Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan jac orie hoofdcoach schaatsteam jumbo visma

5 vragen aan Jac Orie, hoofdcoach schaatsteam Jumbo-Visma

29 november 2022

Nieuws

Jac Orie is al twintig jaar schaatscoach op het hoogste niveau. Zelf was hij als junior een talentvol schaatser, maar blessures noopten hem vroegtijdig te stoppen. Daarna ambieerde hij een carrière in de wetenschap, maar bloed kruipt waar het niet gaan kan. Hij kwam toch weer terecht op de ijsbaan, waar hij wereldtitels en olympische successen behaalde met onder anderen Marianne Timmer, Erben Wennemars, Gianni Romme, Stefan Groothuis, Kjeld Nuis en Sven Kramer. Sport Knowhow XL sprak met de succescoach over schaatsen, wetenschap en de maatschappelijke betekenis van (top)sport.

door: Leo Aquina | 29 november 2022

1. Wat is de betekenis van sport in jouw leven?
“Ik ben ermee vergroeid, van jongs af aan. Mijn ouders hebben het er met de paplepel ingegoten. Ik ben een nakomertje. Ik heb twee broers een en zus die allemaal veel aan sport deden. Mijn broers deden eerst aan vechtsporten, judo, en later ging een broer ook schaatsen. Dat waren voor mij voorbeelden. Ik heb zelf aan atletiek gedaan, judo, schaatsen, en ik heb ook nog even gevoetbald.”

“Op een gegeven moment was ik klaar met het schaatsen (zware rugklachten noopten de talentvolle junior te stoppen, red.) en besloot ik te gaan studeren, in eerste instantie bewegingstechnologie en later bewegingswetenschappen aan de VU in Amsterdam. Ik hield me als wetenschapper vooral bezig met motor control, dat is de meer fundamentele richting, de bètakant van de bewegingswetenschappen. Datgeen wat het verst af ligt van de praktijk. Ik wilde echt het onderzoek in, maar toen kwam het schaatsen toch weer op mijn pad.”

“Het leuke van wetenschap is dat het geen geloof is. Er zijn geen waarheden. Je hebt een nulhypothese en een alternatieve hypothese en dan ga je onderzoeken"

“Toen ik mijn wetenschappelijke loopbaan eigenlijk net op de rit had, kwam ik Martin Hersman tegen in de kleedkamer. We kende elkaar al jaren van de schaatsclub. Hij had een probleem met zijn schaatsen en daar heb ik hem bij geholpen. Daarna werd ik opeens gebeld door TVM, of ik iets voor ze kon betekenen. Dat was zo’n anderhalf à twee jaar voor de Olympische Spelen van 2002. Het jaar daarop heb ik de programma’s geschreven voor Gerard van Velde, die in Salt Lake City olympisch kampioen werd. Ik zag het allemaal als een leuk experiment, maar had nog altijd niet het idee om schaatscoach te worden en toen kwam SpaarSelect. Zij hadden een budget en goede schaatsers. Zo ben ik er uiteindelijk toch ingerold.”

2. In de topsport heb je de wetenschappelijke benadering nooit losgelaten. Hoe gebruik je wetenschap in de sport en in hoeverre is je eigen vitaminelijn daar ook een uitvloeisel van?
“Het leuke van wetenschap is dat het geen geloof is. Er zijn geen waarheden. Je hebt een nulhypothese en een alternatieve hypothese en dan ga je onderzoeken. Dat blijft altijd in beweging. Iets is aannemelijk tot het tegendeel is bewezen. Dat is het mooie ervan. Je ziet in de sport vaak golfbewegingen. We gingen eerst allemaal rond de anaerobe drempel trainen en daarmee gingen we heel hard. Vervolgens dacht iedereen dat het goed was om high intensity te trainen en daarmee gingen we nog harder. Daarna werd het volume en opnieuw gingen we harder. Die golfbeweging is er altijd en wie ergens als eerste mee begint, wint vaak. De enige constante is eigenlijk dat je constant moet veranderen.”

XL40-5vragenaanJacOrie-1“Topsport is voor breedtesport en gezondheidszorg wat de Formule 1 is voor de auto-industrie. Nieuwe ontwikkelingen sijpelen door, al moet je natuurlijk wel oppassen dat je niet zomaar een high-end programma op een gemiddelde sporter gaat leggen. Dat heeft te maken met belastbaarheid. Maar onderzoek in de sport heeft heel veel opgeleverd voor algemene gezondheidsprincipes. Een mooi voorbeeld is de klapschaats. De hele biomechanica rond de klapschaats heeft enorm veel inzichten opgeleverd in revalidatietechnieken.”

“Met mijn vitaminelijn ben ik begonnen, omdat we zagen dat de formules van voedingssupplementen steeds veranderden. Dat kwam terug in de belastbaarheid van de sporters. Je bouwt een programma met voeding en training als basis en als je veertien keer in de week traint en daarbij ook nog eens veel moet reizen, heb je voedingssupplementen nodig. Wij doen altijd bloedonderzoeken om onze sporters in de gaten te houden en we zagen dat het met de belastbaarheid de verkeerde kant uitging, terwijl we niets anders deden. We hebben lang naar de oorzaak gezocht, totdat iemand erachter kwam dat de formules van de supplementen veranderd waren.”

“Met de bestaande supplementen kwamen we niet uit, en met de steeds veranderende formules was het lastig werken. Er kwamen soms ook middelen op de markt die niet waren getest door het lab van de dopingautoriteit, om zeker te weten dat er geen verboden middelen in zitten. Daarom zijn we onze eigen lijn gestart. Dan weten we precies wat erin zit, dat we over de beste kwaliteit beschikken én dat alles getest is.”

"Eigenlijk kunnen we het niet goed doen: als we alles winnen, is het geen mondiale sport en als we weinig winnen, doet onze sport het slecht”

3. In de twintig jaar dat jij meeloopt in het internationale topschaatsen is Nederland steeds dominanter geworden. Heeft het langebaanschaatsen internationaal nog toekomst?
“Absoluut. De kritiek dat het niet internationaal genoeg zou zijn, is niet terecht. Binnen de wintersporten doen we het als mondiale sport juist heel goed. In vergelijking met bijvoorbeeld alpineskiën en bobsleeën, doet schaatsen het beter. Skiën wordt over het algemeen alleen gedaan in landen waar ze bergen hebben. Kijk bij het schaatsen naar Azië met Japan, Zuid-Korea, China, Kazakstan. De Russen doen nu even niet mee, maar in Noord-Amerika heb je de Verenigde Staten en Canada en in Europa heb je naast Nederland ook Noorwegen, Duitsland en nog anderen. Maar ja, eigenlijk kunnen we het niet goed doen: als we alles winnen, is het geen mondiale sport en als we weinig winnen, doet onze sport het slecht.”

XL40-5vragenaanJacOrie-2“Wij doen het als Nederland internationaal zo goed in het schaatsen, omdat het deel uitmaakt van onze cultuur, maar het is ook een resultante van de strenge kwalificatietoernooien en het commerciëler worden van het schaatsen. Er is enorm veel concurrentie, iedereen staat altijd onder druk. Winnen is zo moeilijk, omdat verliezen makkelijk is. Van Sven Kramer werd altijd gedacht: hij doet het wel even, maar dat is een kwestie van ontzettend hard werken. Op het moment dat wij in Nederland een stapje terugdoen, worden we links en rechts ingehaald. De Noren zitten er weer aan te komen en we hebben vorig jaar al die vervelende Zweed (tweevoudig Olympisch kampioen Nils van der Poel, red.) gehad, vervelend in de goede zin van het woord. Ik geloof ook niet dat de populariteit van het schaatsen onder druk staat. Iedereen roept altijd dat het schaatspubliek veroudert, maar dat is nooit anders geweest. De kijkcijfers van de wereldbeker in Heerenveen onlangs lagen weer boven de één miljoen. Natuurlijk zijn de meeste kijkers boven de 35 jaar, maar iedereen vergeet dat er ook altijd weer nieuwe mensen van boven de 35 jaar bijkomen. Daar maak ik me niet zoveel zorgen over.”

"Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat de jeugd steeds minder hoog kan springen en steeds minder hard kan lopen"

4. Je hebt nog niet zo lang geleden de noodklok geluid als het gaat om de fysieke gesteldheid van de komende generaties in Nederland. Waarom vind je dat zo belangrijk? 
“Dat is iets waar ik me wel zorgen over maak. Sport en bewegen is zo belangrijk voor mensen. We weten dat mensen die veel bewegen in hun jeugd daar zelfs tot tientallen jaren later nog profijt van hebben. We hebben gezien wat de lockdowns hebben gedaan met het bewegen onder kinderen en komt daar de energiecrisis overheen waardoor sportfaciliteiten ernstig bedreigd worden. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat de jeugd steeds minder hoog kan springen en steeds minder hard kan lopen. Finse militairen blijken op een coopertest 200 tot 300 meter minder te lopen dan een jaar of twintig geleden. Je krijgt een verschuiving van de norm. Als je twintig centimeter hoger springt dan gemiddeld, lijkt dat goed. Maar als dat gemiddelde tien centimeter lager ligt dan twintig jaar geleden, moet je toch gaan nadenken.”

“Ik ben al een keer naar de Tweede Kamer geweest om over dit soort problematiek te spreken en ik ben bij een aantal initiatieven betrokken. Of de politiek daar iets mee doet? Volgens mij niet. Er wordt geluisterd en geknikt, en vervolgens zijn er andere belangen waarvan men denkt dat ze zwaarder wegen. Ik snap dat het allemaal moeilijk is, maar je moet deze problematiek breder bekijken. Als je kijkt naar de cijfers voor depressie onder de jeugd... ook dat heeft te maken met bewegen. Als je echt structureel investeert in bewegen onder de jeugd, verdien je dat als maatschappij in tien à twintig jaar terug.” 

XL40-5vragenaanJacOrie-3“Ik ben betrokken bij gesprekken met mensen bij verenigingen, op scholen, op allerlei plekken. Er zijn ook goede voorbeelden. In atletiek en turnen worden dingen gedaan en op veel ijsbanen heb je schoolschaatsen, maar om eerlijk te zijn: het is allemaal sporadisch, er wordt geen vuist gemaakt. We moeten met de bonden gaan samenwerken en met de scholen. Dat begint met het herkennen van het probleem, ook bij de ouders. Ik heb het idee dat het allemaal gebagatelliseerd wordt.”

“Ik ben er een groot voorstander van om alle middelbare schoolopleidingen, van VMBO tot VWO, een jaar langer te maken en de tijd die je daarmee wint, steek je vooral in beweging. Kinderen moeten tegenwoordig veel meer stof tot zich nemen dan vroeger en alle tijd die je in de boeken zit, ben je niet aan het bewegen. De verhouding is zoek, en dan heb je tegenwoordig ook nog eens kinderen die al vanaf hun tiende op de elektrische fiets naar school gaan. Op die manier blijft er helemaal niets meer over van de tijd dat ze bewegen. Daar moeten we met zijn allen echt iets aan doen.”

"Je ziet mensen die alles in die sport leggen en alles ervoor geven. Het laat zien dat hard werken loont"

5. Wat is volgens jou, los van de gezondheidsaspecten, de maatschappelijke betekenis van sport?
“Die betekenis kun je nauwelijks onderschatten. Het gaat om de wereld die je eromheen bouwt, je vrienden, de dingen die je samen beleeft, het wedstrijdelement, samen toewerken naar een doel, omgaan met teleurstellingen, natuurlijk ook ruzies. Je leert er zoveel van. Die hele sociale omgeving levert meer op dan een uur of zes per dag Call of Duty spelen.”

XL40-5vragenaanJacOrie-4“Topsport heeft daarin een voorbeeldfunctie. Je ziet mensen die alles in die sport leggen en alles ervoor geven. Het laat zien dat hard werken loont. Topsport is toch een beetje het vergrootglas van de maatschappij. Je moet heel gedisciplineerd zijn om daarin iets te bereiken. Sporters zijn daarbij ook ambassadeur van hun land. Er kijken miljoenen mensen wereldwijd naar Olympische Spelen en WK’s. Als sporter draag je een bepaalde manier van leven en van werken uit.”

“Hoe het met die voorbeeldfunctie werkt in Qatar? Dat is een politiek probleem. Dat moeten die paar sporters niet op gaan lossen. Er wordt overigens ook al jaren zaken gedaan in Qatar, door allerlei bedrijven. Daar hoor je nooit wat over. Ik vind zeker dat sporters de problemen moeten kunnen benoemen, maar je moet het probleem niet op hun bord leggen. Sporters zijn vaak de dupe van politieke machinaties. Dat zie je nu bijvoorbeeld ook met de Russische schaatsers die niet internationaal mogen rijden. Die sporters kunnen er niets aan doen dat hun land Oekraïne is binnengevallen.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.