15 mei 2012
Nieuws
1. Kun je vertellen hoe je van leraar wis- en natuurkunde woordvoerder van NOC*NSF wordt?
“Dat is een lange weg. Ik ben opgeleid als leraar wis- en natuurkunde en ik heb ook lange tijd in dat vak gezeten. Daarnaast was ik altijd actief in de breedtesport. Ik zat in het bestuur van de tennisvereniging en de volleybalvereniging. Toen ik nog als leraar werkte, deed ik daarnaast al veel voor de NFWS (Nationale Federatie van Werkers in de Sport, die in 2005 ophield te bestaan, red.) en in 1991 ben ik daar fulltime aan de slag gegaan als directeur. In 1998 heb ik de overstap gemaakt naar NOC*NSF, waar ik aan de slag ging als Hoofd Beleid Organisatie en Infrastructuur Topsport. Het was destijds heel gebruikelijk om vanuit de NFWS bij NOC*NSF terecht te komen. Johan Wakkie was me bijvoorbeeld voorgegaan, maar zelf wilde ik dat eigenlijk juist niet. Bovendien wilde ik liever in de breedtesport blijven werken, dus de overstap naar topsport lag niet direct voor de hand. NOC*NSF zocht bij topsport echter specifiek iemand die ervaring had in het vakbondwezen, iemand die de ambtelijke wereld goed kende en iemand die eigenlijk juist geen topsportachtergrond had.”
“Ik vond het boeiend omdat ik als leraar in het onderwijs altijd te maken had met ouders en kinderen voor wie die school het belangrijkste in hun leven was. Sport vond ik enorm leuk, enorm belangrijk, maar niet meer dan de belangrijkste bijzaak in het leven. Voor topsporters was sport geen bijzaak maar hoofdzaak, dat trok mij aan in die nieuwe rol, waarin ik mocht meedenken over het sportbeleid voor de komende twintig, dertig, veertig jaar. Ik heb meegewerkt aan de totstandkoming van het Fonds voor de Topsporter, waardoor sporters een inkomen hadden, weliswaar slechts zeventig procent van het minimumloon, maar toch een inkomen.”
“Mijn entree bij NOC*NSF was vreemd. Ik ben aangenomen vlak voor de Olympische Spelen van Nagano en ik trad daadwerkelijk in dienst na die Spelen en toen was er eigenlijk sprake van een geheel nieuwe organisatie. Tijdens de Spelen in Nagano kwam het geruchtmakende interview van Volkskrant-journalist Hans van Wissen met NOC-voorzitter Wouter Huibregtsen. Dat heeft Huibregtsen de kop gekost en daardoor gebeurde er van alles in de organisatie. In de loop der jaren is mijn rol door diverse reorganisaties nog een aantal maal veranderd. In 2005 werden alle beleidsonderdelen samengevoegd en werd ik hoofd van de afdeling Strategie en Beleid. Bij de laatste reorganisatie in 2008/2009 vroeg interim-directeur Tom van der Wiel mij om woordvoerder te worden. Hij wilde graag een woordvoerder met een inhoudelijke achtergrond, die vaker zelfstandig antwoord zou kunnen geven op vragen. De functie trok mij omdat ik vanuit mijn achtergrond als leraar graag nadenk over communicatie. Hoe breng je ingewikkelde dingen op een simpele manier over op mensen.”
2. Hoe zien de dagelijkse werkzaamheden van de woordvoerder van NOC*NSF eruit?
“Sinds de laatste reorganisatie, die een aantal maanden geleden is afgerond, ben ik niet alleen woordvoerder, maar ook Hoofd Corporate Communicatie. Er is een aantal afdelingen samengevoegd: de webredactie, publieksvoorlichting en ook communicatie, die eerst bij public affairs was ondergebracht. Ik stuur dat aan, van de website, tot het blad Lopend Vuur en ghostwriting voor mensen die toespraken houden. Hoe ziet mijn werkweek eruit? De eerste twee dagen van mijn week gaan normaal gesproken op aan intern overleg. Maandagmiddag schuif ik aan bij het managementoverleg en tegenwoordig hebben we iedere dag een bullpen, waarin alle managers en afdelingshoofden binnen NOC*NSF tussen kwart voor en kwart over negen ’s ochtends met al het personeel dat erbij wil zijn de belangrijkste zaken van gisteren, vandaag en morgen doornemen. Gerard Dielessen zit die sessies voor en dat halfuurtje overleg maakt een heleboel andere besprekingen een stuk eenvoudiger. Mijn agenda is altijd vrij vol op de korte termijn, de eerste paar dagen. De dagen daarna lopen vanzelf vol omdat mijn werk altijd vrij nauw samenhangt met de actualiteit. Zoals vandaag met de Sportherdenking hier in het Olympisch Stadion.”
“Op de Olympische Spelen zelf hebben we onderscheid gemaakt tussen corporate communicatie en de voorlichting rond het olympisch team zelf. Voor dat laatste hebben we John van Vliet aangesteld, die in Londen vanuit het Olympisch Dorp werkt, samen met Hans Nieuwenburg en Sonya Schonewille. Zij maken deel uit van het team van Maurits Hendriks en doen alles wat direct met de ploeg en de sporters te maken heeft. Zelf ga ik pas op 24 juli - vlak voor de Spelen - naar Londen en ik doe de corporate communicatie van NOC*NSF, dus ik blijf vooral in de buurt van André Bolhuis en Gerard Dielessen. Mijn werkplek is dan ook in het mediacentrum van het Holland Heineken House. John en zijn mensen zijn aanwezig op de verschillende venues.”
3. Je vertelde al dat er sinds je in dienst trad van NOC*NSF een aantal interne strubbelingen is geweest. In de afgelopen jaren is een groot aantal directeuren ontslagen, bijvoorbeeld Hans Gootjes, Ronald Kramer, Marcel Sturkenboom en Theo Fledderus. Hoe ga je daar als woordvoerder mee om?
“Ten tijde van het vertrek van de eerste drie was ik nog geen woordvoerder, maar toen Theo Fledderus vertrok wel. Als er op zo’n directe manier personen betrokken zijn bij gebeurtenissen die gecommuniceerd moeten worden, gaat privacy een rol spelen. Je moet dan heel zorgvuldige afwegingen maken tussen transparantie en persoonlijk belang. Als er mensen weggaan worden er gesprekken gevoerd en als woordvoerder ben ik niet bij al die gesprekken aanwezig. Ik word erbij gehaald als dat is afgerond en dan moet ik werken met de gegevens die ik op dat moment krijg. Natuurlijk gebeurt het mij wel eens dat ik als woordvoerder niet alles wist, maar ik heb me voorgenomen me niet druk te maken over de zaken die ik niet weet of niet wist.”
“Of ik als woordvoerder wel eens iets heb moeten communiceren waar ik niet achter stond? Nou, laat ik vooropstellen dat de woordvoerder niet het gezicht van NOC*NSF is. De mensen die moeten vertellen wat er aan de hand is, zijn de directeur en de voorzitter. Ik heb daarin een adviserende rol. Ik zeg bijvoorbeeld wel eens dat de mensen een bepaalde boodschap op een bepaalde manier verpakt niet zullen begrijpen, of dat een bepaalde journalist behoefte heeft aan een andere type informatie. Natuurlijk zijn er wel eens zaken die ikzelf liever anders had gedaan, maar ik heb nooit iets hoeven communiceren waarmee ik niet door één deur zou kunnen.”
“Wat we in de afgelopen jaren bij NOC*NSF vooral hebben geleerd is dat we onze communicatie minder kunnen segmenteren. Door de snelheid van internet en social media communiceer je eigenlijk altijd met alle doelgroepen tegelijk. Als we een nieuwsbrief de deur uit doen die bedoeld is voor de bonden – met informatie die overigens niet eens per se geheim is – moeten we er tegenwoordig rekening mee houden dat journalisten altijd meelezen. Dat betekent dat we ons ook moeten voorbereiden op de vragen die dat genereert.”
4. In welk opzicht is jouw werk, het woordvoerderschap van NOC*NSF veranderd met het aantreden van de nieuwe voorzitter André Bolhuis en de nieuwe directeur Gerard Dielessen in 2010?
“Erica Terpstra was 24 uur per dag 7 dagen per week beschikbaar als voorzitter. Theo Fledderus had daardoor een veel kleiner mediaprofiel. André Bolhuis en Gerard Dielessen hebben met elkaar afgesproken dat evenwichtiger te verdelen. Beiden vinden ook dat NOC*NSF meer dan vroeger ter beschikking moet staan voor uitleg. Onze directeur heeft natuurlijk zelf een journalistieke achtergrond, hij komt uit de televisiewereld en heeft een visie als het gaat om transparant beleid. We hebben op dit moment bovendien een Chef de Mission die anders tegen communicatie aankijkt dan vier jaar geleden. Charles van Commenée was er vooral voor de ploeg, terwijl Maurits Hendriks vindt dat het ook zijn taak is om zaken die rond de ploeg spelen uit te leggen.”
“De keuze voor een woordvoerder met een inhoudelijke achtergrond in plaats van iemand die puur vanuit de communicatie komt, hangt daar ook mee samen. We communiceren met de media, maar ook met allerlei verschillende maatschappelijke organisaties en natuurlijk met het publiek. Er is gekozen dat bewuster te doen en dan is het prettig om een woordvoerder te hebben die in eerste instantie zelf inhoudelijk antwoord kan geven. Daarmee is de functie zwaarder geworden en dat heeft ook geleid tot de beslissing om de woordvoerder te laten aanschuiven bij het MT-overleg. Anders is het communicatiebeleid op die manier ook niet uitvoerbaar.”
5. NOC*NSF en Olympisch Vuur zijn in het Olympisch Plan 2028 nauw met elkaar verweven, maar jullie hebben allebei een eigen communicatieafdeling. Toen het Olympisch Plan 2028 de afgelopen maanden onder vuur lag, viel op dat André Bolhuis en Gerard Dielessen naar buiten traden terwijl Eric Eijkelberg en Camiel Eurlings van Olympisch Vuur op de achtergrond bleven. Zitten jullie niet in elkaars vaarwater?
“Er is uitgebreid discussie gevoerd over de invulling van de communicatieafdeling bij NOC*NSF. Daarbij is gekozen voor een duidelijk onderscheid tussen corporate communicatie en projectcommunicatie. Dat eerste is primair de verantwoordelijkheid van mijn afdeling en projecten doen hun een eigen communicatie, wij hebben daarin slechts een adviserende rol. Het ligt dus voor de hand dat Olympisch Vuur de communicatie zelf doet. Op het moment dat er een maatschappelijke discussie over het nut van de Olympische Spelen in Nederland ontstaat, roepen wij als NOC*NSF steeds uit volle borst dat het Olympisch Plan gaat om de verbetering van het sportklimaat in Nederland en dat de Spelen als uitvloeisel daarop niet meer zouden zijn dan de slagroom op de taart. Een organisatie als Olympisch Vuur is toch meer gefocust op het nut van de Spelen zelf en daarom hebben we afstemmingsoverleg. Het was een bewuste keus om Bolhuis en Dielessen naar voren te schuiven omdat zij beter in staat zijn die boodschap over het voetlicht te brengen. Olympisch Vuur is geen bidorganisatie en moet die discussie daarom ook niet voeren. Stel we besluiten in 2016 om een bid uit te brengen, dan komt er een bidorganisatie die het nut van de Spelen zelfstandig moet uitdragen. Tot ons verdriet kwam die discussie nu een beetje prematuur op de agenda en dan raak je de wortels van onze organisatie.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.