Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan harold knebel directeur van de rabo wielerploegen

5 vragen aan Harold Knebel, directeur van de Rabo Wielerploegen

13 december 2011

Nieuws

door: Leo Aquina | 13 december 2011

1. Voordat u in 2008 aantrad als directeur van de Rabo Wielerploegen was u directeur van Schretlen & Co. U kwam dus als relatieve buitenstaander binnen. Hoe is dat bevallen?
“Ik heb mij de afgelopen jaren zeker geen buitenstaander gevoeld. Je moet op twee manieren naar een sportorganisatie kijken. Aan de ene kant is er de emotie van de sporter zelf: de beleving van de uitslagen, overwinningen en teleurstellingen. Aan de andere kant is er een bestuurlijke taak. En bij grote organisaties is het belangrijk daar op een professionele manier invulling aan te geven. Dat heb ik ingebracht bij de Rabo Wielerploegen. Daarbij moet je er natuurlijk wel voor zorgen dat je een nauwe band houdt met de sport. Ik zeg altijd dat we als management de infrastructuur verzorgen waarbinnen de sporters tot een optimale prestatie kunnen komen. Als duidelijk is waar je belang ligt en als je grootste belang is dat die sporters op een goede manier kunnen werken, dan kun je als bestuurder op een goede manier aan de slag.”
 
“Het verschil tussen een sportorganisatie en een ‘gewoon’ bedrijf zit vooral in de tijdspanne waarbinnen resultaten worden verwacht. Bij een bedrijf is sprake van een langere cyclus: van productontwikkeling, verkoopklaar maken, marketing en dan ga je pas verkopen. Bij de sport is investeren in talent een lange termijn cyclus, terwijl je altijd afgerekend wordt op de resultaten op korte termijn. Daar zit een spanningsveld. De laatste wedstrijd bepaalt hoe er over een bepaalde ploeg wordt gedacht.”

2. Bij uw aantreden in 2008 lag er een ‘rapport Vogelzang’ naar aanleiding van de ramptour in 2007 met Michael Rasmussen. Daarin stonden ook aanbevelingen voor de toekomst. Wat waren de belangrijkste aanbevelingen en wat is daarvan terecht gekomen?
“De hele bestuursstructuur zoals we die nu kennen met een Raad van Commissarissen en een eenkoppige directie, ingevuld door iemand van buiten de sport, komt voort uit dat rapport. Op dat gebied is alles wat erin stond gerealiseerd. Aan de sportieve kant gaat het vooral om de begeleiding van de renners. Dat proces is al in 2008 opgestart, maar in een conservatieve sport als wielrennen kost dat tijd. In de hele sport zie je een trend: sporters zijn werknemers en die moet je op allerlei manieren coachen, in hun sport maar ook zakelijk. Dat betekent onder meer dat de contactfrequentie omhoog moet. Wij hebben dat gedaan door ervoor te zorgen dat alle ploegleiders zich ontfermen over een kleine groep renners binnen de ploeg. Op die manier heeft iedere renner een direct aanspreekpunt. Maar het gaat het niet alleen over de frequentie van het contact, maar ook over de kwaliteit. Daarvoor hebben we Peter Murphy (oud-volleybalbondscoach en prestatiemanager bij onder meer NOC*NSF, red.) ingehuurd. Hij heeft specifieke kennis over coaching in de sport. Het contact tussen de renner en zijn coach moet erop gericht zijn om de renner beter te maken en dan moet een coach daar ook gereedschappen voor hebben. Die gereedschappen variëren van alles tussen een spreekwoordelijke schop onder de kont en een aai over de bol. Een coach moet zich continu afvragen wat in een specifieke situatie het beste is voor de sporter. Sommigen voelen dat op een natuurlijke wijze heel goed aan en kunnen het ook benoemen, anderen hebben een kader nodig waarbinnen zij dat soort dingen kunnen hanteren.

3. Ondanks het rapport Vogelzang en de nieuwe start in 2008 zijn jullie ook daarna nog geconfronteerd met doping. Thomas Dekker heeft in de periode dat hij bij Rabobank koerste EPO gebruikt. Heeft de begeleiding toen gefaald?
“Ik denk niet dat je het zo kan stellen. Net als nu waren ook toen de regels heel duidelijk en daarmee kom je ook gelijk bij het probleem. Als iemand iets wil uithalen, kun je nog zo vaak met iemand bellen en nog zoveel met iemand omgaan, maar je kunt het nooit helemaal voorkomen. De vraag is: heb je de goede maatregelen genomen en hoe ga je ermee om? Ik denk dat wij niet alleen Thomas Dekker indertijd, maar alle renners heel goed begeleiden. Het is heel duidelijk wat wel en wat niet mag. Overigens is de zaak Dekker wat mij betreft verleden tijd. Ik wens hem veel succes met zijn terugkeer in het peloton, maar verder ben ik er niet mee bezig.”

“Doping is natuurlijk wijder verbreid dan alleen het wielrennen, maar wielrennen heeft van oudsher wel een cultuur waarin doping werd gebruikt. Dat is onlosmakelijk met de sport verbonden. Wielrennen is een duursport waarbij het effect van stimulerende middelen groot is. Op een gegeven moment kom je in een vicieuze cirkel. Als iemand gebruikt, kan het haast niet anders of buurman gebruikt ook en ga zo maar door. Dat houdt elkaar in stand. Die cirkel moest doorbroken worden en die is ook doorbroken. Ik kan met zekerheid zeggen dat er nu minder wordt gebruikt dan vijf jaar geleden. De tijd dat je wel moest gebruiken omdat je buurman het deed, ligt achter ons. Dat zien we aan de cijfers die we van de UCI krijgen en je ziet het ook aan het wedstrijdverloop. De verschillen in de Tour zijn de afgelopen jaren veel minder pregnant dan in de jaren ervoor. Dat wil niet zeggen dat er helemaal geen doping meer is, maar het probleem is kleiner. De vraag is hoe ga je daar als wielerwereld mee om? In onze ploeg doen we dat door heel duidelijk te stellen dat we het gebruik van doping niet accepteren, met als sanctie ontslag op staande voet. Maar dat heeft tegenwoordig zo’n beetje iedere ploeg wel in zijn contract staan. Je moet daarnaast op een veel intensievere manier met de sporter omgaan. Dat betekent aandacht voor de training, het monitoren van prestaties, voeding. Op die manier kun je zo’n sporter weghouden bij die praktijken.”

4. Sponsor Rabobank heeft zich in 2010 tot en met 2016 aan de wielerploeg verbonden voor een bedrag van 15 miljoen euro per jaar. Daarmee is Rabobank een van de rijkere ploegen in de ProTour, maar afgelopen seizoen zagen we dat niet altijd terug in de uitslagen van de grote wedstrijden. Hoe kijkt u terug op het afgelopen seizoen en hoe kijkt u vooruit naar 2012?
“Het is goed dat er kritiek is, maar wij zijn bij lange na niet de rijkste ploeg. Teams als BMC en Radioshack hebben veel grotere budgetten. Bovendien hebben wij vier teams voor dat budget en die andere ploegen maximaal twee. Maar los van die budgetten denk ik dat de grote lijn bij ons positief is. We zijn in 2008 een beleid gestart om jong talent naar de top te brengen. Als je alleen naar de Tour kijkt, zie je de progressie van het talent in andere koersen over het hoofd. We hebben dit jaar enorm goed gescoord met 26 overwinningen en 75 podiumplekken. De Tour gingen we in met één kopman en een aantal sterke renners eromheen. Daarin hebben we veel pech gehad, dat kun je moeilijk sturen.”

“Natuurlijk is ons vaak de vraag gesteld of we Robert Gesink na die valpartij niet beter uit de Tour hadden kunnen halen, maar dat heeft meerdere kanten. Zelf wilde hij heel graag verder, hij wilde er bovenop klimmen, maar met die blessure was dat gewoon te veel. Als je dan kijkt naar de kritiek die er over hem heen is gekomen, kun je achteraf misschien zeggen dat het verstandiger was geweest om te stoppen. Maar hij heeft er belangrijke ervaring opgedaan voor de toekomst, dat werkt ook louterend voor het vervolg van zijn carrière. Ik denk dat het lange termijneffect belangrijker is dan het korte termijngemak van terugtrekken.”

“Op dit moment gaat het weer erg goed met Gesink. Hij is goed hersteld van zijn beenbreuk, hij loopt en fietst alweer, hij is net vader geworden en hij zit vol energie om volgend jaar revanche te nemen. Naast Gesink hebben we afgelopen jaar natuurlijk enorme progressie geboekt met Steven Kruijswijk in de Giro en Bauke Mollema in de Vuelta. Volgend jaar gaan we met die drie jongens naar de Tour. Zij zijn de enige drie binnen onze ploeg die in principe al zeker zijn van een plaats in de Tour-ploeg, mits ze gezond en fit zijn natuurlijk want er kan natuurlijk nog van alles gebeuren.”

5. In het verleden werkte Rabobank vaak met een buitenlandse kopman, nu wordt er ingezet op Nederlands talent. U heeft op het KNWU-congres ook aangegeven graag met de bond en de andere Nederlandse ploegen te willen samenwerken op het gebied van talentontwikkeling. Wat houdt die samenwerking in en hoe past het aantrekken van een buitenlandse toprenner als Mark Renshaw in het beleid om Nederlands talent naar de top te brengen?
“In het begin van de jaren 2000 was er simpelweg geen Nederlander die het kopmanschap kon dragen in een grote ronde en dan ga je automatisch uitwijken naar buitenlandse talenten. Dat hebben we gedaan door bijvoorbeeld Óscar Freire en Levi Leipheimer aan te trekken. Denis Mentsjov is daar ook een voorbeeld van. Sinds mijn aantreden hebben we de bakens verzet en zijn we weer teruggegaan naar de oude strategische uitgangspunten van de ploeg en dat houdt in dat we Nederlands talent in de meest brede zin van het wielrennen naar voren willen schuiven. Naast het Protour-team hebben we dan ook een Continental team, een Off-road team en volgend jaar voor het eerst ook een damesteam. Daarmee is de wielerfamilie van Rabobank compleet. Het grote voordeel van een langlopend sponsorcontract is dat we niet hijgerig achter talenten aan hoeven te lopen. Dat geeft de tijd om het talent op de juiste manier te begeleiden en ervoor te zorgen dat het robuuste topsporters worden die het kopmanschap de komende jaren ook echt kunnen dragen. Wanneer er weer een Nederlander de Tour gaat winnen? Dat is niet te voorspellen. We gaan de komende jaren zeker genieten van de talenten die er zijn, maar ze zijn nog jong en ze zitten nog niet op de top van hun fysieke vermogens. Ze moeten de laatste stap nog zetten en die laatste tien procent in de ontwikkeling is altijd het moeilijkst.”

“Het aantrekken van Mark Renshaw past goed in de strategie om Nederlandse talent naar de top te helpen. We weten dat we op een aantal punten in Nederland simpelweg niet over voldoende kwaliteit beschikken en we kiezen ervoor om in de Protour-ploeg met tweederde deel Nederlanders en een derde deel buitenlanders te rijden. Bij het aantrekken van die buitenlanders zijn we altijd op zoek naar renners die zelf kunnen winnen, maar ook iets kunnen betekenen voor de Nederlandse kopmannen. Daarom trekken we geen absolute kopmannen aan zoals de Schlecks of Contador. Renshaw weet als geen ander hoe je een sprinttreintje moet opzetten en daarmee kan hij de ploeg verder helpen. Natuurlijk is hij ook in staat zelf te winnen, maar zijn komst is absoluut geen motie van wantrouwen in de richting van Theo Bos, integendeel. Met zijn ervaring kan hij Bos juist verder helpen en hij is ook bereid om voor anderen te werken.”

“Als het gaat om talentontwikkeling werkt Rabobank graag samen met de KNWU en de andere Nederlandse ploegen. De bond heeft onlangs een bedrijfsplan en een strategie aangekondigd om op het gebied van talentontwikkeling de beste te worden van de wereld. Daarin stond niet hoe uiteindelijk de laatste stap van opleiding naar het hoogste echelon van het wielrennen wordt gemaakt. Daar heb ik op gewezen. Als je de beste wil zijn, moet je de krachten bundelen. De KNWU heeft allerlei kennis over opleiding, die hebben wij ook, net als de andere ploegen. Dan moet je kijken wat je voor elkaar kan betekenen en bij die laatste stap kunnen de ploegen een grote rol spelen, bijvoorbeeld door het aanbieden van stageplaatsen. Op die manier kun je jonge renners ervaring op laten doen bij een grotere ploeg. Natuurlijk zijn de ploegen op sportief gebied elkaars concurrenten, maar we werken op dit gebied vaker samen en dat leidt niet tot problemen. Wij laten vaker renners bij andere ploegen stagelopen, zoals bijvoorbeeld Barry Markus bij Vacansoleil. Onze doelstelling is heel breed om Nederland als wielerland verder te brengen. Ik verwacht geen gevechten tussen de ploegen om de gunsten van een talent. Uiteindelijk heeft de renner daarin zelf natuurlijk altijd nog het laatste woord.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.