25 januari 2011
Nieuws
1. Voor je wethouder werd, werkte je in de zorg. Niet zo gek dus om wethouder Zorg te worden. In de vorige raadsperiode zaten Zorg en Sport niet in dezelfde portefeuille, nu wel. Hoe is dat zo gekomen en welke affiniteit heb je persoonlijk met sport?
“Ik was als fractievoorzitter van de VVD betrokken bij de onderhandelingen voor een nieuw college. Daarbij heb ik me kandidaat gesteld voor de portefeuille Zorg en Welzijn, maar daar wel meteen aan toegevoegd dat ik vind dat sport daar ook bij hoort. Die combinatie vond en vind ik belangrijk, omdat sport een belangrijk medicijn is om zorg te voorkomen of in ieder geval te beperken. Dat geldt vooral voor de jeugd. Een op de vier kinderen is veel te dik en solliciteert daarmee naar een abonnement op zorg. Die kinderen, maar ook hun ouders en grootouders, stimuleer ik graag om meer te bewegen en te sporten. Mijn credo is: mensen kunnen beter zweten dan diëten.”
“Zelf heb ik veel in verenigingsverband gesport. Ik deed aan judo en speelde korfbal bij Allen Weerbaar. Mijn grote sportliefde is echter voetbal. Ik speelde bij CTO ’70 dat jarenlang op sportpark De Toekomst speelde, waar nu de Ajax-jeugd speelt. Ik ben met pijn in het hart met voetbal gestopt toen ik het niet meer met mijn politieke activiteiten kon verenigen. Ik moest te vaak mijn team in de steek laten. Tegenwoordig loop ik hard en fiets ik. Vorig voorjaar reed ik de Giro-toertocht. Afgelopen najaar liep ik de Dam-tot-Dam-loop en deed ik mee aan de Gerrie Knetemann Classic, een wielertoertocht. Stuk voor stuk evenementen die leven in de stad en die moeten blijven leven. Daarbij wil ik als wethouder van Sport graag het goede voorbeeld geven.”
2. Wat is voor de Amsterdamse sportwereld grootste verschil tussen PvdA-wethouder Carolien Gehrels en VVD-wethouder Eric van der Burg? En wat is de duidelijkste overeenkomst?
“Ik denk niet dat er grote verschillen zullen zijn. Ik voel ook niet de behoefte daar een andere stempel op te drukken. Dat is eigenlijk ook niet zo gek. In de periode-Gehrels hebben we in de gemeenteraad het Amsterdamse sportplan 2009-2012 aangenomen. Ik was toen woordvoerder Sport namens de VVD-fractie. Het was gewoon een goed plan, dus ik heb geen moeite om dat gewoon verder uit te voeren. Ik ben wel van plan om voor de periode daarna een nieuw sportplan te ontwikkelen. Dat zal overigens ook geen radicale verandering betekenen. We continueren het beleid. Hoogstens gaan we daarin onze olympische ambities nog wat meer benadrukken. Dat kan ook omdat we voor de komende periode meer geld tot onze beschikking hebben. Het college en de gemeenteraad zijn er van overtuigd dat we Amsterdam en de Amsterdammers via sport kunnen versterken. Daarbij gaat het niet alleen om gezondheid, maar sport ondersteunt ook onze economie en het toerisme. We vinden dat zo belangrijk dat we de komende jaren acht miljoen euro extra voor de sport uittrekken. Vijf miljoen daarvan gaan we besteden aan het verbeteren en uitbreiden van sportaccommodaties. Zo willen we op het gebied van zwemwater wat extra’s doen. Bovendien gaan we in verschillende wijken in totaal vijftien sportveldjes à la de Cruijff- of Krajicek-courts realiseren. Daarmee ondersteunen we ook de plannen om de sportparticipatie in Amsterdam te verhogen. Vooral veel jeugd beweegt veel te weinig. We stoppen daarom extra geld in de sportstimulering. De komende vier jaar hebben we bovendien extra geld beschikbaar om meer combinatiefunctionarissen aan te stellen.”
3. Die extra bestedingen ondersteunen indirect de olympische ambities van Amsterdam. Wat gaat de stad verder doen om op ‘olympisch niveau’ te komen?
“We hebben voor de komende twee jaar twee miljoen euro extra gereserveerd voor topevenementen. We willen graag onze reputatie op dat gebied verbeteren. Dat doen we dit jaar al met het EK badminton voor landenteams en het WK roeien (< 23 jaar). In 2013 hebben we het WK roeien voor senioren. We gaan in ieder geval ook een gooi doen naar het EK atletiek in 2016. Verder zijn we in overleg met universiteiten en hogescholen om te kijken of we de Universiade van 2017 of 2019 naar Amsterdam kunnen halen.
Dergelijke evenementen vergroten de aandacht voor sport in de stad, maar betekenen ook een belangrijk instrument om de economie en het toerisme te stimuleren. Kijk alleen maar eens naar de marathon van Amsterdam. Die trekt jaarlijks elfduizend buitenlandse lopers. Een groot aantal daarvan komt hier voor een paar dagen en neemt familie mee. Datzelfde beeld zagen we bij de start van de Giro vorig jaar. Amsterdam stond daardoor drie dagen internationaal in de belangstelling. Dat is goed voor de stad.”
4. Mocht in 2016 worden besloten om een bid uit te brengen voor de organisatie van de Spelen in 2028, dan heeft Amsterdam een belangrijke binnenlandse concurrent. Rotterdam heeft ook olympische ambities en is een geduchte tegenstander. Hoe gaat Amsterdam daar mee om?
“Ik zie Rotterdam niet als tegenstander. Alleen als Ajax tegen Feyenoord speelt, dan speelt wat mij betreft de strijd tussen 020 en 010. Ten aanzien van de kandidaatstelling voor de Olympische Spelen vind ik dat we samen op moeten trekken. Burgemeester Van der Laan heeft onlangs ook gepleit voor een gezamenlijk bid met Amsterdam als naamgever maar waarbij Rotterdam een groot nieuw stadion moet krijgen. Ik sta achter dat idee. EK’s en WK’s voetbal worden tegenwoordig wel door twee landen samen georganiseerd, maar het IOC houdt de traditie in ere om de Spelen aan één stad toe te wijzen. Ik denk dat Amsterdam daarvoor sterke, historische argumenten heeft. De Spelen in 1928 in Amsterdam waren de eerste waaraan vrouwen deelnamen. Bovendien werd bij die Spelen de Olympische vlam geïntroduceerd.”
“Overigens is het natuurlijk duidelijk dat Spelen in feite een nationale aangelegenheid is. Tijdens de Spelen in Beijing werden onderdelen op zeer grote afstand van die stad gehouden, bijvoorbeeld in Hong Kong en Shanghai. Ik denk dat Amsterdam het hart van de Spelen van 2028 zou moeten worden, maar dat bepaalde sporten ongetwijfeld elders worden gehouden. We gaan niet op het IJ zeilen, maar bijvoorbeeld voor de kust bij Noordwijk. Voor de wegwedstrijden wielrennen ligt Limburg voor de hand. Zo zal Rotterdam ongetwijfeld ook de nodige olympische evenementen krijgen. Niet voor niets is Rotterdam - net als Den Haag en Utrecht - een alliantiepartner van het Olympisch Plan 2028. Ik snap natuurlijk dat Rotterdam eigen ambities heeft, maar belangrijker is dat die Spelen naar Nederland komen. Ik vergelijk het wel eens met economische handelsmissie. Als Amsterdam met een delegatie naar het buitenland gaan, reizen er vaak vertegenwoordigers van Almere en Amstelveen mee. Als dan een Japans bedrijf ervoor kiest om zich in Amstelveen te vestigen, draagt dat ook bij aan de uitstraling van Amsterdam. Een ander voorbeeld: Schiphol ligt in de gemeente Haarlemmermeer maar wordt internationaal ‘Amsterdam Airport’ genoemd. Voor de Olympische Spelen geldt hetzelfde: we moeten elkaar de ruimte geven en samen profiteren.”
5. De Koninklijke Vereniging van Leraren Lichamelijke Opvoeding (KVLO) - met als voorzitter uw partijgenoot Jan Rijpstra - voert campagne voor drie uur binnenschools gym plus twee uur naschools sportaanbod voor scholieren tussen vier en achttien jaar. Is het niets voor Amsterdam om voortrekker van die campagne te worden?“Ik steun die campagne van harte. Ook in Amsterdam zijn we daarmee bezig. Ik noemde al eerder de combinatiefunctionarissen waarop we inzetten. Die zijn nadrukkelijk bedoeld om scholieren met sport in aanraking te brengen en de drempels naar verenigingen te verlagen. We kijken echter breder dan het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs, waar gym in ieder geval in het lesprogramma is opgenomen. Ook universiteiten en hogescholen hebben traditioneel wel enige binding met sport. Dat geldt echter niet voor beroepsopleidingen. Daarom bespreken met het ROC in Amsterdam de mogelijkheden om sport in het lesprogramma op te nemen. Edo de Jaeger - voorzitter van het College van Bestuur van het ROC van Amsterdam - is daar in ieder geval enthousiast over. In 2013 verhuist het ROC naar een nieuwe locatie waar het ook de beschikking krijgt over een sportaccommodatie. Dat biedt alle kansen om ook studenten in het beroepsonderwijs voldoende bewegingsmogelijkheden te geven. Bovendien past het bij onze missie ‘alle Amsterdammers een leven lang actief!’
Overigens komen we in het kader daarvan dit jaar met iets nieuws. We willen dat Amsterdam voortaan tijdens het Pinksterweekend bruist van de sportactiviteiten, zowel overdag als ‘s nachts. Denk aan de museumnacht en de Uitmarkt, maar dan gecombineerd en op sport gericht. Omdat Pinksteren dit jaar laat valt en conflicteert met schoolvakanties beginnen we met een light-versie, maar vanaf volgend jaar moet Amsterdam vanaf de vrijdagavond voor Pinksteren tot en met Pinkstermaandag een grote sportieve kermis worden.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.