Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan erik van heijningen kandidaat voorzitter van de len

5 vragen aan Erik van Heijningen, kandidaat-voorzitter van de LEN

8 maart 2016

Nieuws

Erik van Heijningen (54) is al vijftien jaar voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Zwembond KNZB. Hij heeft zich verkiesbaar gesteld voor het voorzitterschap van de LEN (Ligue Européenne de Natation). Daar wil hij een eind maken aan de achterkamertjespolitiek van de huidige voorzitter Paolo Barelli uit Italië. Van Heijningen roept op tot ‘reguliere en transparante besluitvorming’. Met Sport Knowhow XL bespreekt hij zijn lange voorzitterschap bij de KNZB en zijn kandidatuur bij de LEN: “Wij vinden dat er iets moet gebeuren.”

door: Leo Aquina | 8 maart 2016

1. U bent al sinds 2001 voorzitter van de KNZB. Hoe bent u de wereld van het sportbestuur ingerold?
“Sport heeft altijd een belangrijke rol in mijn leven gespeeld. Ik heb tot mijn negentiende fanatiek gevoetbald bij VV Spijkenisse, tot een knieblessure me dwong om te stoppen. Ik ben toen gaan zwemmen om het herstel te bevorderen en op die manier ben ik het waterpolo ingerold. In 1994 kwam ik in Dordrecht wonen en werd ik lid van DZV Merwede. Mijn doel was in eerste instantie hoger te gaan waterpoloën, maar binnen een jaar was ik voorzitter van de club. Iemand vroeg me om een keer bij een bestuursvergadering langs te komen en ik ben iemand die zijn mond opendoet.”

“Ik heb niet bewust gekozen om sportbestuurder te worden. Het komt voort uit mijn betrokkenheid bij de samenleving. Daarom ben ik ooit rechten gaan studeren. Ik was altijd al geïnteresseerd in goed en kwaad. Na mijn studie rechten in Leiden ben ik bij de Raad van State gaan werken, heb ik de RAIO-opleiding gedaan (rechterlijk ambtenaar in opleiding, red.) en daarna ben ik lange tijd werkzaam geweest bij het openbaar ministerie."

"Ik heb geleerd om niet te snel te oordelen en dat is ook voor mijn latere carrière in het openbaar bestuur een wijze les geweest"

"Bij het openbaar ministerie heb ik de andere kant van de samenleving gezien, schietpartijen, moorden. Ik heb ook geleerd om niet te snel te oordelen en dat is ook voor mijn latere carrière in het openbaar bestuur een wijze les geweest. De keuze om een boeiende functie bij het openbaar ministerie te verruilen voor de onzekerheid van een baan in het openbaar bestuur was niet makkelijk. Natuurlijk was ik al acht jaar raadslid geweest in Spijkenisse, maar toen ik in 1998 werd benaderd om wethouder te worden in Dordrecht, was ik toch verrast. Ik ben erin gestapt omdat ik op die manier meer ruimte had om echt invloed te kunnen uitoefenen op het beleid.”

“Mijn carrières in het openbaar bestuur en in het sportbestuur lopen parallel. Als voorzitter van DZV Merwede heb ik samen met de voorzitter van een andere club - Nautilus - de fusie naar MNC Dordrecht in goede banen geleid. Dat was rond 2000 en toen was ik inmiddels wethouder van financiën en economische zaken in Dordrecht. Om de schijn van belangenverstrengeling te vermijden, leek het mij beter terug te treden uit het clubbestuur. Kort daarna stond er een delegatie van de KNZB op de stoep om te vragen of ik voorzitter wilde worden van de zwembond. Ik was verrast. Ik had alleen ervaring als verenigingsbestuurder, maar ik hou van sport en ik heb een verantwoordelijkheidsgevoel. Iedereen moet een bijdrage leveren en kennelijk kan ik dat het beste als bestuurder.”

2. Wat zijn hoogte- en dieptepunten in uw tijd als voorzitter van de KNZB?
“Als je me van tevoren had verteld wat het allemaal met zich mee zou brengen, was ik er misschien niet aan begonnen. Toch ben ik blij dat ik het wel heb gedaan. Het is veel werk, maar daar groei je naartoe. Hoogte- en dieptepunten noemen, is moeilijk. Ik zie mezelf als een onderdeel van een groter geheel. Mijn bijdrage bestaat vooral uit sturen op een gezamenlijke visie. Toen ik begon, hebben we een gezamenlijke sessie gehad met het nieuwe bestuur. Daar heb ik naar voren gebracht dat we als bond ons gezicht moesten laten zien in de buitenwereld. Dat was destijds belangrijk en het is sindsdien alleen maar belangrijker geworden. Als je succes hebt, moet je het laten zien. Je hebt de overheid nodig en bestuurders zien graag successen. Een goede manier om je als bond te profileren, is het organiseren van evenementen. Toen ik aantrad, hadden we in 1966 voor het laatst een EK zwemmen georganiseerd. Daar hebben we de afgelopen vijftien jaar verandering in gebracht. Sinds 2008 hebben we meerdere internationale evenementen georganiseerd.”

"Belangrijke voorwaarde om het allemaal in goede banen te leiden, is een goede verhouding tussen bestuur en directie, vrijwilligers en professionals"

“Een ander onderdeel van de gezamenlijke visie was het optuigen van een gedegen topsportstructuur. Concentratie was daarbij een thema. We hebben besloten ons te beperken tot twee topsportlocaties. Wie in Nederland op het hoogste niveau wil zwemmen, moet naar Eindhoven of naar Amsterdam. Naast de topsport hebben we als KNVB ook veel geïnvesteerd op het gebied van zwembaden en zwemlessen. Belangrijke voorwaarde om dat allemaal in goede banen te leiden, is een goede verhouding tussen bestuur en directie, vrijwilligers en professionals. Die band is bij de KNZB goed. Ik heb er in al die jaren mijn best voor gedaan conflicten te voorzien en waar nodig intern op te lossen.”

“Dieptepunt vind ik dat we er nog steeds niet in zijn geslaagd de langzame daling in ledental om te buigen. Ik geloof nog altijd dat dat mogelijk is, ondanks de onmiskenbare individualisering in de sport. In ons huidige beleidsplan is dit nog steeds een belangrijk thema. Verenigingen moeten sterk zijn en dan moet je altijd denken aan aanwas. Ik weet dat ledendaling op dit moment de trend is, maar de hockeybond is er bijvoorbeeld wel in geslaagd tegen die trend in te gaan. In de zwemwereld moet je zorgen dat je goede mensen aan de rand van het bad hebt om les te geven. Als ouders zien dat het goed gaat en dat de kinderen plezier hebben, stromen die kinderen na de zwemles door naar zwemverenigingen. Het is dus zaak om te werken aan goed kader. Daarnaast is beschikbaarheid van badwater altijd een issue. Daar werken we bijvoorbeeld aan met de 2521GZ zwembaden.

3. U bent inmiddels vijftien jaar voorzitter van de zwembond. De commissie Loorbach schreef in haar ‘Aanbevelingen voor goed sportbestuur’: '(Daarbij zorgt het bestuur dat) de organisatie een benoemingsperiode hanteert van maximaal drie of vier jaar, met een maximale aaneengesloten zittingstermijn van acht jaar.' Waarom voldoet de voorzitter van de KNZB daar niet aan?
“We voldoen wel aan de eisen van de commissie Loorbach, want de eerste regel luidt: ‘Pas toe of leg uit.’ En ik kan het prima uitleggen. Ten eerste vind ik dat er in Nederland te makkelijk wordt gedacht over die maximale termijnen. Op die manier kun je in de internationale sportwereld echt niet meedraaien. Ten tweede duurt het jaren voordat je als vrijwilliger goed bent ingewerkt en dan zou je, als dat eenmaal het geval is, alweer op moeten stappen. Ten derde: het is niet Erik van Heijningen die bepaalt hoe lang hij als voorzitter blijft zitten. De Algemene Ledenvergadering heeft mij een vierde termijn gegund, juist vanwege het belang van internationale continuïteit.”

"Je internationale invloed als bestuurder wordt sterk beïnvloed door je binnenlandse zittingstermijn"

“In mijn periode als voorzitter van de KNZB ben ik internationaal actief geworden en daar wordt het spel anders gespeeld. We ontdekten bijvoorbeeld dat er in de internationale wereld werd gevist naar mijn termijnen. Je internationale invloed als bestuurder wordt sterk beïnvloed door je binnenlandse zittingstermijn. We hebben meegemaakt dat buitenlandse bestuurders in de wandelgangen bij Jan Kossen (directeur van de KNZB, red.) vroegen hoe lang ik er nog zou zitten. Toen hebben we bij de zwembond besloten om iemand met een internationale positie een extra mandaat te geven. Daarvoor heeft de ledenvergadering ingestemd met een statutenwijziging. Als het zo moet, spelen wij dat spelletje mee.”

4. U heeft zich opgeworpen als kandidaat voor het voorzitterschap van de Europese Zwembond. Waarom?  
“Ik ben een teamspeler, ik help graag mensen. Ik heb binnen LEN mijn best gedaan te werken aan reguliere en transparante besluitvorming, maar in al die jaren in de Europese bond is er weinig vooruitgang geboekt. We hebben binnen de LEN niet de besluitvormingsstructuur waarin je begrotingen en beleidsplannen ruim van tevoren instuurt. Politiek speelt bij vergaderingen een grotere rol dan inhoud. Ik was hoopvol gestemd toen Nory Kruchten uit Luxemburg voorzitter werd, maar hem werd weinig ruimte gegund en de scepter werd al gauw overgedragen aan de Italiaan Paolo Barelli.”

"De voorzitter opereert solistisch, bijvoorbeeld door zonder grondslag in de begroting grote bedragen aan prijzengeld toe te kennen"

“In eerste instantie was ik bij Barelli ook hoopvol gestemd, maar dat bleek ongegrond. Het ging van kwaad tot erger, met als dieptepunt het FINA-congres vorig jaar in Kazan. Barelli was Honorary Secretary, maar die functie werd opgeheven waardoor de LEN helemaal geïsoleerd is komen te staan binnen de FINA. Dat was een duidelijk politiek signaal van de andere continenten. De voorzitter opereert solistisch, bijvoorbeeld door zonder grondslag in de begroting grote bedragen aan prijzengeld toe te kennen, ondanks het feit dat ik ruim tevoren om een discussie in het bestuur had gevraagd. Voor 2015 en 2016 gaat het om één miljoen euro. Op die manier kan ik geen verantwoordelijkheid dragen.”

“Als voorzitter sta ik voor transparant leiderschap. Ik hoop te kunnen verbinden en inspireren. Mensen moeten zich geïnspireerd en begrepen voelen. Mijn belangrijkste programmapunten zijn terug te lezen op mijn website. Het gaat om drie sleutelwoorden: Progress, Empowerment en Partnership. De organisatie moet een middel zijn om vooruitgang te boeken. Dat valt onder het kopje Progress. Ik kijk naar de LEN, zoals ik altijd naar de KNZB heb gekeken. Je moet een gezamenlijke visie hebben, je moet de financiën strak houden en je moet de mensen inhoudelijk met elkaar verbinden. Bij de LEN zie ik op dit moment niets terug van de manier waarop we bij de KNZB werken. Het kabbelt voort en daardoor is er geen vooruitgang.”

“Met Empowerment bedoel ik dat we als bond, en bij de LEN als federatie, moeten bedenken voor wie we het doen. Er wordt teveel vanuit bestaande structuren gedacht en top-down georganiseerd. We moeten kijken naar de leden, de 52 federaties. Wat zijn hun sterke onderdelen en wat zijn hun zwakke onderdelen? Kunnen we gezamenlijk prioriteiten stellen en de federaties met elkaar verbinden. Leden hebben behoefte aan een aanpak waarbij ze geholpen worden om zelf verder te komen. Tenslotte is er Partnership,  wie staat er allemaal om ons heen? Als LEN heb je te maken met de nationale bonden, met de FINA, maar ook met overheden en de Europese Unie. Zorg er nou voor dat je ook bij die organisaties een goed imago hebt, dan kun je echt aan de weg timmeren. We kunnen bijvoorbeeld Europees beleid maken als het gaat om zwemlessen, daarmee kun je echt vooruitgang boeken.”

"Ik voel en hoor dat veel mensen behoefte hebben aan verandering. Mensen zijn blij dat er iemand naar voren durft te stappen"

5. Wie zijn uw tegenstanders op 8 mei bij de verkiezingen in Londen en wat is ervoor nodig om voorzitter van de LEN te worden en wat zijn uw kansen?
“Formeel weet ik niet wie mijn tegenstanders zijn. De LEN publiceert tot nu toe geen namen van kandidaten voor het voorzitterschap of andere posities in het bestuur. Wel ga ik ervan uit dat Paolo Barelli zich weer kandidaat heeft gesteld. Bij de verkiezingen stemmen de vertegenwoordigers van de nationale bonden. Ik  ben al jaren actief binnen de LEN en de FINA en ik heb veel contact met al die mensen. Als ik bij een zwemtoernooi in het buitenland ben, ga ik zelden de stad in om mezelf te plezieren. Ik ben altijd in het zwembad. Ik spreek mijn talen goed en daardoor heb ik een enorm netwerk opgebouwd. Bovendien weet ik in de loop der jaren wel een beetje hoe de mensen denken. Ik voel en hoor dat veel mensen behoefte hebben aan verandering. Mensen zijn blij dat er iemand naar voren durft te stappen. Want er is angst om al te nadrukkelijk voor je mening uit te komen.”

“Mensen waarschuwen mij ook voor het risico dat ik neem door mij verkiesbaar te stellen. Ze zeggen: ‘Erik, als het niet lukt ben je straks al je posities kwijt.’ En in het kielzog daarvan zou Nederland ook uit alle internationale commissies verdwijnen, waardoor we als KNZB niet meer goed vertegenwoordigd zouden zijn bij de LEN. Het is opvallend hoeveel mensen mij waarschuwen, maar als KNZB hebben we geen angst om te verliezen. Wij vinden dat er iets moet gebeuren. Daar staan we voor en dan verliezen we liever met het hoofd omhoog dan dat we ons erbij neerleggen.”

“Mijn kansen inschatten is moeilijk. Ik merk wel dat mijn boodschap aanslaat. Mensen zijn blij dat er eindelijk iemand durft op te staan. Ik ben ervan overtuigd dat het merendeel van de mensen inhoudelijk achter mijn ideeën staat. De grootste opgave is nu om die mensen het vertrouwen te geven dat het deze keer ook echt gaat lukken.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.