27 september 2016
Nieuws
Guido Davio volgt per 1 oktober 2016 Joëlle Staps op als algemeen directeur van de Nederlandse volleybalbond, kortweg de Nevobo. We treffen hem in het Huis van de Sport in Nieuwegein, de locatie van zijn nieuwe, maar ook van zijn oude werkgever. De afgelopen vier jaar maakte hij als competitiemanager deel uit van het managementteam van de Koninklijke Nederlandse Hockeybond KNHB. “Volgende week heb ik een weekje vakantie en dan verhuis ik naar de overkant”, zegt Davio terwijl hij een kop koffie klaarmaakt. Wat hij het meest zal missen van de hockeybond? “Mijn collega’s, het bestuur en de mensen van de verenigingen met wie ik veel heb samengewerkt. Al zal ik mijn collega’s aan de lunchtafel nog wel tegenkomen”, lacht hij. Bij de Nevobo draagt Davio voor het eerst de eindverantwoordelijkheid binnen een organisatie.
door: Leo Aquina | 27 september 2016
1. Hoe wordt de manager competitiezaken van de KNHB algemeen directeur van de Nevobo?
“Ik heb gesolliciteerd. We hebben bij de hockeybond nog genoeg mooie uitdagingen, maar posities als deze komen niet heel veel vrij in de sport en ik heb ook een persoonlijke ambitie om mij verder te ontwikkelen. Toen ik deze vacature zag, heb ik dat besproken met Erik (Gerritsen, directeur KNHB - red.). Hij zei: ‘Als je het wil, moet je er vol voor gaan.'”
“Zelf heb ik in het verleden gevolleybald, maar het gaat mij te ver om te zeggen dat hiermee de cirkel rond is. Ik zie mezelf niet als volleyballer, net zo min als ik een hockeyer ben. Het verschil is dat ik in het volleybal zelf wel ooit echt in het veld heb gestaan. Voordat ik vier jaar geleden bij de KNHB begon, heb ik acht jaar bij Capgemini gewerkt. Ik wilde graag in de sport werken, maar ik had niet het talent om topsporter te worden. Toen heb ik na mijn studie bedrijfskunde op een carrièredag mijzelf letterlijk de vraag gesteld, wat kan ik dan wel betekenen in die sportwereld? Op die manier startte ik met mijn eerste baan, waar ik in verschillende rollen heb gewerkt op het snijvlak van onderwijs, jeugd, welzijn, sport en cultuur.”
“Bij Capgemini ging het werk steeds meer richting IT en dat was niet waar mijn hart lag, dus toen ik zag dat de baan van Marijke Fleuren vrij kwam als Manager Competitie en Verenigingszaken bij de hockeybond heb ik gesolliciteerd. Marijke heeft natuurlijk enorm veel kennis van en ervaring in het hockey. Dat is uniek. De KNHB heeft destijds bewust gekozen voor iemand die niet op haar leek, iemand zonder historie en achtergrond in deze sport. Daardoor is de ‘opvolging’ nooit echt een issue geweest. Er was gewoon een nieuwe situatie.”
2. Kun je met jouw achtergrond bij Capgemini aangeven waar de verschillen tussen werken in het bedrijfsleven en in de sport liggen?
“Dat werd me tijdens mijn sollicitatiegesprek bij de Nevobo ook gevraagd en het antwoord is eigenlijk een open deur. Emotie is in de sport een heel belangrijke factor. Mensen kunnen je dat honderd keer vertellen, maar pas als je in de sport werkzaam bent, krijgt het ook echt lading. Bijna iedereen die bij een bond werkt heeft affiniteit met die sport. Dat maakt de verbinding heel sterk, dat maakt het soms ook moeilijker om wat meer op afstand rationele en zakelijke beslissingen te kunnen nemen. Dat geldt ook voor de vrijwilligersstructuur. Mensen nemen overdag in ingewikkelde banen allerlei zakelijke beslissingen op basis van rationele overwegingen, maar ’s avonds op de sportclub wegen er ook andere zaken mee. Daar komt bij dat het in sport vaak gaat over winnen en verliezen, dat leidt in argumentatie waarom de bond juist wel of geen uitzondering op een reglement of afspraak moeten maken wel eens tot wat opportunisme.”
“Winnen wordt vaak te belangrijk gemaakt. In de breedtesport moet plezier en ontwikkeling voorop staan en in de topsport moet je je ook richten op het proces. Het resultaat is een gevolg van het feit dat je een heleboel dingen goed hebt gedaan, maar er spelen ook nog andere dingen mee die je niet helemaal in de hand hebt. Een bal binnenkant of buitenkant paal, of binnen of buiten de lijnen kan het verschil maken tussen winst of verlies. Daar kun je geen beleid op baseren.”
“Een voorbeeld van omgaan met die emotionele component in mijn werk bij de hockeybond is de manier waarop we werken met de districten. Vroeger kenden we een districtenstructuur waarin negentig procent van de competities werd gedraaid door vrijwilligers in de districten. Aangestuurd door een districtsbestuurscommissie. Het werd echter steeds moeilijker om vrijwilligers te vinden. Bovendien merkten we dat dingen die we collectief hadden afgesproken niet altijd hun weg vonden naar die districten. Daarom hebben we besloten die organisatie naar het bondsbureau te halen en daar mensen voor in dienst te nemen. We haalden er een laag uit de organisatie."
"Op papier een makkelijke een logische beslissing, maar in de praktijk hebben we er anderhalf jaar over gedaan. Je hebt te maken met mensen die zich jarenlang met hart en ziel hebben ingezet voor de sport, en die je gedurende en na dit traject nodig hebt. Daar kun je niet zorgvuldig genoeg mee zijn en dat vraagt soms tijd. Bij een bedrijf zou een dergelijke reorganisatie sneller kunnen worden doorgevoerd. Als je in de sport ideeën wil omzetten in beleid, moet je daar rekening mee houden anders breekt het elastiekje.”
3. Sportbonden kunnen lastige organisaties zijn. Bij de hockeybond zag je na Rio dat er door betrokkenen in de media van alles werd geroepen over de bondscoaches, terwijl er intern nog geen tijd genomen was de processen te evalueren. Jij bent straks bij de Nevobo als algemeen directeur eindverantwoordelijk. Hoe ga je daarmee om?
“Daar kan ik niets over zeggen. Zelfs al zou je het abstract maken, dan zou iedere uitspraak die ik doe worden uitgelegd als een oordeel over het functioneren van de betrokkenen bij de hockeybond. Ik heb niet bij die gesprekken aan tafel gezeten, dus ik kan er alleen maar een uitspraak over doen als fan, misschien een goed ingewijde fan, maar niet meer dan dat.”
“Maar je kunt natuurlijk wel constateren dat topsport onder een vergrootglas ligt. De Olympische Spelen brengen een enorme druk met zich mee. Dat is leuk als het goed gaat, kijk maar naar het handbal, de volleybaldames en het beachvolleybal. Maar het kan ook moeilijk zijn als er niet aan de verwachtingen wordt voldaan. Je kunt je ook wel eens afvragen of we dan randzaken met zijn allen niet een beetje te belangrijk maken. Maar hoe het ook zij, het is als je aan het roer zit in ieder geval belangrijk om goed regie te voeren.”
“Hoe ik zelf leiding wil geven aan de Nevobo? Ik wil vooral mensen in hun kracht zetten. Hier bij de KNHB heb ik meegeschreven aan de visie voor 2020. Ik vind het mooi om die visie te vertalen in actie. Wat vraagt het van je organisatie en hoe neem je mensen daarin mee. Vergelijk het met de sport. Ik wil een spelverdeler zijn, het is aan mij om steeds heel snel uit te zoeken wie ik de bal het best kan geven om te scoren. Ik heb een aantal teams mogen aansturen, bij de hockeybond in totaal zo’n vijfentwintig à dertig man. Op dat gebied neem ik ervaring mee, maar ik heb natuurlijk nog geen ervaring als eindverantwoordelijke. Dat was voor mij nou precies de reden om dit te willen doen. Ik wil mezelf graag opnieuw op scherp zetten.”
4. De Nevobo kampt met een teruglopend ledental en de clubs hebben het moeilijk. In de vacature voor de algemeen directeur noemde de bond drie zaken waar de directeur mee te maken krijgt: ‘Het traditionele lidmaatschap staat onder druk, de maatschappelijke taken die aan sportverenigingen toegedicht worden nemen toe en de geldstromen staan onder druk. Toch heeft de Nevobo de ambitie om te groeien.' Een zware opdracht. Hoe ga je dat aanpakken?
“Er zijn de afgelopen jaren al enorme stappen voorwaarts gezet. Op het strand gebeurt veel, er komen veel beachvolleybalvelden bij. We willen ervoor zorgen dat meer mensen gaan volleyballen en dat lukt op die manier al goed. De kracht van hockey is dat clubs een eigen accommodatie hebben, een clubhuis en een veld, een plek waar mensen zich thuis voelen. Zaalsporten zijn vaak afhankelijk van een sporthal die zij niet zelf beheren, dan is het altijd maar weer afwachten of de kantine open is."
"Op dit moment zie je dat gemeenten het beheer van sporthallen steeds meer willen afstoten, dat is dus een enorme kans. Ik ken hockeyverenigingen die sporthallen in eigen beheer hebben, dus dan moeten volleybalverenigingen dat ook kunnen. Op die manier geef je het ondernemerschap bij verenigingen ook een boost en je stimuleert de maatschappelijke betrokkenheid. Het is een strategische pijler van de Nevobo om verenigingen te ondersteunen bij het maken van rationele keuzes of een sporthal in eigen beheer uit kan of niet.”
“Je moet als sport op lokaal niveau laten zien dat je een maatschappelijke rol hebt. In het volleybal is de verbinding met het onderwijs heel sterk. Door samenwerking kan de sport haar waarde bewijzen en op die manier kun je ook op lokaal niveau geldstromen makkelijker aanboren. Als een club bij de wethouder sport aanklopt met de vraag om een sporthal te bouwen waar tribunes in moeten met een capaciteit van vijfduizend man om er ook interlands in te kunnen spelen, dan stel je de verkeerde vraag. Je moet het breder insteken. Je kunt als sport onderdeel zijn van allerlei oplossingen. Denk aan het in beweging krijgen van ouderen, kinderen met obesitas, werkgelegenheid. Evenementen kan je vervolgens als katalysator gebruiken. Als je met dat verhaal bij de gemeente komt, heb je een veel bredere basis.”
“Misschien moeten we af van alleen het traditionele lidmaatschapsdenken. Als bond moet het vooral je doel zijn dat zoveel mogelijk mensen jouw sport ervaren en beoefenen. Als iemand meedoet aan het beach-circuit, daar iets voor betaalt en plezier heeft in de sport, dan heeft dat toegevoegde waarde. Maar die persoon zie je misschien niet terug in het staatje met officiële lidmaatschappen van de bond. Tenzij we daar een goede propositie voor hebben. De bond is er traditioneel om de competitie te organiseren en dat heeft natuurlijk toegevoegde waarde. Maar iedereen kan straks een competitie organiseren. In het zaalvoetbal werd op een gegeven moment een enorme competitie gespeeld buiten de KNVB om. Daar schrok de bond wel een beetje van."
"Je moet als bond zorgen dat je een betere propositie hebt. Mensen zijn best bereid geld uit te geven voor sport, maar het moet onderaan de streep wel kloppen. Ze moeten er iets voor terug krijgen en als bond is het je verantwoordelijkheid dat mensen die meerwaarde ervaren. Wat een bond meer te bieden heeft dan die wilde competities? Een bond kan kwaliteit borgen en mensen bij elkaar brengen. Bij een bond zit heel veel kennis, van daaruit heb je mensen die een sport willen beoefenen veel te bieden.”
5. Toon Gerbrands zegt dat je in topsport ongeveer tachtig dagen de kans hebt om als nieuwe baas dingen te veranderen. Daarna ben je zelf onderdeel geworden van de organisatie en gaan mensen je zien als een verrader als je nog radicale wijzigingen wil aanbrengen. Wat wil jij veranderen bij de Nevobo en hoeveel tijd geef je jezelf daarvoor?
“Je weet pas wat je wilt veranderen als je weet wat er beter kan in een organisatie. Mijn opdracht aan mijzelf is daarom eerst om me heen kijken en luisteren. Mensen in een organisatie weten zelf vaak prima wat goed is en wat anders moet en kan. Om in de termen van Gerbrands te blijven: ik kom uit de buitenwereld en ik moet zo snel mogelijk onderdeel van de binnenwereld worden. Ik moet weten wat we als organisatie willen. Wat willen we behouden? Waar zijn we trots op en waar willen we naartoe? Een bond is meer dan alleen een topsportorganisatie. Een breedtesportorganisatie stelt andere eisen. Ik wil vooral eerst de tijd nemen om te begrijpen voor ik ga vertellen hoe ik begrepen wil worden. In de woorden van Stephen Covey: ‘Seek first to understand then to be understood.’”
“In de topsport moeten we er alles aan doen om frontrunner te zijn en te blijven. Als bond moeten we dat combineren met het faciliteren van elfhonderd verenigingen en 119.000 volleyballers. Die moeten ook allemaal begrijpen wat er gebeurt en voor hen staat topsport verder af van hun dagelijkse volleybalbeleving. Topsport wordt afgerekend op resultaat, in de breedtesport wordt de bond afgerekend op de tevredenheid van alle leden. Ik vind het wel mooi om straks de balans te vinden tussen die twee parallelle werelden.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.