29 november 2011
Nieuws
1. U werkt parttime aan de Vrije Universiteit Brussel. Hoe zien uw werkzaamheden eruit?
“Als professor heb ik natuurlijk niet alleen een onderwijsopdracht, maar doe ik ook onderzoek. Daar ligt ook een heel sterke connectie met Double PASS. Daar verzamelen we een heleboel informatie uit de praktijk en daarmee kunnen we op de universiteit weer onderzoek doen. Een aantal doctoraten doet onderzoek naar de impact van kwaliteitsmanagement in de sport en de invloed van professionalisering op het verenigingsleven. In het onderwijs houd ik me bezig met sportmanagement en sportmarketing. Aan de Vrije Universiteit Brussel zijn vier richtingen binnen de masteropleiding lichamelijke opvoeding en bewegingswetenschappen: de traditionele opleiding tot leraar lichamelijke opvoeding, een opleiding tot coach of trainer, een opleiding gericht op fitheid en gezondheid en tot slot sportmanagement, waarbij studenten zich voorbereiden op een professionele carrière bij sportorganisaties of sportgerelateerde bedrijven.”
2. U introduceerde al in 1996 het kwaliteitsstempel IKGym voor gymnastiekverenigingen in Vlaanderen. Kunt u vertellen hoe dat tot stand kwam en hoe het in de loop der jaren verder is ontwikkeld?
“IKGym was indertijd echt een pioniersproject in Vlaanderen. De Vlaamse gymnastiekfederatie had professor Paul de Knop en mij gevraagd een kwaliteitscatalogus te maken voor gymnastiekverenigingen. Dat was op dat moment uniek. Gymnastiekverenigingen verschillen van veel andere sportclubs zoals voetbalverenigingen omdat er veel verschillende activiteiten zijn. Voor de gebruiker was het dus interessant om terug te kunnen vinden waar men wat zou kunnen beoefenen. We hebben toen meteen gedacht daar ook een kwaliteitskeurmerk aan te koppelen, een soort Michelingids met een sterrensysteem. Het woord IKGym kun je op twee manieren lezen: Instrument voor Kwaliteitszorg in Gymnastiek of Integrale Kwaliteitszorg in Gymnastiek.”
“Inmiddels is IKGym een langlopend kwaliteitstraject van de Vrije Universiteit Brussel in samenwerking met de Vlaamse gymnastiekfederatie, die het verplicht heeft gesteld aan verenigingen die mee willen doen aan turncompetities. Een federatie heeft weinig mogelijkheden om de kwaliteit van verenigingen te bewaken en dit is een belangrijk instrument. Er zijn vier punten waarop we verenigingen toetsen: trainers en begeleiders, de intensiteit en frequentie van de trainingen, alles wat met de accommodatie te maken heeft en tot slot procedures, activiteiten en resultaten. We kijken niet alleen naar het sportieve gedeelte, maar ook naar de bestuurlijke structuur van verenigingen. Je kan het in de zaal enorm goed doen, maar als de vereniging twee jaar later op de klippen loopt vanwege wanorde in de bestuurskamer heb je daar niets aan.”
“Ongeveer tien jaar geleden zijn we ook met IKSport begonnen. Dat was een breder project dan alleen gymnastiek en het trok de belangstelling van NOC*NSF. Het is in Nederland destijds gebruikt als een quick scan bij verenigingen om in een korte tijd een aantal zaken bij clubs te detecteren en verenigingsondersteuners handvatten te bieden. Daar hebben wij in Nederland echter nooit een vervolg aan gekoppeld en IKSport is daar nu ingehaald door de tijd. Verenigingen zijn tegenwoordig veel verder ontwikkeld en IKSport zou een update nodig hebben om ermee verder te kunnen. Deze ontwikkeling hebben we voor enkele sporten wel gedaan onder de vorm van het ‘PASS concept’.
3. Met het bedrijf Double PASS hebben jullie een certificeringsysteem voor jeugdopleidingen ontwikkeld. Hoe ziet dat eruit en waar passen jullie het toe?
“Een universiteit is niet de plaats waar je blijvend werkt met toegepaste concepten. Vandaar dat ik in 2004 met Hugo Schoukens en Robbie De Sutter de spin-off ‘Double PASS’ heb opgericht om het idee verder te vertalen naar de praktijk en een relevant product voor de markt te ontwikkelen. PASS staat voor Professional Academy Support System. We werken internationaal in verschillende sporten met bijvoorbeeld Foot PASS, Basket PASS en Hockey PASS. Deze trajecten zijn allemaal gericht op jeugdopleidingen en daarbij staan twee zaken centraal: kwaliteit en performance management. In België richten we ons op breedtesport en topsport en internationaal werken we vooral in de professionele sport. Met Foot PASS zijn we bijvoorbeeld actief in Duitsland en Engeland. We werken in opdracht van de Duitse bond en de organisatie van de Bundesliga met clubs op de hoogste drie professionele niveaus. In Engeland is de Premier League opdrachtgever en daar werken we met clubs van de hoogste vier niveaus, dus ook daar gaat het alleen om profclubs.”
“De jeugdopleiding is eigenlijk een soort research & development afdeling van de club. Het gaat erom talenten te ontwikkelen voor het eerste elftal. Wij kijken hoe de opleiding is ingebed in de club, is er een visie die overal in de club wordt gevolgd en die ook op het veld terug te zien is. Ons systeem gaat niet alleen uit van papier, we kijken ook naar de praktijk. Met Double PASS doen we een audit. We werken met een softwarepakket waarin clubs ons informatie verstrekken en op basis van die informatie gaan we vier dagen naar de club om die informatie aan de hand van een gestandaardiseerd systeem objectief te maken. Het is belangrijk om een betrouwbaar systeem te hebben. In Duitsland wordt op basis van onze certificering het geld verdeeld uit het solidariteitsfonds van de UEFA. Dat is een fonds waaruit alle landen geld krijgen voor de opleiding van jeugdspelers en in Duitsland gaat het in totaal om zo’n 7,5 miljoen euro. We werken nu ook aan een internationaal kwaliteitslabel voor de opleiding van voetbalclubs. Vorige week hebben we de eerste stappen gezet met de European Clubs Association - de vroegere G14 - waar nu zo’n 250 clubs aan verbonden zijn.”
“Het doel is om via kwaliteitsmanagement de kwaliteit omhoog te brengen. We leggen daarbij geen systeem op, we kijken wel of een systeem consequent wordt toegepast. Als er een keuze wordt gemaakt, moet die consequent worden doorgevoerd. Er moet een duurzaam beleid zijn. We kijken naar de visie, de structuur, maar bijvoorbeeld ook naar de effectiviteit van de opleidingen. In Duitsland heeft men na het debacle van de nationale ploeg op Euro 2000 enorm geïnvesteerd in de jeugdopleidingen. Wij zijn daar zo’n zeven tot acht jaar bezig en hebben in 2007 een eerste auditronde afgerond. Destijds zaten er bij de profclubs gemiddeld 4,7 spelers bij het eerste elftal die minimaal vier jaar in de opleiding van de club zelf hadden gespeeld. In 2010 - na enkele jaren hard werken - was dat aantal gestegen tot 6,5. Dat is uiteraard niet alleen het gevolg van Foot PASS, maar je ziet absoluut dat er op alle fronten verbetering is.”
4. In Nederland bestaat een stroming die vindt dat professionalisering van de sportvereniging niet te ver moet worden doorgevoerd, en zeker niet bij alle verenigingen. Welke ideeën heeft u daarover?
“Hoewel ik er de laatste jaren in Nederland niet al te dicht op heb gezeten, denk ik dat Nederland in professionalisering en innovatie bij sportverenigingen nog altijd een voorloper is ten opzichte van Vlaanderen. Al zijn er hier in België ook grote stappen gezet op dat vlak. We ontkomen in de sportsector niet aan professionalisering, dat is de tendens in de hele maatschappij. Maar dat betekent bijvoorbeeld niet dat je vrijwilligers per definitie moet vervangen door professionals. Clubs moeten kritisch naar zichzelf kijken, maar vooral niet alleen nog maar met professionals werken. Je blijft in de breedtesport altijd afhankelijk van vrijwilligers. Je moet dus vooral zorgen voor een goede structuur waarin je die vrijwilligers professioneel ondersteunt om hun taken op een kwalitatief hoog niveau uit te kunnen voeren. Zorg er verder altijd voor dat je de eigenheid van de sport en de eigenheid van een club bewaakt en probeer professionele methodes te ontwikkelen voor aspecten als veiligheid, pedagogische principes en communicatie met leden. Uiteindelijk zal de uitvoering daarvan vaak bij vrijwilligers liggen en dat kan perfect, maar dan moeten die vrijwilligers wel goed aangestuurd worden. Dat is ook een vorm van professionalisering.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.