7 juli 2009
Nieuws
1. Bij veel gemeenten zijn beleid en uitvoering op sportgebied
gesplitst. In Eindhoven niet. Hebben jullie het wel overwogen?
“Een
paar jaar geleden kregen we hier bij de toenmalige Dienst Maatschappelijke
Ontwikkeling een nieuwe directeur en er kwam zo’n beetje tegelijkertijd een
nieuwe gemeentesecretaris. Dat was een mooie aanleiding om de gemeente eens goed
tegen het licht gehouden. De conclusie luidde dat er te veel in hokjes werd
gedacht: bijvoorbeeld onderwijs, sport, welzijn en ruimtelijke ordening waren
allemaal afzonderlijke eilandjes. Bovendien was de gemeente naar binnen
georiënteerd en functioneerde ze bedrijfsmatig slecht. Naar aanleiding van deze
bevindingen besloot de gemeente Eindhoven om onder de noemer van ‘Eindhoven één’
zogeheten geïntegreerd beleid te gaan voeren. De verschillende beleidsterreinen
moesten ontkokerd worden en er werden dwarsverbanden gelegd met minder voor de
hand liggende thema’s als bijvoorbeeld ‘duurzaamheid’ en ‘mobiliteit’. Bovendien
werd er sindsdien gewerkt met taakstellende budgetten. Zonder concrete
doelstellingen kon er geen geld meer worden uitgegeven. Er ontstonden
competentiecentra waar strategen die afkomstig waren van allerlei
beleidsterreinen gingen samenwerken. Zodoende werden beleid en uitvoering uit
elkaar gehaald. Maar niet bij de sport! Daar bleven bestuur, beleid en
uitvoering in één hand. De vraag werd voorgelegd: ‘Guus, waar wil je gaan
werken: bij beleid of bij uitvoering?’. Maar ik was geen voorstander van zo’n
splitsing in de sportsector. Juist door de nauwe samenwerking tussen
beleidsmakers en uitvoerders in de sport realiseren we slagkracht. We kregen er
gelukkig uiteindelijk ook bestuurlijke draagvlak voor.”
2. Maar is er in jouw ogen ook echt iets op tégen om beleid en
uitvoering te scheiden?
“Ik beschouw het als de weg van de minste
weerstand. Als sportambtenaar stoot je dan je verantwoordelijkheden af. De
exploitatierisico’s liggen voor het gevoel van de beleidsambtenaar dan bij de
verzelfstandigde onderdelen. En dan hebben ze uiteindelijk nog maar twee keer
per jaar overleg met elkaar. Zelf loop ik liever drie keer in een week even kort
bij de wethouder naar binnen. Dan kan je veel slagvaardiger handelen. Ons motto
bevat drie elementen. Eén: we functioneren niet commercieel, maar wel
bedrijfsmatig. Twee: bestuur, beleid en uitvoering zitten dicht op elkaar. Drie:
we gaan uit van zes D’s. Dromen, denken, durven, doen, doorgaan en dokken.
Durven? Ja! Sportbeleid betekent namelijk ook keuzes durven maken. In
2006 hebben we bijvoorbeeld een presentatie gegeven voor het College van B en W
met als titel ‘Sport in 2026’. Met daarin de realisatie van
allerlei voorzieningen waarvan sommige ondertussen gerealiseerd zijn en waarvan
sommige dat vermoedelijk nooit zullen worden. Maar dat maakt niet uit. Het plan
gaf in ieder geval kaders aan en dat gaf vertrouwen. Hier in Eindhoven weten we:
sport kost geld. En daarom willen we de regie erover voeren. Dat betekent onder
meer dat we eigenaar zijn van alle sportaccommodaties. We willen op die manier
garanderen dat accommodaties voor iedereen bereikbaar zijn zonder dat kinderen
twee drukke straten hoeven over te steken. Dat accommodaties veilig zijn én dat
de toegang betaalbaar is. Bovendien doen we veel aan groot onderhoud, voor alle
accommodaties stellen we meerjarenplanningen op. Op die manier kunnen we de
kwaliteit van de accommodaties constant waarborgen.”
3. Eindhoven is naast Amsterdam, Heerenveen en Papendal
aangewezen voor de realisatie van een Centrum voor Topsport en Onderwijs,
kortweg een CTO. Wat komt daar allemaal bij kijken?
“Om te beginnen
moeten er met bonden programma’s ontwikkeld worden. We hebben daarover inmiddels
afspraken gemaakt met de zwembond, judobond, base- en softbalbond,
ijshockeybond, turnbond en de klim- en bergsportvereniging. Afgesproken
moet worden op welke leeftijdscategorieën de programma’s zich gaan richten en
welke periode ze beslaan. We zijn overigens met nog meer bonden in gesprek. Je
merkt dat de bonden nu zelf contact zoeken.. Ze gaan de vier CTO’s af om ‘te
winkelen’. Wij vragen de bonden dan onder meer hoeveel geld ze er zelf voor over
hebben. Met sommige bonden zijn we overeen gekomen om een extra talentcoach aan
te stellen. De helft van de kosten nemen wij dan voor onze rekening, de andere
helft is voor de bond.”
“Behalve met bonden hebben we ook convenanten afgesloten met vijf onderwijsinstellingen. Nu zijn de lesroosters aan de wensen van de topsporters aangepast. En de studenten moeten natuurlijk eten maar hebben zelf geen tijd om te koken. In de te realiseren Fontys Sporthogeschool komen hoogwaardige restauratieve voorzieningen. Maar we zijn bijvoorbeeld ook in gesprek met een verzorgingstehuis, waar tenslotte ook voor grote groepen wordt gekookt. Tot slot is huisvesting nog een belangrijk punt. Daarvoor hebben we afspraken gemaakt met twee grote woningcorporaties. Zij zorgen voor geschikte en betaalbare huisvesting voor de sporters binnen een straal van vijftien minuten van de trainingsaccommodatie.”
4. In Eindhoven is sinds kort ook het bureau gevestigd dat bezig
is met de voorbereidingen op het bid voor het WK-voetbal in 2018 0f 2022. Vonden
jullie het als gemeente belangrijk om dit bureau te kunnen
huisvesten?
“Ja, want nu hebben wij een signaal afgegeven dat het
allemaal niet alleen in Amsterdam of Rotterdam gebeurt. Om bijvoorbeeld het
Olympisch Plan vorm te geven, moeten alle gemeenten hun
verantwoordelijkheid nemen. Het hele plan heeft geen kans van slagen als het een
feestje voor de Randstad gaat worden. De gemeenten zijn volgens mij de
spil waar het om gaat draaien. Denk maar aan alle sportinfrastructuur die
gerealiseerd moet gaan worden. En denk aan het draagvlak dat gecreëerd moet gaan
worden onder de hele bevolking. Lokale overheden gaan op beide punten een
cruciale rol spelen en moeten daarom volgens mij veel actiever worden.
Bijvoorbeeld met het aantrekken van evenementen, maar dus ook bij het
binnenhalen van bijvoorbeeld een WK-bureau. Als Nederland en België het
WK-voetbal mogen gaan organiseren, blijft het bureau tot vlak voor het WK in
Eindhoven. Waarschijnlijk pas in het laatste jaar zal het bureau gaan verhuizen
naar de stad waar de finale gespeeld wordt. Dat betekent dat de loting voor het
kwalificatietoernooi in Eindhoven zal gaan plaatsvinden. Op dat moment zal
Eindhoven een week lang het centrum van de wereld zijn. Dat alleen al is volgens
ons bestuur de investering in het bureau meer dan waard.”
5. Welke positie neemt Eindhoven op het gebied van sportbeleid
volgens jou in vergeleken met andere grote gemeenten?
“Veel
gemeenten in Nederland krijgen te maken met bezuinigingen in de sportsector. Bij
ons speelt dat niet of nauwelijks. In 2005 gaven wij in een jaar 28 miljoen euro
aan sport uit, momenteel is dat 35 miljoen euro. Andere gemeenten laten de
verantwoordelijkheid voor het sportbeleid lopen. Op onze beleidsafdeling werken
nog steeds zeven fte’ers. In bijvoorbeeld Amersfoort werkt maar een halve kracht
op de beleidsafdeling, de rest is verzelfstandigd. Al met al vind ik dat
momenteel Rotterdam en Eindhoven dé sportsteden van Nederland zijn. Daar durven
wethouders nog hun nek uit te steken. Het geheim is denk ik de bestuurlijke
slagkracht in Eindhoven. Je hoort wel eens dat het niet goed zou zijn dat
gemeenten met elkaar concurreren. Dat vind ik niet. Ik denk dat gezonde
rivaliteit prima is. Wat niet wil zeggen dat je niet moet samenwerken. Dat doen
de gemeenten in de provincie Noord-Brabant heel goed. Er zou ook eens begonnen
moeten worden met een uitgebreide inventarisatie: welke gemeente wil zich
primair op welke sporten richten? Als je op grond van zo’n inventarisatie de
sportcentra over het land verdeelt, voorkom je veel inefficiëntie.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.