Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan hein verbruggen voorzitter sportaccord en erelid ioc

5 vragen aan Hein Verbruggen, voorzitter Sportaccord en erelid IOC

6 maart 2012

Nieuws

door: Leo Aquina | 6 maart 2012

1. Een steeds terugkerende discussie rondom het Olympisch Plan 2028 is de vraag of we het organiseren van de Olympische Spelen als doel op zich moeten beschouwen of als middel om ons land op allerlei fronten op een hoger niveau te krikken. Wat is uw opvatting hierover?
“Dat is het allebei. Wie de Olympische Spelen organiseert is gastheer van de tienduizend beste atleten ter wereld. Dat moet je wel degelijk als een doel op zichzelf zien. Maar daarmee ben je er niet. Je moet die Spelen ook als katalysator gebruiken voor allerlei ontwikkelingen. Denk aan de bouw van werkbare en rendabele accommodaties en infrastructuur. Je moet jezelf ook de vraag stellen hoe je dat Olympisch Plan kunt gebruiken voor een doel dat je ook los van die Spelen al wilde realiseren. Zo’n doel kan voor iedere stad anders zijn. In Sydney ging het om de ontwikkeling van het Darling Harbour-gebied en Beijing wilde de Chinese bevolking bewust te maken van de plaats die China inneemt in de wereld. Athene had als doel de infrastructuur rond de stad te verbeteren, al kwam dat op het moment van het bid niet helemaal uit de verf. Londen heeft heel duidelijk op twee pijlers ingezet: het ontwikkelen van de jeugd door sport en het uit het slop trekken van Oost-Londen, dat tot de toewijzing van het bid een vervallen gebied was. Nederland moet voor het Olympisch Plan 2028 dus ook op zoek naar een hoger doel.”

“Het binnenhalen van de Spelen kan tegenwoordig niet meer zonder zo’n hoger doel. De tijd dat het IOC zomaar een stad aanwees en wel keek wat ervan terechtkwam, is echt voorbij. Misschien dat het in 2004 nog een beetje op die manier ging, maar dat is echt de laatste keer geweest. Het IOC wijst geen stad aan als er niet een heel degelijk plan is voor de legacy van de Spelen. Wat ik jammer vind in de discussie is de nadruk die er in de media op negatieve aspecten wordt gelegd. Laatst was er een uitzending van Nieuwsuur waarin over het Olympisch Plan werd gepraat. Dan wordt altijd het voorbeeld van Montréal erbij gehaald, omdat daar verlies is gedraaid. Maar in 1980, 1984, 1988, 1992, 1996, 2000, 2004 en in 2008 waren de Spelen in commercieel opzicht winstgevend. En ze laten ook altijd zien hoe die prachtige accommodaties in Athene nu liggen te verkommeren. Maar nooit zie ik beelden van Barcelona, Sydney of Beijing, waar de accommodaties nog altijd op een geweldige manier worden gebruikt.”

2. Wat zou zo’n hoger doel kunnen zijn van een Nederlands Olympisch Bid voor 2028?
“Ons land is sterk afhankelijk van het buitenland. We hebben veel export, we zijn een doorvoerhaven. Dat profiel wil je versterken voor de rest van de wereld: Nederland op de kaart zetten als een goede internationale gastheer. De Spelen bieden daarvoor de uitgelezen mogelijkheid want er is zo enorm veel publiciteit dat is met niets anders te vergelijken. Dat kan dus één van je hogere doelen zijn. Daarnaast kun je ook denken aan het verbeteren van de infrastructuur. Je kunt de Spelen inzetten voor het oplossen van het fileprobleem. Dat zou natuurlijk een enorm economisch voordeel met zich meebrengen. Het een sluit het ander trouwens niet uit. Je kunt natuurlijk een aantal zaken tegelijk aanpakken.”

“Duurzaamheid is bijna automatisch een thema. Dat is ook geformuleerd in de Millenniumgoals van de Verenigde Naties. Dan heb je het over het terugdringen van de armoede, het verbeteren van de positie van de vrouw, het milieu, gelijke kansen voor kinderen enzovoort. De wereld van de sport wil daaraan bijdragen, dan gaat het om de social responsibility van de sport. Het IOC zal altijd kijken in hoeverre een stad het evenement gebruikt voor het verwezenlijken van die doeleinden. Als je die zaken niet meeneemt in je bid, is het op voorhand kansloos.”

3. Volgens het Olympisch Plan besluit Nederland pas in 2016 om wel of geen bid uit te brengen in 2019. Veel eerder dan oorspronkelijk de bedoeling was wordt binnenkort de potentiële affichestad gekozen? Is dat een goede zaak?
“Vanzelfsprekend! Ten eerste heeft het echt geen enkel nut om daar nog langer mee te wachten. Ik begrijp werkelijk niet wat de mensen daarmee willen bereiken. Ten tweede moet je die keus maar zo snel mogelijk maken want als je een hoger doel hebt, kun je beter vandaag beginnen dan morgen. Het heeft geen enkele zin om met de keus voor de affichestad te wachten tot 2016.”

“Ik volg de discussie omtrent het keuzeproces slechts zijdelings. Ik heb begrepen dat zowel Amsterdam als Rotterdam graag willen. Het IOC heeft als heel simpele eis dat de kandidatuur van één stad komt. Daarbij moet je je realiseren dat er niet één stad in Nederland is die de Spelen alleen kan organiseren. Daarvoor zijn onze steden simpelweg te klein. Maar de Randstad is groot genoeg in vergelijking met internationale steden. Ik ken geen enkele succesvolle kandidatuur van een kleine stad. Je hebt er simpelweg de ruimte niet voor. Er komen rond een miljoen bezoekers, die moet je ergens kwijt. Je moet een aantal faciliteiten hebben met enorm veel capaciteit. Neem een Main Press Center en een International Broadcast Center. In Beijing waren alleen al 28.000 persaccreditaties, inclusief technisch personeel. Dat soort faciliteiten kun je niet allemaal kwijt in een stad van 800.000 inwoners. Als Nederland dus een bid uitbrengt, moet dat altijd onder de noemer Amsterdam/Randstad of Rotterdam/Randstad.”

“Je moet in je achterhoofd houden dat de Spelen meestal naar een hoofdstad gaan. Niet altijd, neem Barcelona als voorbeeld. Maar dat is ten eerste een uitzondering en ten tweede zou je Barcelona kunnen zien als de commerciële hoofdstad van Spanje. Ik heb kandidaturen voorbij zien komen van Lille, Puerto Rico, Sint Petersburg, Sevilla, Manchester, Brisbane, Melbourne en ik kan nog wel een serie noemen. Er was er niet een die het lukte. Ik wil heel voorzichtig zijn, want Rotterdam is in Nederland op dit ogenblik absoluut de nummer één stad wat evenementen betreft, dat zal zelfs in Amsterdam niemand ontkennen. Rotterdam heeft de afgelopen jaren een WK Turnen gehad, een WK Squash, een WK Judo, een WK tafeltennis en nog een aantal grote topsportevenementen. Aan de andere kant heeft Amsterdam nu het EK Atletiek voor 2016 in huis gehaald en het heeft natuurlijk de naam als hoofdstad. Nederland zal uiteindelijk een keuze moeten maken. Als een paal boven water staat dat het niet kan zonder een heel duidelijke samenwerking tussen de twee steden, met Utrecht en Den Haag er ook bij. Maar je moet er ook rekening mee houden dat het IOC de faciliteiten dicht bij elkaar wil hebben. Dan heb je het over de Big Five (atletiekstadion, turn/basketbalhal, zwembad, olympisch dorp en het Main Press Center, red.). Een zwembad in Eindhoven is dus zeer problematisch.”

“Hoe de procedure om de affichestad te kiezen in elkaar zit, weet ik niet exact. Maar de kandidatuur bij het IOC moet van de stad komen in nauw overleg met het NOC. Ik denk dat het heel goed is dat er een ervaren politicus als Camiel Eurlings gevonden is voor Olympisch Vuur. Die is in staat om alle partijen te verbinden en als voormalig minister van Verkeer & Waterstaat heeft hij bovendien verstand van infrastructuur.”

4. Uiteindelijk gaat het bij de toewijzing van de Olympische Spelen om één ding: de stemmen van IOC-leden. U hebt zelf als IOC-lid verkiezingen voor gaststeden meegemaakt. Waar lette u op bij het vergelijken van bids?
“Het hele proces wat daaraan vooraf gaat, is tegenwoordig anders dan vroeger. Ik heb de tijd nog meegemaakt dat elke stad die zich had gekandideerd werd bezocht en geëvalueerd. Ik was lid van de evaluatiecommissie voor de Spelen van 2004 en daarvoor heb ik in 1996 en 1997 elf steden bezocht. In sommige steden kreeg ik echt het gevoel: ‘Wat doe ik hier in hemelsnaam?’ Ik heb er toen zelf mede op aangedrongen om een voorselectie te maken en dat gebeurt tegenwoordig ook. Dat is een technische voorselectie, die vindt op dit moment trouwens plaats bij de kandidaatsteden voor 2020. In mei wordt beslist in hoeverre de vijf steden die daar op dit moment kandidaat voor zijn aan de technische eisen voldoen. Pas daarna gaan de kandidaatsteden echt aan een bidbook werken.”

“Voor de Spelen van 2008 was ik voorzitter van de evaluatiecommissie en toen hebben we na de voorselectie vijf steden bezocht: Istanbul, Osaka, Toronto, Parijs en Beijing. De evaluatiecommissie controleert of de steden daadwerkelijk kunnen voldoen aan de eisen. De steden die zich bij de daadwerkelijke stemming presenteren zijn dus allemaal top. Je zit als IOC-lid in de zaal en je krijgt vijf presentaties die allemaal goed in elkaar zitten. Waar ik vooral op lette, was de positie van de atleten. Welke keus zou ik nou maken als ik sporter was? Ik stak mijn licht daarom ook altijd op bij de atleten. Op basis daarvan maakte ik altijd een soort selectie. Als er dan nog steden overbleven die allebei even goed waren, was het natuurlijk ook een kwestie van gunnen.”

“Een van de zaken waar het IOC veel waarde aan hecht, is draagvlak onder de bevolking. In dat licht bezien is de uitkomst van het onderzoek naar draagvlak van het Mulier Instituut bijzonder zorgelijk (het draagvlak zakte tussen eind 2010 en eind 2011 van 41 procent tot 30 procent, red.). Wat er moet gebeuren om dat draagvlak weer omhoog te krijgen? Er moet duidelijkheid komen op een heleboel punten, om te beginnen over de affichestad. Olympisch Vuur moet daar het voortouw in nemen. Ik heb begrepen dat Camiel Eurlings op het komende jaarcongres van Olympisch Vuur een heldere lijn wil neerzetten.”

5. Hoe kan een kandidaatstad IOC-leden gunstig stemmen? Vroeger gebeurde dat nog wel eens met cadeaus, maar dat mag niet meer. Moet Nederland nu al beginnen met de lobby en hoe moet dat?
“Cadeaus komen er tegenwoordig niet meer aan te pas. Dat is aan heel strikte regels gebonden. Een cadeau mag niet duurder zijn dan 50 dollar. In 2004 hebben we veel cadeaus weggegeven omdat we het vermoeden hadden dat ze veel meer waard waren. Die hebben we toen allemaal naar een kindertehuis laten sturen. Het vreemdste cadeau dat ik ooit heb gekregen was een set tafelkleden met de naam van een stad erin geborduurd. Op zichzelf wel grappig, maar een vreemd cadeau. Tegenwoordig weet iedereen dat het verboden is cadeaus aan te nemen, dus het gebeurt gewoon niet meer. Het enige wat je tegenwoordig nog krijgt is bijvoorbeeld een boek van een stad.”

Als het gaat over de Spelen van 2028, wordt de keuze gemaakt in 2021. Tegen die tijd is het halve IOC vernieuwd, want de maximale leeftijd is vastgesteld op zeventig jaar. Lobbyen bij de huidige IOC-leden heeft dus niet zoveel zin. Wat je nu moet doen is een positief imago creëren rond de Nederlandse steden en rond het idee voor de Spelen van 2028 in Nederland. Dat doe je door in alles wat je doet kwaliteit uit te stralen en door visionaire plannen neer te zetten. Heel belangrijk is een Nederlands IOC-lid. Op dit moment hebben we er één en dat is de kroonprins. Als hij koning wordt, hoeft hij het IOC-lidmaatschap formeel niet op te geven, maar ik denk dat hij daar wel voor kiest. Dan heeft Nederland geen IOC-lid meer en het IOC maakt zelf een keus om de ontstane vacature in te vullen. Het is niet gezegd dat het opnieuw een Nederlander wordt. Het IOC kan aanwijzen wie ze willen. Let wel: een Nederlands IOC-lid is niet de vertegenwoordiger van Nederland bij het IOC, maar een vertegenwoordiger van het IOC in Nederland. De kroonprins doet het overigens op dit moment goed voor het imago van Nederland. Ik denk dat Nederland er binnen het IOC en internationaal erg goed opstaat.”

Op 4 april a.s. organiseert Sport Knowhow XL een seminar waarin elementen als Olympisch Plan, 'branding', lobbyen en stedenstrijd uitgebreid aan de orde komen. Klik hier voor meer informatie

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.