29 september 2009
Nieuws
1. Steeds meer sportorganisaties hebben juristen in dienst. Wat
merk jij als sportadvocaat daarvan?
“Wat ik vooral merk is dat de
dossiers die je krijgt aangeleverd van bijvoorbeeld een sportbond of vereniging
beter op orde zijn. Het is een stuk beter gestructureerd dan vroeger. Daardoor
kan ik beter en sneller aan het werk. Het kost mij minder
voorbereiding. Doordat veel sportorganisaties gebruik maken van een
bedrijfsjurist blijven er voor sportadvocaten echter wel minder zaken over. Die
bedrijfsjuristen zijn ook nuttig omdat zij een voorselectie maken van
gebeurtenissen waar een sportorganisatie mee te maken krijgt. Sommige voorvallen
achten juristen wel geschikt om een ‘zaak’ van te maken, andere niet. Wat mij
overigens opvalt, is dat het type rechtszaak – zowel in de professionele sport
als bij de amateurs – in de loop der tijd sterk is veranderd. In mijn ogen is er
over het algemeen een ernstige verruwing opgetreden. Partijen sturen vaak bewust
aan op contractbreuk. Heel bewust komen ze mondelinge afspraken niet na. Dat is
deels een gevolg van de grotere financiële belangen die er op het spel zijn
komen te staan. Maar ik denk toch ook dat een verslechterde mentaliteit om je
niet aan de afspraken te houden een grote rol speelt.”
2. In welke opzichten is er voor de sport in juridisch opzicht
verder nog ‘een wereld te winnen’?
“Juridisch zou de professionele
sport erbij gebaat zijn als er meer gewerkt zou worden met
standaardarbeidscontracten. Nu zijn er te veel verschillen tussen die
contracten. Bovendien zou het aantal juridische problemen verminderen als er in
verschillende takken van sport een cao zou worden afgesloten. Ten slotte zou het
helpen als de arbitragerechtspraak uniformer zou worden. Er zouden in mijn ogen
zo min mogelijk verschillende rechtspraakcolleges moeten zijn. Daarom vind ik
het een goede zaak dat het Instituut Sport Rechtspraak in 2003 is opgericht. Dat
orgaan heeft inmiddels voor zo’n vijfentwintig sportbonden de rol van
tuchtcommissie en arbitragecommissie overgenomen. De grotere bonden doen dat nog
steeds zelf. Daardoor heb je nog steeds verschillende strafmaten en
verschillende uitspraken op civielrechtelijk terrein. Wat ik weer wel een goede
ontwikkeling vind, is dat sportbonden steeds meer gebruik maken van elkaars
expertise. Voor veel bonden is bijvoorbeeld de KNVB een lichtend voorbeeld. Die
bond wordt professioneel geleid en heeft ook een uitstekend ontwikkeld
reglementensysteem. De hockeybond heeft daar in mijn ogen terecht van
geprofiteerd bij het opstellen van een nieuw arbitragereglement, na nauw overleg
daarover met de voetbalbond.”
3. Werk je vooral voor werkgevers of voor werknemers? Kun je
iets vertellen over de sportpraktijk en de mate waarin je ander werk
doet?
“Ik werk voor zowel werkgevers als werknemers. Een voorkeur
heb ik niet. Juist het feit dat ik voor beide partijen werk, maakt het boeiend
en nuttig. De sectie sportrecht bij mijn kantoor CMS Derks Star Busmann bestaat
naast mij overigens uit nog drie andere advocaten. Vaste klanten van ons kantoor
zijn onder meer de Coaches Betaald Voetbal, de hockeybond, de schaatsbond, de
volleybalbond, de autosportfederatie, de rugbybond, de badmintonbond, de
kanobond, de bergsportbond, NOC*NSF en Rabo Wielerploegen. Daarnaast worden we
ook door bijvoorbeeld het amateurvoetbal ingeschakeld. Daar komen vechtpartijen
voor en vervolgens worden er spelers geschorst. Net als de meeste andere
advocaten met een sportpraktijk doen wij echter ook veel ander werk. We werken
ongeveer de helft van onze tijd aan sportzaken.”
4. Wat is het afgelopen jaar de meest opmerkelijke sportzaak
geweest waaraan je gewerkt hebt?
“Dat is de zaak waar verschillende
huidige en oud-renners van de Rabo Wielerploegen bij betrokken zijn. Het
bijzondere is dat zij – maar ook andere renners – vanuit Oostenrijk beschuldigd
zijn van dopinggebruik. De zaak is aan het rollen gebracht nadat Bernard Kohl
–onder meer oud-renner van Rabo, maar ook van T-Mobile en Gerolsteiner –
positief getest was op doping en vervolgens een volledige bekentenis aflegde. De
zaak loopt nog, maar mijn inschatting is dat niemand van de Raboploeg door
justitie in Oostenrijk of door de Nederlandse Doping Autoriteit beschuldigd zal
worden. Juridisch is het extra interessant dat renners van een Nederlandse ploeg
in het buitenland verdacht zijn gemaakt. De zaak is voor Rabo Wielerploegen des
te belangrijker omdat de Rabo Wielerploegen een absoluut zerotolerancebeleid
voert. Iedere renner die doping blijkt te hebben gebruikt, wordt op staande voet
ontslagen. Daarbij komt dat het voor het imago van de sport erg belangrijk is om
aan te tonen dat de beschuldigingen aan het adres van de renners van de Rabo
Wielerploegen geen enkele rechtsgrond hebben.”
5. Welke sportzaak in het algemeen heeft het meest jouw
aandacht getrokken?
“Dat zijn de recente ontwikkelingen in de
Formule I. Renault-teambaas Flavio Briatore blijkt aan zijn voormalige werknemer
Nelson Piquet jr. opdracht te hebben gegeven om tijdens de Grand Prix van
Singapore in 2008 opzettelijk te crashen waardoor stalgenoot Fernando Alonso
winnaar werd. Dat vind ik het toppunt van verruwing in de sport waar ik het
eerder tijdens dit gesprek over had. Degenen die zich schuldig maken aan bedrog
en vals spel zouden zich in mijn ogen beter moeten realiseren dat zij bijdragen
aan de verdere ontwikkeling van ‘badwill’ die de buitenwereld toekent aan de
sport. Het wielrennen wordt intussen meteen met doping geassocieerd. De sport
staat daarmee haast structureel in een kwaad daglicht. De wielrenners die doping
hebben gebruikt en de ploegleiding die dat niet heeft tegengehouden of zelfs
geïnitieerd heeft, zijn daar met zijn allen volledig verantwoordelijk voor.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.