Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan hans den oudendammer directeur rotterdam topsport

5 vragen aan Hans den Oudendammer, directeur Rotterdam Topsport

22 juni 2010

Nieuws

door: Peter Hopstaken | 22 juni 2010

1. Is Rotterdam sportstad nummer één in jouw ogen? Waar meet je dat aan af?
“Jazeker, maar tegelijkertijd moet ik bekennen dat iedere stad zich zo kan noemen. We hebben geen meetlat voor handen, geen instrument om dat goed te bewijzen. Uiteraard kennen we wel de jaarlijkse verkiezing van Topsportgemeente van het Jaar, maar hoe kan je nu Rotterdam goed met Edam vergelijken? Niet alleen Rotterdam maar ook Heerenveen noemt zichzelf dé sportstad van Nederland: met schaatsen, voetbal en turnen als peilers. Andere steden hebben weer andere assets. De Vereniging Sport en Gemeenten organiseert ook een verkiezing, die van beste Sportgemeente van het Jaar. Als gemeente moet je je daarvoor eerst aanmelden en daarna krijg je bezoek van een commissie. De eerste keer won Rotterdam en ook voor de tweede editie waren we genomineerd. Het is natuurlijk voor een prijs niet goed dat elke keer weer dezelfde gemeenten worden genomineerd. Wij hebben daarom besloten niet meer mee te doen.”

“Waarom Rotterdam dan toch dé sportstad van Nederland is? Door de buitenwereld worden we zo genoemd, vooral door de mensen van NOC*NSF. En niet alleen Erica Terpstra hoor, zij vindt natuurlijk elke stad een kanjer. Ik denk dat we die titel ook op basis van ons evenementenbeleid mogen toe-eigenen. We organiseren heel veel grote sportevenementen. Kijk alleen al maar eens naar de komende twee jaar: de start van de Tour de France, het WK Turnen 2010, het EK Korfbal 2010, het WK Tafeltennis 2011, het EK Dressuur 2011, het WK Squash 2011, het EK Boksen Dames 2011 en het EK Handbal Jeugd 2011. Daarnaast zijn we op het gebied van sportparticipatie erg actief, met Lekker Fit scholen en Schoolsportverenigingen. Tegelijkertijd moet ik helaas toegeven dat de sportparticipatie in Rotterdam het laagste is in heel Nederland: 56%. In Amsterdam is dat 62% en in het hele land 70%. Dus je zou met evenveel gemak kunnen stellen dat we helemaal niet dé sportstad van Nederland zijn!”

2. Tijdens SportAccord – de internationale conventie van sportfederaties die in april jl. in Dubai werd gehouden - presenteerden de grote vijf Nederlandse steden zich samen in een stand. Dat was nieuw! Betekent die samenwerking een ommekeer?
“Daar is wel het een en ander aan vooraf gegaan. Toen ik in 1999 directeur werd, wilde ik meteen met Rotterdam Topsport naar GAISF, de voorloper van SportAccord. Dat was in mijn ogen dé plek waar je naar toe moest om internationale contacten op te doen. Sindsdien is Rotterdam daar jaarlijks vertegenwoordigd. Maar ik zag bijna nooit iemand anders uit Nederland, zelfs niet van NOC*NSF. De Telegraaf was er wel altijd, dus in die krant stond steeds dat Rotterdam de ogen goed de kost gaf. Enfin, de huidige samenwerking tussen de grote Nederlandse steden is te danken aan het Olympisch Plan. In het kader daarvan kregen we de bestuurlijke opdracht om samen te werken en elkaar niet te beconcurreren. Die afspraken zijn alleen niet altijd nagekomen, ook niet door ons trouwens. Dan riep de Amsterdamse wethouder Gehrels iets in de krant en daar reageerde ik vervolgens weer op… Maar misschien trad vorig jaar de ommekeer wel in. In onze stand op SportAccord hebben we toen de andere steden uitgenodigd om zich ook te presenteren. Vervolgens hebben we een paar maanden later op Papendal een samenwerkingsovereenkomst getekend met de vijf grote steden – Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven – het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen en NOC*NSF. Kern van de overeenkomst was dat we ons onder de gezamenlijke noemer Holland moves presenteren als ‘potentiële hosts’. En volgend jaar doen we dat als SportAccord in Londen plaatsvindt weer.”

3. Wanneer moet volgens jou de host city voor de eventuele Olympische Spelen van 2028 worden aangewezen?
“Ik hoop dat het niet te snel gebeurt. Dan zullen andere kandidaat-steden waarschijnlijk achterover gaan leunen, terwijl we nu zo juist goed samen optrekken. Bovendien zullen bonden dan vooral sportevenementen willen organiseren in de uitverkoren stad, wat ten koste gaat van de andere steden. Datzelfde geldt voor de infrastructuur. De minister van Verkeer en Waterstaat zal voornamelijk zorgen dat de lokale infrastructuur in en rond de host city tiptop in orde wordt gemaakt. En dan krijgt de rest van Nederland op dat gebied minder prioriteit. Aan de andere kant snap ik dat de potentiële host city ook weer niet te laat kan worden aangewezen. Anders is er te weinig tijd om de infrastructuur op orde te brengen. In die zin kun je spreken van een duivels dilemma. Toch denk ik dat je ook in een later stadium grote bouwwerken kunt voltooien. Als er een stip aan de horizon staat, kunnen de zaken opeens sneller worden afgewikkeld. Desnoods afgedwongen in een speciale wet.”

“Ik vind dat de keuze voor de host city zorgvuldig moet worden gemaakt. Factoren als ruimtelijke ordening, draagvlak onder de lokale bevolking en logistiek moeten worden meegenomen. Dat Amsterdam sec als hoofdstad een grotere kans maakt, begrijp ik. Daarentegen heeft Amsterdam op een aantal terreinen niet altijd een goed imago. Sterk aan Rotterdam vind ik de hoeveelheid beschikbare ruimte, die is er veel meer dan in Amsterdam. Daarnaast lijkt de combinatie Rotterdam-Den Haag mij ook erg sterk. Die steden zijn complementair aan elkaar en concurreren niet. Dat is een goede basis voor een samenwerking. De Alliantie Olympisch Vuur wil al deze factoren eerst goed tegen het licht houden en waarschijnlijk pas een beslissing nemen in het voorjaar van 2011. Maar de kans bestaat dat het nieuwe kabinet het Olympisch Plan in het regeerakkoord opneemt en al eerder de host city aanwijst. De VVD wil nu eenmaal heel kordaat zijn, maar in dit geval is dit erg onverstandig”

4. Rotterdam krijgt misschien een ‘Nieuwe Kuip’ met een capaciteit van 80.000 toeschouwers. Ben je niet bang dat een dergelijk groot stadion bij evenementen veel lege plekken zal hebben?
“Om te beginnen: of er wel of geen nieuwe Kuip gaat komen, hangt van vele factoren af waaronder het antwoord op de vraag of het WK 2018 aan Nederland en België toegewezen zal worden. Als dat niet gebeurt, wordt het een lastig verhaal, maar niet onmogelijk. Als het nieuwe stadion er komt, ben ik niet bang dat het niet vol loopt. Dat is namelijk niet noodzakelijk voor een gezonde exploitatie. Bedenk dat het huidige stadion totaal geen mogelijkheden heeft om in commercieel opzicht verder te groeien. Daar kunnen bijvoorbeeld maar zeshonderd maaltijden worden verstrekt voor een wedstrijd. Bij een club als Arsenal zijn dat er zesduizend à zevenduizend. Als er in de nieuwe Kuip meer en betere faciliteiten komen, groeit het allemaal vanzelf. Aanbod creëert immers vraag. Ook een dak is heel belangrijk. Vroeger werden alle grote popconcerten in de Kuip gehouden, maar nu niet meer. Die zijn allemaal naar de Arena en het GelreDome gegaan, omdat ze daar een dak hebben. De nieuwe Kuip moet het dus echt niet alleen hebben van de pakweg twintig wedstrijden per jaar die door Feyenoord worden gespeeld. Als het nieuwe stadion wordt gerealiseerd, zullen daar de eerste vijf à tien jaar na de oplevering alle grote wedstrijden van het Nederlands Elftal worden gespeeld. Dat zal van tevoren worden afgesproken met de KNVB.”

5. Heb je de start van de Giro d’Italia in Amsterdam meegemaakt? Heb je daar iets geleerd voor de start van de Tour de France in Rotterdam op 3 juli?
“Ik ben bij de start van de Giro geweest en ik was blij verrast door het enthousiasme van de Amsterdammers. Maar ik was niet tevreden met het werk van de NOS. Weinig livebeelden, veel gepraat in de studio en te veel oud materiaal en interviews door Mart Smeets. Gelukkig hebben we met de NOS voor de Tour wél afspraken kunnen maken over een live-uitzending van de hele proloog. Naast de proloog organiseren we nog veel meer. Zo wordt de ploegenpresentatie een evenement op zich. Dat wordt echt een groot feest: met een optreden van onder meer Bløf en we gaan drie people villages bouwen. Hierbij moet je denken aan pleinen in Noord, Hoogvliet en het Zuiderpark met capaciteiten van 20.000, 10.000 en 25.000 toeschouwers. Op die pleinen kan je van alles zien en doen. Zo kun je over een parcours fietsen en krijg je informatie over gezonde voeding. Ook laten we van alles zien over ‘nieuwe energie’, want dat is het thema van deze Tour. Niet gek dus dat de ploegenpresentatie live te volgen is op Eurosport, de lokale zender en de Belgische televisie. En de NOS zendt er een samenvatting van uit.”

“Maar de start van de Tour zal voor mij pas echt geslaagd zijn als het sportief en organisatorisch gezien vlekkeloos verloopt. Zonder valpartijen en organisatorische missers. Het moet een succesvol sportevenement worden. Daarnaast hebben we subdoelen waaraan we het succes gaan meten: de publieke belangstelling, de economische spin-off die we in kaart laten brengen, de media-aandacht en de legacy – ofwel wat de stad eraan overhoudt. Momenteel telt Rotterdam in Nederland het laagste aantal bezitters van fietsen. Om dat aantal te laten stijgen, kan de Tour een rol spelen. In dat kader geven we daarom op negentig basisscholen fietslessen. Vooral aan allochtone leerlingen die niet met de fiets zijn opgegroeid, en daarom vaak de tram, metro of bus pakken als ze naar school gaan. En in de stad worden meer fietspaden aangelegd, komen er meer fietsenstallingen en meer beugels om fietsen aan vast te maken. Na de tourstart in Londen in 2007 is het aantal fietsers daar enorm toegenomen. Dat hopen we hier ook te bereiken.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.