23 oktober 2007
Nieuws
2. Over doping wordt de laatste tijd erg veel gezegd en geschreven.
Hoe vaak heb je de neiging om erop te reageren en hoe vaak doe je dat
ook?
“Ik reageer alleen op feitelijke onjuistheden die ik in de wat
‘serieuzere’ pers tegenkom. Dan benader ik de schrijver van het artikel, in de
hoop dat het een volgende keer wel correct opgeschreven wordt. Heel soms schrijf
ik een open brief. Dat heb ik wel eens gedaan toen ik ergens las dat WADA - de
wereld antidoping organisatie – veel te strenge straffen uitdeelt. Dan kan ik de
neiging niet onderdrukken even te melden dat WADA in het geheel geen straffen
uitdeelt, maar voor de regelgeving zorgt. Er wordt inderdaad veel gezegd en
geschreven over doping. Maar ik ga bijvoorbeeld nooit in op mensen die bepaalde
meningen ventileren over dopingkwesties.”
3. In de beleidsbrief van staatssecretaris Bussemaker staat dat
alleen de handel in doping strafbaar gesteld moet blijven worden, maar
het gebruik niet. De sport zélf moet sancties toepassen. Ben je het
daarmee eens?
“Feitelijk wordt hier oud beleid op consistente wijze
voortgezet. Ik vind het ook volstrekt logisch. Het zou raar zijn als mensen wel
allerlei genotmiddelen als alcohol en soft drugs zouden mogen gebruiken, maar
dat dopinggebruik strafbaar zou worden gesteld. Daarmee zou je de sporter in een
uitzonderingspositie plaatsen en dat vind ik geen goede zaak. Wel problematisch
blijven de verschillen in strafrecht tussen de verschillende landen. Dat
doorkruist het beleid van WADA om het dopingbeleid wereldwijd te harmoniseren,
wat ik uiteraard een goed streven vind.”
4. Veel prominenten keren zich de laatste tijd tegen de straffen die
dopinggebruikers krijgen. Zij hebben daarvoor verschillende motieven. Harm
Kuipers zegt dat het effect van dopinggebruik vooral ‘tussen de oren zit’. Heiko
van Staveren vindt dat er veel meer factoren dan alleen dopinggebruik zorgen
voor ongelijke omstandigheden. Wat is jouw grondhouding ten aanzien van
dopinggebruik en de sancties die erop zouden moeten volgen?
“Ik vind
dat Heiko van Staveren gelijk heeft. Er zijn heel veel factoren te verzinnen die
leiden tot oneerlijke concurrentie tussen sporters. De economische
omstandigheden zijn bijvoorbeeld niet overal gelijk, de ene atleet heeft betere
toegang tot kennis dan de andere, sommige atleten zijn in het voordeel doordat
betere prestaties in bepaalde takken van sport deels genetisch bepaald zijn,
enzovoorts. Maar ik vind dat iedereen het recht heeft om te sporten zonder enige
dwang van buitenaf om medicijnen te nemen. Veel van die medicijnen belasten het
lichaam, hebben desastreuze gevolgen voor de gezondheid. Dat vind ik
verwerpelijk. Het werk van Harm Kuipers richt zich vooral op de effecten van
dopinggebruik in prestatieve zin. Dat effect zou beperkt zijn. Maar er zijn niet
veel onderzoeken gedaan naar effecten van dopinggebruik op de gezondheid op de
lange termijn. Zo’n onderzoek gaat de Gezondheidsraad binnenkort starten.
Althans, ze zijn bezig een begeleidingscommissie samen te stellen. Ik hoop dat
ze begin 2008 met het onderzoek kunnen beginnen. Het wordt echt een gedegen
onderzoek, dat naar verwachting anderhalf jaar in beslag nemen zal nemen. En om
het deel van je vraag over sancties te beantwoorden: ik kan dan illustreren dat
niet altijd juist en volledig wordt gepubliceerd over dopingzaken. Onlangs kon
je in de krant lezen dat WADA dopingzondaars in de toekomst vier jaar schorsing
wil laten opleggen. De rode draad van het nieuwe beleid is echter een grotere
differentiatie van straffen. Dat betekent dat de zware gevallen vier jaar
schorsing opgelegd zouden kunnen krijgen, maar dat tegelijkertijd lichtere
straffen mogelijk zijn bij relatief kleine vergrijpen. Deze grotere
differentiatie vind ik een goede zaak.”
5. Uiteraard moet de volgende vraag gesteld worden: vind jij dat
Rasmussen terecht uit de Tour de France is gehaald, hoewel niet aangetoond is
dat hij verboden middelen heeft gebruikt?
“Ik heb daar als directeur
van de Dopingautoriteit geen mening over. Het betreft hier namelijk geen
dopingzaak, maar een zaak tussen werknemer en werkgever. Wel vind ik het
belangrijk dat antidoping-organisaties en sportwerkgevers goed samenwerken en in
dezelfde richting denken. Maar goed, omdat je aandringt… Als sportliefhebber en
‘particulier burger’ heb ik inderdaad wél een mening over deze zaak. Ik moet wel
voorzichtig formuleren, want ik ken de ‘ins en outs’ niet. Maar ik denk dat ik
in de positie van de Rabobank-leiding precies zo gehandeld zou hebben. Omdat er
een vertrouwensbreuk lijkt te zijn opgetreden tussen werkgever en werknemer. En
dat vind ik een ernstige kwestie. In ieder geval ernstig genoeg om een werknemer
te schorsen. Maar nogmaals, het betreft hier géén dopingzaak. Dus dopingsancties
zijn niet aan de orde. Ook al lijkt het erop dat Rasmussen doping
gebruikt heeft. Het is heel simpel. Wie niet veroordeeld is, is niet schuldig.
Ik denk daar heel zwartwit in. Dus als er in de sportwereld wordt geageerd tegen
vermeende dopingzondaars, kan ik niet anders doen dan mijn schouders ophalen.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.