Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan jacques brinkman ex tophockeyer en ondernemer

5 vragen aan Jacques Brinkman, ex-tophockeyer en ondernemer

14 februari 2017

Nieuws

Jacques Brinkman was recordinternational bij de Nederlandse hockeymannen. Hij staat nog altijd derde op de lijst van spelers met de meeste caps. Al tijdens zijn actieve hockeyloopbaan in je jaren negentig werd hij zelfstandig ondernemer. “Ik noemde mezelf destijds wel eens de bestbetaalde hockeyer”, zegt hij met een grijns. Tegenwoordig heeft Brinkman een internetbedrijf in hockeyartikelen, is hij coach in het bedrijfsleven en zorgt hij als columnist voor De Telegraaf regelmatig voor opschudding in de Nederlandse sportwereld. Een gesprek over o.m. coachen, topsportklimaat, sportbestuurders en natuurlijk hockey.

door: Leo Aquina | 14 februari 2017

1. Je geeft lezingen, verzorgt coaching voor bedrijven, je hebt een eigen bedrijf en je bent columnist. Welk van die activiteiten vind je het leukst?
“Je opsomming geeft al aan wat een van mijn grootste valkuilen is: teveel tegelijk doen en niet focussen op één ding. Ik gebruik mezelf wel eens als slecht voorbeeld in presentaties voor het bedrijfsleven. Topsport is voor mij een metafoor en focus is een van de belangrijkste dingen om een topprestatie neer te kunnen zetten. Toch deed ik als tophockeyer ook al meer dingen tegelijk. Na mijn studie economie heb ik eerst twee jaar bij Houtland gewerkt, tegenwoordig de Hubo, en in 1993 ben ik mijn eigen bedrijf begonnen, een groothandel in hockeyartikelen met mijn eigen merk Gryphon. Ik heb wel moeten leren om op het hockeyveld niet meer met mijn bedrijf bezig te zijn.”

“Tegenwoordig doe ik dus nog altijd verschillende dingen tegelijkertijd. Met Holland Hockey House heb ik een internetbedrijf in hockeyspullen. Dat is druk, vandaag bestellen, morgen in huis. We doen het met vier man. Maar als je me vraagt wat ik op dit moment het leukst vind om te doen, dan noem ik het coachen van teams en mijn werk als columnist. Die twee dingen wil ik de komende jaren blijven doen en verder uitbreiden. Het kan zijn dat ik het werk voor mijn internetbedrijf steeds meer aan anderen over zal laten.”

JacquesBrinkman638

"Een training kan leuk zijn, maar daar gaat het niet om. Wat is de doelstelling, hoeveel impact heeft het en wat levert het op?"

“In mijn trainingen wil ik op zoek naar meer duurzaamheid. Ik geef ook lezingen en als ik dan in de auto naar huis zit, vraag ik me wel eens af wat ik nou echt heb bereikt. Als ik teams van bedrijven coach, wil ik impact hebben. Daarom doe ik graag meerdaagse trainingen en langdurige trajecten. Een training kan leuk zijn, maar daar gaat het niet om. Wat is de doelstelling, hoeveel impact heeft het en wat levert het op? Dáár gaat het om. Ik ben nu vijftig en ik wil de komende tien jaar graag werken aan de duurzaamheid van die impact.”

“Ik ga vaak met teams het sportveld op. Daar ben je naakt tussen de lijnen en dan zie je dingen ontstaan. Tussendoor vertel ik ook over mijn eigen ervaringen. Ik heb de wijsheid natuurlijk ook niet in pacht, maar ik heb wel de ervaring als sporter, coach en ondernemer. Ik heb het nodige meegemaakt, successen maar ook blessures, twee herseninfarcten. Het klinkt een beetje zwaar, maar tegenslag is de basis waarop ik een model heb ontwikkeld met de tien principes van de winnaarsmentaliteit. Bij het begrip winnaarsmentaliteit denken mensen vaak aan types als Mark van Bommel, spelers zoals ik er zelf ook een was. Maar dat is het dus niet. Het gaat in teams om samenwerking en daarbij heb je verschillende types en rollen nodig. Je hebt schavers, maar ook technische spelers. Roger Federer en Rafael Nadal zijn twee totaal verschillende karakters en spelers, maar beiden zijn voorbeeldige winnaars.” 

JacquesBrinkman3002. Op je website lezen we: 'zijn glansrijke loopbaan kenmerkt zich ook door incidenten en conflicten.' Zoek je die conflicten bewust op?
“Soms kan het strategie zijn, maar ik ben zeker niet altijd bewust op zoek naar conflicten. Ik zeg wat ik denk en soms komt er dan iets uit mijn mond dat tot discussie of zelfs conflicten leidt. Neem bijvoorbeeld Max Caldas (bondscoach van de Nederlandse hockeyheren, red.), over wie ik tijdens de Olympische Spelen zei dat hij te dik was. Max zei voor de camera dat de spelers maar eens in de spiegel moesten kijken. Ik zie dat en dan floept het er bij mij uit. Dat was niet om het conflict te zoeken, maar toen ik na de uitzending mijn telefoon pakte, was die ontploft. Die dingen gebeuren. Het is goed dat onafhankelijke mensen zeggen wat ze denken. Ik heb later ook wel van mensen bij de hockeybond gehoord dat ze het roerend met me eens waren.”

“Ik heb een hekel aan politieke correctheid. Ik heb het conflict ook wel bewust gezocht. Als speler bij Oranje voelde ik aankomen dat Roelant Oltmans mij op een gegeven moment rechtsback wilde zetten. Toen heb ik meteen gezegd: flikker op, ik ben middenvelder, dat doe ik niet. Dat geeft strijd. Uiteindelijk heb ik wel rechtsback gespeeld, maar het werkt verhelderend om zoiets gezegd te hebben. Je hebt dwarsliggers nodig om de rails recht te houden. Dat is beter dan dat er niets wordt gezegd, maar van alles wordt gevonden. Dat zie je nu gebeuren bij het Nederlandse elftal. Dan komt er geen conflict, maar er wordt ook niet gepresteerd.”

“Als ze mij - toen ik nog coach was - vroegen wat ik met dwarsliggers deed, zei ik altijd: die stel ik als eerste op. Coachen is complex. Ik vind bijvoorbeeld dat spelers altijd op tijd moeten komen, maar ja, dan heb je een vedette als Romario… Het is aan een coach om daar goed mee om te gaan.”

“Natuurlijk heb ik makkelijk praten, want ik ben onafhankelijk. Daarom kom ik ook niet meer terug als coach, of in een andere rol als bestuurder in de sport. Nu kan ik zeggen en schrijven wat ik wil. Hoe vaak zie je dat bij analisten op televisie? Neem bijvoorbeeld Jan van Halst, die werkt bij FC Twente. Dan weet je toch niet of hij wel echt het achterste van zijn tong laat zien. Ik heb het EK hockey in Londen bij de mannen voor de NOS niet geanalyseerd omdat mijn zoon meespeelde. Ook ben ik gestopt met het beoordelen van de internationals in de Telegraaf.”

"Nee, wij hebben geen topsportcultuur, zeker niet als ik het vergelijk met landen als Amerika en Australië"

3. In je rol als onafhankelijk columnist heb je kritiek op veel topsportaangelegenheden. Heeft Nederland eigenlijk een goed topsportklimaat? 
“Nee, ik vind het topsportklimaat ronduit slecht. Ik heb me nu met de verkiezingen op komst verdiept in de programma’s van de politieke partijen. Daarin moet je echt zoeken naar topsport, als het er al in voorkomt. Ook als je kijkt hoe de combinatie topsport en studie in Nederland is geregeld, ik zie het ook aan mijn eigen kinderen. Nee, wij hebben geen topsportcultuur, zeker niet als ik het vergelijk met landen als Amerika en Australië. Hier ben je meervoudig wereldkampioen schaatsen en kom je een receptie bij Thialf niet in omdat je je uitnodiging thuis hebt laten liggen. Je moet hier altijd binnen de lijntjes kleuren en als je dat niet doet, ben je arrogant.”

“Rutte schreef het onlangs in die brief aan het volk: 'doe maar normaal'. Topsport is per definitie niet normaal. Vanaf je tiende twaalfde jaar geef je alles op met maar één doel, waarvan je niet eens zeker weet of je het haalt. In Nederland kun je die keuze eigenlijk niet zo radicaal maken. Als het mislukt, sta je met lege handen. Dan vragen ze je op je 25ste wat je hebt gedaan en wat doe je dan? In Amerika zullen ze altijd zeggen: ga ervoor. Als het niet lukt, krijg je wel waardering. Hier wordt de waarde daarvan onvoldoende erkend. Eigenlijk zou er een soort universitair topsportdiploma moeten komen.”

“Er is ook geen structureel topsportbeleid. Veel is op toeval gebaseerd. Bij NOC*NSF zie je ook dat de bestuurders kiezen voor het eigenbelang. Neem nu het voorbeeld met die seksuele intimidatie in de topsport. Daarvan zei NOC*NSF eerst dat ze het zelf zouden gaan onderzoeken. Pas nu ze echt onder druk komen te staan en ze er echt niet meer onderuit kunnen, stellen ze een onafhankelijke commissie aan. Iedereen zit daar om zijn eigen positie te verdedigen. Een ander voorbeeld is de centralisatie in het judo en judoka Juul Franssen. Niemand denkt op zo’n moment nog in het belang van de sport en de sporter.” 

"Persoonlijk heb ik André Bolhuis hoog zitten, maar als mensen bestuurder worden, gaan ze na verloop van tijd toch aan het pluche plakken"

“Natuurlijk ken ik mannen als André Bolhuis en Maurits Hendriks ook persoonlijk. André ken ik nog van de tijd dat ik als jochie bij Kampong rondliep en later als Chef de Mission in 1996, helemaal top. Persoonlijk heb ik André hoog zitten, maar als mensen bestuurder worden, gaan ze na verloop van tijd toch aan het pluche plakken. Aan hem merk ik wel dat hij moeilijk met mijn kritiek kan omgaan. Op het sportgala kwam ik André tegen. Hij stond te praten, groette me half en draaide meteen weg. Dat vind ik wel een beetje kinderachtig, alleen omdat ik hem kritisch heb benaderd in mijn column.” 

“Maurits Hendriks ken ik natuurlijk ook al heel lang. We respecteren elkaar, maar als je mij in 1993 had verteld dat hij de baas van de Nederlandse sport zou worden, had ik je uitgelachen. Ik zie hem toch altijd meer als die man met rugzakje en fluit om zijn nek. Ik houd van iets meer nederigheid. Om daar nu in Sotsji steeds vooraan te gaan staan als die schaatsers hard hebben gereden… De sporters zorgen ervoor dat jij een succesvolle Chef de Mission bent, zoals het in 2000 vier doelpunten waren van Stephan Veen die ons aan de olympische titel hielpen. Je moet wel weten waar je vandaan komt. Ik noem Maurits altijd een directeurtje. Maurits’ arbeidsethos is fenomenaal, maar hij wil wel altijd het baasje zijn. Dat zie je ook op Papendal, die centralisatie komt uit zijn koker.”

4. Over het hockey dan, het blijft mondiaal gezien een kleine sport. Doet Nederland genoeg aan de mondialisering? 
JacquesBrinkman350“Nee, dat vind ik niet. In Nederland is hockey een grote sport, internationals worden op straat herkend en als er een groot toernooi is, zitten de stadions vol. Dan heb je als land de plicht om keihard aan verdere internationalisering te werken. In India is het hockey weer helemaal terug en daar zit nu ook geld. Daar verdienen topspelers tijdens de Hockey India League in zes weken honderdduizend euro, voetbalbedragen. Het is ook interessant voor sponsors. De tribunes zitten vol en er kijken ook nog eens zeshonderd miljoen mensen op televisie. Maar in de rest van de wereld is dat niet het geval. Een groot aantal landen is ook weggezakt. Vroeger deden Italië en Frankrijk ook nog mee, maar die zijn helemaal weg." 

"Ik ben vorig jaar tien dagen in Kenia geweest voor een IOC-documentaire. In mijn tijd was dat een hockeyland. Wij gingen er met Oranje heen voor een oefenstage. Dan wonnen we wel met 4-0, maar ze deden toch aardig mee. Daar is niets meer van over. Dat geldt voor het hele Afrikaanse continent, helemaal weg. Als je dat soort landen weer wil opkrikken, moet je ernaartoe. Niet een jaar, twee jaar, maar minimaal tien jaar. Er moeten Nederlandse coaches heen en niet met een volledige eigen staf. Ze moeten ook kennis overdragen op de lokale trainers.” 

5. In hockey worden de spelregels bijna jaarlijks gewijzigd. Voetbal is juist aartsconservatief als het om spelregelwijzigingen gaat. Wat is beter? 
“Voetbal is te conservatief, maar in het hockey is het doorgeslagen. Ze willen het spel aantrekkelijker maken, maar niet alle regelwijzigingen zijn er om het spel zelf aantrekkelijker te maken. Vier keer vijftien minuten spelen is ingevoerd vanwege de commercie. De beste regelwijziging in het hockey is de self-pass, daarvoor moet ik Maurits Hendriks de credits geven. Die regel heeft het spel echt heel veel beter gemaakt. Het spel is er sneller van geworden en dat zou in het voetbal ook goed kunnen werken. Maar er moet ook ruimte blijven voor een mooie vrije trap, dus als je na het fluitsignaal meteen door mag spelen, moet je daar iets over afspreken.”

"Doordat buitenspel is afgeschaft, zijn er weer andere, moeilijkere en onnatuurlijke regels bedacht. Daar ben ik geen voorstander van"

“Regelwijzigingen hebben vaak meerdere consequenties. In het hockey werd buitenspel in de jaren negentig afgeschaft om het spel te versnellen, want het lag te vaak stil door te veel fluiten. Het afschaffen van buitenspel leidde er wel toe dat een aanvaller rustig ballen kon afwachten in de cirkel en de verdedigers moesten mee. Als gevolg daarvan werden de ballen bij een vrije slag op de rand cirkel met alle macht de cirkel ingeramd. Dat werd gevaarlijk en daar is weer een nieuwe regel op bedacht. Je mag de bal bij een vrije slag pas de cirkel inspelen als hij eerst vijf meter heeft gerold. Dus doordat buitenspel is afgeschaft, zijn er weer andere, moeilijkere en onnatuurlijke regels bedacht. Daar ben ik geen voorstander van. In het voetbal moet je buitenspel niet afschaffen. Het spel wordt er meer verdedigend van. In het hockey spelen de sterke ploegen allemaal op de counter.”

"In het hockey zijn er altijd commissies bezig met regelwijzigingen of andere aanpassingen. En dan vooral om hockey als televisiesport aantrekkelijker te maken. In aanloop van de WK in 1998 was na lang vergaderen de conclusie: grotere bal, bal met de voet mag (shoot afschaffen), oeps nu lijkt het toch wel heel veel op voetbal… Je moet niet te veel en te vaak willen veranderen. Ga nou gewoon het spel spelen. In het voetbal is wel ruimte voor verbetering, maar ik snap ook dat in een sport van dat formaat de consequenties van regelwijzigingen commercieel een veel grotere impact hebben. Het is dus logisch om daar voorzichtig mee om te gaan." 

"Regelwijzigingen in het hockey worden vaak innovatie genoemd, maar meestal zijn het gewoon experimenten en die mislukken ook nogal eens"

"De videoscheidsrechter vind ik bijvoorbeeld lang niet altijd een verbetering. In het hockey gebeurt het nu, dan zitten de mensen in het stadion vijf minuten te wachten en de uitkomst is dat de videoscheidsrechter het ook niet kan zien. In dat geval blijft de oorspronkelijke beslissing staan. Voor de televisiekijkers is het misschien nog grappig, maar de mensen in het stadion zitten vijf minuten op niets te wachten. Regelwijzigingen in het hockey worden vaak innovatie genoemd, maar meestal zijn het gewoon experimenten en die mislukken ook nogal eens. Maar goed, als ik naar voetbal zit te kijken en er wordt weer eens een doelpunt niet geteld terwijl de bal duidelijk wel over de lijn was, denk ik ook wel eens in welke tijd leven we nu?"

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.