3 oktober 2017
Nieuws
De wortels van Nijmegenaar Johan Steenbergen (54) liggen in het Groningse Stadskanaal, waar hij basketbalde en aan atletiek deed bij omnisportvereniging Jahn II. In de jaren tachtig voelde hij zich aangetrokken tot de toen nog jonge studie bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en specifieker de ethische vraagstukken van de richting sportfilosofie. Voor zijn afstudeerscriptie en later ook zijn promotie boog hij zich over de vraag wat sport nou eigenlijk is. Je zou kunnen zeggen: dat houdt hem nog steeds bezig, als mede-eigenaar - met Eralt Boers - van het in Ede gevestigde onderzoeks- en adviesbureau Kennispraktijk, dat hij zeventien jaar geleden begon en dat recentelijk met een bredere scoop een nieuwe weg is ingeslagen.
door: Marc Hoeben | 3 oktober 2017
1. Je loopt heel lang mee in het wereldje van sport en bewegen. Hoe houd je dat spannend?
“Het betekent enerzijds dat ik een heel netwerk in dit domein heb opgebouwd. Anderzijds vraag ik me wel eens af of ik niet juist buiten de wereld van sport en bewegen moet treden. Bijvoorbeeld op het gebied van welzijn. Dat ligt dan buiten mijn comfortzone. Daar heb ik de afgelopen tijd over nagedacht. Maar ja, ik ben opgegroeid met sport en bewegen. Daar zit nog steeds echt mijn hart, mijn passie. Het belang van bewegen is niet te onderschatten. Vanuit die gedachte doe ik ook vrijwilligerswerk bij de jeugd van een voetbalclub en een triatlonclub."
"Daarnaast ben ik ook op een andere manier wel gek van sport, hoor. Ik kijk graag naar voetbal en vooral wielrennen. Ik ben zelf triatleet en een fanatiek toerfietser. Ha, in het wielrennen kom je ook absoluut weer ethische vraagstukken tegen, waar ik me vroeger graag mee bezighield. Ik ben ooit door journalist Guus van Holland van NRC Handelsblad geïnterviewd over doping. Ik zei: ‘Geef het toch vrij.’ Dat stond ook levensgroot boven het stuk, je kunt je wel voorstellen welke reacties het opleverde."
"Jarenlang ben ik door allerlei media gebeld, als het over dat onderwerp ging. Maar waar het mij toen om ging: het hele systeem was verrot. Maar ondertussen werden alleen de wielrenners zelf gecriminaliseerd. Niet de medische begeleiding, de ploegleiding, de bestuurders. Zo langzamerhand is wel duidelijk geworden wat er allemaal nog meer in het wielrennen aan de hand was. Ik heb het idee dat het systeem nu opener is geworden. Dat zie ik echt als een vooruitgang.”
2. Je hebt in het verleden ook veel onderzoek gedaan over normen en waarden in de sport en het sportbeleid. Ligt daar ook niet je grootste interesse?
“In mijn studie, binnen de richting sportfilosofie, had ik daar natuurlijk nadrukkelijk mee te maken. Na de universiteit werkte ik mee aan het programma ‘Waarden en normen in de sport’ van het ministerie van VWS, in samenwerking met de universiteiten van Utrecht, Amsterdam en Brussel. Dat ging over hoe we met elkaar omgaan in de sport, hoe we fair play handen en voeten kunnen geven, diversiteit in sportbesturen, de verhoudingen tussen man en vrouw in de sport. Dat was tussen 1992 en 1998. Maar eigenlijk ben ik pas de laatste twee, drie jaar op die manier weer bij de sport betrokken, bij het programma VSK, Veilig Sport Klimaat. Dat draait dan om verschillende interventies, bijvoorbeeld hoe je sportief kunt besturen of hoe je als scheidsrechter goede beslissingen kunt nemen. Mijn rol daarbij was om te kijken welk effect het bezoek aan workshops had.”
3. Wat doet je bedrijf Kennispraktijk?
“Kennispraktijk is geen nieuwe speler in het werkveld van sport en bewegen. Wij zijn een advies- en onderzoeksbureau binnen het sociale domein. Wij kijken bijvoorbeeld in opdracht van een gemeente naar het sportbeleid en wat daarvan terecht komt. Of we zijn nu bezig met een project in Rotterdam, waar het een overweging is om op een campus in Hoogvliet van twee scholen voor voortgezet onderwijs en een mbo-school een sportpas in te voeren naar het model van de sportkaarten bij universiteiten. Dan kijken we of er een behoefte naar is, wat dat betekent voor de prijs, welke aanbieders er zouden moeten komen, of je de pas moet hebben voor alleen leerlingen of ook voor omwonenden."
"De laatste jaren doen we steeds meer aan procesbegeleiding. We - Eralt Boers en ik - hebben bijvoorbeeld een opdracht van de provincie Overijssel gekregen om samen met gemeenten, sportorganisaties en onderwijs te komen tot een gemeenschappelijke visie of ambitie op het thema breedtesport en talentontwikkeling, met een verbinding naar topsport."
"Daarnaast zijn we betrokken bij een project over physical literacy. Dat wil zeggen: hoe zorg je ervoor dat mensen een leven lang sporten bewegen en wat is daarvoor nodig? Als je bepaalde bewegingsvaardigheden onder de knie hebt en dit ook nog kunt organiseren, is de kans later vele malen groter dat je in beweging blijft. Wij kijken onder andere welke rol sportverenigingen, scholen, de overheid, noem maar op daarbij kunnen hebben. Het is echt een gezamenlijk project, met mensen vanuit verschillende hogescholen, universiteiten, kenniscentra en ontwikkelaars van leerplannen. Dat kan weer leiden tot een manifest en dat de PO Raad, de VO Raad, VWS of OC&W zeggen dat we het verder moeten ontwikkelen.”
4. Kennispraktijk heeft ups en downs gekend. Hoe sta je er nu voor en welke kant wil je op?
“Ik ben ooit - in 2000 - als eenmanszaak begonnen. Al gauw werd ik gebeld door het toenmalige NISB (inmiddels opgegaan in Kenniscentrum Sport, red.) of ik personeel wilde. Toen is het gaan groeien. Steeds meer gemeenten gingen ook sportbeleid voeren. Zo’n tien jaar later hadden we tien fte aan personeel en vervolgens zakte de boel in. We waren misschien te optimistisch geweest met onze inschattingen qua werk. De opdrachten liepen terug. Dat had met de economische situatie te maken, de subsidies liepen ook terug. En toen leek het wel heel snel te gaan."
"In 2015 moesten we fors inkrimpen. Ik moet zeggen: een heel vervelende periode. Ik heb het er niet makkelijk mee gehad om mensen te moeten teleurstellen. We zijn nu een bureau van zo’n vier fte, met Eralt en ik en twee mensen in vaste dienst. Dat is prima. Daarna hebben we echt stappen gemaakt. We hebben gekozen voor een andere profilering en het is belangrijk om dat ook naar buiten toe kenbaar te maken. We doen nog steeds aan onderzoek en bij alles zit wel een elementje van onderzoek. Maar de accenten zijn wel verschoven. We keken altijd al naar de praktische consequenties en de toepassing van de opgedane kennis uit onderzoek. Maar nu richten we ons nog sterker op procesbegeleiding, advies en implementatie.”
5. Welke ontwikkelingen zie je in de samenleving en dan vooral op het gebied van sport en bewegen, die consequenties zullen hebben voor jullie werkzaamheden?
“Nou, je ziet wel een verschuiving in hoe sport en bewegen wordt georganiseerd. Sommige mensen zeggen dat sportverenigingen de langste tijd hebben gehad. Maar daar geloof ik dus niet in. Je zult altijd sportverenigingen blijven houden, het zal hooguit in omvang ietsje minder worden. Mensen gaan zich meer verenigen in de communitysfeer, in clubjes die vanuit gezamenlijke activiteiten voortkomen, maar niet dezelfde juridische status hebben als sportverenigingen. Maar die sociale component blijft aanwezig, bij alles wat we doen. Neem alleen al fitness. Wat zijn daar de best bezochte en meest bestendige uren? Dat zijn die van de groepslessen."
“Ik voorzie ook dat gemeenten en bonden zich steeds meer moeten buigen over de vraag hoe we mensen een leven lang in beweging houden. Enerzijds zie je een afname van bewegen en de schadelijke effecten daarvan op de lange termijn voor onze gezondheid en wat dat allemaal met zich meebrengt qua kosten voor de zorg. We moeten proberen inzicht te krijgen hoe je mensen aan het bewegen of sporten houdt of hoe je een deel - die tien tot vijftien procent die niks doet - toch aan het bewegen krijgt zonder al te directief te zijn. We moeten ons afvragen hoe nieuwe sportcommunities ontstaan, wat bijvoorbeeld het geheim is van al die loopgroepjes en welke principes elders weer te gebruiken zijn."
"Wij begeleiden dat soort processen. Partijen bij elkaar brengen, een gezamenlijke visie ontwikkelen, doelen bepalen en uitvoeringsprogramma’s opstellen. Zo kijken wij op dit moment voor de provincie Overijssel naar de effecten van een beweegprogramma bij peuterspeelzalen en hoe dat geoptimaliseerd kan worden. Dat brengt me weer terug bij het begrip physical literacy en daar geloof ik echt in. Als je maar vroeg genoeg begint en kinderen krijgen plezier in bewegen, dan heb je daar later in je leven enorm veel profijt van.”
Voor meer informatie: www.kennispraktijk.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.