hebben vierduizend leden en het magazine NL Coach heeft een oplage van tienduizend. Naast workshops en cursussen verzinnen we steeds nieuwe dingen. Zo organiseren we dit jaar voor het eerst een coach-dag in het AZ-stadion waar niet alleen coaches maar ook combinatiefunctionarissen de dialoog kunnen aangaan met (inter)nationale topcoaches.”
“Maar NL Coach houdt zich niet alleen bezig met coaches, we zetten ons ook in voor de kwaliteit van sportbeoefening. Een van onze speerpunten nu is bijvoorbeeld om van gymnastiek een kernvak in het basisonderwijs te maken. De betekenis van sport staat allang niet meer ter discussie. Iedereen weet dat sporten goed is voor de gezondheid en de vitaliteit, bovendien leert het je om door te zetten, jezelf te ontwikkelen, samen te werken, het geeft energie, maakt vrolijk, inspireert, geeft kans op integratie, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Bovendien houdt sport van iedereen, ongeacht talent, geloof en huidskleur. Sport heeft dus meer dan één doel. Tevens heeft bewegen invloed op hersenontwikkeling en denkkracht. Het is daarom van groot belang dat sport weer verplicht op het basisonderwijs wordt ingesteld. Belangrijk is het denk ik dat er een integraal rapport komt waarin voor eens en altijd duidelijk staat opgesteld voor de overheid wat de waarde van sport voor het onderwijs is en wat onderwijs de sport kan bieden.”
4. Bij de volleybalbond gaat het op dit moment zowel op financieel als sportief gebied niet echt goed. Doet dat je pijn?
“Ja, dat doet het me zeker. Dat de mannen van de inmiddels ex-bondscoach Peter Blangé zich niet kwalificeerden voor het WK 2010, het EK 2011 en de Olympische Spelen in London 2012 is een zware teleurstelling. Er is duidelijk een tijdperk over en het is aan de volleybalbond om verder beleid te bepalen. Ik denk zeker dat sommige problemen voorkomen hadden kunnen worden. Kijk bijvoorbeeld naar het feit dat in het begin van de World League goede resultaten werden gehaald. De ploeg van Blangé won zelfs van volleybalgrootmacht Brazilië. Maar als daarna verschillende spelers aangeven dat ze zich niet volledig beschikbaar stellen voor het Nederlands team wegens omstandigheden, gaan mijn nekharen omhoog staan. Ik zeg niet dat door de afwezigheid van enkele toptalenten de ploeg in de teloorgang is geraakt. Wel vind ik het een schande dat spelers zich niet volledig beschikbaar stellen, en ook bijzonder alarmerend. Het moet een eer zijn om voor je land uit te komen. En misschien verdient het dan qua geld niet zo goed, het verdienmodel zit hem in de persoonlijke ontwikkeling. Werkelijk, ik begrijp niet waarom dat getolereerd wordt. Als je als land niet met je beste team speelt, waarom doe je überhaupt mee aan een toernooi? Het is dan ook niet vreemd dat sponsors daar vraagtekens bij zetten en zich terugtrekken. Leg ze die filosofie in dit tijdgewricht maar eens uit.”
5. Ben je naast je bestuurlijke werkzaamheden op zoek naar een nieuwe functie in de sport?“Op dit moment ben ik niet actief op zoek. Het avontuur bij Cervélo is pas net achter de rug en daardoor ben ik lange tijd van huis weggeweest. Het is daarom nu tijd voor wat achterstallig onderhoud en om de zaken thuis op orde te stellen. Maar over een paar weken stel ik me open voor alles wat op mijn pad komt. Alhoewel ik mezelf niet zo snel in het bedrijfsleven aan de slag zie gaan. Sport is mijn natuurlijke omgeving en daar zal ik dan ook zeker actief in blijven. Een voorkeur voor een sportsector heb ik niet. Ik heb het geluk dat ik als technisch directeur bij NOC*NSF met veel sporten in aanraking ben gekomen en er in principe geen onbekende sporten voor mij zijn. Dat was een bijzonder verrijkende ervaring. Alles kan daarom. Of het nu weer bij de volleybalbond is of ik terugkeer in de voetbalsector, ik sluit totaal niets uit. Wel moet iets bij me gaan kriebelen, me enthousiasmeren en me energie geven. Maar eerst breng ik ‘het huis’ op orde, daarna mijn boot ‘de Spirit of 96’en dan zal de energie zich wel weer gaan richten…”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.