28 april 2009
Nieuws
door: Peter Hopstaken | 28 april 2009
1. Waarom worden het sportbeleid en de uitvoering van de gemeente Amsterdam strikt gescheiden?
“Feitelijk waren ze al min of meer in tweeën geknipt. Alleen is het nu consequenter doorgevoerd. Er komt een intern verzelfstandigd sportbedrijf dat zich puur met de uitvoering van het beleid bezighoudt, een eigen budget heeft en nu al een eigen kantoorruimte betrokken heeft in Sporthallen Zuid. De afdeling die het sportbeleid opstelt en evalueert, blijft gevestigd waar het al was, in de Weesperstraat. Sportbeleid en Sportbedrijf worden respectievelijk opdrachtgever en opdrachtnemer van elkaar. De aanleiding voor de splitsing was eigenlijk ons Sportplan 2009-2012. Regie en uitvoering gingen te veel door elkaar heen lopen. Dat was niet transparant en werkte niet efficiënt. Om het plan goed uit te voeren – er staan vijftig ambitieuze doelstellingen in – heb je medewerkers met verschillende profielen en competenties nodig. Dat bereik je pas echt als je gaat denken en handelen in termen van twee verschillende werkorganisaties.”
2. Kan je iets vertellen over het proces van de scheiding? Hoe gaat het Sportbedrijf eruit zien?
“Eerst is er een aantal organisatievarianten onderscheiden. Deze varianten hadden als voornaamste verschil de vraag of er twee afzonderlijke organisaties zouden komen of dat ze gesplitst zouden worden maar wel binnen één sportorganisatie zouden blijven vallen. Uit diverse plenaire en individuele gesprekken met medewerkers bleek het grootste draagvlak te bestaan voor de strikt gescheiden variant. Het Sportbeleid krijgt als hoofd Henk Stokhof. Er komen bijna veertien fte’s te werken, waarvan – naast het fulltime hoofd – ongeveer tweeënhalf fte aan ondersteuning, ruim zes fte’s die zich met het beleid bezig houden en 3,8 fte’s die specifiek aan het Sportplan zullen werken. Het Sportbedrijf zal bij de start bijna 66 fte’s bevatten. Het heeft vier bedrijfsonderdelen: Sportmatch, Sportstimulering, Sporthallen Zuid en Stadspass/XXXS-jongerenpas.”
“Sportmatch gaat zich met alle vormen van verenigingsondersteuning bezighouden, waaronder de aanstelling van de combinatiefunctionarissen. In Sportmatch zijn de activiteiten ondergebracht die zich richten op de versterking van en serviceverlening aan de sportverenigingen. Het gaat hier om verenigingondersteuning in engere zin; combinatiefunctionarissen en ook de verhuur van alle sporthallen aan de sportverenigingen en sportbonden voor training en competities. Ook de inzet van stageplaatsen van de verschillende opleidingsinstituten binnen de georganiseerde sport behoren tot de activiteiten van Sportmatch.”
“Bij het bedrijfsonderdeel ‘Sportstimulering’ gaat een teamhoofd werken en drie productmanagers voor het ‘primaire onderwijs’, ‘voortgezet onderwijs’ en ‘evenementen’. Binnen Sportstimulering worden de verschillende gemeentelijke sportstimuleringsprogramma’s gecoördineerd die samen met de stadsdelen worden uitgevoerd. Over het bedrijfsonderdeel ‘Sporthallen Zuid’ kan ik kort zijn: wij hebben de hal als kantoor en uitvalbasis en we exploiteren de Sporthallen Zuid. De ‘Stadspass/XXXS-jongerenpas’ tot slot bestaat al en houdt zich bezig met enerzijds de uitvoering van de stadspas (een kortingskaart voor mensen met een inkomen op uitkeringsniveau) en anderzijds – vaak al in samenwerking met de sportafdeling – activiteiten aanbiedt voor jongeren op het gebied van cultuur, vrije tijd, enzovoorts.”
3. Hebben jullie je georiënteerd bij andere gemeenten om te zien hoe sportbeleid en -uitvoering daar georganiseerd zijn?
“Het klinkt misschien wat arrogant, maar in Nederland bestaat er geen stad als Amsterdam. Denk alleen al aan de veertien stadsdelen en de complexiteit die dat met zich meebrengt. Van Arnhem weet ik dat er ook een intern verzelfstandigd sportbedrijf is. Er zijn meer gemeenten die daarvoor gekozen hebben. Alleen ligt bij ons, veel minder dan elders, het accent op het beheer van sportaccommodaties, sportparken en sporthallen. De centrale stad doet daar – met uitzondering van de Sporthallen Zuid – zelf helemaal niets aan. Het beheer van de accommodaties ligt in handen van verschillende stadsdelen. Het is overigens wel de bedoeling dat het Sportbedrijf niet alleen in opdracht van Sportbeleid gaat werken, maar ook in opdracht van stadsdelen en andere diensten, zoals de Gemeentelijke Gezondheidsdienst. Stadsdelen kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om het Sportbedrijf deelprogramma’s te laten uitvoeren of evenementen te laten organiseren.”
4. Welke personele consequenties heeft de nieuwe structuur? Hoe wordt het personeel verdeeld over de twee organisaties?
“Bij tachtig procent van het personeel was meteen duidelijk in welke van de twee eenheden ze terecht zouden komen. Voor het ondersteunende personeel is dat minder duidelijk. Denk hierbij aan mensen die werkzaam zijn bij de administratieve organisatie, de financiële organisatie, bij communicatie, enzovoorts. Per saldo is er overigens uitbreiding van personeel nodig. En dan heb ik het niet eens over de meer dan honderd combinatiefunctionarissen die we - conform de overeenkomst met het Rijk - aan het werk willen gaan zetten. Afgelopen week hadden we een feestje; de vijftigste functionaris was aangesteld. Net als de rest van Nederland lopen we overigens wel wat achter op de planning. De vijftigste functionaris had er eigenlijk al op 1 januari jongstleden moeten zijn. Maar dat heeft ook te maken met de destijds trage besluitvorming in Den Haag. Ik maak me wel wat zorgen over de manier waarop in sommige gemeenten invulling wordt gegeven aan het aanstellen van de combinatiefunctionarissen. Wij hebben ervoor gekozen om kwaliteit voorrang te geven aan kwantiteit en zetten heel expliciet in op de combinaties tussen sportverenigingen en scholen. Daarbij zien we de combinatiefunctionaris op school heel nadrukkelijk als aanvulling op de bestaande capaciteit aan vakleerkrachten Lichamelijke Opvoeding. Wij voorzien basisscholen zelfs alleen van een combinatiefunctionaris als er een vakleerkracht aanwezig is.”
5. Wat betekent de nieuwe situatie voor jou persoonlijk?
“In 1987 werd ik hoofd ‘sportbeleid’. Ik heb dus ruim twintig jaar dicht op het bestuur gewerkt en me bezig gehouden met beleidsontwikkelingen. Weliswaar met een pragmatische invalshoek, maar toch. De hectiek van het beleid valt nu weg voor mij. Ik zal veel meer moeten gaan managen dan voorheen. Of dat goed zal gaan? Dat zal nog moeten blijken. Maar ik reken erop dat het permanente opleidingstraject dat ik binnen de gemeente volg – en waar ‘competentiegericht leidinggeven’ onderdeel van uitmaakt – zijn vruchten gaat afwerpen. Ik wil het Sportbedrijf goed op poten gaan zetten en alle groeiambities realiseren. Ik hoop dat het Sportbedrijf uitgroeit tot een uitvoeringsorganisatie voor de hele stad, dus inclusief de stadsdelen. En ik reken erop dat de slagkracht voor de uitvoering van het Sportplan een stuk groter gaat worden. In deze nieuwe functie verheug ik mij op het directere contact met de sport zelf. Het zal het laatste traject in mijn werkzame leven worden. Ik ben nu zestig jaar en ik denk tussen de twee of vijf jaar te stoppen met werken. Ik hoop dan een goed draaiend sportbedrijf achter te laten.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.