4 oktober 2022
Nieuws
Christa Grootveld is per 1 april van dit jaar algemeen directeur van de Koninklijke Nederlandse Roeibond. Haar start bij de roeibond was tumultueus. Het bestuur besloot in de eerste week dat zij aan het werk was om de technisch directeur te schorsen, een besluit dat anderhalve maand later door de rechter werd teruggedraaid. Nu het stof is neergedaald, neemt de nieuwe directeur van het Nederlandse roeien uitgebreid de tijd om zich op Sport Knowhow XL voor te stellen aan de Nederlandse sportwereld.
door: Leo Aquina | 4 oktober 2022
1. De roeiwereld kent je inmiddels, maar voor de lezers van SportKnowhowXL ben je vooralsnog een onbekende. Wie is Christa Grootveld en wat is je affiniteit met sport?
“Natuurlijk heb ik al met veel mensen in de roeiwereld gesproken, maar ik ken zeker nog niet iedereen. De komende periode wil ik bij veel verenigingen langs om kennis te maken en zelf ook kennis op te doen. Dit is mijn eerste baan in de sport, maar zeker niet mijn eerste functie in de sport. Ik heb altijd veel aan sport gedaan. In het verleden heb ik fanatiek gevolleybald, maar helaas zit dat er tegenwoordig niet meer in vanwege een versleten knie. Gelukkig is fietsen goed voor die knie, dus ik zit tegenwoordig regelmatig op de racefiets en mountainbike. Daarnaast hou ik van skiën en motorrijden. Ik ben behoorlijk verknocht aan sport en ik ben nog altijd als vicevoorzitter betrokken bij de Reddingsbrigade Nederland. Ik heb daar in het verleden diverse vrijwilligersfuncties gehad, onder meer als instructeur, praktijkbegeleider en leercoach, en ik heb in diverse lokale besturen gezeten.”
“Daarnaast verleg ik ook graag mijn grenzen. Vóór corona werd ik gevraagd of ik mee wilde doen aan de dirigeerwedstrijd 'Maestro' in IJsselstein. Uiteindelijk kon eind vorig jaar de wedstrijd plaatsvinden en stond ik, na maar twee keer een uur repeteren, het orkest Amicitia te dirigeren in een uitverkocht theater. Enorm spannend, volledig uit mijn comfortzone, echt een uitdaging. En ik haalde ook nog de eerste plaats!"
“Als het om betaald werk gaat, was ik nog niet eerder actief in de sport. Ik heb management, economie en recht gestudeerd aan de Hogeschool in Eindhoven. Daarna heb ik bij Unilever gewerkt, waar ik als accountmanager van onder meer Ola en Mora veel heb geleerd over marketing en communicatie. Daarna heb ik in commerciële functies gewerkt bij T-Mobile en Vodafone, maar uiteindelijk ben ik een andere kant uitgegaan, vooral omdat ik aangetrokken werd door het verenigingsleven, waarin ik op andere vlakken natuurlijk al veel actief was. Ik heb een paar jaar voor de ANBO - de Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen - gewerkt en daarna ben ik als branchemanager bij de BOVAG begonnen.”
“BOVAG is een vereniging van ondernemers in de mobiliteit en ik vertegenwoordigde de ondernemers in fiets- scooter- en motorbedrijven in Nederland. Ik vind het interessant om in het speelveld tussen leden, bestuurders, stakeholders, partners en sponsoren, continu toegevoegde waarde te bieden. Wat is er voor nodig om je vereniging te laten groeien en bloeien? Eigenlijk is het een vergelijkbare rol als hier bij de roeibond, waar ik ervoor moet zorgen dat we zoveel mogelijk toegevoegde waarde voor de leden creëren. Het gaat om vragen als: wat hebben zij nodig aan producten en diensten; wat kunnen we collectief regelen op onderwerpen die leden niet alleen kunnen; wat verandert er bijvoorbeeld aan wet- en regelgeving en wat kunnen we op dat gebied voor de leden betekenen?”
2. Je hebt tien jaar bij de BOVAG gewerkt, maar bij de roeibond heb je naar eigen zeggen je droombaan gevonden. Waarom is dit een droombaan?
“Ik word gewoon gelukkig van sport. Het mooie aan sport en mensen die in de sportwereld werken, is dat ze positief zijn, gepassioneerd en bereid om keihard te werken voor hun leden. Dat past heel erg bij mij en het is toch anders dan in een commerciële omgeving. Dat enthousiasme kwam ik ook tegen bij de BOVAG. Daar werkte ik voor 4500 ondernemers die zelf allemaal hun eigen producten verkochten, maar juist binnen de BOVAG kwamen zij samen en dan zijn er altijd enthousiaste ondernemers die hun schouders eronder zetten en mee willen denken over collectieve zaken. Ik houd van die energie en nu kan ik dat ook nog combineren met mijn liefde voor sport.”
“Deze baan bij de roeibond kwam voorbij en ik heb gesolliciteerd. Niet iedere sportbond zou even goed bij me passen. Met de ene sport heb je natuurlijk meer affiniteit dan met de andere. Ik had op voorhand niet specifiek iets met roeien, maar het gaat over watersport, waterveiligheid en beschikbaarheid van water en daar heb ik natuurlijk al via Reddingsbrigade Nederland veel mee van doen gehad." "Wat ik heel erg mooi vind aan de roeibond is dat we naar de toekomst kijken. Je moet bereid zijn te veranderen, want de hele wereld verandert en als je niet meegaat, verlies je leden. We zijn nu bezig met het meerjarenbeleidsplan tot 2028. We hebben zoveel mooie uitdagingen. Ik wilde graag bij een bond werken die ergens naartoe werkt, waar we uitdagingen kunnen omdraaien in kansen.”
3. Je start bij de roeibond op 1 april was tumultueus. Het bestuur besloot in je eerste werkweek om technisch directeur Hessel Evertse te schorsen, een besluit dat anderhalve maand later door de rechter werd teruggedraaid. Hoe kijk je achteraf hierop terug?
“Toen ik begon was dat natuurlijk niet helemaal het beeld dat ik had bij de start van een nieuwe baan. Inhoudelijk kan ik niet op de zaak ingaan. We werken er nu aan om een verantwoord sportklimaat en een goed werkklimaat te krijgen. Op dit moment zitten we in een proces met mediation en we hebben afgesproken daar naar buiten toe niets over te zeggen om de betrokkenen niet tegen te werken."
“Het was een lastig begin, maar de positieve kant was dat ik hierdoor de topsportafdeling binnen de KNRB heel snel leerde kennen met alle dynamiek die daar plaatsvindt. Nadeel was aan de andere kant dat ik nu wel een soort achterstand voel bij het kennismaken met de verenigingen, omdat het veel tijd en energie heeft gekost.”
“Uiteindelijk heb ik dus veel mensen leren kennen en heb ik er veel van geleerd en ik heb zelf ook gereflecteerd op mijn rol als algemeen directeur in deze periode. Het is verder mooi om te zien hoeveel mensen voor ons klaarstonden om te helpen. Daar ben ik ook heel dankbaar voor. Ik ervaar positieve stappen nu en heb er vertrouwen in dat we dit door kunnen zetten. Hessel (technisch directeur Evertse, red.) is terug en we zijn nu weer samen met de organisatie aan het bouwen. Onze atleten hebben in de tussentijd alweer mooie resultaten gehaald op de wereldbekers, het EK, en onlangs natuurlijk een prachtig WK. Ik kan alleen maar trots hierop zijn.“
4. Je vertelde dat je op dit moment werkt aan een nieuw meerjarenbeleidsplan 2023-2028. Het bestuur sprak na evaluatie van het vorige meerjarenbeleidsplan over nieuwe doelen en missies. Welke opdracht heb jij meegekregen? Wat zijn die doelen en missies, en wat is het verschil tussen die twee?
“Onze missie komt er in het kort op neer dat de KNRB de roeisport vertegenwoordigt in al haar verschijningsvormen, waarbij de bond verbindt en vernieuwt. Zo’n missie leg je niet vast voor vijf jaar, dat is groter. De missie heeft een antwoord op de vraag waartoe je op aarde bent. In een meerjarenbeleidsplan kies je doelen die daar in de huidige context aan bijdragen.”
“Tijdens mijn sollicitatieproces heeft het bestuur mij gevraagd om te helpen richting te geven en focus aan te brengen in dat proces. Waar willen we als bond naartoe? Wat mij betreft moet de focus daarbij liggen bij de roeivereniging. Hoe kunnen we de verenigingen zo goed mogelijk helpen? Juist daarom was ik in die eerste twee maanden ook graag bij meer verenigingen langsgegaan om handjes te schudden en te kijken wat daar nou gebeurt. We zijn natuurlijk al bezig met het meerjarenbeleidsplan en het liefst heb je dat op voorhand al zoveel mogelijk afgestemd met je leden, dus het is belangrijk dat er ook input van die leden komt.”
“De grote onderwerpen waaraan we aandacht besteden in het meerjarenbeleidsplan, zijn opgedeeld in acht blokken. We willen onder meer werken aan de ontwikkeling van medewerkers in een duurzame dialoog tussen werknemer en werkgever; we willen projectmatig werken introduceren in de organisatie; verenigingsondersteuning is een thema, de vereniging is de spil van de roeiwereld en daar zitten veelal vrijwillige besturen, die aan steeds meer landelijke voorwaarden en regelgeving moeten voldoen. Hoe kunnen we dit zo goed mogelijk faciliteren? En hoe behouden en waarderen we onze vrijwilligers? We kijken daarnaast ook naar groeimogelijkheden, waarbij we bijvoorbeeld ook bezig zijn met coastal roeien, een nieuwe vorm van wedstrijdroeien. Het is spectaculair, roeien op zee met golven, heel anders dan het traditionele roeien op vlak water. Coastal roeien wordt een Olympische onderdeel in 2028 of 2032.”
“We hebben als bond ook een groeiambitie voor junioren. Het doel is om in 2030 in totaal 8.250 junioren binnen de verenigingen actief te laten zijn, maar het gaat niet alleen om junioren. Daarom hebben we het thema ‘een leven lang roeien’. We willen een bond zijn voor roeiers van alle leeftijden.”
“De thema’s waaraan we werken zijn niet in beton gegoten. Een paar maanden geleden was energie in Nederland nog helemaal geen thema, maar nu staat iedereen met angst en beven naar de brievenbus te kijken als de energierekening binnenkomt. Veel wordt dus ook bepaald door de maatschappelijke context, maar de missie blijft overeind: als bond ben je er uiteindelijk om te verbinden.”
5. We maken een sprong in de tijd. Waar zou je over vijf jaar willen staan met de KNRB?
“Ik hoop dat we zijn gegroeid en dat we dan ook echt een bond zijn van alle roeiers in Nederland. Dat heeft als je over groei spreekt ook te maken met diversiteit. Als je nu kijkt naar de roeibond dan trekken we toch een specifieke populatie aan. We moeten kijken hoe we als bond zo toegankelijk mogelijk kunnen zijn. Als organisatie hoop ik dat we samen met de collega’s een mooie kwaliteitsslag hebben kunnen maken in wat we aan onze achterban te bieden hebben. Ik hoop dat de roeiverenigingen voldoende vrijwilligers hebben en houden zodat we met zijn alle kunnen blijven genieten van een gezonde roeisport”
“Wat de grootste uitdaging van de roeibond is, kan ik niet zo een-twee-drie zeggen. Ik kan wel voorbeelden geven van uitdagingen waar we samen met verenigingen voor staan. Laatst was ik op een congres van de Nederlandse Studenten Roeifederatie. De KNRB heeft natuurlijk een groot aantal studentenroeiverenigingen onder haar leden. Ik heb genoten van de energieboost die dat geeft. Ik heb met genoegen naar alle gepassioneerde verhalen geluisterd, en gezamenlijk hebben we trends en ontwikkelingen besproken voor het meerjarenbeleidsplan. Als je dan over uitdagingen spreekt, dan zie je specifiek bij studentenverenigingen dat continuïteit een uitdaging is. In tegenstelling tot reguliere verenigingen krijgen ze ieder jaar een volledig nieuw bestuur, maar bij roeiverenigingen spelen vaak zaken over een langere periode, zoals bijvoorbeeld het waarborgen van roeiwater. Daarbij zijn connecties met bijvoorbeeld de lokale overheid belangrijk zijn en als je iedere jaar een volledig nieuw bestuur hebt, staat dat dus eigenlijk continu onder druk.”
“Een andere uitdaging bij studentenroeiverenigingen is vrijwilligerswerk. Studenten voelen druk en willen liever niet met een grote studieschuld worden opgezadeld, daardoor staat vrijwilligerswerk onder druk. Dat is niet alleen een probleem van studentenverenigingen. Ik denk sowieso dat we verenigingen moeten helpen bij dit onderwerp: hoe zorg je er nou voor dat je voldoende vrijwilligers aan je bindt en hoe draag je als vereniging ook zorg voor het welzijn en de waardering van je mensen.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.