Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan herman ram directeur van de dopingautoriteit

5 vragen aan Herman Ram, directeur van de Dopingautoriteit

23 oktober 2007

Nieuws

door: Peter Hopstaken | 23 oktober 2007

1. Kan je aangeven wat de functie is van de Dopingautoriteit en wat hierin de rol is van de directeur?
“De officiële naam van de organisatie is Stichting Anti-Doping Autoriteit Nederland, afgekort Dopingautoriteit. Deze organisatie is op 23 juni 2006 ontstaan uit een fusie tussen het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo) en Doping Controle Nederland (DoCoNed). Onze missie is het realiseren van dopingvrije sport in Nederland. We werken in opdracht van het ministerie van VWS en NOC*NSF. Onze belangrijkste activiteiten zijn het plannen en uitvoeren van dopingcontroles, het geven van voorlichting aan zowel topsporters als hun directe omgeving, het geven van voorlichting aan breedtesporters (vooral fitnessers) en hun directe omgeving, het ontwikkelen en bewaken van de anti-dopingregelgeving en tot slot het verzamelen en (laten) uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. De directeur geeft natuurlijk primair leiding aan de organisatie die dit allemaal moet realiseren. Onze medewerkers hebben overigens heel verschillende achtergronden. Een jurist en een bewegingswetenschapper werken bijvoorbeeld op het gebied van kennisontwikkeling. Bij de afdeling controle werken mensen met een chemisch-analytische achtergrond. De Dopingcontroleofficials in het veld bestaan bijvoorbeeld uit artsen, verpleegkundigen en een aantal oud-sportinstructeurs, deels oud-medewerkers van de landmacht of de luchtmacht. Daar zijn ze op hun vijfenvijftigste met pensioen gegaan. Nog veel te jong om te stoppen met werken.”

2. Over doping wordt de laatste tijd erg veel gezegd en geschreven. Hoe vaak heb je de neiging om erop te reageren en hoe vaak doe je dat ook?
“Ik reageer alleen op feitelijke onjuistheden die ik in de wat ‘serieuzere’ pers tegenkom. Dan benader ik de schrijver van het artikel, in de hoop dat het een volgende keer wel correct opgeschreven wordt. Heel soms schrijf ik een open brief. Dat heb ik wel eens gedaan toen ik ergens las dat WADA - de wereld antidoping organisatie – veel te strenge straffen uitdeelt. Dan kan ik de neiging niet onderdrukken even te melden dat WADA in het geheel geen straffen uitdeelt, maar voor de regelgeving zorgt. Er wordt inderdaad veel gezegd en geschreven over doping. Maar ik ga bijvoorbeeld nooit in op mensen die bepaalde meningen ventileren over dopingkwesties.”

3. In de beleidsbrief van staatssecretaris Bussemaker staat dat alleen de handel in doping strafbaar gesteld moet blijven worden, maar het gebruik niet. De sport zélf moet sancties toepassen. Ben je het daarmee eens?
“Feitelijk wordt hier oud beleid op consistente wijze voortgezet. Ik vind het ook volstrekt logisch. Het zou raar zijn als mensen wel allerlei genotmiddelen als alcohol en soft drugs zouden mogen gebruiken, maar dat dopinggebruik strafbaar zou worden gesteld. Daarmee zou je de sporter in een uitzonderingspositie plaatsen en dat vind ik geen goede zaak. Wel problematisch blijven de verschillen in strafrecht tussen de verschillende landen. Dat doorkruist het beleid van WADA om het dopingbeleid wereldwijd te harmoniseren, wat ik uiteraard een goed streven vind.”

4. Veel prominenten keren zich de laatste tijd tegen de straffen die dopinggebruikers krijgen. Zij hebben daarvoor verschillende motieven. Harm Kuipers zegt dat het effect van dopinggebruik vooral ‘tussen de oren zit’. Heiko van Staveren vindt dat er veel meer factoren dan alleen dopinggebruik zorgen voor ongelijke omstandigheden. Wat is jouw grondhouding ten aanzien van dopinggebruik en de sancties die erop zouden moeten volgen?
“Ik vind dat Heiko van Staveren gelijk heeft. Er zijn heel veel factoren te verzinnen die leiden tot oneerlijke concurrentie tussen sporters. De economische omstandigheden zijn bijvoorbeeld niet overal gelijk, de ene atleet heeft betere toegang tot kennis dan de andere, sommige atleten zijn in het voordeel doordat betere prestaties in bepaalde takken van sport deels genetisch bepaald zijn, enzovoorts. Maar ik vind dat iedereen het recht heeft om te sporten zonder enige dwang van buitenaf om medicijnen te nemen. Veel van die medicijnen belasten het lichaam, hebben desastreuze gevolgen voor de gezondheid. Dat vind ik verwerpelijk. Het werk van Harm Kuipers richt zich vooral op de effecten van dopinggebruik in prestatieve zin. Dat effect zou beperkt zijn. Maar er zijn niet veel onderzoeken gedaan naar effecten van dopinggebruik op de gezondheid op de lange termijn. Zo’n onderzoek gaat de Gezondheidsraad binnenkort starten. Althans, ze zijn bezig een begeleidingscommissie samen te stellen. Ik hoop dat ze begin 2008 met het onderzoek kunnen beginnen. Het wordt echt een gedegen onderzoek, dat naar verwachting anderhalf jaar in beslag nemen zal nemen. En om het deel van je vraag over sancties te beantwoorden: ik kan dan illustreren dat niet altijd juist en volledig wordt gepubliceerd over dopingzaken. Onlangs kon je in de krant lezen dat WADA dopingzondaars in de toekomst vier jaar schorsing wil laten opleggen. De rode draad van het nieuwe beleid is echter een grotere differentiatie van straffen. Dat betekent dat de zware gevallen vier jaar schorsing opgelegd zouden kunnen krijgen, maar dat tegelijkertijd lichtere straffen mogelijk zijn bij relatief kleine vergrijpen. Deze grotere differentiatie vind ik een goede zaak.”

5. Uiteraard moet de volgende vraag gesteld worden: vind jij dat Rasmussen terecht uit de Tour de France is gehaald, hoewel niet aangetoond is dat hij verboden middelen heeft gebruikt?
“Ik heb daar als directeur van de Dopingautoriteit geen mening over. Het betreft hier namelijk geen dopingzaak, maar een zaak tussen werknemer en werkgever. Wel vind ik het belangrijk dat antidoping-organisaties en sportwerkgevers goed samenwerken en in dezelfde richting denken. Maar goed, omdat je aandringt… Als sportliefhebber en ‘particulier burger’ heb ik inderdaad wél een mening over deze zaak. Ik moet wel voorzichtig formuleren, want ik ken de ‘ins en outs’ niet. Maar ik denk dat ik in de positie van de Rabobank-leiding precies zo gehandeld zou hebben. Omdat er een vertrouwensbreuk lijkt te zijn opgetreden tussen werkgever en werknemer. En dat vind ik een ernstige kwestie. In ieder geval ernstig genoeg om een werknemer te schorsen. Maar nogmaals, het betreft hier géén dopingzaak. Dus dopingsancties zijn niet aan de orde. Ook al lijkt het erop dat Rasmussen doping gebruikt heeft. Het is heel simpel. Wie niet veroordeeld is, is niet schuldig. Ik denk daar heel zwartwit in. Dus als er in de sportwereld wordt geageerd tegen vermeende dopingzondaars, kan ik niet anders doen dan mijn schouders ophalen.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.