17 maart 2020
Nieuws
Cees Vervoorn was bijna 20 jaar lang in diverse functies verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam. Als directeur van de ALO, decaan en lector werd hij het gezicht van het domein sport en bewegen aan de HvA. Begin deze maand maakte de oud-olympisch zwemmer de overstap van Amsterdam naar Kenniscentrum Sport & Bewegen, waar hij invulling moet geven aan een nieuwe functie: Manager Toegepaste Wetenschap (chief science officer). "Het is een compleet andere werkomgeving en niet alleen als je kijkt naar de lommerrijke omgeving", zegt hij uitkijkend over de bossen rond het kenniscentrum in Ede. "Ik voel me hier welkom, en ik krijg er vanaf dag één energie van."
door: Leo Aquina | 17 maart 2020
1. Je hebt bij de HvA gewerkt in verschillende functies? Op welke periode kijk je met de meeste voldoening terug en waarom?
"Eigenlijk ben ik de eerste elf jaar decaan geweest van een aantal sportopleidingen. Ik ben begonnen als directeur van de ALO (Academie voor Lichamelijke Opvoeding) met drie opdrachten: zet een nieuw gebouw neer; zet een nieuwe sportmanagementopleiding op die geen HEAO met een sportsaus is, dat is SM&O (Sport Management & Ondernemen, red.) geworden; en als laatste doe de gordijnen open zodat de ALO weer begrijpt dat er een buitenwereld is waartoe ze zich moet verhouden."
"De eerste elf jaar als directeur en decaan is denk ik de leukste periode geweest. We voegden ook nog een opleiding (Voeding en Diëtetiek) uit het gezondheidsdomein bij het beweegdomein, waardoor die opleiding een veel breder profiel kreeg. Er waren allerlei ontwikkelingen en het draaide allemaal om creëren. Ik heb letterlijk een gebouw neergezet en nog altijd als ik erlangs fiets kijk ik daar met veel trots op terug."
"Na die eerste elf jaar kreeg ik van de HvA de kans om hogeschool-lector te worden, een rol waarin ik de vrijheid kreeg om binnen de opleidingen en de HvA te doen wat mij goed leek. We hebben een lezingenreeks georganiseerd over de kracht van sport, we hebben boeken gepubliceerd, studiereizen georganiseerd en mede het onderzoeksveld georganiseerd. Dat heeft allemaal een grote bijdrage gehad aan het imago van de HvA, maar het was anders dan het werk daarvoor, waarbij ik iedereen van docenten tot studenten ook echt persoonlijk kende."
"In 2014 kwam daar het AISS (Amsterdam Institute of Sport Science) bij, een Instituut waarin alle kennisinstellingen op het gebied van sport in Amsterdam samenkwamen. Ik werd daar directeur van en kreeg ook te maken met het politieke spel, waarbij ik op de inhoud en de verbinding wel veel kon bijdragen, maar waar ik niet de laatste klap op besluiten kon geven. Bovendien merkte ik dat ik, om stappen te kunnen maken, nog wel eens tegen de stroom moest oproeien. Dat is op zich goed, zonder wrijving geen glans zou Joop Alberda zeggen, maar terugkijkend op twintig jaar HvA kijk ik met de meeste voldoening naar die eerste tien/elf jaar."
2. Wat was voor jou de reden om over te stappen naar een andere werkgever en hoe is die overstap tot stand gekomen?
"Bij het Amerikaans Olympisch comité worden directeuren voor vier jaar benoemd. Als ze het goed doen, mogen ze nog eens vier jaar blijven maar daarna moeten ze toch echt weg. Ik wil het zelf niet aan vier jaar koppelen, maar je merkt wel dat je aan het eind anders in je werk staat dan in het begin als je ergens al twintig jaar zit. De HvA was een heel goede werkgever en ik heb er twintig jaar met ontzettend veel plezier gewerkt, maar nu is het ook weer goed om verder te gaan. Als er bomen worden omgehakt, komt er ook weer ruimte voor andere bomen om te groeien en dat gaat met de energie van de sportopleidingen zeker gebeuren."
"Mijn nieuwe functie voorziet in een leemte die bij Kenniscentrum Sport & Bewegen werd gevoeld. Het Kenniscentrum wilde zich op een nieuwe manier profileren en daarover raakte ik in gesprek met Bert (van Oostveen, directeur/bestuurder, red.) en Willemijn (Baken, directeur, red.). Het klikte goed en we raakten in gesprek over een nieuw te vormen functie. Daar heeft geen vacature voor in de krant gestaan, maar er was wel een functieomschrijving en een uitdrukkelijk gewenst profiel. Er zijn in Nederland uiteindelijk maar weinig mensen die aan dat profiel voldeden, dus zo zijn ze denk ik bij mij uitgekomen. Voor mij is het heerlijk om in een nieuwe omgeving aan de slag te gaan in een volledig nieuwe functie. Dat is weer pionieren, ontdekken, creëren en nieuwe mensen ontmoeten. Daar krijg ik heel veel energie van."
3. Welke leemte moet jouw functie opvullen en wat houdt jouw werk concreet in?
"Die laatste vraag stel ik mezelf ook iedere ochtend. Mijn functietitel is Manager Toegepaste Wetenschap (chief science officer). Manager betekent dat je ergens met een team richting aan geeft en toegepaste wetenschap is het verbinden van de wetenschap met de praktijk. Er is hier bij Kenniscentrum Sport & Bewegen veel expertise op verschillende thema's. Het is mijn rol om als doorsnijdende activiteit samen met de medewerkers op de specifieke thema's op zoek te gaan naar toepasbare oplossingen als er zich vaagstukken aandienen. Dat kan variëren van vraagstukken op het gebied van gezondheid en bewegen, de maatschappelijke kracht/waarde van sport, maar ook topsport, als is dat laatste domein al hartstikke goed afgedekt door Topsport Topics dus daar zal ik minder inbreng hebben dan in het ruimere veld van sport en bewegen."
"De leemte die bij het Kenniscentrum werd gevoeld, had vooral te maken met die verbinding tussen kennis en praktijk en dan gaat het vooral om de vraagarticulatie. Je ziet vaak dat er op voorhand veel wordt verwacht van de bijdrage van de wetenschap bij het oplossen van problemen. En als het niet precies loopt zoals men verwacht, kan dat leiden tot grote teleurstellingen. Meestal komt dit door de klassieke spraakverwarring tussen wetenschap en praktijk. De vragende partij vanuit de sport roept dan: 'jullie kunnen dat toch zeker wel oplossen?' Terwijl de wetenschappers niet precies weten wat ze nou precies geacht worden op te lossen. In de topsport zag je vroeger vaak dat trainers vragen stelden aan de wetenschap en dan de volgende dag een pasklaar antwoord verwachten. Maar dan kwamen ze er opeens achter dat er nog een beetje onderzoek moest worden gedaan en als het dan ook nog om een promotieonderzoek ging, was je alweer vier jaar verder. Dan was die coach allang ontslagen of met andere uitdagingen bezig natuurlijk."
"Panklare oplossingen voor een probleem zijn niet altijd direct voorhanden. Als de wetenschappelijke kennis er is, kun je snel schakelen. Dat zie je bij Topsport Topics. Op sommige vragen heb je binnen vijf dagen een antwoord, maar er zijn ook vragen die ingewikkelder zijn, waar echt extra onderzoek voor nodig is. Die vragen worden uitgezet in het netwerk. Daarbij is kennis van het netwerk en een overzicht van de mogelijkheden binnen dat netwerk van belang. Je moet goed weten wat je aan wie kunt vragen en je moet in staat zijn de behoefte goed in kaart te brengen. Daar ligt mijn rol."
"Het Sportakkoord zorgt er ook voor dat er een grotere behoefte is aan het invullen van die sleutelrol tussen kennis en praktijk. Lokaal wordt door sportinformateurs invulling gegeven aan de afspraken waardoor er allerlei nieuwe activiteiten ontstaan. Daar gaan lessons learnt uit voorkomen. Op dat gebied zie ik wel een rol voor ons weggelegd, wellicht op onderdelen in samenwerking met het Mulier Instituut. Uit al die lokale initiatieven en de energie die daar ontstaat, komen interessante vragen en opdrachten voort voor de wetenschap. Komt mijn functie daarom als geroepen? Toeval bestaat volgens mij niet."
4. Op 11 april word je zestig jaar. Zie je dit als de laatste stap in de carrière?
"Dat weet ik niet. Toen ik bij de HvA werkte dacht ik dat ik dat tot mijn 67ste zou doen. Het was hartstikke leuk en ik had het naar mijn zin en toen kwam dit avontuur ineens op mijn pad. Ik ga hier wel in alsof het mijn laatste ding is. Dat heb ik ook zo met Bert en Willemijn besproken. Het is niet mijn intentie om dit een paar maanden te doen. Het is een langetermijntraject en we willen er samen een succes van maken."
"Als je van deze functie een succes wilt maken, is zeven jaar ook niet eens zo'n lange periode en dan moet ik al met pensioen. Dat is de horizon waarnaar ik nu kijk. Ik wil ook na mijn pensioen nog langer werkzaam blijven in de sport want het is mijn thuis, het geeft me energie en ik heb zelf nog altijd de illusie dat ik voldoende bijdrage kan leveren op diverse plaatsen binnen de sport om actief te blijven."
"Nevenfuncties heb ik tegenwoordig wel minder. AFC Ajax (lid van Bestuursraad en Ledenraad) is gestopt, NLCoach (voorzitter) is gestopt. Dat waren de twee meest tijdrovende klussen ernaast. Ik doe nog wel wat kleine dingen. Ik ben bijvoorbeeld gevraagd voor het stichtingsbestuur van een mytylschool in Amsterdam, omdat ik een bijdrage kan leveren op het gebied van sport en bewegen. Zoiets doe ik met liefde. Er zullen vast nog veel meer zaken op mijn pad komen en ik ben slecht in 'nee' zeggen."
"Mijn rol als boegbeeld van de onderzoekroute Sport en Bewegen van de Nationale Wetenschapsagenda beschouw ik eigenlijk als een belangrijk onderdeel van mijn werk, al is het natuurlijk de vraag op welke manier ik hier vanuit mijn nieuwe functie invulling aan kan geven. Wissel ik de ene pet voor de andere - van HvA naar Kenniscentrum Sport & Bewegen - of blijf ik als vertegenwoordiger van de kennisinstellingen bij de Nationale Wetenschapsagenda betrokken. Dat moet zich nog uitkristalliseren."
5. Tot slot dan, je bent altijd een groot voorstander geweest van het plan om de Olympische Spelen naar Nederland te halen. In ons vorige interview in 2017 zei je: 'Dat moet ik in ieder interview minstens één keer gezegd hebben'.” Er lijken na het afschieten van het vorige Olympisch Plan toch weer stemmen op te gaan voor een nieuw plan om de Spelen naar Nederland te halen. Wat vind jij daarvan?
"Ik heb dat toen natuurlijk niet voor niets gezegd. Er gaat van die Olympisch Spelen zoveel verbindende kracht en energie uit. Ik heb dat ooit als individu mee mogen maken en ik ben erdoor besmet. Ik vind dat je dat als samenleving ook ooit een keer mee moet maken, dus als de vraag zich weer aandient, zal ik die ondersteunen, maar wel vanuit een model dat past bij Nederland."
"Het jammere is eigenlijk dat ons model indertijd zeer realistisch was. Het IOC stond op het punt om juist weer naar kleinere landen als potentiële organisator te kijken en dit was mede gebaseerd op ons mogelijke bid, maar dat zijn we toen weer kwijtgeraakt. Als er een nieuw plan is wil ik zeker meedenken, maar niemand heeft mij dat nog gevraagd. Ik zou wel op voorhand het realiteitsgehalte checken, want ik heb geleerd dat je met meer dingen rekening moet houden dan met je eigen enthousiasme en je eigen passie. Op dit moment geldt bij het IOC volgens mij zelfs de regel dat minstens 75 procent van de samenleving erachter moet staan om een bid uit te brengen. Ik wil daar absoluut weer energie insteken, of dat nu voor 2032 of 2036 is. Veel later moet het echter, wat mij betreft, niet worden want dan ben ik over de tachtig, maar de koorts is er en die zal er ook altijd blijven."
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.