2 februari 2010
Nieuws
1. Je bent in december 2008 door NOC*NSF aangesteld als
‘Kwartiermaker’ van het Olympisch Plan. Kun je vertellen hoe je in deze functie
terecht bent gekomen?
“Als associé van Boer & Croon Executive
Managers voer ik interim-opdrachten uit. Boer & Croon acquireert doorgaans
de opdrachten en samen maken we een offerte voor de potentiële opdrachtgever. Ik
was net klaar met een opdracht en wilde eigenlijk een time-out van een paar
maanden en gaf daarom aan dat ik even niet ‘beschikbaar’ was. Toch werd ik door
hen gebeld, want er was een aanvraag voor een opdracht binnengekomen die echt
helemaal op mijn lijf geschreven was. Of ik als Kwartiermaker aan de slag zou
willen gaan met de Olympische ambities van NOC*NSF. Ze zochten iemand die goed
thuis was op het grensvlak van de publieke en de private sector en daarnaast de
werelden van de sport, media, overheid en bedrijfsleven aan elkaar kon knopen.
Mijn expertise en ervaring pasten inderdaad precies in dat profiel. Ik had in de
sport namelijk ervaring opgedaan bij de Johan Cruyff University en in de media
bij de AVRO, in beide gevallen als algemeen directeur ad interim. En ook voor de
overheid en in het bedrijfsleven heb ik veel als interim-directeur gewerkt.”
2. Welke opdracht kreeg je van NOC*NSF?
“Voor mijn
komst werd er bij NOC*NSF al jaren gepraat en gediscussieerd over de ambitie om
de Olympische Spelen naar Nederland te halen. Hoewel er ook best hard aan werd
gesjord, lukte het niet om de stap van ‘ideeënfase’ naar ‘concreet plan’ te
maken. Dát werd mijn opdracht. Feitelijk viel deze uiteen in twee gedeelten.
Maak een Olympisch Plan, was één. Daarnaast moest ik er voor zorgen dat de
governance van dat plan goed geregeld werd en dat er bovendien een organisatie
stond die het plan gaat managen en uitvoeren. Ik kreeg er vier tot zes maanden
de tijd voor en het is me gelukt om het in die periode te klaren. Het plan lag
er in mei 2009 en op 3 juli schaarde het kabinet zich pal achter de ambities van
NOC*NSF. Vijf dagen later sloten de provincies, de vier grote steden en de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de vakbeweging en het bedrijfsleven zich
aan bij NOC*NSF en het kabinet. Daarmee was ‘Olympisch Vuur’, ofwel de breed
gedragen Alliantie Olympisch Plan 2028, een feit.”
3. Dus jouw werk zat er toen op?
“Nee, toch niet. We
moesten nog een ‘Programmadirecteur Olympisch Plan’ vinden voor de dagelijkse
aansturing van het plan. NOC*NSF vroeg mij echter om daarmee te wachten zodat de
toen nog nieuw aan te stellen voorzitter van de Council daarover kon
meebeslissen. De opdracht van NOC*NSF aan mij werd daarmee dus feitelijk
verlengd. Direct nadat we in september Ivo Opstelten hebben aangesteld als
voorzitter zijn we op zoek gegaan naar een complementaire directeur voor het
Program Office. Helaas zijn we daar minder ver mee dan we hoopten en dachten. We
hadden een uitstekende kandidaat gevonden, maar die is ons helaas ontglipt.
Daarom kijken we nu opnieuw naar de longlist om een herstart te maken.”
“Ondertussen is er genoeg te doen. Vorige week bijvoorbeeld hadden we ons eerste Olympisch Vuur jaarcongres. En deze week organiseerde Maurits Hendriks een besloten forumdiscussie. Dit in het kader van een studie naar de voorwaarden die vervuld moeten worden om de topsportambitie van het Olympisch Plan – Nederland bij de beste tien landen van de wereld – te gaan realiseren. Het onderzoek moet antwoord geven op vragen als: hoeveel hebben we in topsport geïnvesteerd en wat heeft het opgeleverd? Welke keuzes zouden we in de toekomst moeten maken om zo veel mogelijk medailles te winnen? Moeten we alleen geld investeren in de kansrijke takken van sport? En hoeveel geld is er nodig om het aantal medailles te winnen dat nodig is om bij de beste tien landen te komen? Enzovoorts. Het eindrapport wordt als het goed is over anderhalve maand gepresenteerd. Buitengewoon interessante materie. Wat ook veel tijd kost is de regie over wat wordt genoemd ‘de keuze van de stad’. Feitelijk is dit een uitgebreid en zorgvuldig proces dat we doorlopen met Rijk, provincies, gemeenten en sportwereld om te komen tot een goede inpassing van de Olympische Spelen in heel Nederland.”
4. Hoeveel mensen werken er ondertussen voor ‘Olympisch
Vuur’?
“Op dit moment acht fte’s. Daarnaast zijn er enkele mensen
van ons samen met het ministerie van VWS bezig met het bundelen van kennis
rondom de acquisitie en organisatie van grote evenementen. Onderdeel van het
Olympisch Plan is immers om veel grote sportevenementen naar Nederland te
krijgen. Maar er komt nogal wat bij kijken om dat te realiseren. Bovendien
willen we in de toekomst problemen voorkomen waar bijvoorbeeld de turnbond
tegenaan is gelopen bij de organisatie van het WK turnen dit jaar in Rotterdam.
De turnbond had de kosten van de NOS als host broadcaster niet begroot, maar
daarin zijn zij niet uniek hoor. Ook bij eerdere georganiseerde evenementen was
de host broadcasting niet goed geregeld in de businessplannen. Samen met de NOS
hebben we nu een procedure ontwikkeld waarbij de broadcasting een vast onderdeel
moet zijn van de begroting en het businessplan. Het is heel logisch dat de NOS
aan de bel trok nu het aantal grote evenementen dat Nederland gaat organiseren
in de komende tijd misschien wel wordt verdubbeld. De NOS maakt momenteel een
rondje langs de bonden om de nieuwe procedure te introduceren. Ook hebben we
vastgesteld hoeveel geld nodig is voor de broadcasting van de extra evenementen,
en zijn we hiervoor een oplossing aan het voorbereiden, bijvoorbeeld in de vorm
van een Host Broadcasting Fonds . Ik vind overigens dat alle partijen die baat
hebben bij de organisatie van grote sportevenementen daar een bijdrage aan
zouden moeten leveren. Dus het rijk, provincies, gemeenten, de sport zelf én het
bedrijfsleven.”
5. Tijdens het eerste Jaarcongres van Olympisch Vuur – op 20
januari jl. – pleitte Council-voorzitter Ivo Opstelten voor een grotere inbreng
van sporters bij de uitvoering van het Olympisch Plan. Welke functie zouden die
sporters moeten krijgen?
“Twee sporters die op persoonlijke titel in
de Council zitting hebben – oud-hockeyer Stefan Veen en voormalig roeier
Gerritjan Eggenkamp, respectievelijk werkzaam bij de Rabobank en McKinsey – zijn
namens de Council bezig met plannen voor het oprichten van een zogeheten
‘Sporterscouncil Olympisch Plan 2028’. Daarin zouden aansprekende sporters uit
de belangrijkste sporttakken zitting moeten nemen. Noem het de iconen uit de
Nederlandse sport. Maar deze sporters moeten niet alleen maar ambassadeur van
het Olympisch Plan worden. Dat vind ik te mager. We willen ze concreet gaan
inzetten bij het realiseren van de ambities van het Olymlpisch Plan, met name
voor zover hun ‘eigen’ bond daar direct betrokken bij is. Om het draagvlak voor
het Olympisch Plan zo breed mogelijk te maken, benaderen we overigens niet
alleen topsporters. Ook toppers uit andere sectoren willen we bij de plannen
betrekken. Bijvoorbeeld een toparchitect als Winnie Maas voor de ruimtelijke
ordening, toppers uit de gezondheidszorg, enzovoorts. Het plan is niet immers
niet alleen van de sport, maar van heel Nederland.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.