17 april 2012
Nieuws
1. Zestien jaar na het geslaagde WK in de Utrechtse Galgenwaard mag de KNHB in 2014 opnieuw het WK hockey organiseren. Wat doen jullie hetzelfde en wat is er anders ten opzichte van 1998?
“Het eerste waar we destijds op hebben ingezet is een dubbeltoernooi. We wilden zowel de mannen als de vrouwen hebben, zodat je tijdens het toernooi op iedere dag een Nederlands Elftal op het veld hebt. Dan is er elke dag een vol stadion. Ten tweede wilden we het toernooi graag in een voetbalstadion organiseren. In 1998 was het de Galgenwaard in Utrecht, nu het ADO-stadion in Den Haag. Een voetbalstadion geeft nu eenmaal veel meer mogelijkheden dan ons eigen Wagener Stadion. Er zijn ontvangstruimtes, keukens, de tribunes zijn overdekt, je kunt er 15.000 man kwijt in plaats van 9.000. Dat stadion geeft ons veel beter de gelegenheid om mensen op een hoogwaardige manier te ontvangen. Die twee zaken hebben we dus rechtstreeks overgenomen.”
“Destijds hebben een aantal side-events georganiseerd en die waren met name op het gebied van de sport zelf. We hadden hockeytoernooien en coachcursussen. Die zaken gaan we nu allemaal groter aanpakken. Het toernooi heeft als motto Welcome World of Hockey. We bieden de Internationale hockeyfederatie (FIH) allerlei mogelijkheden om internationale cursussen te organiseren. We organiseren hier onderdak voor mensen uit allerlei landen en op die manier dragen we bij aan de ontwikkeling van het hockey wereldwijd. Die cursusprogramma’s bieden we hier ter plekke aan, maar ook wereldwijd en door middel van een multimedia-programma kunnen mensen uit bijvoorbeeld Chili ook meedoen aan de cursussen en live wedstrijden volgen.”
“Naast side-events op het gebied van de sport gebruiken we het toernooi ook om andere verbanden te leggen. Dat past in het Olympisch Plan 2028. De politiek, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties krijgen de gelegenheid om allerlei evenementen en congressen tijdens het toernooi heen te organiseren. We hebben Den Haag als standplaats uitgekozen, onder meer omdat de sport daarmee dicht bij de politiek is en het is de tweede hockeyomgeving van Nederland. We zijn met allerlei bedrijven en organisaties in gesprek over congressen en workshops: NOC*NSF, Olympisch Vuur, Sport & Zaken, het Mulier Instituut, InnosportNL. Maar we willen ook het bedrijfsleven erbij betrekken. Voor hen kan het ook buiten de sport om heel interessant zijn. Er zijn technieken voor kunstgrasvelden met water en die kun je koppelen aan waterzuiveringtechnieken. Zo’n toernooi biedt bedrijven de gelegenheid om zoiets op een heel natuurlijke manier onder de aandacht te brengen van een enorme markt. Denk bijvoorbeeld aan India of China.”
“Tot slot is er een culturele component. We proberen ook een muziekevenement aan het toernooi te koppelen. Zelf ben ik een enorme muziekliefhebber en ik geloof dat sport en muziek de mensen verbindt. We willen een speciale muziektent bouwen waar kinderen en talentvolle jonge mensen de ruimte krijgen om met muzikale en culturele activiteiten de cultuur van de spelende landen terug te laten komen.”
2. In hoeverre is de internationale hockeywereld en de positie van Nederland daarin sinds 1998 veranderd?
“Het hockey is enorm gegroeid, nationaal maar ook wereldwijd. In Nederland zijn we sinds 1998 van 125.000 naar 230.000 leden gegaan en in de buurlanden is het ook gegroeid. België zit nu bijvoorbeeld op 35.000 leden en dat is ruim twee keer zoveel. De laatste tijd zie je ook dat de traditionele hockeylanden terugkomen. In India en Pakistan groeit het hockey weer. Sinds het WK van 1998 is de uitstraling veel groter geworden. China doet sinds de Olympische Spelen van 2008 natuurlijk ook mee. In Japan wordt het steeds groter. Nieuw-Zeeland en Australië zijn traditioneel grote hockeylanden, de Amerikaanse dames komen weer terug. In Argentinië is met name het dameshockey enorm groot. Luciana Aymar is daar populairder dan Lionel Messi. Maar de Argentijnse mannen zijn ook negende van de wereld. In het tophockey is de internationale concurrentie dus toegenomen.”
“De laatste jaren zie je ook dat er steeds meer buitenlandse spelers naar Nederland komen om hier competitie te spelen. Daar worden die buitenlandse spelers beter van. Zo kwam er bijvoorbeeld een Australische strafcornerspecialist met Jamie Dwyer mee naar Bloemendaal. Hij was nog geen international, maar heeft zich hier verder ontwikkeld en tegenwoordig speelt hij ook voor de Australische nationale ploeg. Je kunt je afvragen of het goed is voor het niveau van het Nederlandse hockey. Daar zitten twee kanten aan. Als hier buitenlandse topspelers naartoe komen trekken zij het niveau van de competitie omhoog en daar wordt iedereen uiteindelijk beter van. Maar aan de andere kant nemen buitenlandse spelers vaak de belangrijke posities in een elftal in en dat kan ten koste gaan van de ontwikkeling van Nederlandse spelers. Overigens zie je de buitenlandse spelers vooral bij de middenmoters. De vier Nederlandse topclubs doen het voornamelijk met Nederlandse spelers.”
“Als bond kun je daar geen beleid op voeren want je bent gebonden aan Europese regelgeving. We zitten natuurlijk wel regelmatig met de grote clubs om de tafel, want we hebben elkaar nodig. Zij leveren de spelers voor de vertegenwoordigende elftallen, zij voorzien in het salaris van die spelers en wij organiseren de competitie. Je ziet daarbij discussie terugkomen die ook in het voetbal worden gevoerd. Hoe ga je om met blessures bij het Nederlands Elftal, hoe zorg je ervoor dat het programma niet te druk wordt, dat soort zaken.”
3. Er is de afgelopen maand wat ophef geweest rond het wegsturen en weer terughalen van routiniers Teun de Nooijer en Taeke Taekema bij het Nederlands Elftal. Wat is jouw rol daarin?
“We hebben een bondscoach aangesteld en die heeft de verantwoordelijkheid. Daarnaast hebben we twee bestuursleden technische zaken, één voor de mannen en één voor de vrouwen, plus een technisch directeur. De voorzitter en ik als algemeen directeur staan daar bewust iets verder vanaf want anders gaat iedereen zich er maar tegenaan bemoeien. Natuurlijk worden wij wel op de hoogte gehouden en men polst ons ook als het nodig is. Maar de verantwoordelijkheid voor technische zaken rond de invulling van het team ligt bij de bondscoach. Wij denken natuurlijk wel mee als het om communicatie gaat. Hoe breng je dingen naar buiten? Wat kunnen de gevolgen zijn? Uiteindelijk heeft de bondscoach in dit geval een aantal dingen wat zwaarder gezegd dan hij had moeten doen en dat vond hij zelf achteraf ook heel vervelend. Daar heeft hij ook zijn excuses voor gemaakt. Hij wilde een verandering in het team teweeg brengen en daar moet je soms harde beslissingen bij nemen. Voor mensen rond het team kwam dat niet echt als een verrassing, maar de felheid waarmee het gebeurde misschien wel. Dat is nu eenmaal zijn stijl en dat zorgt aan de andere kant ook wel weer voor duidelijkheid. Of het gewerkt heeft weten we natuurlijk nog niet, dat moeten we deze zomer in Londen zien.”
“Wat de doelstellingen in Londen zijn? De coaches hebben natuurlijk allemaal één doel en dat is winnen. Als bond hebben we voor de heren én dames een top-4 klassering als doel. De eerste doelstelling op de Spelen is dus om de poule door te komen. Als dat lukt, kijk je verder. Daarna begint het eigenlijk opnieuw, dan zijn er nog twee wedstrijden en dan moet je zien waar je op dat moment staat.”
4. Van de Olympische Spelen in Londen schakelen we door naar de Nederlandse Olympische ambities. Zelf heb je mede aan de wieg gestaan van het Olympisch Plan 2028. Tot op heden is het niet gelukt om veel maatschappelijk draagvlak voor dat plan te ontwikkelen. Hoe komt dat?
“Als je het Olympisch Plan even loskoppelt van de Olympische Spelen, is er de afgelopen jaren enorm veel bereikt. In de gemeenten en in de provincies wordt ontzettend veel gedaan met sport. Er wordt veel gedaan om de sportparticipatie te verhogen, denk aan combinatiefunctionarissen, schoolsportverenigingen noem maar op. Maar ja. Het verhaal van die Spelen zelf is natuurlijk het leukste om te vertellen. Dat zag je ook met Erica Terpstra bij Pauw & Witteman, maar dat verhaal is ver weg en je moet ervoor uitkijken daar te veel op aan te sturen want je krijgt allerlei soorten van kritiek en iedereen vindt er iets van. Vorige week was ik op een congres van Public Affairs en toen hoorde ik van veel mensen als kritiek op het Olympisch Plan dat het te veel top-down was. Mensen horen mooie verhalen, maar als ze in de wijk om zich heenkijken zien ze er niets van terug. In tijden van crisis gaat geld dan ook een rol spelen en daardoor ontstaat die negatieve spiraal.”
“Als je teruggaat naar de kern van het plan moet je luisteren naar wat Hein Verbruggen en Els van Breda Vriesman - destijds IOC-leden - acht jaar geleden al zeiden: de organisatie van de Olympische Spelen levert geld op. Alles wat je moet regelen voor de infrastructuur kost geld, maar veel van die infrastructurele kosten zou je op termijn toch al uitgeven. Neem bijvoorbeeld hotels. Nederland heeft een gebrek aan hotels in het topsegment. Rijke toeristen uit India en China komen naar Volendam en gaan vervolgens overnachten in Brussel. Als je die toeristen één of twee nachten in Nederland houdt door je hotelinfrastructuur beter te organiseren, kun je er ontzettend veel op verdienen. Kijk naar Barcelona. Die zijn van 8 miljoen toeristen naar 30 miljoen toeristen per jaar gegaan. Je moet niet alleen naar die Spelen zelf kijken, maar je moet kijken wat je er aan de voorkant en aan de achterkant mee kan doen.”
5. Vorig jaar is er een groot aantal Nederlandse sportbestuurders op studiereis geweest naar Brazilië om te leren van de ervaringen met het binnenhalen van de Spelen voor 2016 in Rio. Zelf was je ook mee. Voor die trip werden de Spelen in 2028 gezien als een stip op de horizon en leek de reis ernaartoe belangrijker dan de bestemming. De Brazilië-gangers lijken dat uitgangspunt een beetje te hebben losgelaten en lijken het binnenhalen van de Spelen zelf meer urgentie te willen geven. Hebben zij daarmee niet onbedoeld op hun geweten dat het plan ten onder dreigt te gaan aan onderlinge onenigheid?
“Toen wij terugkwamen met die club van 48 en onze ervaringen van die reis gingen delen, kregen veel van de mensen die met de strategie van het Olympisch Plan bezig waren het gevoel dat wij ons met van alles bemoeiden. Het was helemaal niet onze bedoeling om te zeggen dat ze hier fout bezig waren. Maar als je het daar met eigen ogen hebt gezien en hebt beleefd, kijk je er toch iets anders tegenaan. Dat botste, bijvoorbeeld met mensen bij Olympisch Vuur en NOC*NSF die de Olympische Spelen niet als doel wilden formuleren. Wij zagen in Brazilië bijvoorbeeld hoe alle machtige politici op hoge plekken hun invloed hebben aangewend om dat bid te ondersteunen: Carlos Nuzman, president Lula, João Havelange, noem maar op. De mensen die mee waren met die reis voelden die urgentie en die kwamen terug met het idee dat premier Rutte, minister Schippers en bijvoorbeeld Bernard Wientjes van VNO-NCW, eindelijk ook eens vol achter het plan moesten gaan staan. Wees nu niet bang dat allerlei mensen dan van alles erover gaan roepen, maar ga er gewoon voor en leg het uit. Durf ook te investeren in al die sporten waar we niet zo goed in zijn, maar wel passen bij de vele culturen in Nederland – denk bijvoorbeeld aan tafeltennis en de Chinezen - en laat zien dat die Spelen meer zijn dan wedstrijden die je voor veel geld organiseert.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.