2 juli 2013
Nieuws
1. Als voorzitter van de Internationale Korfbalfederatie (IKF) ben je voorzitter geworden van ARISF (Association of IOC Recognised International Sports Federations). Wat is dat voor organisatie?
“De voorzitter van ARISF is altijd een voorzitter van een van de aangesloten bonden. ARISF is de club van internationale sportfederaties die zijn erkend door het IOC, maar die (nog) geen deel uitmaken van het olympisch programma. Dat zijn er op dit moment 33, maar dat aantal varieert. Sporten die van het olympisch programma worden geschrapt komen erbij – in het recente verleden bijvoorbeeld honk- en softbal – en sporten die tot het olympisch programma worden toegelaten verlaten ARISF.”
“ARISF heeft twee hoofdtaken. Ten eerste willen we zorgen voor meer beweging in het olympisch programma. Het proces waarin sporten afvallen of juist worden toegelaten, moet transparant zijn. Sporten die kans maken om op het olympisch programma te komen, moeten op een eerlijke manier worden geëvalueerd en vergeleken met sporten die op dat programma staan. De tweede hoofdtaak van ARISF is het versterken van de positie van nationale bonden van niet-olympische sporten. In het handvest van het IOC staat dat nationale olympische comités alle nationale sportbonden van olympische sporten verplicht moeten erkennen. Voor sporten die niet op het olympisch programma staan, geldt die verplichting niet. Voor de positie van die sporten is het van belang dat zij die erkenning van hun nationale olympische comités wel krijgen. In Nederland is dat al goed geregeld en in Europa en de meeste landen van Azië ook. Op andere continenten zijn de nationale olympische comités echter vaak veredelde reisbureaus voor de olympische afvaardiging in plaats van vertegenwoordigers van de sport in hun land. Wij streven ernaar dat die noc’s hun taak breder opvatten, om daarmee de positie van alle sporten in hun land te versterken.”
“ARISF is door het IOC erkend en het is ook in het belang van het IOC dat de ARISF-sporten zich ontwikkelen. Daardoor ontstaat er meer druk op de sporten die al deel uitmaken van het olympisch programma om zichzelf te vernieuwen. Neem boogschieten als voorbeeld. Dat was vroeger als kijksport saai en onoverzichtelijk omdat er tientallen schutters op een rij bezig waren. Nu het competitieformat is omgegooid en er een knock-out systeem is geïntroduceerd is het veel aantrekkelijker geworden. Zonder de concurrentie van de ARISF-sporten was die vernieuwing er niet geweest. We hebben als ARISF ook regelmatig overleg met het IOC. Die verhouding is erg goed.”
2. Naast je bestuursfuncties in de IKF en ARISF was je de afgelopen twee jaar ook vicevoorzitter van SportAccord. Wat is dat voor organisatie en hoe ben je daar bij betrokken geraakt?
“SportAccord is de club van alle internationale sportfederaties. De organisatie doet allerlei dingen in het gemeenschappelijk belang van die federaties. Er is bijvoorbeeld een afdeling die ondersteunt bij de uitvoering van anti-dopingprogramma’s. Grote bonden zoals de IAAF en de UCI hebben genoeg kennis om hun eigen anti-dopingprogramma’s te runnen, maar kleinere federaties hebben vaak niet de expertise om dat helemaal zelf te doen en dan kunnen we als SportAccord faciliteren. Datzelfde geldt voor bestrijding van illegale gokpraktijken en matchfixing. Een ander voorbeeld is internet. Er worden op dit moment nieuwe topleveldomeinen afgegeven. Naast bijvoorbeeld .com . org en .eu komt er waarschijnlijk ook .sport. Wij willen dat dit topleveldomein eigendom wordt van de sport zodat er niet allerlei domeinnamen komen die niets met sport te maken hebben. SportAccord heeft nu een aanvraag ingediend om het topleveldomein .sport in handen te krijgen. Daarnaast heeft SportAccord onder leiding van Hein Verbruggen de afgelopen jaren ook een aantal multi-sportevenementen opgezet zoals de World Combat Games en de World Mind Games. Dat zijn evenementen waar zowel olympische als niet-olympische sporten op het programma staan en dat geeft sporten de kans om zich te profileren.”
“Het vicevoorzitterschap van SportAccord was gekoppeld aan mijn functie bij ARISF. Dat heeft te maken met een herstructurering waar ikzelf samen met Hein Verbruggen bij betrokken was. Voorheen werden bestuursleden rechtstreeks gekozen uit de honderd aangesloten bonden. Om te zorgen voor een meer evenwichtige verdeling hebben we ervoor gezorgd dat alle categorieën tegenwoordig in het bestuur vertegenwoordigd zijn. Er zijn daarom onder meer twee bestuursleden vanuit ARISF, twee vanuit de olympische zomerdisciplines en één vanuit de olympische winterdisciplines.”
3. Je functie bij ARISF kwam voort uit het voorzitterschap bij de IKF en je functie bij SportAccord was mede ingegeven door je positie bij ARISF. In de internationale sportwereld bekleden vaak dezelfde mensen de hoogste bestuurlijke posities in verschillende organen. Hoe komt dat en is dat wel een gezonde situatie?
“Het internationale sportbestuur is een kleine wereld. Veel mensen die hoog in internationale federaties zitten, zijn ook weer lid van het IOC en je ziet IOC-leden bij het WADA (Wereldanti-dopingagentschap). Zo zit die wereld nu eenmaal in elkaar en het is ook niet veel anders dan bijvoorbeeld de politiek. Den Haag is ook een kleine wereld. Er is natuurlijk wel verversing want alle internationale federaties hebben bestuurstermijnen, dus eens in de twee tot zes jaar zie je bij al die organisaties wel weer nieuwe gezichten. Maar het systeem houdt zichzelf wel een beetje in stand. Je ziet dat veel mensen lang op bepaalde posities zitten, daardoor bouwen zij een netwerk op en op basis van dat netwerk komen zij weer in aanmerking voor andere posities.”
“Het heeft voor- en nadelen. Het is belangrijk dat een organisatie geheugen opbouwt en dat kan alleen maar als bestuurders niet te vaak wisselen. De IOC-President zit bijvoorbeeld ook minimaal acht jaar. Daardoor kunnen ze aan de lange termijn denken en hoeven ze zich minder te laten leiden door de waan van de dag. Een nadeel is dat in sommige sporten mensen op bepaalde posities enorm veel macht vergaren, waardoor het onmogelijk wordt om die mensen weer uit de topposities te verwijderen. Veel internationale sportfederaties zijn gebaseerd op het systeem 'één land is één stem'. Daarmee kan zo’n organisatie gevoelig worden voor corruptie.“
“Of ik zelf wel eens corruptie heb gezien? In mijn eigen organisatie heb ik het niet meegemaakt, maar bij andere organisaties heb ik wel gezien dat bestuurders financieel vergoed worden voor hun diensten, wat de druk op hen natuurlijk kan verhogen in bepaalde gevallen. Er is natuurlijk een enorm grijs gebied. Als je stemmen nodig hebt voor bijvoorbeeld een regelwijziging en je geeft iemand anders steun bij iets dat in zijn belang is, dan kan dat best. We hebben in Den Haag nu ook een uitruilkabinet en dat vindt iedereen prima. Maar als het gaat om de toewijzing van evenementen dan schuift het alweer op. De opvolging van Rogge en de keuze waar de Olympische Spelen van 2020 zullen plaatsvinden kunnen ook tot uitruiling leiden. Waar trek je de grens? Wat mij betreft ga je er in ieder geval overheen als het tot persoonlijke verrijking leidt.”
4. Welke positie nemen Nederlanders in mondiale sportbesturen en -commissies in? Hoe doet Nederland het vergeleken met andere landen? Zijn we over- of ondervertegenwoordigd?
“Wij zijn op dit moment zwaar ondervertegenwoordigd ten opzichte van de ambitie die we hebben: een top-10 positie op de olympische medaillespiegel, het binnenhalen van topevenementen en op termijn misschien ooit weer Olympische Spelen in Nederland organiseren. Die ondervertegenwoordiging zag je goed terug op de verkiezingen voor de nieuwe voorzitter van SportAccord eind mei. Er waren 91 bonden met een stem en daarvan waren er twee met een Nederlandse voorzitter. Ter vergelijking: Italië had veertien voorzitters.”
“Hoe dat komt? Deels is het misschien toeval, maar het heeft ook te maken met beleid. Als iemand in Italië voorzitter wordt van een bij SportAccord aangesloten bond, wordt hij door het Italiaans Olympisch comité financieel ondersteund en hij krijgt een kantoor met een personal assistent. Op die manier faciliteer je zo iemand want het kost veel tijd naast een gewone baan. In Nederland is er op dit moment weinig beleid. Er is een wel een aantal jaren gewerkt aan een prima opleiding voor internationale sportbestuurders. Hein Verbruggen heeft daar les gegeven en ikzelf ook, maar of het nog bestaat weet ik niet. Degene die er bij NOC*NSF voor verantwoordelijk was, is daar nu weg.”
“Het is belangrijk om internationaal goed vertegenwoordigd te zijn in sportbesturen. Als je grote evenementen wil binnenhalen, kun je niet zonder. Maar denk bijvoorbeeld ook aan het afgeven van wildcards. Toen Yuri van Gelder in 2008 niet naar de Spelen van Beijing kon, hadden goede contacten bij de internationale turnbond kunnen helpen. Stel: er is een Nederlandse bestuurder die iets kan betekenen voor iemand uit het bestuur van de turnfederatie. Dan kun je een hoop voor elkaar krijgen.”
5. Aan het eind van dit jaar stopt koning Willem-Alexander als IOC-lid. Hoe groot is de kans dat er een Nederlandse opvolger komt en wie zou dat moeten worden?
“Jacques Rogge zei het onlangs in een interview met NRC Handelsblad vrij duidelijk1. Het is bij lange na niet zeker dat er een Nederlandse opvolger komt. Ik weet niet of er een Nederlandse kandidaat is, maar als NOC*NSF er niet in is geslaagd om binnen de deadline een goede kandidaat voor te leggen, dan is dat een gemiste kans. Zeker omdat het IOC op dit moment een voorzitter heeft die Nederland goed gezind is en dat moeten we in de toekomst nog maar afwachten. Bovendien is de nieuwe voorzitter op dit moment stemmen aan het werven (er zijn zes kandidaten en in september kiest het IOC, red.). Die doet op dit moment dus beloften aan jan en alleman dus als Nederland iets voor hem zou kunnen betekenen, kan daar weer iets tegenover staan. Het zou een gemiste kans zijn om nu als NOC*NSF niemand voor te dragen, maar IOC-leden kunnen ook kandidaten voordragen. Ik heb geen idee of de Koning dat heeft gedaan. Dat weten we op het moment dat de nominatiecommissie de namen bekend maakt.”
“Als je me vraagt naar goede Nederlandse kandidaten ga ik geen namen noemen, maar ik kan wel een algemeen profiel schetsen. Het moet iemand zijn die internationaal bestuurlijk goed kan functioneren, maar het is ook belangrijk dat iemand goed geworteld is in de Nederlandse sport, zeker gezien het verleden. Het is zonde dat Anton Geesink meer dan 25 jaar IOC-lid is geweest terwijl zijn relatie met NOC*NSF beroerd was. Het moet dus iemand zijn die zowel internationaal als nationaal een goed netwerk heeft en het moet iemand zijn die niet te oud is. Permanente IOC-leden worden gekozen voor het leven, althans tot hun zeventigste, en je wil toch twintig à dertig jaar profijt van zo iemand hebben. In die tijd kan zo iemand echt een netwerk opbouwen, invloed vergaren, en dus daadwerkelijk bijdragen om zaken te beslissen en veranderen. Ik heb de resultaten van de Sport Knowhow XL-enquête gezien. Ik kan onvoldoende beoordelen of Pieter van den Hoogenband, Richard Krajicek of Esther Vergeer voldoen aan de genoemde criteria. Van den Hoogenband is nu toernooidirecteur van EYOF. Ik weet niet hoe hij het daar doet, maar dat is natuurlijk wel een belangrijke ervaring.”
“Of ik zelf ambitie heb om IOC-lid te worden…? Dat is niet aan mij en het is ook helemaal niet aan de orde. Laat ik het omkeren. Als ik iets kan doen wat de sport ten goede komt, ben ik bereid over elke positie te praten. Maar ik moet altijd een afweging maken tussen mijn professionele carrière en wat ik er in de sport naast doe. Ik heb een drukke baan en het werk in de sport kost veel tijd. Het hangt er dus vanaf of ik het kan combineren en het hangt er ook vanaf wat ik voor de sport kan betekenen. Ik ben iemand die altijd op de achtergrond dingen voor elkaar wil krijgen en daar kan ik ook het een en ander bereiken. Maar er zijn ook andere heel goede mensen.”
NOOT 1:
Aftredend IOC-voorzitter Jacques Rogge over de kans dat er een Nederlandse opvolger komt van koning Willem-Alexander als IOC-lid: “Dat is geen automatisch recht, omdat maar 75 van de 204 aangesloten landen een permanent lid hebben. De vraag uit met name ontwikkelingslanden is enorm. Anderzijds is Nederland een belangrijk sportland, dat spreek in zijn voordeel. We moeten een afweging maken tussen een nieuw land ten opzichte van een automatische opvolging.” Bron: NRC Handelsblad, 22 juni 2013
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.