Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan jochem uytdehaage oprichter sporttop en ex topschaatser

5 vragen aan Jochem Uytdehaage, oprichter Sporttop en ex-topschaatser

4 maart 2014

Nieuws

door: Lennart Bloemhof | 4 maart 2014

1. Tijdens je sportcarrière richtte je Sporttop op en dat heb je na je schaatspensioen verder uitgebouwd. Ben je daardoor aan het gevreesde ‘zwarte gat’ voor een topsporter ontsnapt?
“Na mijn schaatscarrière ben ik niet in een zwart gat gevallen, maar ik heb wel twee moeilijke jaren gehad. Dat had voornamelijk te maken met bepaalde keuzes die ik had gemaakt tijdens mijn topsportcarrière en waar ik later met een slecht gevoel op terugkeek. Als iets niet goed gaat, heb je automatisch de neiging om harder te gaan trainen. Dat heb ik gedaan, maar achteraf blijkt dat ik te hard heb getraind en daardoor mijn lichaam heb opgebrand. Met de kennis van nu had ik veel beter naar mijn eigen lichaam moeten luisteren in die periode. Dan had ik er misschien zelfs in Sotsji nog wel bij kunnen zijn als schaatser. Ook was ik mentaal 'op'. Achteraf zou ik zeker baat hebben gehad bij een mentor in mijn sportcarrière, vooral als jonge schaatser. Bijvoorbeeld op het gebied van sport en studie, wat voor een topsporter altijd lastig is om te combineren. Soms was ik zo hard aan het studeren dat ik te vermoeid was om nog een topprestatie te leveren. De ondersteuning op dat gebied kreeg ik pas aangeboden nadat ik mijn successen had behaald.

“Ik liep daarom al langer met het idee voor Sporttop rond. Eigenlijk al sinds 2002. In Utrecht werkte ik altijd aan mijn conditie bij atletiekclub Hellas en daar trainde ik met atleten die aan EK’s en WK’s atletiek hadden meegedaan. Ik realiseerde me toen dat ik als schaatser bevoorrecht was, vergeleken met hen. Als ik iets nieuws nodig had, hoefde ik maar met mijn vingers te knippen. Ik wilde dat privilege delen met atleten die minder middelen tot hun beschikking hadden. Daarnaast beklommen we in de zomer van 2002 in de Franse Alpen met een groep bekende Nederlandse atleten Les Deux Alpes, waar ik het idee van Sporttop met het ondersteunen van jonge sporters toetste bij mijn collega-atleten. Zij waren positief en toen werd ik echt enthousiast over het plan.

“Maar het is idee is daarna even blijven liggen, tot ik eind 2003 Nanno Benninga van adviesbureau Sponsorbank ontmoette en we het uiteindelijke plan voor Sporttop uitdachten. Ik praatte met hem over mijn ideeën en wat zijn gedachten waren en in maart 2004 hebben we Sporttop officieel opgericht. Nanno heeft toen alles op de achtergrond neergezet.”

2. Voor de mensen die Sporttop niet kennen: hoe werkt het precies en wat heeft de stichting te bieden aan jonge Nederlandse sporttalenten?
“Wat wij doen is ervaren topsporters één op één koppelen aan jong sporttalent. Dat doen wij via het ‘cross-sport’-principe. Dat betekent dat de ervaren topsporters die de talenten begeleiden niet afkomstig zijn uit de sport waarin het talent in actief is. We focussen daarom ook niet op technische aspecten. Dat is voor de coach en we willen niet in zijn vaarwater zitten. We focussen op het mentale en hoe je als topsporter en als mens in het leven staat. Een talentvolle topsporter kan veel verschillende rollen hebben: je bent onder meer student, sporter en het vriendje of vriendinnetje van. Daar moet je mee leren omgaan. Hoe is het om een studentenleven met topsport te combineren? Moet je de verjaardag van je beste vriend of vriendin laten schieten voor een training, of juist niet?

“Onze mentoren helpen de talenten daarbij. Ze houden hen een spiegel voor. Wat de succesfactor daarbij is? Dat is het ‘cross-sport’-principe, wat onafhankelijkheid en vertrouwen genereert. Het talent kan zijn of haar verhaal kwijt bij een kundig iemand die er neutraal instaat. Zo krijgen ze een uitlaatklep. Ze kunnen met alle vragen bij hun mentor terecht, maar we zeggen niet: ‘zo moet je het doen’. Dat is het grootste gevaar: dat je als ervaren sporter gaat zeggen: ‘Ik weet hoe het moet en zo moet je het ook doen’. Want wat voor mij werkte in mijn sportcarrière hoeft niet bij een ander te werken. Sterker: dat kan bij anderen zelfs averechts werken. Het is maatwerk, waarbij de relatie tussen mentor en talent centraal staat. De frequentie van contact tussen mentoren en talenten verschilt per koppel. De begeleiding start altijd met een fysieke ontmoeting, waarna sommige duo’s wekelijks contact hebben met elkaar en anderen elkaar een keer in de twee maanden spreken.”

“Ook voorzien wij de Sporttop-talenten met producten en diensten van onze partners en suppliers en kunnen de talenten het netwerk van Sporttop en hun mentor gebruiken. Waar nodig en mogelijk ondersteunen we talenten ook met financiële middelen uit het Sporttop Talentenfonds om bijvoorbeeld een trainingskamp, mentale begeleiding of deelname aan een buitenlands toernooi mogelijk te maken.”

3. Hoe komen talenten bij jullie binnen en welke prominente talenten hebben jullie in tien jaar Sporttop begeleid? Wat hebben zij concreet aan die begeleiding gehad?
“Een talent moet tussen de 14 en 18 jaar oud zijn, een olympische of paralympische sport beoefenen en het talent moet in zijn of haar geboortejaar tot de top drie van zijn of haar sport behoren. Talenten kunnen zich bij ons aanmelden via een e-mail, of ze worden aangemeld door de bonden. Nadat hun aanmelding bij ons is binnengekomen, gaan wij ze te allen tijde toetsen bij de bond. Wij hebben verstand van talent, maar een bond heeft altijd meer kennis van het talent dan wij. We krijgen ontzettend veel berichten van ouders die benadrukken dat hun kinderen ontzettend goed zijn. Dat is mooi, maar als wij van de bond horen: het is niet eens top vijftig, dan doen we het niet. Daarom hebben we ook goed contact met de bonden en we zitten als een soort spin in het web in de sportwereld.

“We hebben talenten begeleid zoals zwemster Ranomi Kromowidjojo (drie keer olympisch goud, één keer zilver, red.), zeilster Marit Bouwmeester (één keer zilver, red.) en shorttrackster en langebaanschaatsster Jorien ter Mors (goud op 1.500 meter tijdens de afgelopen Winterspelen, red.). Als je dan terugkijkt naar wat een mentor zoals tweevoudig olympisch roeikampioen Nico Rienks allemaal over de Spelen heeft kunnen delen met Ranomi, heeft zij daar ongetwijfeld baat bij gehad. Zij heeft aan de kennis en kunde van haar mentor een eigen invulling kunnen geven en zo krijg je goed voorbereide, onafhankelijke talenten.

“Het meegeven van die ervaring is belangrijk. Als je kijkt naar de schaatssuccessen op de Winterspelen in Sotsji, zie je dat bijna alle medaillewinnaars al eens eerder aan de Olympische Spelen hebben deelgenomen. Ervaring speelt een rol bij succes. Met Sporttop willen wij die ervaring delen met jongere generaties. Wij hebben de overtuiging dat jeugdig sporttalent moet worden gekoesterd en daarom extra aandacht nodig heeft in een zeer kwetsbare periode van hun leven, als mens en als sporter, zodat hun talent niet verloren gaat.

“Daarbij wil ik wel de kanttekening maken dat niet elk Sporttop-koppel even goed werkt. Als ik ideaal kon koppelen, was ik namelijk een datingbureau begonnen. Als zo’n koppel dan niet werkt, koppelen we het talent aan een nieuwe mentor. Daarbij letten we onder meer op het karakter van de mentor: is hij extravert of introvert? Daarnaast speelt de logistiek een belangrijke rol. Het is simpelweg niet logisch om een mentor uit Groningen te koppelen aan een talent in Den Haag. En ook spreken we vaak ons onderbuikgevoel aan. Het moet goed voelen. En ook vragen we de talenten zelf naar hun voorkeuren, of ze bijvoorbeeld een man of vrouw als mentor willen.

“De ondersteuning van een talent vanuit Sporttop stopt in principe wanneer een talent niet meer aan het leeftijdscriterium voldoet, of wanneer een talent de A-status van NOC*NSF bereikt en daarmee meer ondersteuning vanuit de sportkoepel krijgt. Ook wanneer een talent zelfstandig genoeg is, waardoor er geen behoefte meer is aan ondersteuning, of als de samenwerking niet blijkt te werken doordat een talent de afspraken niet nakomt, stoppen we de ondersteuning.

“Wel is het lastig om het effect van mentoring te meten. Had Ranomi ook zoveel medailles gewonnen zonder de hulp van Nico? Dat weten we niet. Je ziet alleen de talenten wel volwassener worden. Ik zie het nu zelf als mentor van turner Anthony van Assche. Hij kwam bij mij binnen als een verlegen jongetje en is nu net vader geworden. Dat is een ontzettend mooi proces om van dichtbij mee te maken als mentor.”

4. Je bent zelf dus nog actief als mentor. Op wat voor manier ben jij verder nog betrokken bij Sporttop en hoe zie jij de toekomst van de stichting?
“Ik zit als secretaris in een driekoppig bestuur en verder hebben we met Wietske de Ruiter en Daniëlle Mouissie nog twee medewerksters in dienst die een paar uur per week meedraaien. Zij runnen de dagelijkse gang van zaken en ik ben er nu ongeveer een dag in de week aan kwijt. In ons jubileumjaar wil ik voor elkaar krijgen dat we de komende vier jaar onze continuïteit kunnen garanderen. We overleven volledig dankzij sponsoring van onze partners - PostNL, TVM, Aegon en ABN AMRO - en dankzij giften van supporters. Zij betalen geld aan ons, maar er zijn altijd meer partners en donateurs welkom en we zijn nog op zoek naar een hoofdsponsor. Dat is hard nodig in deze tijd en daar ben ik ook hard naar op zoek. Ouders van talenten vragen mij ook vaak: ‘Waar doen jullie het eigenlijk van?’ ‘Dat is een goede vraag’, antwoord ik dan, waarna we een donatie van die ouders binnenkrijgen.

“Ik denk ook dat wij zeker interessant zijn voor partners vanwege de koppeling tussen topsport en het bedrijfsleven. Wat kun je bijvoorbeeld leren van sporttalent en hoe ziet de talentbegeleiding er in het bedrijfsleven uit? Die verbinding kun je absoluut maken. Het gaat bij beide om maximaal presteren en presteren op het moment dat het moet.

“Naast het zoeken naar partners ga ik ook door met het zoeken naar nieuwe mentoren en talenten. Regelmatig krijg ik verzoeken van mentoren om mee te doen en ik werf zelf ook actief in de sportwereld. Bekende mentoren die we nu aan boord hebben zijn oud-toproeister Kirsten van der Kolk, oud-judoka Edith Bosch en oud-hockeyer Floris Jan Bovelander. Ook Ranomi heeft al aangegeven dat ze na haar carrière mentor wil worden. Het liefst willen we medaillewinnaars als mentoren, maar we hebben gemerkt dat niet iedere succesvolle topsporter automatisch een goede mentor is. De beste mentoren zijn sporters die een jaar of twee zijn gestopt. Zij hebben de tijd gehad om te reflecteren op hun carrière en daarmee weten ze wat ze wel, en wat ze vooral niet goed hebben gedaan. Die lessen kunnen ze doorgeven. Dat was bij mij ook zo.”

5. Veel oud-schaats(st)ers van jouw generatie zoals Gianni Romme, Marianne Timmer en Gerard van Velde zijn inmiddels als coach langs de ijsbaan te vinden. Wat zijn jouw plannen voor de toekomst?
“Omdat ik ook mijn brood moet verdienen, ben ik actief als trainer, coach en spreker; ik geef lezingen, cursussen en clinics, vooral in het bedrijfsleven. Misschien is het een droom om Sporttop fulltime te kunnen doen, maar alleen als ik daar mensen een rijker leven mee kan laten leven. Dat is mijn hoofddoel en daarom haal ik ook veel voldoening uit het geven van lezingen. Je opent de ogen van mensen en dat is mooi om te zien.

“Of een terugkeer op het ijs, als coach, niet kriebelt? Nee, nog niet echt. Misschien in de toekomst. Ik geef nu op de dinsdagen als assistent training aan de baanselectie-marathon maar ik vind het vooral ook leuk om zelf nog mee te trainen. Want ik schaats inmiddels ook landelijke B-marathons en daar heb ik echt plezier in. Maar zeg nooit, nooit. Een paar jaar geleden zei ik ook dat ik nooit marathons zou gaan schaatsen.

“Mijn rijkdom op dit moment is dat ik veel dingen kan doen die ik leuk vind. Op dit moment is dat Sporttop en het geven van bedrijfstrainingen en lezingen. Wat dat over een paar jaar is, weet ik nu nog niet exact.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.