30 november 2010
Nieuws
1. Je bent tien jaar lang topsporter geweest. Hoe zag jouw leven er toen uit?
“Mijn topsportverleden ligt alweer elf jaar achter me. Van mijn 15e tot 25e jaar was ik lid
van de Nederlandse langlaufselectie en deed ik mee aan diverse wereldbekerwedstrijden en internationale toernooien. In die tijd was de Nederlandse langlaufselectie behoorlijk groot, denk aan dertig tot veertig man. Daarvan waren er tien goed genoeg om wereldbekerwedstrijden mee te doen. Die periode bestond uit tien tot twintig uur sporten per week. Daarnaast studeerde en werkte ik. Dat was nodig, omdat ik het merendeel van de kosten die ik maakte om te reizen naar de skigebieden toch zelf moest betalen. Gelukkig had de skivereniging een paar goede sponsoren en kreeg ik een kleine beurs van de universiteit, dat scheelde wat. In mijn topjaren was ik tweehonderd dagen per jaar van huis en bezocht ik veertien landen. Dan reed ik met de auto – goedkope vliegtickets waren er toen niet bij – en zag ik alleen maar bergen met sneeuw voorbij komen. Een prachtige tijd.”
“Bij de junioren heb ik meegedaan aan meerdere WK’s en tijdens het WK in 1993 werd ik van de 120 atleten 58e. Dat klinkt misschien middelmatig, maar voor een Nederlander is dat een erg goede prestatie. Als senior werd ik vanaf 1990 tot 2000 meerdere keren Nederlands kampioen. In de zomers deed ik aan hardlopen, wielrennen, kanoën en rolskiën om in conditie te blijven. Rolskiën is eigenlijk langlaufen, maar dan met ski’s op wielen. Daarmee ben ik drie keer Europees kampioen geworden en in 1997 zelfs wereldkampioen.”
2. Je staat bekend als specialist in sport en nieuwe media. Hoe word je dat eigenlijk?
“Ik ben afgestudeerd als bedrijfseconoom en heb minors gehaald in psychologie en
sociologie. Maar eigenlijk ben ik altijd met marketing en consultancy bezig geweest. Ik organiseerde liever. Na mijn studie heb ik zeven jaar lang buiten de sportsector gewerkt. Al snel kwam ik er achter dat dat niet was wat ik wilde. Ik kon mijn passie voor sport niet kwijt. Daarom ben ik in 2006 om me heen gaan kijken om te zien wat er allemaal (niet) gebeurde op gebied van consultancy en marketing in de sportsector. Het viel me op dat de hele wereld online actief was, maar dat de sportsector totaal niet gefocust was op online activiteiten. Er lagen dus enorm veel mogelijkheden voor online en sport. Denk aan nieuwe vormen van interactieve marketing, sponsoring, communicatie en PR voor brands, sportverenigingen en de overheid. Daarom startte ik mijn eigen bedrijf – Brightguys - dat zich volledig richt op sport en nieuwe media. Als oud-topsporter had ik al veel connecties in de sportwereld en ik ben mezelf zodoende gaan profileren als expert in nieuwe media. Ik schreef er blogs over, maakte theorieën en testte die in de praktijk, ontwikkelde de term ‘sport 2.0’ voor online sportcommunities en gaf daarover les aan studenten. Zo is het balletje gaan rollen.”
3. Twitter, LinkedIn, Flickr, Facebook, doe jij aan alle nieuwe media mee?
“Ik volg heel veel nieuwe media, maar alles? Dat zeker niet. Er zijn elk jaar weer honderden nieuwe media, maar slechts een aantal daarvan slaan aan bij het grote publiek. Daarom is het belangrijk dat je vooruit kijkt en ziet waar de mogelijkheden liggen. Kennelijk ben ik daar goed in. Een voorbeeld? Op Facebook ben ik al vier jaar actief, twitteren doe ik ook al vier jaar en bij Hyves had ik al het tienduizendste account (inmiddels zijn er zo’n negen miljoen –red.). Waarschijnlijk was ik ook een van de eersten met een iPhone, en ook nu heb ik meteen een iPad aangeschaft. Het is niet zo dat dat moet om specialist te zijn, maar ik vind het vooral gewoon erg leuk. De nieuwe media gebruik ik overigens wel heel bewust. Ik twitter bijvoorbeeld zelden zonder nadenken en het meeste is sport(zakelijk) gerelateerd. Ik wijs mensen op evenementen, meetings en sessies, geef mijn mening op blogs, verwijs naar artikelen en uiteraard probeer ik business te genereren. Een verslaving? Het is maar hoe je het bekijkt. Het belang van Twitter is enorm groot, maar het is niet zo dat ik niet meer om me heen kan kijken zonder dat ik denk ‘dit moet ik twitteren’.”
4. Hoe zie jij de toekomst van de ‘oude media’ – tv, radio, (vak)tijdschriften en kranten – op het gebied van sport?
“ Die blijven zeker bestaan. De nieuwe media verdringen oude media, maar ze verdwijnen niet. Alleen het veld van oude media wordt kleiner. Ik lees bijvoorbeeld wel sport in de krant, maar volg het laatste nieuws op mijn iPad. Uiteraard kijk ik naar wedstrijden op tv, maar ik kijk minder lang omdat ik sportfilmpjes of live-verslagen ook al zie via internet, mijn iPad of smartphone. Ik denk dat sportmarketing door de nieuwe media steeds meer zal worden afgestemd op het individu. In de Kuip zal het niet meer gericht zijn op 'de Feyenoord- fan', maar specifiek op mij. Dan ligt er voor mij een broodje kroket klaar op mijn stoel als ik aankom in het stadion en krijg ik een petje met mijn naam daarop. ”
5. Gerard Dielessen - algemeen directeur NOC*NSF - vroeg je eerder hoe je sociale media kunt gebruiken om mensen te verleiden vaker aan sport te doen. Hierop antwoordde je dat sporten leuk moet zijn en dat er daarom een beter ‘product sport’ moet worden gemaakt. Wat moet er veranderen om dat voor elkaar te krijgen?
“Laat ik beginnen om nogmaals een toelichting te geven op het feit dat sporten vooral leuk moet zijn. In het Olympisch Plan 2028 zijn vele mooie ambities opgesteld. Zo wordt sport gezien als middel om integratie en gezondheid te bevorderen. Maar sport moet niet als middel worden gezien, dat is een verkeerde invalshoek. De meeste mensen sporten immers, omdat ze sporten leuk vinden, er passie voor hebben; niet omdat ze willen afvallen. Dat houdt iemand misschien even vol, maar niet lang. Ik denk daarom dat sporten in Nederland op een andere manier moet worden aangepakt. Bijna driekwart van de Nederlanders woont in een stad, zij hebben geen zin om een half uur naar het voetbal- of hockeyveld te moeten rijden om te kunnen sporten. Investeer dus in speelvelden midden in de wijk, zoals beweegtuinen en Cruyff courts. In Scandinavische landen is dat al heel normaal. Daar krijgen kinderen twee latjes onder de voeten gebonden en dalen ze af, maken ze sprongen en gaan ze van een glijbaan af. Op die manier komen ze er vanzelf achter wat ze leuk vinden en kunnen ze zich specialiseren in een sport. In Nederland zou dat zeker met de bal- en atletieksporten een optie zijn en zo krijg je veel meer mensen aan het sporten.”
“Maar om sporten leuk te maken, moet het ‘merk sport’ sterk worden verbeterd. Zo krijgen mensen een sterkere associatie met sport. Op dit moment heeft sport in Nederland niet het imago dat het verdient. We zijn niet trots op onze sporters. Denk aan Royston Drenthe, een ontzettend goede voetballer die in het seizoen 2010/2011 onder José Mourinho vooral op de bank zat bij Real Madrid en intussen op huurbasis over is naar Hércules CF. Maar in plaats van dat ‘we’ het goed vonden dat hij in Spanje op de bank van een topclub zat, dachten we ‘die zit miljoenen te verdienen terwijl hij niks doet’. De bestuurders worden gezien als bobo's die te veel verdienen en van ‘ons’ geld de wereld overvliegen terwijl ze weer zesde, achtste of twaalfde worden. Dat beeld moeten we veranderen! Uiteraard heeft dat negatieve imago deels met de Nederlandse nuchtere mentaliteit te maken, maar ik denk dat dat vooral is ontstaan, omdat er de laatste jaren veel te veel gefocust is op topsport, of te wel medailleplaatsen. Presteer je minder, dan word je niet gewaardeerd. Maar topsport is meer dan goud, zilver en brons.”
“Ik denk dat we de focus op topsport daarom moeten verschuiven en meer naar deDeel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.