15 december 2009
Nieuws
1. Je werkte voordat je bij Feyenoord in dienst trad jarenlang voor de overheid. Hoe komt een ambtenaar pur sang in de jungle van het betaald voetbal terecht?
“Ik werkte inderdaad bij de overheid en kan dus niet ontkennen dat ik ambtenaar was. Maar om nu te zeggen dat ik bij de overheid rustige, risicoloze banen had, nou nee. Het was flink buffelen, ik werkte ook toen zeker zestig uur in de week. Als het niet meer was. Ook mijn medewerkers bij Sport & Recreatie hadden absoluut geen ‘negen tot vijf’-mentaliteit. Ik had geen veilige baan en ik was daar zeker niet naar op zoek. Gezien mijn cv vond ik het ook helemaal niet vreemd dat een headhunter mij benaderde toen Feyenoord een directeur zocht. Tja, dan sta je op een longlist en uiteindelijk word je nummer één. Dat de voetbalwereld een jungle is, vind ik wat overdreven. Het grote verschil met mijn vorige werk zijn niet de processen, maar is dat alles wat er gebeurt duizend keer wordt uitvergroot. Elke opmerking die je maakt, wordt afgewogen. Het komt in de krant en op internet, iedereen gaat af op geruchten en vindt daar dan ook direct iets van. Die mediadruk maakt deze baan volstrekt anders dan mijn vorige banen. Maar ik ervaar de voetbalwereld niet als een jungle. Ik heb op een beschaafde manier overleg met de buitenwereld: met de gemeente, de KNVB, sponsors, andere investeerders. Wat in het voetbal wel gek is: mijn werkdag kan er op maandag volstrekt anders uitzien als Feyenoord op zondag onverwachts verliest. Zo moest ik vorig seizoen toen Feyenoord thuis met 3-1 van De Graafschap verloor, de hele maandag omgooien om interviews te geven.”
2. Hoe trof je Feyenoord op organisatorisch en financieel gebied aan toen je begon?
“Ik was deels op de hoogte van de slechte financiële positie van Feyenoord. De consequenties van het loonbelastingdossier bijvoorbeeld waren toen nog niet glashelder. Keuzes van een half jaar eerder pakten bovendien financieel slecht uit doordat Feyenoord sportief minder presteerde dan gehoopt. Zo zijn met het geld dat de lancering van de Talent Pools opleverde, in de zomer van 2007 enkele dure spelers aangetrokken: Makaay, Van Bronckhorst, Hofland en De Cler. Iedereen – de criticasters van nu incluis - was daar destijds heel enthousiast over. De club leefde weer onder de toeschouwers. Bij de toenmalige clubleiding werd gehoopt op snel succes; als Feyenoord aan het eind van dat seizoen de Champions League zou hebben gehaald, zouden de salarissen van de nieuwe spelers al zijn terugverdiend. Halverwege het seizoen, ongeveer een week na mijn komst, is er nόg een dure speler gehaald: Denny Landzaat. Het idee was dat hij nét het verschil zou kunnen maken. Tijdens de winterstop stond Feyenoord nog samen met PSV op een gedeelde eerste plek. Vanaf januari 2008 is het toen sportief, en mede daardoor ook financieel, verder bergafwaarts gegaan.”
“De schuldpositie van Feyenoord nam verder toe en er kwam een liquiditeitsprobleem. Feitelijk hebben we na mijn aantreden lange tijd een ad hoc management moeten voeren. Ook omdat er oorspronkelijk op geen enkel deelgebied een (meerjaren)beleidsplan was. Er waren ‘aan de voorkant’ wel budgetten vastgesteld, maar ze maakten geen onderdeel uit van een doordacht beleid. Tegenwoordig voeren we – nog steeds noodgedwongen – ad hoc beleid én werken we tegelijkertijd aan beleid op lange termijn. Zo ligt het meerjarenbeleidsplan er bijvoorbeeld nu wél. Momenteel zijn we bezig dat om te zetten in jaarplannen op verschillende gebieden: financieel, commercieel, sportief en op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen.”
3. Anderhalf jaar na je komst – in de afgelopen zomer – werd Feyenoord door de KNVB in de zogenoemde ‘categorie 1’ geplaatst, waar clubs uit het betaald voetbal met grote financiële problemen terechtkomen. Hoe is het om onder curatele te worden geplaatst?
“De KNVB maakt de clubs die in ‘categorie 1’ worden geplaatst niet openbaar. Wij hebben er voor gekozen het zelf naar buiten te brengen en hebben binnen vierentwintig uur een persbericht verzonden. Op die manier wilden we duidelijk maken aan het publiek hoe onze financiële positie was en dat de fans bijvoorbeeld niet hoefden te rekenen op nieuwe aankopen. Op 31 augustus jl. – ruim een maand nadat we te horen kregen dat we in categorie 1 waren geplaatst – hebben we bij de KNVB een plan van aanpak ingediend waarin staat hoe wij de financiële problemen op orde gaan brengen. Dat plan heeft de bond goedgekeurd.”
“Je kunt nog zo’n strakke financiële planning hebben, maar voetbal blijft toch onvoorspelbare elementen houden met alle gevolgen van dien. Dat hebben we vooral vorig seizoen gemerkt. Halverwege het jaar kwam het ontslag van trainer Gert-Jan Verbeek. Dat contract moest worden afgekocht. Om daarna vervolgens Mario Been als nieuwe trainer te kunnen aantrekken, moesten we ook zijn contract afkopen. Daarnaast daalden de televisie-inkomsten, kwamen de gevolgen van de financiële crisis er nog eens bij en haalde Feyenoord geen Europees voetbal. Daar is van geleerd. Tegenwoordig begroten we heel conservatief. We gaan niet uit van het halen van Europees voetbal, dus als we wel Europa in mogen, is dat een meevaller. In het verleden verkochten we jaarlijks voor tien miljoen euro aan spelers. De laatste twee jaar hebben we bijna niets verkocht. Dit soort tegenvallers calculeren we nu veel beter in.”
4. Wat wil je bereiken bij Feyenoord?
“Mijn doel is om een organisatorisch en financieel fundament onder deze club te leggen om vandaar uit sportief door te kunnen groeien. Daar heb ik ervaring mee, dus ik ben niet bang dat het niet gaat lukken. Zo lagen er bij de gemeentebelastingen 100.000 bezwaarschriften plus een reorganisatie te wachten toen ik begon. En bij Sport & Recreatie was het ook mijn opdracht om een reorganisatie door te voeren. Daarnaast wil ik ook werken aan de ontwikkeling van het nieuwe stadion en het gebied erom heen, samen met de gemeente. We hebben begin november een eerste businesscase neergelegd bij het College van B&W van Rotterdam. Daarin staat in globale termen de richting waar we aan denken plus de vraag wat de gemeente verder belicht wil zien. Het antwoord daarop zal onderdeel uitmaken van de tweede businesscase die we in het vroege najaar van 2010 hopen in te dienen. Daarna moet er een ‘go’ of ‘no go’ volgen. Die planning is heel strak, want in december 2010 moet er worden besloten of Nederland samen met België het WK voetbal van 2018 mag organiseren. Het nieuwe Feyenoord-stadion is een belangrijk element in het bid. We vragen de gemeente overigens niet om een financiële bijdrage, maar verzoeken hen om een achtergestelde lening. Die lening maakt volgens onze huidige inzichten een derde deel uit van de financiering van het nieuwe stadion. Daarnaast zou een derde deel bestaan uit vreemd vermogen afkomstig van banken. En een derde deel moet komen van uitgifte van aandelen en van founders.”
5. Jij hebt bij Feyenoord overwegend zware tijden meegemaakt. Wat beschouw je niettemin – in wat voor opzicht dan ook – als een absoluut hoogtepunt tot nu toe? En wat als het grootste dieptepunt?
“Eigenlijk kan ik geen hoogtepunt bedenken. Ik ben pas tevreden als we de boel organisatorisch en financieel op orde hebben én als we jaarlijks om de prijzen mee doen. In 2008 won Feyenoord weliswaar de KNVB-beker, maar dat noem ik een prijs en geen hoogtepunt. Dieptepunten zijn makkelijker te noemen. Daar is, vind ik, per definitie sprake van als er mensen noodgedwongen moeten vertrekken. Of het nu iemand van de commercie, van de klantenservice of de hoofdtrainer is, ik vind het allemaal even vervelend.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.