door: Leo Aquina | 10 juni 2014
1. Hoe ben je bij de Koninklijke HFC terechtgekomen en hoe ben je daar na verloop van tijd voorzitter van geworden?
“Ik ben begin jaren negentig lid geworden van HFC. Voor die tijd voetbalde ik bij sv Alliance ’22, ook in Haarlem. Toen ik naar de ALO ging wilde ik op een iets hoger niveau spelen. Ik werd bij HFC meteen gegrepen door de historie van de club. Het is de oudste club van Nederland en de club heeft allerlei rituelen in de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Daar spreekt respect uit en dat sprak mij zeer aan. Na twee seizoenen bij HFC ben ik voor een sportmanagementopleiding naar Canada gegaan. Ik ben ook in mijn Canadese periode lid gebleven van HFC. Ik kreeg het clubblad per post en dat verslond ik altijd.”
“Toen ik terugkwam, ben ik aan de slag gegaan als manager toptennis bij de tennisbond. In die functie kreeg ik veel te maken met bestuurders in de sport en ik verbaasde me nogal eens over hen. Zo kreeg ik bij een buitenlandse uitzending van een tennisploeg eens het verzoek of ik ervoor kon zorgen dat de koffers van de bestuurders als eerste uit het vliegtuig zouden komen. Daar moest ik in eerste instantie hard om lachen en daar werd ik op aangesproken. Toen vroeg ik me af of je als sportbestuurder automatisch meegaat in die gewoontes, of je als bestuurder vanzelf ‘van het pluche’ wordt. De beste manier om daar achter te komen, was zelf bestuurder worden. Dus ik wilde naast werken in de sport ook graag gaan besturen in de sport. Bovendien wilde ik graag iets meer leren over financiën. Op dat moment kwam er een nieuwe voorzitter bij HFC, Henk Uildriks. Ze zochten in het bestuur ook een commissaris seniorenvoetbal, iemand die de teamindelingen bij alle niet-selectieteams voor zijn rekening nam. Dat was een prachtige kans. Ik kon leren wat sportbestuur inhield, ik kon wat leren over financiën en het was bij uitstek de plek om nieuwe mensen te leren kennen. Dat was prettig want ik had net een paar jaar in het buitenland gezeten.”
“Als je een paar jaar in het bestuur zit word je pas echt verliefd op deze club. Ik kende Uildriks nog niet, maar in de loop van de tijd zijn we goede vrienden geworden en op dit moment delen we zelfs een kantoorruimte. Ik had zelf eigenlijk nooit nagedacht over de mogelijkheid om voorzitter van HFC te worden, totdat Uildriks mij op een gegeven moment vroeg wanneer dat er een keer van zou komen. Op dat moment zat ik al lang niet meer in het bestuur en Uildriks’ opvolger Hugo Bettink was op dat moment al een paar jaar voorzitter. Hoe gaat het dan verder? Je drinkt eens een goed glas wijn, ook met Bettink erbij, en je gaat met elkaar praten hoe je het dan vorm wil geven. Met SCIANDRI waren we na een heel hectische periode in wat rustiger vaarwater gekomen en toen was de tijd er rijp voor. De bestuursperiode is drie jaar en ik heb bij mijn aantreden gezegd dat ik het twee termijnen wilde doen. We zitten nu ongeveer op de helft.”
2. Je vroeg je af of een bestuurder automatisch ‘van het pluche’ zou worden. Is dat het geval gebleken?
“Dat is zeker niet noodzakelijkerwijs het geval. Als voorzitter van HFC heb ik natuurlijk bepaalde verplichtingen en ik ben toch vaak het gezicht van de club naar buiten toe. Hoe je die rol invult, bepaal je voor een groot deel echter zelf. Als bestuurder ben je vrijwilliger, plezier moet natuurlijk voorop staan. Maar vrijwilligheid is iets anders dan vrijblijvendheid. Je moet er niet alleen zijn als er leuke dingen zijn. Je ziet wel bestuurders die altijd vooraan staan als er iets te vieren is. Dat soort mensen kom je trouwens ook in andere functies tegen. Ik heb eens met iemand in een technische staf gewerkt die bij wedstrijden altijd op het bankje precies tegenover de camera ging zitten om in beeld te komen.”
“Als voorzitter van HFC wil ik graag veel aanwezig zijn in de vereniging zelf, niet per se in de representatieve functie, maar gewoon om zien en te voelen wat er leeft. Op die manier heb ik altijd gewerkt. Ik heb een paar jaar bij de Gemeente Amsterdam gewerkt als programmamanager Topscore Amsterdam op middelbare scholen. In die functie ging ik heel veel op pad. Mensen die veel op kantoor zaten, keken mij wel eens vreemd aan. Ze dachten dat ik dan maar een beetje op terrasjes ging hangen in de stad. Soms deed ik dat trouwens ook wel, als er een terras was op een plein waar veel jeugd rondhing. Dan kon ik leren hoe de kinderen zich gedragen, hoe ze met elkaar omgaan. Zo werk ik nog steeds, of het nu bij SCIANDRI is of bij HFC, ik wil zelf zien wat er gebeurt in de haarvaten van de samenleving.”
3. Hoe stond HFC ervoor toen jij het roer overnam, wat waren jouw ambities met de club en hoe heb je die omgezet in daden?
“Na het uitbundig gevierde honderdjarig bestaan in 1979 is de club begin jaren tachtig een beetje in slaap gesukkeld met als dieptepunt degradatie naar de onderbond in 1985. Op dat moment heeft een aantal prominente leden de schouders er weer onder gezet om te zorgen dat er weer wat zou gebeuren aan de Spanjaardslaan. Dat is overigens allemaal van vóór mijn tijd als HFC-lid. Die groep mensen is gaan bouwen en in de daaropvolgende bestuursperiodes groeide de club van 700 leden naar 1.000 toen ik voor het eerst in het bestuur kwam en naar 1.750 leden toen ik aantrad als voorzitter. In de loop van die jaren is er veel aandacht geweest voor de organisatiestructuur en de accommodatie.”
“Met ons huidige bestuur plukken we de vruchten van het beleid van onze voorgangers en wij vonden dat het tijd werd om weer aandacht te besteden aan de club, aan het feit dat er iedere week zoveel mensen samenkomen aan de Spanjaardslaan. Ons centrale thema is boeien en (ver)binden en daar hebben we een aantal kernwaarden bij geformuleerd: Koninklijk, Ambitieus, Innovatief en Familiegevoel. Dat proberen we bij alles wat we doen uit te dragen. We hebben het predicaat koninklijk en daar willen we ook gestalte aan geven door alles op een goede en respectvolle manier te doen.”
“We hebben die vier waarden uitgewerkt in een beleidsplan, dat niet onderin de la is verdwenen. Bij elke bestuursvergadering komt dat plan boven tafel en kijken we of de zaken die we afspreken daar nog mee in lijn zijn. Natuurlijk is dat plan flexibel. We hadden in 2012 een beleidsplan tot 2018 en nu werken we met een aangepast beleidsplan 2014-2020. Dat plan blijft onze leidraad. Een van de belangrijkste doelstellingen is dat we amateurkampioen van Nederland willen worden met een elftal spelers die we zelf hebben opgeleid. Dat is natuurlijk een beetje naïef, want er komen natuurlijk op iedere leeftijd spelers instromen en er zijn echt wel meer goede voetballers in de regio Haarlem en Kennemerland. Maar we hebben in ons beleidsplan dus wel staan dat we in iedere leeftijdscategorie een bepaald aantal spelers uit de eigen opleiding willen hebben. Dat doen we ook vanwege de continuïteit. Een speler die alleen maar naar HFC komt omdat hij hier op een hoger niveau kan voetballen, is volgend jaar net zo goed weer weg als hij ergens anders hogerop kan.”
4. HFC is dit jaar gepromoveerd naar de topklasse en je spreekt de ambitie uit om amateurkampioen te worden van Nederland. Dat zou leiden tot promotie naar het betaalde voetbal. Hoe kijkt HFC daar tegenaan?
“Soms staan bestuurders heel ver af van de werkelijkheid. Als je kijkt naar de promotiedegradatieregeling tussen de topklasse en het betaalde voetbal dan denk ik: hoe haal je het in je hoofd? Waarom moet een club die met een stel goedwillende amateurs kampioen van Nederland opeens voldoen aan allerlei licentie-eisen voor het betaalde voetbal? Waarom moet je dan opeens contractspelers aannemen? Ik zou niet weten waar wij dat als HFC van zouden moeten betalen. Stel dat wij straks kampioen worden, dat is niet waarschijnlijk maar ook niet helemaal ondenkbaar. Waarom zouden we dan niet gewoon met hetzelfde elftal de Jupiler League in kunnen? Dan spelen we twintig geweldige uitwedstrijden, we maken er een groot feest van en aan het eind van het seizoen degraderen we weer, of niet. In de statuten van HFC staat dat we een amateurclub zijn, dus het is formeel-juridisch feitelijk onjuist om betaald voetbal te spelen.”
“Spelers bij ons in het eerste elftal krijgen onkostenvergoedingen. Dat doen we allemaal wit. We kunnen en willen het ons als Koninklijke HFC niet veroorloven om daar schimmige dingen mee te doen. De fiscus komt ook bij ons kijken en daarmee willen wij geen gezeur. De fiscus voert ook discussie met voetbalclubs omdat ze vinden dat er sprake is van een arbeidsverhouding met spelers, maar dat is onzin. Er is geen sprake van een gezagsverhouding. Als een speler niet wil komen, dan komt hij niet. Als er sprake zou zijn van een arbeidsverhouding zouden we ook iedere zondag dat een speler op de bank zit een ww-uitkering moeten aanvragen, want dan is hij werkeloos. Als ik dat zie denk ik altijd: haal je kop toch uit het zand. We weten allemaal dat er in de sport veel dingen gebeuren die niet in de haak zijn. In de sport en de vrijwilligerswereld wordt nu eenmaal veel onder tafel geregeld. Bij ons gebeurt alles boven tafel. Alle betalingen zijn wit en we doen alles via de bank zodat het controleerbaar is. Het blijft allemaal keurig binnen de regels van de KNVB en de belastingdienst.
“Wij staan er financieel goed voor. We draaien zoals iedere amateurclub op contributie, bar-omzet en sponsorinkomsten. Misschien is de verhouding bij ons wel iets anders dan bij andere clubs omdat we een goede groep sponsors hebben. Toch zijn wij bij lange na niet in staat om aan eventuele eisen voor een proflicentie te voldoen. Reken maar uit, een contract tegen minimumloon is ongeveer 25.000 euro. Stel dat contractspeler bij HFC een halve baan is, dan ben je voor tien contractspelers zo’n anderhalve ton kwijt. Dat kunnen wij echt niet betalen.”
5. HFC heeft ook de ambitie om maatschappelijk van betekenis te zijn. De verbinding tussen sport en maatschappij vinden we ook terug in je bedrijf SCIANDRI. In hoeverre pluk je met je bedrijf de vruchten van het feit dat je voorzitter van HFC bent en andersom?
“Zakelijk en ook in het vrijwilligerswerk pluk ik daar niet direct vruchten van, maar inhoudelijk natuurlijk wel. Er zijn veel raakvlakken. Door ervaringen met activiteiten bij HFC kan ik projecten bij SCIANDRI sterker en inhoudelijk beter neerzetten en door mijn ervaring bij SCIANDRI kunnen we activiteiten bij HFC beter vormgeven. We hebben bijvoorbeeld 60+ voetbal bij HFC. Doordat ik in het voetbal actief ben kom ik in contact met de Stichting Meer dan Voetbal en raak ik in gesprek met het Nationaal Ouderenfonds. Op die manier kwam ik in aanraking met ‘walking football’ wat in Engeland al werd beoefend. Daar hebben we bij SCIANDRI een aangepast voetbalprogramma bij ontwikkeld onder de titel ‘OldStars’.”
“Ik vind dat HFC een plek heeft in de maatschappij en dat de club ook een bijdrage aan de lokale leefomgeving moet geven. Dat doen we met onze voetbalactiviteiten, door op een respectvolle manier om te gaan met elkaar en met onze jeugdspelers, door onze relatief nieuwe tak meisjesvoetbal, door ons G-voetbal, door het ouderenvoetbal. We nemen onze maatschappelijke rol ook op andere gebieden serieus. We hebben bijvoorbeeld een samenwerkingsverband met de Stichting tegen Zinloos Geweld en na de vreselijke dood van Richard Nieuwenhuizen staat onze traditionele Nieuwjaarswedstrijd tegen de ex-internationals in het teken van respect. Die boodschap proberen we heel actief uit te dragen. We denken graag na over dit soort maatschappelijke verbindingen. HFC is een krachtig merk, zoals marketeers dat zouden zeggen, en dat kunnen we op vele manieren positief inzetten.”