Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan johan wakkie directeur van de hockeybond

5 vragen aan Johan Wakkie, directeur van de hockeybond

11 maart 2008

Nieuws

door: Peter Hopstaken | 11 maart 2008

1. De hockeybond gaat haar huidige sponsormodel ingrijpend wijzigen. Kan je vertellen wat er precies gaat veranderen en waarom?
“Vanaf 1995 hebben we het zogenaamde piramidemodel: één hoofdsponsor (Rabobank), twee partners (Volvo en Shell), twaalf sponsors en elf suppliers. De suppliers zijn vooral leveranciers bij evenementen, zij blijven gewoon bestaan. Het piramidemodel gaat verdwijnen. Waarom? In de loop der jaren hebben we er als bond bewust voor gekozen om bepaalde domeinen aan sponsors te koppelen. Shell is zich vervolgens op de jeugd gaan richten, verzekeraar ONVZ op scheidsrechters, enzovoorts. Sommige sponsors hebben dat zo goed uitgevoerd dat er voor andere sponsors minder ruimte overbleef om zich te profileren. We wilden dan ook dat er meer gelijkwaardigheid kwam tussen de sponsors. Bovendien waren het er zoveel geworden dat hun zichtbaarheid versnipperde. Een ander nadeel van  het piramidemodel was dat we als hockeybond ook kwetsbaar waren. Als de Rabobank ermee stopt, hebben we een probleem. Niet dat ze dat van plan zijn, maar ik moet als directeur ook de lange termijn in de gaten houden.

Al met al hebben zijn dat een paar redenen waarom we een nieuw sponsormodel hebben bedacht. Een model dat overigens ook logisch is ontstaan uit de vele ontwikkelingen in de laatste jaren. We hebben die ontwikkelingen proberen te benoemen en geclusterd in thema’s. Sponsors kunnen één of meer thema’s adopteren en er activiteiten omheen ontwikkelen. De thema’s zijn: de twee nationale teams, Jong Oranje/A- en B-jeugd, de hoofdklasse competitie, de hockeyacademie (opleiding voor scheidsrechters en coaches waar ook de verenigingen gebruik van kunnen maken), het hele jeugdsegment (inclusief schoolhockey), alle arbitrage (top en breedte), trim- en veteranenhockey en beachhockey. Binnen en tussen deze thema’s zijn er allerlei ontwikkelingen gaande. Een sponsor kan zich profileren met zo’n ontwikkeling. Denk bijvoorbeeld aan de toenemende aandacht voor sportiviteit, respect en gedrag binnen de sport. En denk aan de maatschappelijke rol die sport in de wijk vervult. Met onze bedrijven zijn we nagegaan: wat past bij jullie, wat past er bij ons. Het leuke is dat de sponsors elkaar dwars door de thema’s zullen gaan tegenkomen. Onderling bekijken we hoe de zaken het beste aangepakt en verdeeld kunnen worden. We zijn nu driekwart jaar bezig met de ontwikkeling van dit nieuwe sponsormodel. We hebben met alle sponsors gepraat en zes zullen zeker doorgaan. We willen er in totaal acht hebben. De start is gepland op 1 januari 2009. Eén van de huidige sponsors heeft binnen de benoemde thema’s niets gevonden om zich te profileren. Met dit bedrijf zijn wij nu bezig om een additioneel thema te ontwikkelen: de studentenwereld binnen het hockey.”

2. Je ging laatst tijdens een sponsorseminar van de League of Experience als spreker nogal tekeer tegen de financieringswijze van de sport via Toto/Lotto-gelden. Kan je nog eens uitleggen wat je het meeste dwars zit?
“Ik vind dat we in de sportwereld met zijn allen ‘van De Lotto zijn’. Daarom zouden alle bonden gezamenlijk via hun achterban de instroom van Lotto-klanten moeten bevorderen. Dat gaat echter al mis bij de grootste bond, de KNVB. Zij hebben de Staatsloterij als sponsor. Maar de Staatsloterij is regelrechte concurrent van De Lotto! Bovendien heeft de sport niet zo veel aan de Staatsloterij, dus dat is dubbel pech. Het verhaal gaat nog verder. Want de Eredivisie CV heeft de Sponsor Bingo Loterij als sponsor. Dat is aan de ene kant mooi, want vijftig procent van de inleg gaat naar de sport. Maar de Sponsor Bingo Loterij is óók concurrent van De Lotto. Dat is dus niet handig. Daar wordt de sportwereld alleen maar slechter van. Ik vind De Lotto wel goed bezig met een nieuwe  campagne om zichzelf sterker onder de aandacht te brengen.

Ik snáp de KNVB wel. Die bond is opgesplitst in verschillende entiteiten – de eredivisie, de eerste divisie en de centrale KNVB – en die moeten de eigen broek ophouden. Bovendien heeft de KNVB te maken met sterke internationale concurrentie. Om die het hoofd te kunnen bieden, hebben ze veel geld nodig. Maar toch mogen ze als ’s lands grootste bond met een grote maatschappelijke functie tegelijkertijd wel wat meer buiten hun eigen wereld kijken. Neem nu Chris Woerts van Feyenoord. Die heeft geroepen dat de Toto-gelden alleen bestemd zouden moeten zijn voor het voetbal. Maar denk je dat de stadions alleen vol zitten met leden van de KNVB?! Welnee! Ik ga óók naar het voetballen en jij óók. Er zit op de voetbaltribune heel veel ‘buitenpubliek’, mede afkomstig van de andere sporten. Dat zou de voetbalwereld zich meer moeten realiseren. Ik vind dat we als sportwereld meer samen moeten optrekken. De kleinere bonden hebben gewoon meer steun nodig. Neem bijvoorbeeld de touwtrekbond. Die bond heeft nul medewerkers in dienst maar ze zijn wél nauw betrokken bij de internationale touwtrekbond. Dat zouden we met zijn allen meer moeten waarderen en steunen.”

3. Staat de hockeybond zelf wel open voor de rest van de sportwereld?
“Nou, wij schermen ons in ieder geval niet af. Alles wat we ontwikkelen, mogen anderen overnemen. Bijvoorbeeld het kinderopvangmodel van Kampong. De voetbalwereld kan er zijn voordeel mee doen, wij voelen ons niet beconcurreerd. En wij waren als hockeybond één van de twee initiatiefnemers van het Huis van de Sport. Kleine bonden als de kanobond, de triatlonbond, de jeu-de-boulebond zijn dolblij dat ze nu bij elkaar zitten. Het is heel makkelijk geworden om even bij elkaar over de vloer te komen. Bovendien is het natuurlijk efficiënt om allerlei diensten te bundelen, zoals financiën, communicatie, P&O, ICT en opslag. Dus je kan niet zeggen dat de hockeybond alleen aan zichzelf denkt. De KNVB is de grootste bond en heeft de meeste mogelijkheden om de sport in de breedte te ondersteunen, wat ze met een aantal projecten ook wel doen. Ik ben trouwens  heel blij dat het Olympisch voetbalteam naar Beijing gaat. Dan komt eindelijk eens de verbinding tussen de voetbalwereld en de rest van de sport tot stand. Nu nog hopen dat ze de eerste ronde doorkomen, dan komen ze in het Olympisch dorp terecht. Dat zou helemaal goed zijn.”

4. Wat zijn volgens jou de grootste uitdagingen waar de sport de komende tijd voor staat?
“Door de VWS-nota ‘Tijd voor Sport’ zijn sportverenigingen bij veel maatschappelijke thema’s betrokken geraakt. Maar ik vraag mij af of sportverenigingen daar altijd zo blij mee zijn. Van een sportvereniging word je lid om gelijkgestemden tegen te komen, om vrienden te maken. Je wordt geen lid van een vereniging om mensen van buiten de vereniging te ontmoeten. Maar doordat verenigingen maatschappelijke taken krijgen – bijvoorbeeld in het kader van de combinatiefuncties - worden die mensen ‘van buiten’ binnen de vereniging gelaten. En ‘branchevreemde’ mensen zijn in strijd met de aloude verenigingsgedachte. Denk ook eens aan de vrijwilligers. Blijven zij er lol in houden als er door buitenstaanders op hun handen wordt gekeken? Terwijl die buitenstaanders de sportvereniging niet kennen en niet snappen welke taken vrijwilligers zoal moeten uitvoeren. Dit is de spagaat waar de sportvereniging momenteel voor staat. Neem nu die combinatiefuncties, wie gaat ze invullen? Als de combifunctionarissen ’s middags bij de vereniging zelf de deur open moeten doen, zelf de verwarming aan moeten zetten, dan gaat de lol van zo’n iemand er snel van af. Ook deze functionarissen hebben een vorm van begeleiding nodig, dat heeft de Sport Technisch Kader-functionaris van vroeger ons wel geleerd. Bij de grootste verenigingen gaat het misschien nog wel werken. Maar durft de grote groep verenigingen daaronder de professionaliseringsslag te maken? Durven zij een arbeidsovereenkomst te sluiten met alle rompslomp die daar bij komt kijken?”

5. We moeten het natuurlijk ook over topsport hebben. Waar staan we mondiaal gezien volgens jou?
“De Top 10-doelstelling vind ik een reële doelstelling. Ja echt! Kijk, om te beginnen hebben we sporten waar we traditioneel goed in zijn. Hockey, zwemmen, wielrennen, schaatsen, zeilen, roeien, paardensport en judo. We moeten in staat worden geacht om in deze takken van sport onze wereldtoppositie te consolideren. Valt je trouwens wat op? Onze sterke sporten zijn overwegend ‘wit’! Ja sorry, maar het is echt zo. Acht witte sporten. Er zijn ook veel sporten in Nederland die gedomineerd worden door buitenlanders. Boksen door de Turken, badminton door Indonesiërs, tafeltennis door twee Chinezen, atletiek door een Afrikaanse vrouw, basketbal door Amerikanen. De discussie zou erover moeten gaan hoe je déze sporten op een hoger niveau kan tillen. Hoe pak je dat organisatorisch aan, hoe leidt je het technisch kader op, hoe krijg je bij die takken van sport de wereldevenementen naar Nederland? Dat zou speerpunt van beleid moeten worden. Benoem naast de acht witte sporten ook acht zwart-witte sporten. Consolideer de toppositie van de witte sporten en breng tegelijkertijd de zwart-witte sporten op een hoger niveau. En trek daar tijd voor uit, acht jaar bijvoorbeeld. Dat is ook nog eens goed voor de integratie van minderheden in ons land.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.